Klassieken & communicatie (4)

De Lachmannmethode was het model van Darwins evolutieleer

[Dit is het vierde van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. Het eerste is hier. Ik beschreef dat de structuur van de universiteit belet dat een goed communicatiemodel wordt ontwikkeld en waarom dat het aanzien van het vakgebied schaadt.]

Iedereen kan een boek schrijven over de Oudheid, maar met een opleiding kun je een goed boek schrijven. Je slaagt erin je publiek meer te verbazen, meer te laten genieten en beter te laten delen in de ontdekkingsvreugde. Je vermijdt religieuze, ideologische of nationalistische contaminatie. Als antwoord op de vraag hoe oudheidkundigen hun activiteiten zó kunnen uitleggen dat het publiek stopt met twijfelen aan het nut ervan, volstaat dus een traditioneel beroep op het plezier en belang van juiste informatie.

Vakmanschap alleen is echter onvoldoende. Het proces van waarheidsvinding moet worden toegelicht en er moet rekening worden gehouden met de vooropleiding van het publiek. Vroeger kon een onderzoeker misschien een continuïteit postuleren zonder deze te bewijzen, maar nu zijn er mensen die zo’n fout herkennen. Het vergelijken van toen en nu is eveneens gebonden aan niet te negeren theoretische regels.

Het helpt ook als de classici, oudhistorici en archeologen naar buiten zouden komen met onderwerpen waarover ze iets interessants te melden hebben. Ik moet momenteel voor het NRC Handelsblad het jubileumboek van het Nederlands Klassiek Verbond bespreken en zal zeker niet op de feestelijke taart spugen, maar eerlijk is eerlijk: toneel in de Oudheid is geen onderwerp dat onverwachte vergezichten opent. Het is ook nodeloos defensief, want er zijn voldoende niet-uitgekauwde onderwerpen.

Je zou zelfs twee vliegen in een klap kunnen slaan door te kiezen voor aspecten uit de klassieke traditie die én duidelijk maken dat de oudheidkunde wel degelijk een theorie heeft én de bijdrage aan de vorming van onze eigen cultuur illustreren. Aan de Vrije Universiteit heeft de toenmalige Vrije Studierichting Oudheidkunde in de jaren negentig geprobeerd een collegereeks langs die lijn op te zetten. Ik ben medeverantwoordelijk voor de mislukking, maar vind het idee nog steeds de moeite waard. Je bedient je in elk geval niet van onbewijsbare continuïteiten of contraproductieve vergelijkingen als je wijst op:

  1. het ontstaan van de tekstkritiek als aanzet tot de Reformatie;
  2. Scaligers chronologische onderzoek als begin van de Verlichting;
  3. de vergelijkende historische taalkunde als bepalend voor hoe we de relaties tussen de volken definiëren;
  4. de Lachmannmethode als model voor de evolutieleer;
  5. de archeologie als empirische onderbouwing van het liberale vooruitgangsgeloof;
  6. een Pausaniascommentator die het ideeëngoed schiep dat een voorwaarde was voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog;
  7. de invloed van de uitleg van Tacitus’ Germania op het racisme.

U kunt hetzelfde vinden in Rens Bods mooie De vergeten wetenschappen, waaraan ik het derde voorbeeld dank. Natuurlijk zijn er andere manieren om het publiek én de wetenschappelijkheid van de klassieken én het belang ervan op een interessante wijze uit te leggen, maar dit lijkt mij de aantrekkelijkste manier om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog vraagt naar het nut van de klassieken.

[wordt vervolgd]