Klassieken & communicatie (4)

De Lachmannmethode was het model van Darwins evolutieleer

[Dit is het vierde van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. Het eerste is hier. Ik beschreef dat de structuur van de universiteit belet dat een goed communicatiemodel wordt ontwikkeld en waarom dat het aanzien van het vakgebied schaadt.]

Iedereen kan een boek schrijven over de Oudheid, maar met een opleiding kun je een goed boek schrijven. Je slaagt erin je publiek meer te verbazen, meer te laten genieten en beter te laten delen in de ontdekkingsvreugde. Je vermijdt religieuze, ideologische of nationalistische contaminatie. Als antwoord op de vraag hoe oudheidkundigen hun activiteiten zó kunnen uitleggen dat het publiek stopt met twijfelen aan het nut ervan, volstaat dus een traditioneel beroep op het plezier en belang van juiste informatie.

Lees verder “Klassieken & communicatie (4)”

Een huis tegen zichzelf verdeeld

Een maand of twee gelden werd in Spui25 een bijeenkomst georganiseerd met de titel “Onrust in de geesteswetenschappen“. Een maand daarvoor had het Handelsblad gemeld dat niet minder dan dertig studierichtingen in de problemen dreigden te komen. Dat bericht is overdreven, maar het valt niet loochenen dat er al dertig jaar een beleid wordt gevoerd dat niet vriendelijk staat tegenover algemene vorming. De nadruk ligt op concreet nut en vaardigheden.

Een van de sprekers bij de bijeenkomst in Spui25 was Rens Bod, de auteur van het door mij zeer bewonderde boek De vergeten wetenschappen. Wat ik ooit beoogde met de theoriesyllabus die ik voor de studierichting Oudheidkunde aan de Vrije Universiteit schreef, namelijk de relevantie van het vak tonen via zijn theorievorming, heeft hij voor álle geesteswetenschappen gedaan. Dat is echt knap.

Lees verder “Een huis tegen zichzelf verdeeld”

Onrust in de geesteswetenschappen

Helaas beschik ik niet over de gave der bilocatie. Anders zou ik aanstaande dinsdagavond zowel een lezing verzorgen in Schagen als luisteren in Amsterdam bij een bijeenkomst met de titel “Onrust in de geesteswetenschappen. De dekanen aan het woord“.

De zin van de geesteswetenschappen staat al vrij lang ter discussie. Dat is niet zo vreemd. Geesteswetenschappers zijn te veel bezig met hun onderzoek en te weinig met het uitleggen daarvan, zodat menigeen niet goed weet wat ze doen. Er wordt daarom vaak sceptisch gereageerd op deze “fopwetenschap”. Ik heb in deze lezing enkele reacties geciteerd (doorscrollen naar “doelgroepen”) en wie wil weten waar de geesteswetenschappen toe dienen, kan terecht in het mooie boek over De vergeten wetenschappen van Rens Bod of in dit stukje.

Lees verder “Onrust in de geesteswetenschappen”

Zwijgende letterdames en -heren

De Lachmannmethode was het model van Darwins evolutieleer.

Ik heb een erg aardige uitgever, waar ook erg aardige mensen werken. Ik ga daarom graag bij ze langs. Toch vermijd ik de nieuwjaarsborrel, heb ik uitnodigingen voor het boekenbal afgeslagen en ga ik ook niet naar de septemberborrel.

Ik voel me namelijk niet op mijn gemak tussen al die letterdames en -heren. Het is in het boekenvak als in elke andere beroepsgroep: zet enkele vakgenoten bij elkaar, en de conversatie gaat over onderwerpen waarover men het eens is. Deze of gene literaire prijs, hoe triest het toch is dat Selexyz surseance moest vragen, het ongunstige culturele klimaat, de olijk Halve Zoolstra genoemde staatssecretaris. Ik verveel me al heel snel. Dat ligt dus niet aan die leuke mensen, maar aan mij. Ware ik tandarts op een tandartsencongres, ik zou me vervelen bij de borrelconversatie daar.

Lees verder “Zwijgende letterdames en -heren”

De universiteit en de geesteswetenschappen

Passen de geesteswetenschappen nog aan de universiteiten? Voor één vak weet ik het antwoord: voor de oudheidkunde is dit kwestieus aan het worden. De verdere financiering daarvan is namelijk in strijd met het doelmatigheidsbeginsel, omdat de burger voor zijn belastingafdracht slechts oppervlakkige boekjes terugkrijgt. Er zijn enkele goede uitzonderingen, maar de best-verkopende boeken staan vol fouten en men negeert het internet.

Extra erg is dat de oudheidkundigen de meer geïnteresseerde belangstellenden in de steek laten. Nooit leggen academici uit wat hun methoden zijn. Dan moet je er niet van opkijken als mensen gaan denken dat iedereen wel een geschiedenisboek kan schrijven. De opkomst van kwakhistorici, die een belangrijk deel van de markt hebben overgenomen, is te verklaren doordat oudheidkundigen hun vak inadequaat uitleggen. Zo ontstaan steeds meer zichtbare fouten en krijgen steeds meer mensen een steeds lagere dunk van het vak.

Lees verder “De universiteit en de geesteswetenschappen”