Een onvoltooid geschiedwerk

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Zou het kunnen bestaan, een boek over de Tweede Wereldoorlog dat begint met de Duitse eenwording van 1870 en eindigt in de winter van 1942/1943 met de slagen bij El Alamein, Stalingrad en Guadalcanal? Het lijkt vreemd, maar de keuze valt te verdedigen. In militaire zin was de oorlog beslist. Ook de contouren van de naoorlogse periode lagen vast, met het tekenen van het Atlantic Charter en de afspraken van Casablanca. De tijdgenoten wisten dat ook: het illegale Parool voorspelde op 28 mei 1943 dat koloniale rijken als Nederlands-Indië zouden worden opgedoekt, dat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten na de oorlog oppermachtig zouden zijn en dat daarom een vorm van Europese samenwerking moest ontstaan waaraan ook Duitsland zou deelnemen.

Zo’n geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zou dus kunnen bestaan, maar de meeste lezers zullen het idee hebben dat zo’n boek onvoltooid is. De oorlog was immers pas afgelopen toen Japan capituleerde. De krijgshistoricus zou dat toch ook moeten beschrijven, en liefst óók de oprichting van NAVO, COMECON en Raad van Europa. Ontbreken die zaken, dan zal de lezer zich afvragen of de historicus misschien voortijdig is overleden of – eigentijdser – door zijn subsidie heen was.

Dit is ongeveer wat er schort aan de Historiën die Herodotos van Halikarnassos wijdde aan de oorlog tussen het Perzische wereldrijk en de Griekse stadstaten aan het begin van de vijfde eeuw v.Chr. Het indrukwekkende boek, in het Nederlands vertaald onder de kloeke titel Het verslag van mijn onderzoek, begint met de regering van de Perzische vorst Cyrus de Grote in 559, vervolgt met een beschrijving van de imperialistische politiek van het door hem gestichte wereldrijk (de onderwerping van Lydië, Babylonië, Egypte, Thrakië en Libië), en pas op ongeveer tweederde lezen we over de eerste Perzische aanval op de Griekse steden in Europa, in 492. Twee jaar later veroveren de Perzen de Egeïsche Eilanden en mislukt in de slag bij Marathon een poging in Athene een pro-Perzisch regime aan de macht te helpen, en nog eens tien jaar later – we zijn dan op driekwart van het boek – begint de oorlog pas echt als koning Xerxes Griekenland binnenvalt. Niet lang na de beslissende gevechten bij Salamis (480), Plataia en Mykale (beide in 479) breekt het verhaal af, hoewel de oorlog nog niet voorbij was.

Hoe invloedrijk Herodotos is, blijkt wel uit het feit dat nog in 2005, de Britse schrijver Tom Holland een boek kon publiceren over de Grieks-Perzische oorlog, Persian Fire, dat met een even lange aanloop als de Historiën begint en even voortijdig eindigt: na Mykale is het voorbij. De val van Eïon, het laatste Perzische bolwerk in Europa, wordt niet eens vermeld. Alsof je een geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog eindigt voordat de Sovjet-troepen Berlijn hebben veroverd.

Het is wonderlijk dat Holland (en menig ander krijgshistoricus) zijn historisch oordeel afhankelijk maakt van het punt waarop een van zijn bronnen afbreekt. Herodotos zelf had in elk geval een ander oordeel over wat belangrijk was. Hij was niet van mening dat Mykale en de expeditie naar de Hellespont het einde vormden en heeft zeker méér willen beschrijven dan uiteindelijk is gepubliceerd: in 7.123 kondigt hij aan het lot van de Griekse verrader Efialtes nog te zullen behandelen, en die belofte lost hij niet in. De Historiën zijn onvoltooid. In een boek over de oorlog tussen Perzen en Grieken mogen de Griekse expedities naar de Bosporos en het strategisch cruciale Cyprus (478) niet ontbreken, net als de Spartaanse veldtocht tegen de Thessalische collaborateurs (478), de oprichting van de Delisch-Attische Zeebond (478/477), de moord op Efialtes (477), en de val van Eïon (476).

Wat zou Herodotos te vertellen hebben gehad als hij zijn werk tot het logische einde had kunnen brengen? Om te beginnen al het bovenstaande: hij geeft er blijk van te weten wat er in de jaren 478-476 heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn er twee aanwijzingen dat Herodotos meer noten op zijn zang had. Aan het begin van zijn werk, in 1.106 en 1.184, kondigt hij aan terug te zullen komen op de oude geschiedenis van het Tweestromenland. Ook die belofte lost hij niet in. Jammer, want Babylon zou wel eens belangrijk zijn geweest in Herodotos’ visie op de Grieks-Perzische oorlog. Maar hoe?

Voor Tom Holland is het simpel. Hij wijst er – terecht – op dat Xerxes meer dan één zorg aan zijn hoofd had. Kort voor de oorlog tegen de Grieken waren in Babylonië Bēl-šimānni en Šamaš-eriba in opstand gekomen en hoewel deze revolte was onderdrukt, stelt Holland dat Babylonië nog altijd opstandig was. Daarom zou Xerxes hebben moeten terugkeren, wat dan verklaart waarom de Perzen in 479 te weinig troepen op het westelijk strijdtoneel hadden. En dat verklaart op zijn beurt waarom de Griekse overwinningen bij Plataia en Mykale mogelijk waren.

Helaas is Hollands theorie een verzinsel. Ze is niet onmogelijk, maar we zouden graag een geloofwaardige aanwijzing hebben voor een opstand in 479. Die ontbreekt. Holland heeft haar volkomen uit de duim gezogen. Herodotos’ voornemen terug te komen op Babylonië is eigenlijk het enige dat het vermoeden rechtvaardigt, maar hij kan om zoveel andere redenen hebben willen terugkomen op de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten.

Zou Herodotos tijd van leven hebben gehad en zou hij zijn geschiedenis tot het logische einde hebben willen voltooien, dan zou hij de volgende elementen nog hebben moeten noemen:

  • na de beschrijving van de Atheense expeditie naar de Hellespont waarmee het boek nu eindigt, zou Herodotos hebben verteld hoe in 478 de Spartanen naar Thessalië trokken;
  • hij zou hebben verteld hoe de Spartanen tegelijkertijd hun gezag verspeelden tijdens de Griekse expeditie naar Cyprus en de Bosporos;
  • hij zou hebben beschreven hoe in de winter de Delisch-Attische Zeebond werd opgericht;
  • hij zou de moord op Efialtes in 477 hebben beschreven;
  • hij zou met een beschrijving van de Atheense aanval op Eïon zijn betoog tot zijn logische einde hebben gebracht.

En ergens zou hij dus ook nog hebben verwezen naar de geschiedenis van Babylon. Dat zou een mooi symmetrisch einde hebben opgeleverd. De opkomst van het Perzische Rijk was begonnen toen Cyrus de stad had ingenomen; aan het einde van de Historiën zou de vergankelijkheid van die stad symbool hebben kunnen staan voor de inmiddels bewezen vergankelijkheid van Perzië. Zo’n einde zou een waarschuwing hebben kunnen zijn voor de Griekse stadstaten, die, toen Herodotos zijn werk schreef, op het punt stonden ten oorlog te trekken.

Ik zeg niet dat het einde zo is geweest. Ik zeg alleen dat het mogelijk is, en dat Herodotos’ niet-ingeloste belofte over een Babylonisch verhaal geen aanwijzing hoeft te zijn voor de door Holland verzonnen opstand in 479. Het is triest dat Persian Fire in bibliotheken staat bij de geschiedenisboeken, terwijl de grens met historische fictie zo royaal wordt overschreden. Over het gemakzuchtige, voor elke eerstejaars geschiedenisstudent herkenbare ontologisch holisme waarmee Holland al in zijn inleiding duidelijk maakt geen historicus te zijn, zullen we het verder maar niet hebben.

[Oorspronkelijk verschenen in Momentum.]

4 gedachtes over “Een onvoltooid geschiedwerk

  1. Henk van Straten

    Beste Jona,
    Ik ben een zeer trouwe lezer van je blogs. Soort historisch ‘snoepje van de week’. Het heeft me doen inzien dat boeken soms geschreven worden op spectulariteit en onderzoeksresultaten soms worden opgeleukt om subsidies te krijgen. Heel goed. Maar ja, ik ga ook meer aarzelen om – als leek – boeken te kopen. Je gaat meerdere malen – waarschijnlijk terecht – tekeer tegen Tom Holland als ‘kwakhistoricus’, terwijl ik die boeken geweldig vond om te lezen. Iets waarvoor ik me nu bijna moet schamen :-). Als ik niet voldoende kan vertrouwen op de inhoud, terwijl ik ook wel weet dat voortschrijdend inzicht andere zienswijzen noodzakelijk maken, wordt het lezen minder aantrekkelijk. Ik troost me maar een beetje met de gedachte dat door veel te lezen ik langzamerhand toch een beetje van de geschiedenis begin te begrijpen. Al is het alleen maar dat het lezen en het in de jeugd onderwezen worden van veel van de (toen nog niet bestaande) ‘canon’ heel veel vragen oproept. Je hamert er vaak op dat wetenschappers zich moeten realiseren dat ook het grote publiek meegenomen moet worden. Tsja, hoe krijg ik als leek nou een beetje mee dat welk nieuw boek dan ook, een beetje betrouwbaar is? Lastig.
    Groet,
    Henk

    1. Hier ligt dus een heel serieus probleem: onze universiteiten hebben volgens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek de taak nieuwe inzichten “in elk geval” over te dragen en krijgen daarvoor ook geld. Als ik het wel heb is dat 4% van de eerste geldstroom (als je het precies wil weten, het staat in de OCW-nota “Het hoogste goed”, ik ga het nu niet uitzoeken). Het is simpelweg laakbaar geld aan te nemen voor een taak die je niet uitvoert.

      Ik ben niet optimistisch dat het nog goed komt: men heeft het grote publiek afgeschreven en wil er gewoon niets voor doen. Terwijl dat grote publiek wél belangstelling heeft.

  2. MNb

    “Helaas is Hollands theorie een verzinsel.”
    Zoals altijd meet ik deze uitspraak met natuurwetenschappelijke standaarden (andere ken ik niet). Dus is mijn vraag: presenteert Holland deze theorie als speculatie (‘zo had het geweest kunnen zijn, maar empirische bevestiging heb ik niet’) of als gevestigde theorie? De analogie die in mij opkomt is de snarentheorie. Die verklaart ook alle bekende feiten, maar is niet door nieuwe data bevestigd. Daar is niet zoveel mis mee. We kunnen alleen niet beslissen of de snarentheorie nou een verbetering is of niet.
    Indien Holland zijn theorie als gevestigd presenteert (vergelijkbaar met de relativiteitstheorie) is hij domweg een bedrieger.

Reacties zijn gesloten.