Jeruzalem en Nijmegen

Het borstpantser van een standbeeld van Vespasianus uit het Libische Sabratha toont een Victoria, een geboeide Jood en een Bataaf, gezeten op enkele inheemse schilden.
Het borstpantser van een standbeeld van Vespasianus uit het Libische Sabratha toont een Victoria, een geboeide Jood en een Bataaf, gezeten op enkele inheemse schilden.

In 68 pleegde keizer Nero zelfmoord en kwam de oude senator Galba aan de macht. Volgens de Romeinse historicus Tacitus zou iedereen het erover eens zijn geweest dat Galba een capabel heerser was als hij niet zou hebben geheerst, en dat is niet alleen mooi gezegd maar ook waar: Galba verspeelde in minder dan geen tijd al zijn krediet en werd in januari 69 geconfronteerd met een tegenkeizer, Vitellius, die vanuit het Rijnland bliksemsnel oprukte naar Italië.

Toen zijn legioenen daar aankwamen, was Galba al dood: in Rome had Otho de macht gegrepen en zijn voorganger laten lynchen. De Rijnlegers maakten korte metten met de troepen van Otho voordat deze versterkingen van de Beneden-Donau had ontvangen, de verslagen keizer pleegde zelfmoord en Vitellius kon beginnen aan zijn regering. Al onze bronnen oordelen negatief over hem maar kunnen niet verbergen dat hij als eerste mensen uit de ridderstand aanstelde als ministers en daarmee een einde maakte aan de door velen als misstand ervaren rol van vrijgelatenen. Vitellius had de visie om een van Romes betere keizers te zijn.

Hij was echter nog niet koud in Rome of hij vernam dat in het oosten generaal Vespasianus ook een gooi naar de macht had gedaan. Deze had de steun van de Egyptische en Syrische legioenen én de Donaulegioenen, die nog wat hadden in te halen. In de herkansing schakelden zij Vitellius uit. Eind 69 was Vespasianus alleenheerser.

Hij erfde twee oorlogen. De eerste was die tegen de Joden, waaraan hij zelf al sinds 67 leiding gaf en die hij nu overdroeg aan zijn zoon Titus. De ander was nogal gênant: de opstand van de Bataven, die hij zelf had uitgelokt. Vespasianus had namelijk, onmiddellijk nadat hij tot keizer was uitgeroepen, zijn Bataafse vriend Julius Civilis gevraagd in opstand te komen om zo de troepen van Vitellius te binden. Deze Bataafse Opstand was daarna echter behoorlijk uit de hand gelopen: de onrust had zich verspreid over het hele gebied van Mainz tot het Kanaal.

Vespasianus zag zich nu gedwongen een enorme strijdmacht naar het Rijnland te sturen. Terwijl Titus met vier legioenen Jeruzalem belegerde, was generaal Cerialis met negen legioenen doende om de Rijngrens te herstellen. In september 70 kwam aan beide oorlogen een einde.

In Jeruzalem kregen de legionairs van het Tiende Legioen Fretensis de ondankbare taak een nieuwe basis in te richten tussen de ruïnes van de Bovenstad, zeg maar de huidige Armeense wijk. Zeker de eerste weken moet de lijkenlucht niet te harden zijn geweest en we kunnen ons voorstellen dat de manschappen klaagden. Waarom een kamp op een plaats waar nog allerlei puin moest worden geruimd? Was het niet eenvoudiger te blijven in een van de kampen rond Jeruzalem, die ze hadden gebouwd tijdens de belegering?

De recente opgraving op het Nijmeegse Sint-Josephhof werpt enig licht op de opmerkelijke keuze: het Tweede Legioen Adiutrix, dat een rol had gespeeld bij het onderdrukken van de Bataafse Opstand bouwde zijn basis eveneens te midden van het door vuur vernietigde Nijmegen. Heel vreemd, want even verder naar het oosten lagen de Hunerberg en het Kops Plateau, waar al versterkingen waren.

Dat twee legioenen bases betrokken op onlogische plaatsen, suggereert een bevel van de keizer zelf, die de Joden en Bataven duidelijk wilde maken wie hun meester was. Hun oude hoofdsteden waren niet langer van hen. De symbolische waarde ging voor het praktische gemak. In beide plaatsen kreeg de verslagen bevolking, voor zover begenadigd, opdracht zich twee mijl verderop vestigen: het pas-ontdekte Shu‘afat is voor Jeruzalem wat het Waterkwartier is voor Nijmegen.

3 gedachtes over “Jeruzalem en Nijmegen

  1. Olav

    en daarmee een einde maakte aan de door velen als misstand ervaren rol van vrijgelatenen.

    Interessant, zo’n terloops tussen geworpen feitje. Wat was precies het probleem met die vrijgelatenen?

    Verder ben ik wel blij met de Romeinenweek. Al ben ik zelf niet in de gelegenheid om evenementen te bezoeken e.d. Door het lezen van websites als deze doe ik toch een beetje mee.

    1. Het probleem met vrijgelatenen was dat ze én machtig waren én een lage sociale status hadden. Senatoren vonden het niet leuk als voormalige slaven belangrijker werk deden dan zijzelf.

Reacties zijn gesloten.