De slag bij Nikopolis aan de Donau

De nachtelijke slag bij Nikopolis aan de Donau (Zuil van Trajanus)

De meeste veldslagen uit de Oudheid kennen we dankzij geschreven bronnen. Een enkele keer hebben we daarnaast de beschikking over archeologische vondsten, wat de unieke situatie oplevert dat de normaal gesproken trage tijdschaal van de archeologie ineens toepasbaar wordt om een gebeurtenis van binnen één dag te reconstrueren. De slag bij Nikopolis is niets van dit alles. We kennen dit gevecht het beste van afbeeldingen. Van één afbeelding.

Eerst iets over de situatie. Ten noorden van de Donau lag het koninkrijk Dacië. Het lag binnen de grenzen van het huidige Roemenië, maar dat het ermee zou samenvallen is nationalistische propaganda van Nicolae Ceaușescu, die graag de eenheid van zijn land presenteerde als historisch voorbestemd. Feitelijk woonden binnen de Roemeens grenzen ook Geten, Sarmaten en andere volken. Tijdens de regering van keizer Domitianus (r.81-96) staken de Daciërs vrij onverwacht de Donau over om in het Romeinse Rijk te plunderen. Dat gebeurde vermoedelijk in de winter van 85/86. Het is niet helemaal duidelijk wat de Daciërs bewoog, want er waren verdragen. Misschien was Rome te traag geweest met de cadeaus die elke vazalvorst zo nu en dan verwachtte, maar dat is speculatie.

Lees verder “De slag bij Nikopolis aan de Donau”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)”

VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (2)

Grafsteen van een soldaat van VIIII Hispana uit Lincoln

In 43 na Chr. viel keizer Claudius Britannia binnen met II Augusta, XIV Gemina, XX Valeria Victrix en VIIII Hispana. Dit legioen, onder bevel van Aulus Plautius, was eerst gestationeerd in twee kampen in Longthorpe en Newton-on-Trent. Mogelijk heeft het ook een basis gedeeld met XIV Gemina in Leicester, maar dat is onzeker. In elk geval verbleef het Negende vanaf 55 in Lincoln, het antieke Lindum.

Volgens onze bronnen heeft het tijdens de opstand van koningin Boudica (60) zeer zware verliezen geleden (ongeveer een derde van zijn kracht). De loopbaan van commandant Quintus Petillius Cerialis ondervond echter geen vertraging, wat bewijst dat hij en zijn mannen zich eervol hadden gedragen. Het legioen werd weer op sterkte gebracht met manschappen uit het Rijnland. Die zwaaiden vele jaren later af in York, waarheen het legioen in 77 is overgeplaatst. Hier verving het II Adiutrix en bewaakte het de noordgrens van het imperium.

Lees verder “VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (2)”

De Donau

De bovenloop van de Donau bij Kelheim

Ik heb al geblogd over de Aoos, Elbe, Eufraat, Rijn en Tigris, dus laten we het nu eens hebben over de Donau. De Romeinen noemden de hele stroom Danubius, de Grieken gebruikten die naam alleen voor het westelijke deel. De benedenloop kenden ze als Ister. De mooie blauwe rivier ontspringt in het Zwarte Woud en mondt uit in de Zwarte Zee. Met een lengte van ongeveer 2860 kilometer is de rivier ongeveer even lang las de Eufraat. In Europa is alleen de Wolga langer. De antieke auteurs meenden dat, afgezien van de halflegendarische rivieren van India, alleen de Nijl groter was dan de Donau. Dat is nog niet zo gek gezien.

Onder de vele zijrivieren van de Donau – Plinius de Oudere kende er niet minder dan zestig – zijn de Iller, de Lech, de Altmühl, de Naab, de Regen, de Isar, de Ilz, de Inn, de Traun, de Enns, de Morava, de Leitha, de Rába, de Váh, de Drava, de Tisza, de Sava, de Olt, de Siret en de Prut. Dat is nogal wat, maar de rivier is dus lang en stroomt door Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië, Bulgarije en schampt zelfs even aan Moldavië en Oekraïne.

Lees verder “De Donau”

Domitianus’ protegé: Velius Rufus

Inscriptie ter ere van Gaius Velius Rufus

Ik ontmoette Gaius Velius Rufus op 8 april 2012. Mijn zakenpartner en zijn echtgenote, met wie ik in Baalbek was, zagen hem als eerste en riepen me dat ik snel moest komen kijken. Hierboven ziet u de overdonderende inscriptie, die ergens rond het jaar 100 na Chr. is opgericht door een zekere Marcus Alfius Olympiacus, de standaarddrager van het Vijftiende Legioen Apollinaris. De tekst is lang – u vindt hem hier – en boordevol informatie.

Joodse Opstand

Eerst maar even zijn naam: zijn vader heette Salvius, een naam die in de eerste eeuw vooral voorkwam in de Abruzzen (hoewel de bekendste drager van deze naam, keizer Marcus Salvius Otho, afkomstig was uit een stadje in het wat noordelijkere Etrurië). Misschien kwam Gaius Velius Rufus dus uit het midden van Italië voordat hij centurio werd in het Twaalfde Legioen Fulminata, dat was gestationeerd in Syrië.

Lees verder “Domitianus’ protegé: Velius Rufus”

Een Algerijnse officier in Vechten

Inscriptie van Antistius Adventus (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een half jaar geleden was ik op reis door Algerije en hoewel ik veel mooie dingen heb gezien, was er ook een mini-teleurstelling: terwijl ik wél de grafsteen vond van Adiutor, iemand uit Nederland die belandde in Algerije, vond ik niets over Antistius, een Romeinse bestuurder uit de tweede eeuw na Chr. die de omgekeerde reis maakte. Er zijn in Algerije minstens twee inscripties (deze EDCS-13100076 en EDCS-16300167) maar ik heb die niet gezien. Een derde inscriptie is gevonden bij de Muur van Hadrianus (EDCS-07801373) en een vierde – hier boven – komt uit Vechten, even onder Utrecht. Die staat bekend als EDCS-11100902 en als u denkt dat ze slecht leesbaar is, heeft u gelijk, maar zie hieronder.

De jonge bestuurder

Quintus Antistius Adventus Postumius Aquilinus is rond 128 geboren in een senatoriële familie uit de Numidische stad Thibilis, halverwege Cirta en Hippo Regius, en profiteerde van het netwerk van Afrikaanse bestuurders dat in de loop van de tweede eeuw steeds meer invloed kreeg in Italië en uiteindelijk een keizer zou leveren, Septimius Severus. Uit de vier inscripties kennen we Antistius’ loopbaan, die hem kort voor 150 moet hebben gebracht naar Rome, waar hij een van de leden was van het college der vigintiviri, de beginnende magistraten, meest senatorenzonen, die ieder jaar werden benoemd. Hij was een van het viertal dat samen verantwoordelijk was voor het onderhoud van de straten in Rome.

Lees verder “Een Algerijnse officier in Vechten”

Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

Lees verder “Namen en nummers”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

Jeruzalem en Nijmegen

Het borstpantser van een standbeeld van Vespasianus uit het Libische Sabratha toont een Victoria, een geboeide Jood en een Bataaf, gezeten op enkele inheemse schilden.
Het borstpantser van een standbeeld van Vespasianus uit het Libische Sabratha toont een Victoria, een geboeide Jood en een Bataaf, gezeten op enkele inheemse schilden.

In 68 pleegde keizer Nero zelfmoord en kwam de oude senator Galba aan de macht. Volgens de Romeinse historicus Tacitus zou iedereen het erover eens zijn geweest dat Galba een capabel heerser was als hij niet zou hebben geheerst, en dat is niet alleen mooi gezegd maar ook waar: Galba verspeelde in minder dan geen tijd al zijn krediet en werd in januari 69 geconfronteerd met een tegenkeizer, Vitellius, die vanuit het Rijnland bliksemsnel oprukte naar Italië.

Toen zijn legioenen daar aankwamen, was Galba al dood: in Rome had Otho de macht gegrepen en zijn voorganger laten lynchen. De Rijnlegers maakten korte metten met de troepen van Otho voordat deze versterkingen van de Beneden-Donau had ontvangen, de verslagen keizer pleegde zelfmoord en Vitellius kon beginnen aan zijn regering. Al onze bronnen oordelen negatief over hem maar kunnen niet verbergen dat hij als eerste mensen uit de ridderstand aanstelde als ministers en daarmee een einde maakte aan de door velen als misstand ervaren rol van vrijgelatenen. Vitellius had de visie om een van Romes betere keizers te zijn.

Lees verder “Jeruzalem en Nijmegen”