Vratsa

Zilveren vaasje met een Perzische decoratie (Rogozen-schat)
Zilveren vaasje met een Perzische decoratie (Rogozen-schat)

Vratsa heeft betere tijden gekend, zelfs al is het kleine stadje in het Balkangebergte, ruwweg halverwege Sofia en de Donau, nog vrij jong. In de jaren vijftig trachtten de communisten het arme noordwesten te ontwikkelen en het is te zien dat er destijds geld in gestoken is geweest. De ontmanteling van het communistische systeem in de jaren negentig pakte voor Vratsa echter ongunstig uit. De plaatselijke industrie produceerde voor de Sovjet-Unie en toen de economie daar in glijvlucht ging, betekende dat ook de neergang van de fabrieken in deze contreien. De bevolking is inmiddels met een vijfde afgenomen.

Daarna kwam de aansluiting bij de EU, waarbij de Unie als voorwaarde stelde dat de kerncentrale van Kozloduy werd gesloten. Die stond echter garant voor nogal wat werkgelegenheid in de omgeving en de sluiting zit de bevolking niet lekker. Ik heb ontdekt dat het argument dat de installatie gevaarlijk was, in Bulgarije geen geloof vindt: men wijst erop dat soortgelijke centrales in Frankrijk wel mogen werken, en men verdenkt de EU ervan dat ze Kozloduy alleen liet sluiten opdat men dan zelf energie aan Bulgarije kan verkopen.

Of het waar is weet ik niet, maar ik heb dit in West-Europa nooit gehoord en vond het interessant om te vernemen. Feit is in elk geval dat de afgelopen kwart eeuw economisch weinig goeds heeft gebracht voor dit deel van Bulgarije. Dat de bevolking van Vratsa is teruggelopen, is te zien op het centrale plein; op twee honden na, die liggen te zonnen bij het standbeeld van de negentiende-eeuwse patriot Hristo Botev, is het volstrekt verlaten. Vratsa heeft betere tijden gekend.

Even verderop is het historische museum, dat te groot is voor het kleine stadje maar waar duidelijk geld in gestoken is. Maar dat was toen. Inmiddels is het beton aangetast en is het belichtingsconcept, voorzichtig uitgedrukt, door de feiten ingehaald: meer dan eens stonden we voorwerpen te bekijken die van achteren werden belicht, dus in tegenlicht. Volgend jaar begint de renovatie, kregen we te horen, en dat is niet voor zijn tijd. Ook het museum in Vratsa heeft betere tijden gekend.

De collectie is echter de moeite van het bezoeken zeker waard. Er is een verzameling prehistorisch materiaal, waaronder prachtig rossig aardewerk, en uiteraard is er aandacht voor de Thracische tijd. De Keltische aanwezigheid wordt gedocumenteerd met duidelijk gescheiden Hallstadt- en La Tène-materiaal; het verbaasde me dat het eerste hier was en ik sluit niet uit dat ik iets niet goed heb begrepen.

De Romeinse tijd komt wat minder tot zijn recht dan je zou verwachten in een gebied waar de Romeinse aanwezigheid zo langdurig en intensief is geweest. Langdurig: keizer Augustus bezette Moesië aan het begin van onze jaartelling en de provincie ging ongeschonden over in Byzantijnse handen. Intensief: het viel me woensdag in de musea op dat zoveel inscripties in het Latijn waren. Ik zou in Vratsa meer Romeins materiaal hebben verwacht, maar het kwam niet helemaal uit de verf, al was er een interessant diploma, een Knidische Afrodite als reliëf en een lief Mithrasaltaartje.

De echte topstukken – en de voornaamste reden van ons bezoek – waren de Thracische schatten. Grote kans dat u die eens hebt gezien, want de Bulgaarse archeologische dienst stuurt haar topstukken al sinds jaar en dag op toernee. Dan kunnen er meer mensen van genieten dan in een afgelegen stadje als Vratsa. Zo bezocht ik tijdens mijn diensttijd, 1984, een heel verrassend Het goud der Thraciërs genoemde expositie in Rotterdam en zag ik in 2006 een heel origineel L’or des Thraces gedoopte tentoonstelling in Parijs.

Het gaat ondertussen om gaaf spul. Het woongebied van de plaatselijke stam, de Triballiërs, strekte zich vanaf het noordwesten van Bulgarije uit over het noorden van Servië: een vruchtbaar gebied, bestuurd door een onvermijdelijk rijke dynastie. Er is veel zilver- en goudwerk gevonden, waarvoor twee complete zalen nodig zijn.

De laatste is gewijd aan de Rogozen-schat, die is ontdekt in 1985 en bestaat uit niet minder dan 165 stukken, die momenteel “thuis” zijn in Vratsa. De collectie bestaat uit deelschatten, waarvan kunsthistorici de herkomst kunnen vaststellen. Zo komen verschillende voorwerpen uit het koninkrijk der Odryssen in het zuidoosten van Bulgarije. Het moet gaan om een diplomatieke gift, misschien een bruidsschat van een Odryssische prinses die trouwde met een Triballische vorstenzoon. Een soortgelijk verhaal moet te vertellen zijn over een Perzisch ogend kruikje.

Ondertussen viel me hier opnieuw op wat me ook in de musea in Sofia was opgevallen: de vanzelfsprekendheid waarmee de prehistorie erbij wordt genomen. Dat is natuurlijk fijn voor de bezoeker en wetenschappelijk gewoon zoals het hoort, maar ik sluit niet uit dat de aandacht iets te maken heeft met de aard van de communistische archeologie, die graag keek naar het vroegste verleden omdat er toen een soort oercommunisme zou hebben bestaan, dat verstoord raakte door de opkomst van latere productiewijzen.

Ik schrijf dit in Veliko Tarnovo, luisterend naar cicaden en de plaatselijke turbofolk, die een stuk beter te verteren is dan het Servische equivalent daarvan. Het internet is uitgevallen en eigenlijk is het niet kunnen lezen van de mail ook wel zo rustig.