Basiliscus

Inscriptie ter ere van generaal Basiliscus (Museum van Plovdiv)

In het museum van het Bulgaarse Plovdiv mag je, om redenen die vermoedelijk alleen de directie begrijpt, niet fotograferen. Gelukkig geldt dat verbod niet in het parkje dat dient als museumtuin. Ik bekeek bovenstaande steen destijds vluchtig, lang genoeg om te zien dat er twee talen en twee handschriften op staan en te concluderen dat ’ie op de foto moest. Dat was dat. Onlangs las ik de tekst ook en toen bleek dat dit toch wel iets bijzonders was.

Als je goed kijkt naar de onderste helft, zie je dat die ooit eveneens beschreven is geweest. De maker heeft een standbeeldsokkel met een oude inscriptie genomen, de letters weggebeiteld en er iets nieuws op gezet. Helemaal bovenaan deze stenen palimpsest is nog iets in het Grieks blijven staan, Ἀγαθῇ τύχῃ, een aanroep van het geluk die je op talloze antieke teksten vindt. En dan komt het!

Lees verder “Basiliscus”

De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Pre-proto-Italo-Kelt

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)
Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die u ergens tussen 3600 en 2300 v.Chr. moet plaatsen in wat nu Oekraïne en zuidelijk Rusland heet, geldt momenteel als de “Urheimat” van de volken die een Indo-Europese taal spreken. Daar duidt niet alleen het taalkundige maar ook het archeologische bewijsmateriaal op. Sinds een jaar of wat is er ook genetisch bewijs, waarbij ik aanteken dat veel nog onduidelijk is, dat elke onderstaande zin in feite een hypothese is en dat de vele migraties die blijken te hebben plaatsgevonden, de onderzoekers hebben verbaasd.

De Yamnaya-mensen kenden de ploeg zodat ze aan akkerbouw konden doen, maar ze hadden ook het paard gedomesticeerd en wisten hoe ze een kar moesten bouwen, zodat ze ook heen en weer konden trekken. De Yamnaya-cultuur breidde zich dan ook gestaag uit.

Lees verder “Pre-proto-Italo-Kelt”

Thracisch koningsgraf

Seuthes III
Seuthes III

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog zich wellicht herinneren, was ik vorig jaar in Bulgarije. Een klein land dat na de val van de Muur zijn economie heeft moeten aanpassen, vervolgens nog eens moest aanpassen aan zijn toetreding tot de EU, en inmiddels weer moet aanpassen omdat een van de voornaamste afnemers van zijn agrarische producten Syrië was. Een land ook met opvallend veel archeologisch erfgoed – Thracisch, Grieks, Romeins, Middeleeuws, you name it – dat het ook maar weer moet zien te beheren.

Het is dus alleszins begrijpelijk dat het soms niet gaat zoals je zou willen. Zoals in dit bericht valt te lezen, is het Thracische graf van Golyamata Kosmatka ingestort. De twintig meter hoge heuvel is inmiddels een meter lager. Arbeiders hebben uit de gang die de ingang verbindt met de twee grafvertrekken zo’n vijf kubieke meter aarde weggehaald.

Lees verder “Thracisch koningsgraf”

Grafsteen

Grafsteen uit Mesambria

Grafsteen uit Mesambria

Nog maar eens een plaatje uit Bulgarije. Dit reliëf komt uit het Archeologisch Museum in Burgas, wat een beetje raar is omdat het is opgegraven in Nessabar, dat een eigen archeologisch museum heeft. Soit. Te zien is een jonge vrouw, overleden in de derde eeuw n.Chr., die muziek maakt met castagnetten. Let op het linkerbeen (voor u rechts): dit is iemand die niet stil kan blijven staan. Haar naam was Agasikleia.

Het is een grafreliëf waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar er is toch iets bijzonders mee aan de hand – althans, iets dat wij bijzonder vinden. Haar vader heette Noë ofwel Noach. Hij was vrijwel zeker joods. De enige anderen die zo’n naam zouden kunnen hebben waren christenen, en die waren niet bijster geïnteresseerd in de held van het Zondvloedverhaal.
Lees verder “Grafsteen”

Johannes de Doper

john_the_baptist_1360-1280_byzmus_theski2
Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

Sozopol ligt in het oosten van Bulgarije, aan de Zwarte Zee, in een zó toeristische streek dat de vraag zich onontkoombaar opdringt wat Gerd Leers in vredesnaam heeft bewogen om uitgerekend hier een villa te kopen. Er zijn enkele mooie stadjes, maar verder bestaat de kuststrook uit een eindeloze reeks hotels. “In de communistische tijd stonden er hier vijftig,” hoorde ik ergens vertellen, “en daarna kapten ze het groen en toen was er ruimte voor honderdvijftig.”

Het voordeel van het massatoerisme is dat er geld is om monumenten prachtig op te knappen, enkele mooie musea te bouwen en archeologisch onderzoek te doen. Zo ook op het eilandje ten noorden van de stad, waar in 2011 opgravingen plaatsvonden in het klooster van Sveti Ivan, ofwel Sint-Jan, ofwel Johannes de Doper. Daarbij werden mensenbotten gevonden waarvan men onmiddellijk beweerde dat die waren van de boetgezant.

Lees verder “Johannes de Doper”

Karanovo

Het paardengraf met wagen
Het paardengraf met wagen

Ik reis nog steeds door Bulgarije: na de noordelijke vlakte, de Beneden-Donau-limes en de kuststrook, zijn we inmiddels ten zuiden van de Balkan gereisd naar Plovdiv. Onderweg passeerden we Karanovo, een van de interessantste opgravingen in het land.

Het verhaal begint in 2008, toen grafrovers werden betrapt bij een van de duizenden grafheuvels in Bulgarije. Een team archeologen uit het nabijgelegen Nova Zagora nam de schade op en ontdekten een wagen met twee paarden. Even verderop lag een hond.

Lees verder “Karanovo”