Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Dit zou een incident zijn geweest als niet vrijwel tegelijkertijd Oxford-onderzoeker Obbink de Sapfo-papyri naar buiten had gebracht. En ook hij had een mummie-kartonnage uit elkaar gehaald. Dit keer was de gêne groter, want deze papyri zouden dateren uit de derde eeuw. Obbink had dus iets écht zeldzaams kapot gemaakt. We hadden een tweede aanwijzing dat ergens in Egypte een plek heeft bestaan waar ze, zo’n twee à drie eeuwen nadat de rest van Egypte was gestopt met een bepaald grafritueel, er hardnekkig verder mee gingen. We zullen nooit weten waar of waarom, want het bewijsmateriaal is dus vernietigd.

(Tussen haakjes: er zijn duizenden onuitgegeven papyri. Er is geen reden mummie-kartonnages kapot te maken.)

Later paste Obbink zijn verhaal aan. Verhaal twee: iemand anders had de kartonnage uit elkaar gehaald. Verhaal drie: de Sapfo-fragmenten waren lang geleden verworven, hadden tientallen jaren in een ongeopende envelop gezeten. Het was trouwens geen gezichtsmasker van een mummie. En kartonnages werden ook in de derde eeuw nog gemaakt (met verwijzing naar een boek waarin dit zeker niet stond). Waarom hij aanvankelijk had beweerd dat hij een kartonnage had vernietigd, legde hij nooit uit. Ook blijft vreemd dat hij geen enkele journalist antwoord gaf, terwijl transparantie een gewone eis is uit de wetenschappelijke gedragscodes.

We wisten al dat de Sapfo-papyri op een of andere manier waren verbonden met de beruchte Green-collectie: een rijke, christelijke familie die massaal gestolen voorwerpen heeft geheeld. Wetenschappers mogen daarmee niet samenwerken en moet vermoedens van crimineel gedrag zelfs melden (opnieuw een standaardbepaling uit de gedragscodes). Om te vermijden dat de heling bekend zou worden, stelden de Greens een “scholar initiative” in, waarmee ze geleerden geld toezegden. Anders gezegd: ze kochten de toezichthouder om. Nog anders gezegd: het Enron-schandaal, maar dan voor de wetenschap. Het kwam gelukkig toch uit: voor de Iraakse voorwerpen uit de verzameling hebben de Greens geschikt; het onderzoek naar de herkomst van de Egyptische voorwerpen loopt nog.

We wisten eveneens al dat het eerste-eeuwse Marcusfragment van de Greens afkomstig was. Er bestond bovendien al een vermoeden dat het jonger was: jammer voor degenen die graag een superoud Marcusfragment wilden hebben – en nog veel erger voor de egyptologen, voor wie een jongere datering het gemis aan informatie nog schrijnender maakt.

Wat vandaag blijkt is dat dezelfde Obbink het Marcusfragment gaat uitgeven. Hij blijkt het bovendien te hebben verworven. Dat staat althans in een van de commentaren. Ik kan het niet controleren.

D. Obbink offered a papyrus of Mark 1 for sale in late 2011 to the Greens and it was still in his possession and he was trying to sell it in 2013.

Wonderlijk genoeg rept niemand meer van het uit elkaar halen van de kartonnage en heeft het fragment nu dus een andere herkomst.

Ik wil geen beschuldigingen uiten. Ik zit op een hotelkamer en mis teveel informatie. Maar het vermoeden wordt steeds sterker dat Obbink kartonnages heeft verworven, dat hij die heeft gedisassembleerd, dat hij leuke ontdekkingen deed, dat hij te laat ontdekte onvervangbare egyptologisch data te hebben vernietigd en dat hij sindsdien probeert een valse herkomst op te geven.

We weten domweg niet waar de Marcus- en Sapfo-fragmenten vandaan komen. Aangezien vervalsers papyri kunnen maken die in het lab niet kunnen worden herkend, zijn deze teksten dus wetenschappelijk volkomen zonder waarde. Het wordt tijd dat papyrologen elke ochtend als ze wakker worden, de academische gedragscodes erbij nemen en voor zichzelf, bij wijze van mantra, de artikelen reciteren over transparantie.

En nu ga ik eens ontbijten. Zo meteen rijd ik naar Oricum.

PS

Nog een toevoeging, waarvan ik nu niet helemaal overzie wat die wil zeggen.

5 gedachtes over “Transparantie

  1. FrankB

    “de artikelen reciteren”
    Beter nog: overschrijven.
    Triest dat voor die evangelische fanaten het particuliere bijgeloof zo belangrijk is dat ze zonder met de ogen te knipperen niet-christelijk spul vernietigen. Ze zijn geen haar beter dan Taliban die boeddhistische beelden kapot slaan. Mijn sympathie voor de Beeldenstorm is inmiddels ook verdwenen.

  2. Vladimir Stissi

    Het blijkt inmiddels nog veel raarder (en/of onduidelijker) (zie de commentaren in het blog dat aangehaald wordt): klaarblijkelijk is het nu gepubliceerde stukje begin 20ste opgegraven en onderdeel van een oude wetenschappelijke collectie. Het lijkt erop dat Obbink het fragment (dat dus niet in zijn bezit was) jarenlang in huis had en heeft willen verkopen — maar tegelijk het van de eigenaren heeft mogen publiceren. Of het verhaal van de (huidige) eigenaar is een witwasconstructie. Het enige dat we duidelijk lijkt is dat veel van de beschikbare informatie niet kan kloppen, en dat Obbink op zijn minst (net als bij Sappho) desinformatie heeft verspreid.

    1. Het wonderlijke is voor mij dit: er is geen echte reden te desinformeren. Als een onderzoeker nu miljoenen binnenhaalt van de farmaceutische industrie, dan snap ik waarom hij bepaalde uitkomsten nastreeft. In dit geval is er geen enkele buiten-academisch belang. De oorzaak van dit wangedrag – als het dat is – is gelegen in de universiteit zelf. En dat is raar.

Reacties zijn gesloten.