Sinterklaas, de ketterpletter

Sommige dingen veranderen nooit. Wie ervaring heeft met de opdringerige “runners” die in Istanbul toeristen aanspreken om ze naar een hotel of restaurant te loodsen, zal iets herkennen in de volgende beschrijving van Constantinopel.

Overal – op de openbare pleinen, op de kruispunten, in de straten en in de lanen – houden mensen je aan voor een volstrekt willekeurig gesprek over de Drie-eenheid. Je loopt binnen bij het wisselkantoor en de bankier begint over het veroorzaakte en het niet-veroorzaakte. Vraag de bakker wat het brood moet kosten, hij antwoordt dat de Vader groter is en dat de Zoon aan hem ondergeschikt is. Je wil een bad nemen, de badmeester heeft het oordeel klaar dat de Zoon is geschapen uit het niets.

Dit fraais komt uit de Preek over de goddelijkheid van de Zoon en de Heilige Geest van Gregorios van Nyssa, die hekelt dat in de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk iedereen je een oordeel opdrong over zaken die Gregorius beschouwde als zijn eigen specialisme. Hoewel dit ongetwijfeld overdreven is, konden de gemoederen inderdaad hoog oplopen.

De kern van de zaak is het verschil tussen de evangeliën van Marcus en Johannes. Bij Marcus is Jezus vooral een man van smarten, die sterft met de ontgoochelde woorden dat God hem heeft verlaten; bij Johannes is Jezus het mens geworden woord van God, die met een majestueus “het is volbracht” terugkeert naar de hemel. Voor de meeste Joodse of Romeinse gelovigen zal dit verschil aan perspectief weinig hebben uitgemaakt, maar er waren mensen die het als probleem ervoeren en zochten naar een formulering om de tegenspraak weg te nemen.

Sommigen meenden dat het Woord van God – door Johannes gelijkgesteld aan Jezus Christus – het beste kon worden opgevat als Gods allereerste schepsel, zodat hij van alle schepselen nog het meest leek op God: hij was wezensgelijkend. Anderen wierpen tegen dat Christus dan lager zou zijn dan God, terwijl Johannes toch schreef dat het Woord God was. Christus kon daarom niet zijn geschapen. God de Vader en God de Zoon waren wezensgelijk.

“Wezensgelijkend” of “wezensgelijk”: het maakt in het Nederlands al nauwelijks verschil en in het Grieks nog minder. Dan is het homoiousios en homoöusios. Het verschil is precies één letter, de piepkleine iota. Een week of twee geleden realiseerde ik me dat het verschil eigenlijk nog kleiner is. De twee o’s in homoöusios botsen namelijk nogal lelijk op elkaar. Er is een hiaat. Als je niet heel aanstellerig homo-ousios wil zeggen, zeg je als snel homojousios. Anders gezegd: in het Grieks is “wezensgelijkend” de natuurlijke uitspraak van “wezensgelijk”. [Noot: zie commentaar beneden.] Voeg nog toe dat het Grieks niet overal hetzelfde werd uitgesproken en het is duidelijk dat de misverstanden voor het oprapen lagen.

Keizer Constantijn, die het christendom goed gezind was, organiseerde in 325 het Concilie van Nikaia om aan alle onduidelijkheid een einde te maken, en er kwam zowaar een mooie formule uit rollen: Christus was niet geschapen maar uit de Vader voortgekomen of door de Vader veroorzaakt. “Geboren, niet geschapen” in conciliair jargon. Christus kon daardoor goddelijk zijn à la Johannes en eeuwig bestaan, maar was als mens geboren à la Marcus. Zo verenigde Christus twee naturen.

Binnen de kortste keren ontstonden er nieuwe vragen. Gregorios van Nyssa hield zich bezig met onder meer de discussie over de Heilige Geest. Weer anderen vroegen zich af of Maria het leven had geschonken aan alleen de mens Jezus of ook aan god. Anders gezegd: hadden de apostelen een mens of een god gezien? Weer anderen stelden de vraag of de goddelijke natuur niet de menselijke natuur zou hebben overweldigd. In deze optiek hadden de apostelen alleen de god Christus kunnen zien.

De kwestie leidde tot nogal wat debat en ruzie, waarbij de heilige vaderen nogal eens de wegen der wereld bewandelden. Zo hebben enkele Syrische christenen, toen een bisschop van de tegenpartij op visite kwam, een plaatselijke prostituee naar zijn slaapkamer gestuurd om ze op heterdaad te kunnen betrappen. (Het plan mislukte omdat, zoals in al dit soort verhalen, de prostituee een hoger moreel kaliber had dan haar opdrachtgevers.) De anekdote, waarover ik al eens blogde, illustreert, net als het citaat waarmee ik begon, hoe diep de sentimenten zaten. Toen uiteindelijk op het Concilie van Chalkedon een oplossing werd gevonden – u leest haar hier – was het al te laat: er waren op dat moment al twee stromingen met eigen bisschoppen en eigen geestelijken, die de nieuwe formule afwezen.

Tot slot dit. U vraagt zich af wat het plaatje hierboven doet. Dat is een fresco uit het Soumela-klooster in Turkije. U ziet hoe bisschop Nikolaas van Myra iemand een pets in het gezicht geeft omdat hij het heeft gewaagd tijdens het Concilie van Nikaia “wezensgelijkend” te zeggen. De anekdote duikt in de veertiende eeuw pas voor het eerst op en is vermoedelijk niet authentiek, maar illustreert hoezeer de kwestie de gemoederen bleef bezighouden. Voor het overige stel ik voor dat we aan de bijnamen van Sint-Nikolaas – Goedheiligman, Kindervriend – nu “ketterpletter” toevoegen.

53 gedachtes over “Sinterklaas, de ketterpletter

  1. Jeroen

    Ok… stop nu de persen…heb je die GIF zelf in elkaar geknutseld..? Respect 🙂

    Hier past louter een diepe…diepe buiging, Oh Wijze Jona….

    Je verdient een banketstaaf, of een chocolade-letter… van die oude Ketterpletter!

    1. Nee, die GIF vond ik op het internet, maar het grappige is: die is wel gebaseerd op een foto die mijn zakenpartner maakte toen we in het Soumela-klooster waren (bij Trabzon in Turkije).

  2. FrankB

    “Dit fraais komt uit ….”
    Een geestverwant uit de Vierde Eeuw! Sarcasme mag dan de laagste vorm van humor zijn, het is ook de leukste. Ik mag Gregor nu al.

    “dat het verschil eigenlijk nog kleiner is”
    Als barbaarse ongelovige kan ik alleen maar het hoofd schudden, vol verbazing over de drukte die christenen kunnen maken om bijna niets. Dat de heilige vaderen zich vervolgens nogal onheilig gedragen verbaast me dan weer niet. Mijn gerezen antipathie jegens het christelijk geloof wordt uiteindelijk keurig tenietgedaan door de conclusie dat prostituees een hogere moraal bezitten dan dat stel bliep bliep! (censuur, want fatsoenlijk taalgebruik schiet hier tekort).
    Het ligt niet aan jou, maar het onderwerp van onenigheid boeit me volstrekt niet en jouw uitleg dus evenmin.

    1. Voor zover ik weet wordt in de joods-christelijke traditie over alle prostituees systematisch negatief geoordeeld maar zijn de dames, als ze in een verhaal voorkomen, altijd weer de mensen met een hart van goud. Heel grappig.

      1. Frans

        Rachel is ook een goed voorbeeld. Ook al werd er bij mij op de christelijke lagere school nog niet bij verteld dat het een dame van lichte zeden was.

        1. Ben Spaans

          Het is Rachab, niet Rachel. Rachab verbergt twee verspieders van Jozua in Jericho. Ze pleegt verraad aan haar stad. Als dank worden zij en haar familie door Jozua gespaard na de spectaculaire inname van Jericho door de Israëlieten. Zie Jozua 2-6.

          Rachel is de tweede maar wel de lievelingsvrouw van Jakob, de moeder van Jozef en Benjamin. Zij is zeker geen hoer!

          1. Frans

            Oew, ik had al zo’n gevoel dat ik beter eerst de bijbel had kunnen raadplegen. Voortaan eerst opzoeken en dan reageren.

      2. jacob krekel

        Dat negatieve oordeel is nogal onbijbels:”hoeren en tollenaars gaan u voor in het paradijs”. Zie ook Juda en Tamar.
        Het begrip “joods-christelijke traditie” is van dubieuze kwaliteit. Joden zien er niets in en “de” christelijke traditie bestaat niet
        @frans: u zult Rachab bedoelen.

    2. jan kroeze

      @franb: drukte maken om bijna niets? Hoe kunnen wij beoordelen of het nu wel of niet niets of iets is. Ik vind je opmerking een beetje simpel.

  3. Homoiousios wordt wel degelijk anders uitgesproken dan homoousios. Oi is in de vierde eeuw al via u geiotaseerd tot i, en het verschil tussen homiousios en hom(o)ousios was zonder meer hoorbaar. De j tussen twee soortgelijke klinkers is typisch Nederlands. In Duitsland zegt men bijv. te-ater en niet (NL) tejater .

  4. Pieter

    Ik dacht altijd dat de uitdrukking ‘er geen iota van snappen’ uit deze wezensgelijk-wezensgelijkend-discussie kwam, maar een kleine zoektocht op het internet (voor wat dat waard is, uiteraard) geeft me ongelijk en wijst me door naar de Bijbel (Mattheus 5.18). Spijtig, het ware leuker geweest als we ook onze uitdrukkingen van Sinterklaas hadden gekregen.

  5. Frans

    Tja, dat krijg je ervan als je het Woord altijd zo letterlijk neemt. Waar zou die neiging toch vandaan gekomen zijn? Uit deze blog is inmiddels wel duidelijk geworden dat veel van die vroege christenen helemaal niet zo streng in de leer waren.

      1. FrankB

        Dat komt nogal eens voor, want beide kampen moeten een betrouwbare methode ontberen om tot hun conclusies te geraken.

  6. Volgens de wetten van de middeleeuwse verhaalkunst zou echter de duivel die zich als Sinderklaas had vermomd om kadootjes te geven de bedoeling hebben dat de ontvanger daarmee slechte dingen ging uitvoeren. Spijtig genoeg is zo’n verhaal niet bekend.

  7. @Frans: Van het Woord zelf: In den beginne was het woord en het woord was van God. Als je daar dan vervolgens jota noch tittel aan veranderen mag dan krijg je al snel een letterlijke interpretatie. Het zou aardig zijn om te bekijken welke van de christelijke kerkgenootschappen het bevattelijkst zijn voor een letterlijke interpretatie van de Schrift (want het Woord is gevat in de Schrift). En waarom, of waarom niet.

    1. FrankB

      Dat neemt niet weg dat er in de Oudheid aardig wat joden en christenen waren die letterlijke interpretaties verwierpen. Augustinus van Hippo is slechts één bekend voorbeeld. Als ik er een gooi naar mag doen is de letterlijke interpretatie pas in de 19e eeuw populair geworden; zie Karen Armstrong’s voortreffelijke boek over abrahamistisch fundamentalisme.

      “welke van de christelijke kerkgenootschappen het bevattelijkst zijn:
      Dat is allang bekend: zogenaamde fundagelicals, die zich in de 19e eeuw in de VSA organiseerden, waren de eersten. De bekendste ervan zijn de Jehovah’s Getuigen. In Nederland komen daar orthodox-gereformeerden bij.
      Wie zich in hun gedachtengoed verdiept – tav de Evolutietheorie en nog wat rand zaken heb ik dat een jaar of tien gedaan – merkt al snel dat ook de letterlijken heel vaak een eind weg interpreteren. Als het gaat om “vleermuizen zijn vogels”, (Lev. 11:13-19), “pi = 3” (1 Kon 7:23 en 1 Kro 4:2) interpreteren juist de letterlijken me toch een eind weg – Sola Scriptura verdwijnt diep in de prullenbak. De vrijzinnige haalt zijn/haar schouders op, vraagt waar je je druk om maakt of vindt je zo belachelijk dat hij/zij j e in je gezicht uitlacht.
      Als barbaars ongelovige maakt het mij uiteraard niet uit.

      1. Mij ook niet. Ik weet er ook niet genoeg van. Maar het interesseert me wel. Hoe zit het bv. met de katholieke kerk ten tijden van de contrareformatie? De interpretatie van de schrift heeft mensen het leven gekost en samenlevingen diep geraakt. En doet dat nog steeds in sommige gebieden; denk bv. aan zaken als homoseksualiteit. Dat er een zeer strikte interpretatie heerste bij sommige negentiende-eeuwse protestantse stromingen ben ik met je eens. Maar of zij de eersten waren? Scherpslijpers zijn van alle tijden ben ik bang. En dan is daar nog de factor macht.

      2. Dirk

        De meeste gelovigen staan er ook hoofdschuddend naar te kijken. Ik heb thuis een heerlijk boekje uit de 18de eeuw waarin tegenstrijdigheden uit de Bijbel in vraag-en-antwoord worden uitgelegd. Je kan je moeilijk voorstellen dat de schrijver zijn eigen constructies nog geloofde, maar ik vrees van wel.

        1. FrankB

          Helaas, dat “meeste” zou wel eens wat optimistisch kunnen zijn. Ruim 40% van de Amerikanen verwerpt de Evolutietheorie. Volgens een vage bron, die ik ook niet bevestigd heb kunnen krijgen, zou het in Nederland 24% zijn. Ook dat is ongeveer de helft van de gelovigen.

  8. Rob van Dam

    Ik ben het niet eens met de bewering dat in de Nederlandse taal nauwelijks betekenisverschil bestaat tussen “gelijk” en “gelijkend”. Vergelijk “een goed gelijkend portret” en “twee gelijke sokken”.
    Het is in het Engels het verschil tussen “same” en “similar”; in de wiskunde het verschil tussen = en datzelfde teken met een schuine streep erdoor (en dat mijn tablet niet voorradig heeft).

    1. “in de wiskunde het verschil tussen = en datzelfde teken met een schuine streep erdoor”

      Nee, het = teken met een schuine streep erdoor (≠) betekent ongelijk aan, dus precies het tegenovergestelde. Ik denk dat je het = teken met een kronkel (tilde) erboven bedoelt of twee kronkelende lijnen boven elkaar (≈)

    2. FrankB

      Dat laatste klopt niet. Het = teken met schuine streep er door betekent beslist niet “gelijkend”, het betekent “ongelijk aan”. 5 ≠ 3 is een ware bewering.
      U denkt wellicht aan het teken voor “komt overeen met” of voor “ongeveer”. 91/100 Gelijkend is in de wiskunde te vaag en wordt als zodanig niet gebruikt, voor zover ik weet.
      Dit is het ongeveer teken:

      Het teken voor “komt overeen met heb ik niet kunnen vinden; het is een = teken met een dakje erboven.

      1. Roger van Bever

        @ FrankB

        Omdat ik in de ‘bovenbouw’ van de humaniora Grieks vervangen heb door wiskunde (ik had toen nog de ambitie om natuurkunde of sterrenkunde gaan studeren) heb ik Grieks ingeruild tegen wiskunde en kreeg vlakke driehoeksmeetkunde en boldriehoeksmeetkunde als vakken.

        Soms wordt nog een derde teken gebruikt in de goniometrie, nl. het identiteitsteken (dit is in wezen hetzelfde als het gelijkheidsteken, maar wordt alleen dan gebruikt als voor om het even welke waarde van de variabele de waarde van het linker lid gelijk aan de waarde van het rechterlid van de vergelijking).

        Een bekend voorbeeld is de goniometrische identiteit :
        sin2 α + cos2 α ≡ 1
        Voor om het even welke waarde van α wordt de waarde van het linker lid gelijk aan 1.
        Ook de stelling van “Pythagoras” is een identiteit, onder voorwaarde dat a en b de lengten zijn van de rechthoekzijden van een willekeurig gekozen rechthoekige driehoek en c de lengte is van de hypotenusa.
        De identiteit van Euler:
        eiπ + 1 = 0 is dan ondanks de naam geen identiteit, maar een gelijkheid, omdat zowel e, i en π
        constanten zijn. De bewijsvoering laat ik hier even achterwege omdat ik anders misschien door de ketterpletter doodgepletterd wordt.

        Sorry dat het mij niet lukt om de machten 2 en e,i,π als superscript in te voeren en de laatste drie als italic, maar het lukte mij niet. Ik had het eerst in Word geprobeerd en dan gekopieerd met bovenstaand resultaat!

        Zoals je weet heeft Richard Feynman de ‘identiteit’ van Euler de mooiste formule binnen de wiskunde genoemd, omdat deze formule bevat: de belangrijkste twee natuurlijke getallen: 0 en 1, de belangrijkste drie wiskundige constanten: e, i en π en de belangrijkste drie wiskundige bewerkingen: optellen, vermenigvuldigen en machtsverheffen.

  9. A. Harmens

    Die homoiousianen namen eigenlijk toch een positie in tussen Arianen en homoöusianen. Tussen de concilies van Nicaea en Constantinopel werden er eigenlijk behoorlijk veel concilies gehouden die allerlei correcties aanbrachten bij de belijdenis van Nicaea. Het uiteindelijk min of meer canoniek geworden Credo van Constantinopel in 381 gaat misschien niet eens terug op Nicaea. Die homoiousianen hadden de strijd best kunnen winnen.

      1. A. Harmens

        Dat denk ik ook, hoewel de Zoon bij een subordinationist als Origenes al wel erg weinig mens is. En toch… toch lijkt het alsof er in “geboren uit de Vader” (vóór alle tijden voegt Constantinopel toe) een klein deurtje naar het subordinationisme openstaat (of ze kregen het deurtje niet dicht). De Vader heeft hier toch een soort prioriteit.

        1. jacob krekel

          Wat in de geschiedenis gebeurt is zelden waarschijnlijk, en heel vaak zeer onwaarschijnlijk. Wat een mens toch niet belet om zich af te vragen waarom zo’n onwaarschijnlijkheid heeft plaatsgevonden. Ik heb me ook vaak afgevraagd wat er toe heeft bijgedragen dat
          a. deze discussie gevoerd werd
          b. dat dit de uitkomst was (die ook veel verder gaat dan Johannes)
          ondanks dat ik weet dat daar nooit een zinvol antwoord op valt te geven.

          Een Christen van ca 50 had van die discussies uit de vierde eeuw waarschijnlijk niets begrepen, en wellicht ook niet relevant gevonden. Op dat moment was de vraag: wanneer komt Christus terug veel belangrijker.

          1. A. Harmens

            Ik denk wel dat we op moeten passen om onze eigen opvattingen over wat het Christendom zou moeten zijn, toe te passen op deze periode. Dan is alles wat na de apostelen komt al snel nodeloze ballast bij een vermeend ”puur” Christendom van de eerste eeuw. Al eind tweede/begin derde eeuw zijn de discussies over de drie-eenheid begonnen met Sabellius. Dat allerlei technische termen uit de filosofie in de vierde, vijfde en zesde eeuw zo’n grote rol gaan spelen hangt, denk ik, samen met het feit dat een deel van de elite tot het Christendom bekeerd was. Die dacht in dit soort categorieën.

  10. Kees C.

    Over Sinterklaas gesproken.
    De film “Mijn ontmoetingen met de duivel” van onderzoeksjournalist Arnold-Jan Scheer laat door heel in Europa ‘heidense Sinterklaasfeesten’ zien. Alle misverstanden over het Nederlandse feest helpt hij de wereld uit. Maar waarschijnlijk zullen de ‘antiracisten’ die dit oude kinderfeest fanatiek bestrijden omdat ze het racistisch vinden er geen boodschap aan hebben. Wie zijn de werkelijke racisten – de zwarte activisten of de blanke verdedigers van Zwarte Piet?
    https://www.wildgeraasdefilm.nl/

    1. FrankB

      De moeiteloze sprong die u maakt van de eeuwenoudense ‘heidense Sinterklaasfeesten’ naar een koloniale uitvinding van 150 jaar geleden laat zien wie de werkelijke racist is – niet de activisten, die – heel typerend dat u dat zo valselijk presenteert – bij lange na niet allemaal zwart zijn.
      U hebt zichzelf op knappe wijze verraden.

      1. Kees C.

        Toch zou ik, als ik u was…., eerst de genoemde film bekijken en dan pas commentaar geven. U weet toch dat tal van historici aangetoond hebben dat het Sinterklaasfeest op geen enkele wijze koloniale wortels heeft.

  11. Theo Joppe

    Dit is allemaal natuurlijk leuk en aardig (hoewel heel wat mensen zijn gestorven voor het onderscheid), maar het écht interessante nieuws vanavond is natuurlijk dat volgens Nu.nl de zegelring van Pontius Pilatus is teruggevonden! En wel in/bij het graf van Herodes de Grote!
    Als dat niet Jona’s bloeddruk tot alarmerende hoogtes brengt, dan weet ik het niet meer. Totaal nepnieuws, Ik heb niet eens zin om uit te leggen waarom dit absoluut niet kan…

      1. Theo Joppe

        Maar misschien moet je dat toch maar doen, Jona, al zul je daar wel geregeld moe van worden. Ik heb in ieder geval niet de illusie dat ‘iemand van de universiteit’ zich geroepen voelt om aperte onzin tegen te spreken — actualiteit heeft daar nu niet echt de prioriteit.
        Zag trouwens net vanmiddag in de nieuwe Hermeneus een juichende recensie door Christian Laes van Vincent’s en jouw Constantijnboek. Dat is leuk voor jullie!

        1. We zijn te negatief over de universiteit: vandaag heeft Miko Flohr de NOS diets gemaakt dat dit écht niet kon. Zijn Twitter-draadje is goed gedeeld, wat bewijst dat als een academicus zijn verantwoordelijkheid besluit te nemen, dat niet op voorhand vergeefs is en dat er voor universitair defaitisme geen reden is.

          1. Theo Joppe

            Mooi zo! Dan was ik wat te pessimistisch, waarvoor excuses. Het probleem is alleen dat áls zo’n bericht op het net wordt geslingerd bij een (vooruit: redelijk) respectabele nieuwsbron als nu.nl het leed al geschied is: bij nu.nl wemelde het van de reacties die de historiciteit van het NT nu toch echt bevestigd zagen. Het blijft dweilen met de kraan open.

            1. Dat is inderdaad waar: dweilen met de kraan open. Eén voordeel: we hebben de afgelopen twintig jaar gezien wat er gebeurt als wetenschappers de voorlichting verwaarlozen. De oudheidkunde is vermoedelijk verloren, maar aangezien een schip op het strand een baken op zee is, kunnen we andere wetenschappen waarschuwen niet de fouten te herhalen van de classici (beperking van de voorlichting tot het gymnasium), de oudhistorici (gedogen dat Fik Meijer er een rariteitenkabinet van maakt) en archeologen (alles steeds overdrijven omdat je zelf ook niet gelooft dat het op zichzelf gewoon belangrijk is).

              1. Theo Joppe

                Tja, die Niko Flohr twittert behoorlijk en met overgave: “Het gaat er niet om of het waar is, als het maar mensen blij maakt” (!). En dan nog dat gedoe over die gele hesjes vandaag. Het is allemaal nogal puberaal, maar nu ben ik natuurlijk een stuk ouder en begrijp dat allemaal niet meer. Ik denk overigens niet dat de NOS nu spoedvergaderingen belegt; bovendien is Nu.nl van Sanoma. Enfin.

                Nu maak ik dagelijks wetenschappelijke boeken op eigenlijk alle terreinen van de oudheid, en ik kan je verzekeren dat dat inhoudelijk wel in orde is: soms standaard, soms briljant. Wat jíj aansnijdt is de vertaling daarvan naar de maatschappij. Daar geef ik je groot gelijk: dat kan stukken beter. Maar voor een leraar of docent lijkt me dat ook heel erg lastig. En wie zou het anders moeten doen? Misschien doet Schotland het beter: daar hebben ze iemand specifiek aangesteld om Classics te promoten. Ik kan je wel met hem in contact brengen, maar natuurlijk niet zo.

              2. Jeroen

                Ook hier geldt de nuancering; weten we echt zeker dat het de archeològen zijn geweest die de toekenning aan (de Bijbelse) Pilatus de wereld in hebben geholpen, of komt dit uit de ijverige koker (duim) van een journalist?

                De journalist is bij lange na niet louter dat objectieve doorgeefluik dat we er soms van lijken te willen maken; veere van, denk -en weet- ik.

    1. Jeroen

      Misschien vinden ze ook nog wel het skelet van Barabbas….dat is die professor met die tijdmachine, toch…?

      🙂

Reacties zijn gesloten.