Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten

Een negentiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts. (Rila-klooster, Bulgarije)

Christus was een god onder de goden en zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond en ten tijde van keizer Tiberius op aarde had geleefd. Of je hem ook vereerde, en op welke wijze, was een persoonlijke keuze. Toch was er voor menigeen ook iets afstotends aan deze eredienst: wie Christus vereerde, kwam fanatiekelingen tegen die meenden dat je andere goden moest afzweren.

Dat was een gevaarlijke mening. Als zo’n exclusivist een openbaar ambt bekleedde, kon hij niet aan de stadsgoden offeren en zou hij hun wrok afroepen over de gemeenschap. Het vervolgingsdecreet waarmee keizer Decius rond 250 de vervolging gelastte is niet overgeleverd, maar wat we wél weten, suggereert dat hij iets eiste dat vooral voor exclusivisten lastig was. Van de vervolging door keizer Valerianus, enkele jaren later, staat vast dat hij deze groep op de korrel nam. Gewone Romeinse gelovigen, die niet exclusivistisch waren, liepen geen gevaar. Het vernieuwende van Constantijn de Grote is niet dat hij christen werd, maar dat hij het exclusivistische christendom de wind in de zeilen gaf en binnen die radicale stroming ook nog sympathiseerde met de groep die meende dat er een orthodoxie was.

De conflicten tussen de diverse visies op wat rechtgelovig was, zouden steeds ingrijpender worden en culmineren in het Concilie van Chalkedon (451). De bisschoppen die de hier gemaakte afspraken accepteerden, staan aan de basis van de de westelijke en de Griekse kerken; zij hadden de steun van de Romeinse en (later) Byzantijnse staat. Degenen die de afspraken afwezen, vormden een parallelle kerk, die voortleeft als de Syrisch-orthodoxe kerk, de Armeens-Apostolische kerk en de Koptische kerk. Toen na 634 de Arabische legers naderden, beschouwden de Syrische en Egyptische monofysieten hen als bevrijders: men koos niet voor islamitische heersers – de islam was nog volop in zijn formatieve fase – maar tegen de keizer in Contantinopel.

Zo was Constantijns sympathie voor enerzijds een exclusivistische Christusverering en anderzijds het streven naar orthodoxie een tijdbom die met drie eeuwen vertraging een einde maakte aan het Romeinse/Byzantijnse Rijk als machtigste politieke eenheid. Het is de vraag of Constantijn het had kunnen weten – maar hij moet hebben geweten dat de discussies over de orthodoxie werden gevoerd met alle toegestane én niet-toegestane middelen. Zo gingen immers alle discussies in de Oudheid.

***

Het oer-conflict was de strijd om het zogenaamde arianisme, vernoemd naar Areios, die (met een volkomen verdedigbaar beroep op het Nieuwe Testament) beweerde dat God de Zoon lager in rang was dan God de Vader. Zijn tegenstander was Athanasios, die stelde dat dit afbreuk deed aan Christus’ volledige godheid. Op het Concilie van Nikaia (325) leek hij het pleit in zijn voordeel te beslechten, maar latere keizers waren andere meningen toegedaan, en het zou nog even duren voordat Athanasios de discussie had gewonnen.

In het heetst van de strijd schreef Athanasios een intens hatelijke Geschiedenis van het arianisme, waarin hij onder meer aangeeft hoe een van zijn geestverwanten, bisschop Euphrates van Keulen, met Pasen 344 een bezoek brengt aan Antiochië om enkele zaken te bespreken. Om het overleg te laten mislukken, sturen de arianen een prostituee naar zijn slaapkamer. Als de vrouw ontdekt dat haar klant ligt te slapen en haar dus niet verwacht, als ze bovendien ziet dat het geen jonge maar een oude man is, en als ze vervolgens de bisschoppelijke kleding ziet, raakt ze in paniek en haar opdrachtgevers bezweren haar haar mond te houden. Ze hoeft haar werk immers niet langer te doen: het schandaal is er, het overleg zal mislukken. Het loopt desondanks toch wat anders, want de souteneur vertelt de autoriteiten dat hij is benaderd door de arianen en de onderzoekers ontdekken dat de de ariaanse bisschop Stefanos het initiatief heeft genomen. Een kerkelijke synode zet hem af.

We hebben alleen Athanasios’ woord – Geschiedenis van het arianisme, hoofdstuk 3.20, als u het wil nalezen – dat het zo is gegaan. Het zou niet beneden Athanasios zijn als hij het hele verhaal heeft verzonnen, al suggereert de afzetting door een kerkelijke vergadering dat hij een verhaal vertelt dat controleerbaar was. De handelingen van een synode vormden namelijk een openbaar stuk, dat werd gekopieerd en naar andere kerkprovincies verstuurd. Het zou dus werkelijk zo kunnen zijn gebeurd.

In elk geval is dit een feit: de bronnen voor de Byzantijnse geschiedenis vertellen niet alleen een geschiedenis van de stad Constantinopel, maar evenzeer een geschiedenis van kerkelijke ruzies. Die ogen vaak bizar en zijn dikwijls lastig te begrijpen, maar geven de Byzantijnse geschiedenis ook een heel eigen karakter en zijn eigenlijk altijd interessant.

70 gedachtes over “Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten

  1. Er zit een metkwaardige omkering in uw stukje. Keizer Decius was een bijzonder wrede vervolger van christenen. U schrijft over “fanatiekelingen” die meenden dat je andere goden moest afzweren. Maar christenen gedroegen zich, ondanks (of eerder dankzij) hun christelijke overtuiging vreedzaam. Het waren hun Romeinse vervolgers die zich fanatiek opstelden. Ze wilden namelijk dat de christenen eer bewezen aan Jupiter en uiteraard aan de keizer zelf. Omdat de christenen dit weigerden, werden ze verschrikkelijk vervolgd en op gruwelijke wijzen ter dood gebracht. Dan nog een vraag: werkt de opvatting van Edward Gibbons dat het opkomende christendom de oorzaak (schuld) is van de ondergang van het Romeinse Rijk, nog altijd door onder classici?

    1. Wat betreft Gibbon: zoiets nemen alleen mensen serieus die zich nog laten vervoeren met een diligence, ’s avonds een kaars aansteken, de opstand van de Amerikaanse koloniën beschouwen als een schandaal en voor wie een montgolfière iets nieuws is. Wie leeft in de eenentwintigste eeuw, zal de literaire waarde van Gibbons mooie ironie kunnen appreciëren, maar niet zijn wetenschappelijke inzichten, die dateren van voor het ontstaan van de geschiedwetenschap.

      Wat betreft Decius: we hebben zijn decreet niet maar uit de tekst van de niet-christenverklaringen blijkt dat mensen moesten offeren aan hun voorvaderlijke goden en een eed moesten afleggen. Er was dus geen probleem voor christenen. De vervolging van Valerianus, die zich expliciet beperkt tot senatoren die weigerden te offeren aan andere goden dan Christus, biedt duidelijkheid. De groep die op de korrel werd genomen, waren niet de christenen, maar degenen die weigerden het bestaan van andere goden metterdaad te erkennen.

      De vervolging van Diocletianus/Galerius is een ander verhaal, maar zelfs daar zijn nuanceringen aan te brengen.

      1. Dank voor uw antwoord.

        De zin “Toch was er voor menigeen ook iets afstotends aan deze eredienst: wie Christus vereerde, kwam fanatiekelingen tegen die meenden dat je andere goden moest afzweren.” framet monotheïstische christenen als “fanatiekelingen”, terwijl ze juist vervolgd werden door polytheïstische Romeinen.

        Polytheïsme heeft misschien de schijn mee van verdraagzaam (analoog met polyamorie en monogamie) en monotheïsme niet, want “exclusivistisch” . Maar je kunt het ook omkeren. Als je trouw opvat als “liefde die zich uitwerkt in de tijdelijkheid”, dan getuigt de trouw van de christenen aan Christus (als exclusieve Godheid) juist van liefde en niet van fanatisme. Fanatisme ontstaat wanneer je liefde gaat opleggen en dan is het geen liefde meer. Degenen die anderen vervolgen, zijn de ware fanatici. Dat kan gebeuren onder de vlag van de Keizer, van de Inquisitie of van de Revolutie.

        1. Polytheïsme is zo intolerant of tolerant als alle andere religie. Wat uniek was, was dat er onder de Christus- vereerders een groep was die expliciet veroordeelde dat andere Christus-vereerders ook andere goden vereerden. Ik denk dat je dat fanatiek en intolerant mag noemen. Als dat framing is, prima, maar mij lijkt het een accurate typering.

          Misschien een verhelderend punt: er bestaan vóór pakweg 400 in feite geen christenen. Er bestaan wel mensen die Christus vereren, en daarbinnen is een groep exclusivisten. Constantijn en Theodosius gaven hun de wind in de zeilen en in de vijfde eeuw definieerden zij hun eigen opvatting als echt christendom. Wij moeten uitkijken dat we deze normatieve definitie niet overnemen, want ze correspondeert niet met de antieke en vroegmiddeleeuwse werkelijkheid.

          1. Mannen die hun hele leven hun vrouw trouw blijven, zou ik niet fanatiek of intolerant willen noemen. Christenen die in navolging van Christus hun Vader in de Hemel trouw (willen) blijven, zou ik ook zeker nooit fanatiek of intolerant willen noemen.

            Over het woord “christenen” kun je oeverloze discussies voeren en over de inhoud (wie zijn de ware christenen, navolgers van Christus, nog veel meer). Feit is dat in Antiochië voor het eerst het woord “christenen” gebruikt is om de volgelingen van Christus aan te duiden.

            In onze tijd is er weer een sterke opleving van het gnosticisme, dat de “gnostische christenen” als de ware (christenen) ziet en de orthodoxe christenen als de valse (want onverdraagzame!) christenen. Deze discussie is al 1800 jaar oud, of misschien nog ouder…

            1. Dat Antiochië de eerste plaats zou zijn waar het woord christenen werd gebruikt, in plaats van “De Weg”, zoals de halachische stroming oorspronkelijk heette, is wat de Handelingen schrijven. Maar wat zegt dat? Het zegt uitsluitend dat de exclusivistische auteur van Handelingen op dat moment constateert dat er een naam bestaat. Je mag aannemen dat de exclusivistische groep zeker op dat moment een verwaarloosbare minderheid is geweest. Ze heeft wel de bronnen geschreven, maar oude geschiedenis zijnde wat ze is, documenteren geschreven teksten vrijwel uit de aard der zaak een niet-representatief standpunt. De eigenlijke opgave van de historicus is daar voorbij te zien.

              1. @JonaLendering
                Dat begrijp ik en dat is ook het verschil : u kijkt als historicus (historisch wetenschapper) en ik kijk als orthodox christen naar deze episode uit de geschiedenis.

                De objectiviteitsdrang van de wetenschapper en het christelijke geloof staan vaak tegenover elkaar. maar misschien komen ze voort uit dezelfde bron: het zoeken naar objectieve waarheid.

                Voor de historicus is dat de historische (dus tijdgebonden) “waarheid”
                en voor de gelovige de a-historische Waarheid die samenvalt met God.

            2. FrankB

              “Mannen die hun hele leven hun vrouw trouw blijven, zou ik niet fanatiek of intolerant willen noemen.”
              Mannen die dit als norm aan de rest van de mensheid willen opleggen noem ik zonder een seconde na te denken fanatiek en intolerant. Het is typerend dat u uw eigen analogie niet consequent doortrekt. Want zodra Constantijn het christendom tot staatsgodsdienst had uitgeroepen deden vooraanstaande christenen precies dat: hun eigen versie van liefde en trouw tot dwingend voorschrift uitroepen, indien mogelijk met geweld. Ze hebben dat eeuwen volgehouden. De “ware” gelovige (wie dat ook moge zijn – het zal mij worst wezen, ik blief geen enkele versie) ziet zichzelf altijd als belichaming van liefde en trouw en is uiteindelijk bereid in naam van die liefde en trouw het geluk en zelfs het leven van de medemens op te offeren.
              Wantrouw de martelaar. Wie het eigen leven opoffert voor een idee zal gemakkelijk het leven van de medemens opofferen, of die er nou om gevraagd heeft of niet.

            3. Roger van Bever

              Het spijt me, maar ik zou toch eerder mijn geld zetten op mensen die niet hun hele leven trouw zijn aan hun vrouw (als er geen enkele reden is tot ontrouw jegens je vrouw is, hoort het niet om haar ontrouw te zijn), maar er zijn omstandigheden waarin zoiets kan voorkomen (mislukt huwelijk of iets dergelijks).
              Een ander punt is dat u er vanuit gaat dat christenen hun hele leven trouw moeten zijn aan hun hun hemelse vader (door u ook ook nog met hoofdletters geschreven). Deze Hemelse Vader heeft in het verleden vaak blijk gegeven niet aanwezig te zijn als het nodig is. In de eerste plaats ontzegt u daardoor aan de christenen de mogelijkheid om tot voortschrijdend inzicht te komen en tweedens gaat u ervan uit dat iedereen op deze planeet christen is. Ik heb sterk het vermoeden dat u een dominee is of in ieder geval een zeer orthodoxe christen die geen enkele twijfel heeft over uw zgn. Hemelse Vader. In feite bent u zo exclusivistisch als het maar kan.

              1. @RogerVanBever
                Ik ben geen dominee, maar een orthodox christen die met belangstelling de stukjes van Jona Lendering leest. U schrijft “Deze Hemelse Vader heeft in het verleden vaak blijk gegeven niet aanwezig te zijn als het nodig is.” Als God zich verbergt, dan doet Hij dat met reden. En Zijn gedachten zijn niet onze gedachten. Maar wij zijn kinderen van de Verlichting en God stijgt boven ons verstand en onze redelijkheid uit. Dat is moeilijk voor ons, want we willen zo graag begrijpen. Daar hebben we de wetenschap voor ontwikkeld.

                God geeft mij en mijn orthodoxe geloofsgenoten zeker de mogelijkheid om tot voortschrijdend inzicht te komen.”Exclusivistisch” is een lelijk woord (alleen het woordbeeld al). Trouw vind ik een beter woord. Zoals wetenschapper in zijn professie bepaald basisprincipes dient na te volgen, zo wordt van de gelovige in zijn confessie datzelfde gevraagd.

                In het geestelijke leven wordt Christus vaak de bruidegom van de ziel genoemd. Als de bruid voor haar bruidegom kiest, dan kiest ze niet voor hem met de gedachte om eventueel weer weer van hem te scheiden maar kiest ze écht voor hem en legt ze met vreugde haar huwelijksbelofte af. Probeer de exclusiviteit om naast God geen afgoden te dienen ook zo te zien. Het draait tenslotte om de liefde en die is vrijwillig. Als je dat niet wil, dan doe je dat gewoon niet. God laat ons volmaakt vrij.

          2. Ben Spaans

            Dat er voor 400 (n. Chr.,Common Era voor mijn part) ‘praktisch geen christenen bestaan’ is onhoudbaar. Het gevoel bekruipt dat je hierin je eigen fanatisme aan het ontwikkelen bent, moet ik zeggen.

              1. @JonaLendering
                Ik ben benieuwd hoe u deze stelling gaat verdedigen. De christenen waren in de eerste eeuwen een heel diverse groep (en zijn dat eigenlijk nog steeds!) Crux in het hele verhaal is: van welke christologie ging deze groep uit, m.a.w. Wie is Christus (voor historici: wie was Jezus van Nazarreth voor de (vroege) Kerk)?

              2. Het is lastig schrijven (in de trein, maar ook door de complexiteit van de stof) maar ik denk dat we moeten constateren dat we domweg niet weten op welke groep(en) het woord “christenen” betrekking heeft gehad voor de Constantijnse omwenteling. Voor die tijd hebben we alleen documentatie over de groep waaruit de orthodoxie is voortgekomen. Dat is alles.

              3. @JonaLendering
                “… maar ik denk dat we moeten constateren dat we domweg niet weten op welke groep(en) het woord “christenen” betrekking heeft gehad voor de Constantijnse omwenteling.”

                Ook in de huidige tijd is het bijzonder lastig te bepalen op welke groep(en) het woord “christenen” betrekking heeft. Het spectrum loopt uiteen van de (meer behoudende) christenen die de geloofsbelijdenis van Nicea belijden (en de historische Jezus dus erkennen als de Eengeboren Zoon van God) tot de (meer vrijzinnige) christenen die onder volgelingen van Christus verstaan: alle mensen van goede wil die zich door het leven van Jezus van Nazareth laten inspireren. En dan hebben we het nog niet eens over sektarische christenen en gnostische christenen die de historische Jezus als een wijsheidsleraar zien.

                Het zal dus allemaal afhangen van welke definitie van “christenen” de historicus hanteert.

        2. FrankB

          “dan getuigt de trouw van de christenen aan Christus (als exclusieve Godheid) juist van liefde en niet van fanatisme.”
          Schijntegenstelling. Liefde voor een god gecombineerd met categorisch afwijzen en een volstrekt negatieve houding jegens andersdenkenden (en dat is wat “exclusief” betekent in deze context) leidt onvermijdelijk tot fanatisme. Dergelijke godsdienstige liefde gaat immers per definitie ten koste van liefde voor medemensen. Het is dezelfde liefde die de moderne fundamentalist koestert voor de homo als de eerste de laatste naar een martelinstituut stuurt om hem te genezen van zijn “onnatuurlijke” sexuele voorkeur – en uiteraard dat martelinstituut het één of andere fraaie eufemistische etiket opplakt.
          Zoals JL terecht suggereert is er geen enkel verschil met de communistische liefde waarmee een dissident naar een heropvoedingskamp wordt gestuurd. De mensheid – en zeker een ongelovige als ik – is stukken beter af zonder uw versie van christelijke liefde en trouw.
          Dat laat onverlet dat Romeinse vervolging van christenen, hoe begrijpelijk ook vanuit Romeins oogpunt (want uw liefhebbende en trouwe fanatiekelingen ondermijnden in zekere zin het Romeinse staatsgezag), onverstandig en zelfs contraproductief was.

          1. Opnieuw demonstreert u hier vooringenomenheid. Je kunt heel goed van iets overtuigd zijn maar dat niet aan anderen opdringen. Je kunt fundamentalist zijn en liefdevol. Deze combinatie wordt vaak uitgesloten, omdat men te gemakkelijk de gedachte volgt, die u hierboven beschrijft: dat de waarheidsclaim van een religie automatisch tot fanatisme en onverdraagzaamheid zou leiden. Dat hoeft niet.

            Overigens kunnen ook atheïstische of secularistische visies en systemen tot onverdraagzaamheid leiden. Kritiek op islam of kritiek op de canalpride kunnen al gauw stigmatiseren tot “moslimhater” of “homohater”. Onverdraagzaamheid begint waar je niet open staat voor kritiek en teveel gehecht blijft aan het eigen gelijk.

  2. FrankB

    “het Concilie van Chalkedon (451)”
    Terwijl het West-Romeinse Rijk geleidelijk uit elkaar viel – dit is ook het jaar van de Slag bij de Catalaunische velden. Jaja, ook toen wisten christenen hun prioriteiten te stellen. De stabiliteit van het Romeinse Rijk behoorde daar nooit toe en daarmee was de bekering van keizer Constantijn een fraai voorbeeld van een politieke mislukking.

    “of Constantijn het had kunnen weten”
    Jawel – in grote lijnen, niet in detail. Want ook in het begin van de Vierde Eeuw waren christenen net zo schismatisch aangelegd als later en gaven dominantie van de eigen denominatie prioriteit boven alles, inclusief de belangen van het Rijk. De vraag is of een andere keuze dan het exclusivistische, orthodoxe christendom het Rijk van groter nut had kunnen zijn.

    “…. en zijn eigenlijk altijd interessant”
    Tja, als verstokt ongelovige boeit de vraag of Zoonlief lager dan of gelijk in rang is aan Pa mij volstrekt niet. Je kunt net zo goed discussiëren over de wijze waarop eenhoorns zich voortplanten.
    Dat vooraanstaande christenen met onbezwaard gemoed eerst volop profiteren van de staatsmacht, vervolgens geen vinger uitsteken als die staat de westelijke helft van het grondgebied kwijtraakt, daarna ach en wee roepen als ze door hun eigen vooringenomenheid en nalatigheid hun heilige plaatsen kwijtraken en tenslotte iedereen daarvoor de verantwoordelijkheid in de schoenen schuiven behalve zichzelf (wat waren die moslims toch gemeen dat ze een bondgenootschap met Egyptische christenen sloten) is een les om te onthouden.
    Verzetsstrijder en theoloog Klaas Schilder vond ook al dat een schisma om een theologische kwestie veel belangrijker en dringender was dan mensen beschermen tegen oorlogsgevaren. Geef mij maar een gewone gelovige, zoals Helena Theodora Rietberg-Kuipers.

    1. Uh oh – ik bedoelde met mijn opmerking over interessant niet de inhoud van de theologische discussies, maar de krankzinnige manieren waarop die werden gevoerd. Met de inzet van alle niet-toegestane middelen. Dat lees ik geboeid: het is leuk amusement en vertelt een hoop over wat men destijds vond over middelen die door doelen werden geheiligd.

    2. Uw vooringenomen t.a.v. het orthodoxe christendom is duidelijk. Athanasius is de kerkvader die de verwarring die er over de Godheid van Christus was ontstaan, in 325 kon oplossen. Eerst tijdelijk, daarna blijvend. Daarom heeft hij de naam “vader van de Orthodoxie”. In de dom van Trier (zijn ballingsoord) is achter het koor een kapel aan hem gewijd. Tegenwoordig wordt het orthodoxe christendom graag als “onverdraagzaam” geframed i.t.t. het “gnostische christendom”. Wat m.i hieronder schuil gaat, is m.i. de overtuiging: kennis (wetenschap) boven geloof (aanname).

      1. Ik ben niet vooringenomen ten opzichte van het orthodoxe christendom. Ik ben historicus en ik kijk wat ik als historicus kan doen met het bewijsmateriaal. En ik kan met alle welwillendheid voor de derde eeuw geen normatieve definitie toepassen die ontstaat in latere discussies. Het edict van Valerianus is gewoon over en de uitvoering van Decius’ vervolging is voldoende geattesteerd. Het ging niet om de bestrijding van alle Christus-vereerders, het focus lag op degenen die weigerden te offeren.

        Zie verder https://mainzerbeobachter.com/2017/12/26/christenvervolging-1/

          1. FrankB

            Mijn antwoord staat hieronder. Laat me er expliciet aan toevoegen dat ik dezelfde houding tentoon spreidt jegens elke vorm van orthodoxie. Ook merk ik met genoegen op dat geen enkel feit dat u opnoemt mijn vooringenomenheid jegens orthodoxie ook maar enigszins tegenspreekt. Ik herhaal maar dat ik onder liefde iets anders versta dan de wijze waarop christelijke autoriteiten de door u genoemde “verwarring” oploste – dwz. iets anders dan u. Tenslotte merk ik op, zonder enige verrassing, dat u Matth. 7:1-3 aan u voorbij laat gaan door mij wel van vooringenomenheid te beschuldigen (waar ik me ruiterlijk schuldig aan verklaar en waarvan ik zelfs het fundament open en bloot heb gelegd) maar niet na te gaan in hoeverre uw zelf vooringenomen bent.

        1. @JonaLendering
          Ik heb uw stuk over bet boek van Candida Moss gelezen. Ik ken dit boek niet en kan er dus niet over oordelen, maar ik begrijp dat de schrijfster historisch onnauwkeurig is en dat het erop lijkt dat haar intentie om het martelaarschap van het vroege christendom “te slopen” soms groter is dan haar wetenschappelijke nauwkeurigheid.

          1. Roger van Bever

            @ hjvanden heuvel
            De groep die op de korrel werd genomen, waren niet de christenen, maar degenen die weigerden het bestaan van andere goden metterdaad te erkennen.

              1. @JonaLendering
                Mark Rutte zou zich bij die praktische Romeinen vast wel thuis gevoeld hebben. Geen visie, gewoon meedraaien, dan wordt het kromme vanzelf recht …

                Je kunt de Byzantijnen betichten van haarkloverijen die onbegrijpelijk zijn voor de pragmaticus maar die voor het Griekse denken vaak helemaal niet zo vreemd zijn…

            1. Deze groep moet divers geweest zijn. In ieder geval zich hier veel christenen onder. Wat onder “christenen” ook wil verstaan, een groep die het monotheïsme van de Joden volgde, maar daarbij ook in de menswording van de Vader in Zijn Zoon.

              Deze groep onderscheidde zich van de gnostici (dikwijls wordt ook over “gnostische christenen” gesproken), die menen dat Jezus een gnostische wijsheidsleraar was met de boodschap dat alle mensen zonen (en dochters) van God zijn en dat er geen wezenlijk verschil bestaat met de Zoon van God.

              De neo-gnostici (bijv. Elaine Pagels) menen dat de Kerk vanaf 325 aan deze aanspraak haar macht ontleent en het recht naar zich toetrekt om te onderdrukken.

              Degenen die in het exclusieve Zoonschap van Christus geloofden, hebben hierdoor in hun leven eerder nadeel dan voordeel van ondervonden, vanwege de vervolgingen die aan het begin van de vierde eeuw duurden.

              Hoewel christenen in de eerste drie eeuwen hun hachje hadden kunnen redden, door hun specifieke geloof te verdraaien (lees: te loochenen), deden velen dat toch niet. Blijkbaar zit er in het geloof iets dat sterker is dan de menselijke angst voor de dood. De Kerk kan daarom uit eigen ervaring zeggen dat het bloed van de martelaren het zaad van de Kerk geworden is.

            2. @RogerVanBever
              Voor orthodoxe christenen is “metterdaad” in deze context “verraad” en dat wisten de Romeinen heel goed.

              Vanaf de zevende eeuw zouden christenen in het oostelijke Byzantijnse Rijk door moslims juist voor de keuze gesteld worden om maar één god (Allah) te belijden. Vanuit het radicale monotheïsme van Mohammed gezien, zijn christenen namelijk polytheïsten.

        2. A. Harmens

          Bij Porphyrius en Celsus lees je toch duidelijk dat veel intellectuelen het Christendom om meerdere redenen onverenigbaar achtten met Romeinse waarden.

          1. @AHarmens
            Het stuk is m.i. geschreven vanuit het praktische Romeinse perspectief en niet zozeer vanuit christelijk perspectief, wellicht omdat het jonge christendom voor de historicus bijzonder lastig is af te bakenen. Voor je het weet beland je in de eindeloze discussie over wie je in de Oudheid “christenen” mag noemen…

      2. FrankB

        Dat is geen aanname, dat is een inductieve conclusie. Wetenschap heeft bv. ervoor gezorgd dat u uw meningen middels internet wereldwijd kan verspreiden. Geloof, welke versie ook, heeft niets wat daar maar in de verste verte op lijkt. De lijst van voorbeelden is eindeloos.
        Uw geloof schrijft u voor dat christelijke martelaren bewonderenswaardig zijn en zet u ertoe aan de feiten in dat keurslijf te persen. De wetenschapper accepteert de feiten zoals ze zijn. Jammer voor uw keurslijf. Of u die martelaren nog steeds wilt bewonderen (want dat is normatief) mag u helemaal zelf weten.
        Het is wel fijn dat u openlijk toegeeft wetenschap ondergeschikt te willen maken aan uw geloof. Nu weet ik dat ik u niet moet vertrouwen. Dat geldt ook voor communisten en aanhangers van het Vrije Markt Bijgeloof, dat al enkele decennie de Nederlandse politiek domineert.

        1. Robert Vermaat

          “Uw geloof schrijft u voor dat christelijke martelaren bewonderenswaardig zijn ”
          Persoonlijke opvatting van dat geloof dan hoogstens, want ‘lof voor martelaren’ is zeker geen dogma voor eenieder die zich Christelijk noemt.

          1. @RobertVermaat
            U formuleert het negatief: alsof er dwang is en ik op een bepaalde manier MOET denken. Daarbij wordt de vrijwilligheid over het hoofd gezien. Voor iemand die trouw is tot in de dood en zijn echtgeno(o)te en/of vrienden niet verraad, heb ik veel respect. Daar is niets dogmatisch aan.

            1. Robert Vermaat

              @hjvdheuvel – grappig hoe u uit mijn formulering ‘is zeker geen dogma’ kunt lezen dat ik dit probleem negatief formuleer ‘alsof er dwang is’. Weet u zeker dat u mijn reactie goed gelezen heeft? Want volgens mij zouden wij het over dit punt eens kunnen zijn?

              1. @RobertVermaat
                Ik zag later pas dat het niet uw eigen woorden waren (vandaar de quotes) maar een reactie op de opmerking van @FrankB U formuleert het niet negatief en merkt terecht op dat het geen kerkelijk dogma is om martelaren bewonderingswaardig te vinden.

    3. Robert Vermaat

      ““het Concilie van Chalkedon (451)”
      Terwijl het West-Romeinse Rijk geleidelijk uit elkaar viel – dit is ook het jaar van de Slag bij de Catalaunische velden. Jaja, ook toen wisten christenen hun prioriteiten te stellen. De stabiliteit van het Romeinse Rijk behoorde daar nooit toe en daarmee was de bekering van keizer Constantijn een fraai voorbeeld van een politieke mislukking.”

      Frank toch! Ik denk dat we hoognodig eens een boompje moeten opzetten over de rol en invloed van de Christenen (ja welke eigenlijk?) tijdens de vijfde eeuw. Want daar zijn wel wat kanttekening bij te plaatsen.
      Hoewel het gezegd zou kunnen worden dat de christenen geen probleem hadden met het einde van het Romeinse rijk (tenslotte waren de Franken en de Goten ook christenen), kan dat net zo goed gezegd worden van de aanhangers van Isis, toch?
      En het organiseren van een concilie ergens in klein-Azië (waar jaren van organisatie en communicatie in gingen zitten om al die bisschoppen op die plek te krijgen) heeft toch geen relatie met de inval van de Hunnen in Gallië. Een link daar tussen leggen met als conclusie dat de christenen ‘andere prioriteiten’ kozen is voor mij een zeldzaam falen van je doorgaans goed doordachte argumenten. persoonlijke voorkeuren spelen hier vrees ik deels mee?

      Zoals boven aangeboden, hoog tijd voor een boompje onder genot van een goed glas ergens bij een Romeins kampvuur?

    4. Helena Theodora Rietberg-Kuipers: Tante Riek.

      Even een volstrekt niet ter zake doende roddel. In het dorp Heemstede werd eind jaren zeventig een nieuwe wijk gebouwd waarvan de straatnamen vernoemd waren naar vrouwen van statuur: Aletta Jacobs, Judith Leyster, Marga Klompé enzovoorts. Een van de lanen (het was tenslotte Heemstede) was de Tante Riek Laan. Tante Riek was de verzetsnaam van mevrouw Rietberg-Kuipers.
      Een aantal bewoners van dit straatje heeft net zo lang lopen te zeiken – excusez le mot – tot de Gemeente de straat herdoopt heeft in de Helena Kuipers-Rietberglaan. Tante Riek was deze bewoners te platvloers.
      Nodeloos te zeggen dat ik blij ben niet meer in Heemstede te wonen.

  3. A. Harmens

    Op vrijwel alle concilies was vooral de wil van de keizer de wet en niet die van de bisschoppen, vooral op het tweede concilie van Constantinopel onder Justinianus. De akten van Chalcedon tot en met Nicea II zijn overigens in leesbare Engelse vertaling beschikbaar bij Liverpool University Press.

  4. jan kroeze

    Goh, geen woord over bijv. de Islam. Over orthodoxie en bijv. regels gesproken.
    Hindoes kunnen er ook wat van.

    1. @jancroeze
      Dat lijkt mij nogal offtopic als het om de Byzantijnen gaat. Maar misschien komt dat nog op deze blog. De verspreiding van ariaanse opvattingen in de zesde eeuw had namelijk grote invloed op het ontstaan van het radicale monotheïsme van Mohammed die leefde in een uithoek van het Byzantijnse Rijk.

    2. Je kunt de vraag stellen of regels maken niet gewoon een universeel aspect is van het menselijk leven. Het christendom is ook begonnen als halachische stroming. Als Paulus met de Wet van Mozes breekt, knalt hij meteen de tweede helft van de Romeinenbrief vol regels en het christendom is er sindsdien mee door gegaan. Elke godsdienst heeft regels – niet omdat het een godsdienst is maar omdat het een menselijke activiteit is.

      De crux is wat je ermee doet en voor zover ik weet bewegen alle mensen zich tussen 5% “regels zijn regels”, 5% “laat maar zitten” en 90% gezond verstand. Die percentages verzin ik maar je begrijpt mijn punt.

      1. @JonaLendering
        Bovenstaande percentages zijn m.i. te optimistisch. De meeste mensen zullen zich zeker door het gezonde verstand willen laten leiden. Toch zien we, met name in de politiek, dat de mens zich veel vaker door affecties (voorkeur en afkeer) laat leiden. Ook moeten we de impact van groepsdruk niet onderschatten. De algemene publieke opinie heeft altijd invloed op de private opinievorming. De geseculariseerde vrije burger is ook een calculerende burger. Bepaalde opinies kunnen sociale gevolgen hebben. Het kan leiden tot reputatieschade. Onder groepsdruk kan helaas ook gezonde kritiek op bijv. de islam of de canal parade leiden tot stigmatisering (“moslimhater” of “homohater”) zodat de (calculerende!) burger zijn terechte kritiek dan maar inslikt. Dat lijkt mij geen gezond verstand… Rond 1750 bracht men juist om deze reden maar geen “ongodistische” opvattingen naar voren, terwijl men die wél had! De philosophes leerden ons daarna juist om te moed te hebben zélf na te denken en niet te bezwijken onder groepsdruk.

      2. Roger van Bever

        Daar ben ik het helemaal mee eens! Je kunt in feite een godsdienst beschouwen als een organisatie en, omdat om goed te kunnen functioneren een organisatie regels nodig heeft om haar leden in het gareel te laten lopen, moeten die regels gevolgd worden of anders zwaait er wat..Dat kan zijn een inwerking op het schuldgevoel tot uitsluiting uit de geloofsgemeenschap. In de RK kerk zijn legio voorbeelden te noemen (Inquisitie, het in de ban doen van de H. Kerk, etc.). Ik heb steeds het gevoel gehad dat de regels bij de protestanten bottom-up gemaakt werden door het gelovige volk en bij de RK kerk top-down, dus minder democratisch dan bij de protestanten. Anderzijds heb ik ook het gevoel dat daardoor de Rooms-katholieken minder geneigd zijn om zich aan de regels te houden. Het gemak waarmee katholieken hun door de zonde bezoedeld zieltje weer wit kunnen wassen is misschien ook debet aan het feit dat ze wat losser door het leven gaan. .

  5. jacob krekel

    Ik heb in de protestantse kerk diverse ambten vervuld en als men mij dan vroeg hoe ik dat ervoer dan antwoordde ik dat ik ervan uit ging dat kerkleden gewone mensen zijn, en zich ook zo gedragen. Zo’n uitgangspunt voorkomt teleurstellingen. Dat zien we ook in dit verhaal van Athanasius. Ik geniet van zulke verhalen. Wat een prachtige details ook. Ongetwijfeld heeft de partij van A. soortgelijke kunstjes geflikt, en ik hoop daar in een volgend blog meer van te lezen.

    1. @JacobKrekel
      Bedoelt u met “de partij van A.” nu de partij van Arius of de partij van Athanasius? Een schisma ontstaat waar een leugen, die heel veel op de waarheid lijkt, zich afscheidt van de waarheid. In postmoderne tijden met relativisme kunnen we ons dat nauwelijks nog voorstellen. Onze tijd is eerder politiek en daardoor louter pragmatatisch; visies of principes zijn daarbij, vanwege de verplichting, meestal lastig.

  6. jacob krekel

    Ik bedoel dat ik graag dit soort verhalen lees, van welke A. ook, en desnoods van B.
    En wat betreft uw opvatting van de waarheid. Ik ben erg blij dat in de Bijbel twee totaal verschillende scheppingsverhalen, twee in alle details verschillende zondvloedverhalen en minstens vier verschillende opvattingen over de betekenis van het lijden sterven en opstanding van onze Heer en zaligmaker staan. Dat houdt het goddelijk mysterie in stand en behoort te voorkomen dat mensen gaan denken dat ze de waarheid in pacht hebben.

    1. @JacobKrekel
      De vier synoptische Evangeliën laten zien hoe het werkt: vier personen kijken naar iemand of iets en brengen daarvan verslag uit. De uitkomst presenteert niet de uniforme objectiviteit van de wetenschap, maar menselijke verhalen vanuit een persoonlijke invalshoek. Deze kun je, binnen een kader, op verschillende manieren interpreteren. Het gaat er m.i. niet om dat je de Schrift letterlijk neemt, maar dat je de Schrift serieus neemt. De heilige Athanasius nam het zo serieus dat hij, door de genade, een nieuw Grieks woord ( ὁμοούσιος ) vond om daarmee de relatie tussen de hypostasen van de Heilige Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) uit te drukken. https://en.wikipedia.org/wiki/Homoousion

  7. Gerdien

    “De objectiviteitsdrang van de wetenschapper en het christelijke geloof staan vaak tegenover elkaar. maar misschien komen ze voort uit dezelfde bron: het zoeken naar objectieve waarheid.”

    Het christelijk geloof heeft niets te maken met objectieve waarheid. Het hele idee bestond nog niet. Zie ook Jacob Krekel augustus 5, 2018 om 1:55 pm voor de broodnodige relativering.

  8. Jaap-Jan Flinterman

    Dag Jona. Zelfs tijdens mijn vakantie niet tot enige zorgeloosheid in staat vraag ik me af of wat je poneert over de heidense houding ten opzichte van christenen standhoudt: “Christus was een god onder de goden en zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond en ten tijde van keizer Tiberius op aarde had geleefd.” Het lijkt me zeker niet onmogelijk dat er heidenen waren die de goddelijkheid van Jezus accepteerden, maar of die nu onder de tegenstanders van het christendom zo dik gezaaid waren waag ik te betwijfelen. Ik noem drie gegevens die die twijfel voeden.
    (1) Plinius maakt in zijn brief aan Trajanus over de vervolging van christenen in Pontus-Bithynië in de vroege tweede eeuw (ep. 10.96) met klaarblijkelijke tevredenheid melding van het feit dat mensen die ervan beschuldigd waren christen te zijn, maar dat niet (meer) waren, daarvan blijk gaven door aan de goden te offeren én door Christus te vervloeken. Staat dat ‘Christo male dicere’ niet op gespannen voet met de erkenning van de goddelijkheid van Jezus? Of je Plinius mag typeren als een (fanatieke) tegenstander van het christendom is misschien voor discussie vatbaar. In elk geval trad hij ertegen op. Hij vond hij het trouwens ook een ‘superstitio prava, immodica’. ‘Superstitio’ is bijna onvertaalbaar, zoiets als ‘een geloof voor asocialen’, ‘een cultus die geen pas geeft voor een Romein’, maar de adjectieven daar is geen woord Grieks bij: ‘verdorven’, ‘mateloos’.
    (2) Wie zeker getypeerd kan worden als een tegenstander van het christendom is Celsus, de tweede-eeuwse schrijver van een antichristelijke polemiek vanuit een filosofisch doordachte polytheïstische overtuiging. We kennen, zoals bekend, zijn werk alleen dankzij de bestrijding ervan door Origenes in diens ‘Contra Celsum’. Hoe keek deze tegenstander tegen de door christenen geclaimde goddelijkheid van Jezus aan? Hij betoogde dat Jezus’ wonderen het resultaat waren van tovenarij en dus zeker niet van zijn bovenmenselijke natuur getuigden. De tijd om alle relevante passages op een rijtje te zetten ontbreekt me, maar je kent ze zelf ook wel.
    (3) Tenslotte Lucianus in zijn ‘Het levenseinde van Peregrinus’ (eveneens tweede eeuw). De cynische filosoof die van dit schotschrift het mikpunt is, had ook een christelijke levensfase doorgemaakt, en in deze fase had hij er tevergeefs naar gestreefd de kroon van het martelaarschap te verwerven. Wat schrijft Lucianus over de christenen en Jezus? Ik citeer de vertaling van Hein Van Dolen (Het levenseinde van Peregrinus 13). “Het komt erop neer dat die arme stumperds het in hun hoofd hebben gehaald dat zij onsterfelijk worden en het eeuwige leven krijgen. Het gevolg is dat zij de dood verachten en zich in groten getale vrijwillig aangeven. Daarbij komt dat hun eerste wetgever hun heeft geleerd dat zij elkanders broeders moeten zijn, wanneer ze eenmaal over de schreef zijn gegaan door het geloof in de Griekse goden af te zweren, waarna zij die aan het kruis geslagen praatjesmaker zelf vereren en volgens zijn wetten leven.”
    Enfin, deze tweede-eeuwse tegenstanders van het christendom ontkenden natuurlijk niet dat Jezus van Nazareth had geleefd. Maar hij was een religieuze charlatan en een gekruisigde praatjesmaker, en de vertegenwoordigers van de Romeinse overheid die tegen zijn aanhangers optraden, hoorden met genoegen zijn naam vervloeken. Met ‘erkenning dat deze godheid bestond’ valt dat naar mijn smaak allemaal moeilijk te rijmen.

    1. Ik zie je punt, maar ik dacht eigenlijk meer aan de derde dan aan de tweede eeuw. Wat betreft de eerdere ressentimenten – dus uit de twee eerste eeuwen – vraag ik me af of die niet grotendeels vallen binnen de normale spanningen tussen de diverse stromingen? Josephus moet, als hij het heeft over heidenen, niets hebben van Isis-aanhangers; als hij het had over andere joden, kon hij zich ook knap onvriendelijk uitdrukken.

      Ik weet niet of de scheldpartijen tegen het christendom wel zo extreem zijn. Wat wél uniek is, is dat één groep binnen het christendom de bordjes heeft weten te verhangen: enerzijds hebben degenen die geloofden dat de verering van Christus het offer aan andere goden uitsloot, weten te claimen dat zij hét christendom waren en dat anderen “semichristiani” waren, anderzijds zijn vrijwel alle overgeleverde bronnen door deze orthodoxen geschreven.

      Denk ik dan.

      1. @JonaLendering
        Dat het orthodoxe christendom aanspraak maakt op het ware en zuivere christendom leidt uiteraard tot veel kritiek en morele verontwaardiging buiten het orthodoxe christendom (met name in de historisch-kritische exegese als in de gnosis). Kern van de discussie is de christologie: Wie is Christus? (voor historici: wie was de historische Jezus van Nazareth) De weg van de historische wetenschap is het bronnenonderzoek, de weg van de Kerk is de Schrift en de Traditie.

        Met het Concilie van 325 werd de geloofsbelijdenis van Nicea vastgelegd. Voor de wetenschap en de gnosis een leerstellige tekst met het doel om macht te centraliseren en uit te oefenen. Voor de Kerk een dogma, een “schrijn” om de door God geopenbaarde Waarheid aan de mens in te bewaren en door te geven.

        De discussie is lastig omdat er altijd emoties meespelen (morele verontwaardiging die door een “machtsinstituut” wordt opgewekt of we kunnen ons boos maken over de waarheidsclaim van iemand anders). De orthodox gelovige en de historicus staan daarbij meestal tegenover elkaar.

        Wanneer u schrijft “enerzijds hebben degenen die geloofden dat de verering van Christus het offer aan andere goden uitsloot, weten te claimen dat zij hét christendom waren” kan ik daarbij opmerken dat Christus als mensgeworden God en onze Verlosser géén concept is, maar een te ervaren werkelijkheid. De liefdesrelatie die door het Offer van Christus ontstaat, vraagt van de mens om antwoord en dat zijn niet zelden offers.

        Het Woord van God uit het Evangelie van Johannes “Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.” heeft de christenen die door keizer Decius en Diocletianus vervolgd werden bovenmenselijke kracht gegeven om hun geloof niet te verloochenen en in navolging van Christus te sterven.

        Je kunt niet Christus volgen en afgoden dienen. Als gedachte-experiment kan het misschien wel, maar in de praktijk betekent het verraad, overspel. Als de Kerk zou zeggen dat je Christus niet exclusief de hoogste plaats hoeft te geven, maar dat je Hem best mag delen met de afgoden, dan zou de Kerk de Kerk niet zijn. Met Kerk bedoel ik uiteraard niet een machtsinstituut maar het mystieke Lichaam van Christus.

      2. Jaap-Jan Flinterman

        Dank voor je antwoord, Jona, waaruit ik opmaak dat je het met me eens bent dat de stelling dat “zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond” voor de tweede eeuw niet opgaat. “Maar ik dacht eigenlijk meer aan de derde eeuw dan aan de tweede,” schrijf je. Dan wordt qua bronnen de spoeling natuurlijk een stuk dunner dan in de tweede eeuw, maar goed, we hebben de fragmenten van een geharnaste tegenstander van het christendom, Porphyrius. Is er in die fragmenten iets wat erop wijst dat deze neoplatonist de goddelijkheid van Jezus accepteerde? Of is er een andere derde-eeuwse tegenstander van het christendom voor wie de stelling in de eerste volzin van je stukje opgaat? Ik neem gemakshalve maar even aan dat je je voor die stelling niet beroept op de (strekking van de) wetgeving van Decius en Valerianus.

    2. @Jaap-JanFlinterman
      U bevestigt voor mij dat in de eerste twee eeuwen het onderstaande Bijbelwoord uit het Johannes Evangelie bevestigd werd: “Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.”

    3. Roger van Bever

      In onze Latijnse leesclub hebben we de brief van Plinius Secundus en het antwoord van Trajanus erop gelezen en bediscussieerd. Ik denk dat Plinius op het eerste gezicht niet overkomt als een (fanatiek) christenhater of vervolger, maar dat hij er geen raad mee weet en die christenen maar rare gasten vond en ze niet goed kon plaatsen. Als gouverneur van Bithynia-Pontus moet hij natuurlijk ook zorgen voor rust in die Romeinse provincie. Hij wendt zich dus in ca. 112 CE per brief tot zijn baas Trajanus om hem om advies te vragen over hoe hij de christenen moet behandelen. Het antwoord van Trajanus lijkt mij minstens even interessant, zoniet nog interessanter. Hij geeft een pragmatisch antwoord aan Plinius waaruit blijkt dat een christen eigenlijk wel gestraft hoorde te worden, maar dat ze niet actief opgespoord hoefden te worden en dat anonieme aangiften genegeerd moesten worden. M. a. w. een oogje dichtknijpen, beste Plinius. Hieruit kunnen we opmaken dat voor Trajanus Rome rust in de provincie bovengeschikt maakte aan de vervolging van een of andere nieuwe sekte. Er was dus op dat moment geen actieve vervolging van de christenen aan de orde. Over de echte houding van Plinius t.o.v. de christenen is uit deze brief echter geen uitsluitsel te geven. Ook weten we niet of deze brief niet een beetje gevlei is (kijk, eens hoe goed ik het wil doen) of een zich indekken tegenover Trajanus voor als er later gedoe komt.

  9. @ Jona om 11:55
    Ik mis een woord of zo op de aangegeven plek in: “Het edict van Valerianus is gewoon over [….] en de uitvoering van Decius’ vervolging is voldoende geattesteerd.”

Reacties zijn gesloten.