Hoe belangrijk is die Oudheid nou? (1)

Klassieke façade, maar de structuur is gewoon staalbouw

Een van de vaste gasten op deze blog, Martin, stelde onlangs verontwaardigd de vraag hoe mensen toch konden denken iets van de westerse cultuur te begrijpen zonder kennis van de klassieke Oudheid. En hij voegde toe dat er onder het mom van het postmoderne een hoop slechte educatie en een hoop oppervlakkig gewauwel schuilgaat.

Ik houd van dit soort opmerkingen omdat het uiteindelijk gaat om wat je met een concept bedoelt: Oudheid, klassiek, postmodern.

Oudheid

Eerst maar even of we kunnen zonder kennis van de Oudheid. Daar kunnen we kort over zijn: je kunt prima zonder. Het idee dat de Mediterrane wereld vóór pakweg 500 n.Chr. belangrijk voor ons zou zijn, is gewoon kant en klare kullekoek. Het zou belangrijk zijn als er destijds iets zou zijn ontstaan dat ons nu nog bewijsbaar beïnvloedt. Voor je zoiets kunt beweren, moet je vier dingen bepalen. Ik behandelde ze ook in Vergeten erfenis en Xerxes in Griekenland.

  1. Je moet een wezenskenmerk identificeren in zowel de antieke cultuur als de eigen cultuur. Bijvoorbeeld: je moet bewijzen – en niet aannemen – dat de politieke vrijheid in Griekenland een reeks andere vrijheden mogelijk maakte.
  2. Dit wezenskenmerk behoort mensen ook daadwerkelijk te beïnvloeden. Dat wil zeggen dat de cultuur van toen door de tijd heen inwerkt op mensen in onze tijd. Bijvoorbeeld: de agrarische ritmes die in de oude wereld zinvol waren (zoals vroeg opstaan) bestaan nog altijd, zelfs nu ze niet langer zinvol zijn. Iemand kan zich tegen zo’n invloed verzetten, maar dat komt neer op ingaan tegen datgene wat anderen ervaren als normaal.
  3. Deze gedragsbeïnvloedende factor mag uitsluitend in de Oudheid zijn ontstaan en mag daarna alleen aanwezig zijn geweest bij de daarop voortbouwende culturen.
  4. Die factor moet ook werkelijk aanwezig zijn gebleven, generatie na generatie, zodat ook wij er inderdaad door kunnen zijn beïnvloed.

Minimaal kan worden gezegd dat het bewijs moeilijk is. Ik ken eigenlijk, afgezien van die slaapritmes en de theorie van Rémi Brague over de Romeinse bescheidenheid, geen werkelijk overtuigende voorbeelden van een antiek verschijnsel dat ons beïnvloedt. Verschijnselen die aan bovenstaande vier eisen voldoen, zijn er pas vanaf pakweg de Volle Middeleeuwen. De tijd tussen pakweg 400 en 1000 is in West-Europa en het Nabije Oosten echt een enorme breuk in de geschiedenis geweest.

Sociale wetenschappen

Dat de Oudheid op een of andere manier invloed heeft, is een negentiende-eeuws idee dat totaal aan gruizels is geschreven in de twintigste eeuw, toen sociaalwetenschappers en geschiedtheoretici concepten als “continuïteit” en “invloed” doordachten.

Daar waar men niet van deze inzichten heeft geprofiteerd, wordt de verouderde notie echter nog weleens uitgedragen: denk aan classici en aan het Angelsaksische taalgebied. Als Engelsen fatsoenlijk Duits en Frans lazen, was in elk geval de geschiedschrijving een stuk gezonder. Als classici boeken over geschiedtheorie lazen, zouden de klassieken iets van hun traditionele culturele gezag hebben behouden.

De aanname dat wanneer je het (antieke) ontstaan van iets kent, je het ook goed begrijpt, laat ik nu even buiten beschouwing. Dit stukje is al te lang. Maar het is natuurlijk een vorm van essentialisme.

Klassieken

Is de invloed van de Oudheid op ons verwaarloosbaar of onbepaalbaar, het beeld dat het belangrijk is, is dat niet. De christenen meenden de Romeinse cultuur voort te zetten. Karel de Grote beschouwde zijn rijk als een voortzetting van het Romeinse Rijk. De Ottoonse keizers hadden in de gaten dat dat niet zo was en meenden het Romeinse Rijk te herstellen en dat meende Barbarossa te kunnen doen middels de herinvoering van het Romeins Recht. Renaissance, classicisme, neoclassicisme: noem maar op. Europa – wat dat ook moge wezen – heeft altijd gemeend iets met de Oudheid te hebben. Onze cultuur – wat dat ook moge wezen – heeft een klassieke façade, zelfs als de eigenlijke structuur heel anders is.

Dus als we het hebben over de klassieke traditie, dan beginnen we hout te snijden.

[Wordt vervolgd]

2 gedachtes over “Hoe belangrijk is die Oudheid nou? (1)

  1. FrankB

    “geen werkelijk overtuigende voorbeelden van een antiek verschijnsel dat ons beïnvloed”
    Dit is wel grappig, want het simpele feit dat jij dit stukje schrijft is er een voorbeeld van: de gewoonte te reflecteren op ons verleden. Algemener: de gewoonte onze werkelijkheid systematisch te onderzoeken. Er gaat een rechtstreekse lijn van Thales van Milete naar Stephen Hawking. Je zou kunnen aanvoeren dat niet aan criterium 3 is voldaan, omdat er zich in India en China sterk overeenkomstige ontwikkelingen hebben voorgedaan. Maar dat lijkt mij onzinnig, omdat die ontwikkelingen voor het overgrote deel onafhankelijk waren. Kijk maar hoe lang het heeft geduurd voordat het getal 0 Europa heeft bereikt.
    Maar dat laat “de tijd tussen pakweg 400 en 1000 …..” onverlet, evenals je andere conclusies.

    “Maar het [de aanname dat ….] is natuurlijk een vorm van essentialisme.”
    is ook betwistbaar.

  2. Zet je nu niet te rigoureus alles bij het vuil? Die Romaanse talen zijn er niet vanzelf gekomen, en ze zijn toch wel vrij wezenlijk voor het huidige Europa. Die taalgrens in België levert nog dagelijks gelazer op. En al die steden die hun oorsprong en hun naam danken aan de Oudheid. De verspreiding van het christendom, inclusief de kerkelijke bestuursstructuren die in de Romeinse tijd zijn ontwikkeld. De bouwkunst (al dan niet via de omweg via Constantinopel). De Franse wijnbouw. Dit alles is niet zomaar ergens spontaan in de middeleeuwen ontstaan, maar hebben een continuïteit vanuit de Oudheid. Lijkt me toch wel wenselijk dat je dan enige kennis hebt van die Oudheid. Dan snap je tenminste wat beter waarom Fransen Frans spreken en Duitsers Duits. Dat het onzinnig is de Atheense democratie als bakermat van de onze te noemen – en dan even de Germaanse volksvergaderingen, het Engelse parlement en onze eigen staten-generaal maar even te vergeten -, lijkt me zeer belangrijk om te constateren, maar schiet het nu niet een beetje te veel de andere kant op? Zorgt de angst voor 19e eeuwse valkuilen niet weer voor nieuwe vakuilen?

Reacties zijn gesloten.