De adelaar van het Veertiende

De adelaar van het Veertiende

Driemaal is scheepsrecht en omdat ik al eergisteren en gisteren heb geblogd over de Eburoonse koning Ambiorix en zijn relatie tot Tongeren, doe ik het vandaag nog een derde keer. Er is namelijk onlangs een wijziging aangebracht in het door Jules Bertin gemaakte standbeeld op de Grote Markt. Ik zou het niet hebben herkend als Herman Clerinx me er niet op had gewezen. De auteur van de prachtboeken Een paleis voor de doden en Romeinse sporen is, voor wie dat niet mocht weten, een van de beste schrijvers over de Oudheid in ons taalgebied.

Het beeld stelt dus Ambiorix voor, de “koning van alles” die in 54 v.Chr. het Veertiende Legioen vernietigde, wellicht in de vallei van de Jeker, bij Kanne-Caestert. Het beeld toont een stoere krijger die een lauwerkrans en Romeinse roedenbundels vertrapt, de fasces die in de dagen van Bertin nog niet de nare associatie hadden die ze sindsdien hebben. Ook hield hij – ik bedoel de bronzen Ambiorix – een adelaar in bedwang, maar die vogel was sinds 1965 ineens gevlogen.

De zaak kwam een halve eeuw later in beweging toen Eugène Devue in januari 2017 in Riemst kwam luisteren naar een lezing over Ambiorix. (Ik mag in een boon veranderen als het niet is geweest in de bibliotheek waar ik zelf twee maanden geleden heb gesproken over papyrusvervalsingen.) Toen de spreker, de onlangs overleden Frits Berckmans, vertelde dat de adelaar zoek was, herinnerde Devue zich sterke verhalen van oudere medestudenten, die hadden bekend dat ze ooit in kennelijke staat op de sokkel van het beeld waren geklommen en dat bij die klimpartij de adelaar was losgebroken. Ze hadden het corpus delicti meegenomen om het te verkopen maar omdat niemand het van ze afnam, was het uiteindelijk bij een van de studenten thuis beland.

Devue ging op zoek, vond de adelaar van het Veertiende, beloofde de vandaal anonimiteit en zorgde ervoor dat het voorwerp terugkwam naar Tongeren. De vogel had een flinke klap gekregen en moest worden gerestaureerd, maar is inmiddels dus terug. Ik begrijp dat hij is vastgezet met extra schroeven.

20 gedachtes over “De adelaar van het Veertiende

  1. Tonni de Boer

    Het is dus een 20e eeuwse interpretatie van de adelaar van het klassieke 14e legioen. Er is geen student die aan tijdreizen heeft gedaan!

  2. jacob krekel

    Wat zijn er toch een leuke verhalen te vertellen.
    Niet erg relevant voor het onderwerp, maar toch maar. Ik moet bij deze naam altijd denken aan Suske en Wiske, in het bijzonder aan de aflevering Lambiorix.
    Zitten die belgae dan toch in het collectieve geheugen van de Belgen als hun voorvaders?

    1. Ik weet niet of het nu nog gebeurt. Maar vroeger leerde elk kind in de lagere school over de ‘Oude Belgen’. Dat waren de pre-Romeinse voorlopers van de hedendaagse Belgen. (Daarmee zat het geschiedenisonderwijs helemaal in de traditie van Pirenne, maar dat werd er niet bij gezegd.) Dus ja: de Belgae zitten rechtstreeks of onrechtstreeks in het collectieve geheugen van het Belgenland.

      1. Dirk

        De lagere school waar ik werk, bezoekt met het 4de leerjaar (groep 6) het Gallo-Romeinse Museum. Ik heb hun lessen daarover niet bij de hand, dus kan niet zomaar zeggen met welke insteek dit wordt aangebracht.
        In 5 (mijn leerjaar) en 6 is er vooral aandacht voor de verovering van Gallië in de context ongeschreven/geschreven bronnen. Het handboek is zeer beperkt: Gallische volksstammen werden door Caesar verslagen, Belgica werd een Romeinse provincie, de Romeinen legden heerbanen aan en er ontstonden steden, zie Tongeren. De afbeeldingen zijn een kaartje van Romeins België, een reconstructietekening van een Gallisch oppidum, het standbeeld van Ambiorix, de stadsmuren van Tongeren en een Romeinse munt. Daarbij horen enkele opzoekopdrachten in het werkboek.

        Voor een beetje leraar is zo’n handboek maar een miniem deel van de les. Ik ben een oudheidfanaat met extra interesse voor deze periode, dus mijn aanpak is uiteraard niet representatief. De hele historie biedt kansen om zowel het belang als de valkuilen van geschreven bronnen te behandelen. Caesars opening van DBG is het startpunt, inclusief het bedenkelijke compliment aan de Belgen. We proberen met onze beperkte kennis van Frans wat woorden te herkennen in het Latijn. Omdat Antwerpse scholen een divers publiek hebben, kunnen we vaak rekenen op kinderen die thuis Portugees, Spaans of Italiaans spreken. Het is ineens een goede kapstok om het te hebben over identiteit. Zijn wij Belgen? Zijn Belgen vandaag verwant aan de Belgen van toen? Wat bedoelde Caesar toen hij dit schreef? Even naar begrijpend lezen – het doel van een tekst bepaalt hoe we hem moeten lezen.

        Ambiorix en Atuatuca leveren vervolgens niet enkel een spannend verhaal op, maar ook aandacht voor de problemen van de archeologie. Zoals Saskia enkele dagen geleden terecht reageerde op mijn gaststukje: “kinderen (worden) in dit vak onder hun capaciteiten en natuurlijke nieuwsgierigheid aangesproken”. Dat klopt: er zijn er misschien maar een paar die iets kunnen met de termen minimalisme en maximalisme, maar ze begrijpen allemaal goed wat het probleem is. Tenslotte een zijsprong naar taal: eigennamen en soortnamen. Wat betekent: Id castelli nomen est?

        De lessen geschiedenis (maar zeg niet aan de inspectie dat ik het zo noem) geven we in september. In mei komt het even terug aan bod in een lessenreeks over archeologie, met Archeon als uitsmijter. Helaas dit jaar geannuleerd.

        Er wordt dus zeker geen rechtstreekse afstamming geponeerd, laat staan een continue identiteit. Wij verwachten in 5 ook niet dat ze een hoop Belgische stammen kunnen opnoemen met het ezelsbruggetje sTAMMEN.

      2. Dat klopt! In de 4de klas van de lagere school leerden we dat, voordat de Romeinen kwamen, de “oude Belgen’ onze landstreken bewoonden. Zij waren zeer dapper, vochten graag en waren speelziek en hun geliefde drank was ‘mede’. Ze woonden in ‘paalwoningen’ op moerasachtige grond. Of er al naar DBG verwezen werd kan ik mij niet meer herinneren. Wel werden de verschillende stammen genoemd en stond er een afbeelding van Ambiorix en een kaartje in ons geschiedenisboekje met het territorium van de diverse stammen. Het beeld dat geschetst werd van de ‘Oude Belgen’ appelleerde aan onze verbeelding en ook nu nog zit het diep in het collectieve geheugen. Maar dat heb je ook bij de Nederlanders, merk ik, met de Frisii, de Batavi en de Cananefati. En ook de Fransen met hun ‘nos ancêtres les Gaulois’. Zo begonnen de meeste Franse geschiedenisboekjes van de Franse kinderen. Deze uitdrukking werd met een zekere ironie gebruikt, omdat de kinderen in de Franse kolonies dit ook ook moesten leren, hetgeen totaal ridicuul was.
        Toen ik in Leuven studeerde, was er op de Grote Markt (de langste toog van Europa) een café dat ‘de Ambiorix’ heette, het lokaal van de Limburgse studentenvereniging. Ik ben er ook vaak geweest samen met een Limburger die in hetzelfde huis ‘op kot’ was als ik. Ambiorix heeft dus voor mij een dubbele connotatie.

        Off-topic: Ik heb nog even naar de kaart gekeken en ben toen wat gaan lezen over de Morinen. Ik ben weer wat wijzer geworden want enkele jaren geleden is door genetisch onderzoek een verwantschap aangetoond met een stam in Ierland. Dat zou kunnen betekenen dat een deel van de Morinen naar het continent verhuisd zijn.

        1. FrankB

          “Zij waren …..”
          Klinkt als dat vergeten Bretonse dorpje, dat dapper weerstand blijft bieden.

          “Maar dat heb je ook bij de Nederlanders, merk ik, met de Frisii, de Batavi en de Cananefati.”
          Bij mij is dat nooit zo goed aangeslagen. De Griekse goden daarentegen, maar al hun lage streken, spraken mij altijd enorm aan.
          Maar u hebt zeker een sterk punt. Een zekere boreale politieke leider appelleert er al maanden aan in een tv-spotje genaamd “Het land van FvD”. Ik ga er niet naar linken; als u zin hebt in kromme tenen kunt u het op YouTube vinden.

          1. … Een zekere boreale politieke leider appelleert er al maanden aan in een tv-spotje genaamd “Het land van FvD”…

            Nee, Frank, naar deze leider zal ik zeker niet linken. Mijn tenen, helaas al krom door de artrose, wil ik niet nog meer krommen. Dat beeld van de ‘oude Belgen’ maakte wel een bepaalde indruk op onze kinderzieltjes, maar gelukkig leidde het niet tot ‘Blut und Boden’-romantiek bij mij!

  3. FrankB

    Ah, poëtische gerechtigheid ….. de Romeinen haalden hun adelaars immers ook altijd terug.

  4. Jeff

    Ineens kwam de gedachte bij me op dat het al die jaren toch wel meermaals gebeurd zal zijn, dat er precies op de plaats van de ontbrekende adelaar een duif zal hebben gezeten.

      1. Rob Duijf

        Dit vraagt om een nadere verklaring: er zijn alleen arenden. Die worden ook wel adelaar genoemd, maar de adelaar als soort bestaat niet.

        De adelaar kennen we uit de herladiek en de beeldende kunst, in de klassieke mythologie, als symbool van macht en overwinning bij de Romeinen, en als symbool van de opstanding en hemelvaart van Christus.

Reacties zijn gesloten.