De zeeslag bij Aktion (2)

Aktion: Marcus Antonius’ basis was rechtsonder, die van Octavianus linksboven

[Ik was eergisteren begonnen met een reeks over de strijd tussen enerzijds Octavianus, de latere keizer Augustus, en anderzijds zijn rivaal Marcus Antonius met de Egyptische koningin Kleopatra VII, die culmineerde in de zeeslag bij Aktion Ik had erop gewezen dat de vorm waarmee de laatsten zich presenteerden, als goden, het voor Octavianus makkelijk maakte hen als on-Romeinse weg te zetten.]

Toen Senaat en Volk van Rome in 32 v.Chr. namens Octavianus de oorlog verklaarden aan Marcus Antonius, trokken diens legioenen naar Griekenland, waar het op 2 september 31 bij Aktion, even benoorden het eiland Leukas, tot een zeeslag kwam die door Octavianus en zijn admiraal Agrippa werd gewonnen. Het conflict groeide in de propaganda uit tot een strijd met kosmische dimensies.

Vergilius

In zijn Aeneis, het Romeinse nationaal epos, verwoordde de Romeinse dichter Vergilius het (in de vertaling van Marietje D’Hane-Scheltema) als volgt:

De hele Kaap van Leukas lijkt te branden
van oorlogslinies, en het water toont een gouden gloed.
Links leidt Octavianus zijn Italiërs ten strijde,
gesteund door Volk, Senaat, beschermd door huis- en tempelgoden,
rechtop op ’t hoge achterdek; een dubbel vuur vlamt van
zijn stralend hoofd omhoog, zijn vaders ster verschijnt daarboven.

En ginds Agrippa: wind en goden zijn hem goedgezind,
terwijl hij fier zijn schepen richt; zijn kroon, gepunt met snebben
– trots  zegeteken in de oorlog – schittert rond zijn hoofd.

En van de overzij, met veel uitheems vertoon van wapens,
voert vorst Antonius vanaf Aurora’s roze stranden
Egypte aan, plus heel veel Oosters volk, zelfs Baktriërs,
en met hem komt – o schande – zijn Egyptische mevrouw!

Alles is in beroering en het hele zeevlak schuimt
door ’t slaan der riemen en de vaart van scherpgepunte snebben.
Men raakt in open zee. Het lijkt of de Cycladengroep
op drift is of dat hoge bergen tegen bergen botsen:
met zoveel kracht van torenhoge schepen valt men aan.
Strofakkels, met de hand geworpen, en gevleugeld ijzer
flitsen in ’t rond. Neptunus’ veld kleurt rood van ’t verse bloed.
In ’t midden spoort Kleopatra met oosters rateltuig
haar mannen aan. […] Allerlei godenwezens, onder wie
hondsgod Anubis, vallen aan op Venus, op Neptunus,
ginds op Minerva. Mars, gepantserd in het staal, raast rond
in ’t holst der strijd; gehuil van Furiën daalt uit de hemel. […]
Dit ziende richt Apollo, god van Aktion, zijn boog
vanuit de lucht: heel India, Arabië, Egypte,
ja, ’t hele Oosten slaat voor zijn bedreiging op de vlucht.
Je ziet hoe nu de koningin om windkracht smeekt, en hoe zij
de zeilen hijst, en meer en meer de schoten viert, lijkbleek
door ’t dreigend einde en omringd door moord en bloed. (Aeneïs 8.676-709)

Er waren vanzelfsprekend Baktriërs noch Indiërs in Antonius’ leger, maar dat moet de lezer maar voor lief nemen, want overdrijven is des dichters stiel. In feite zet Vergilius hier Kleopatra’s zelfpresentatie als godin op z’n kop: tegenover het bestiale Egyptische pantheon plaatst hij de waardige Romeinse goden. Daarmee slaat hij twee vliegen in één klap. Enerzijds maakt hij van de zeeslag bij Aktion een godenoorlog ofwel – om een term te gebruiken uit het jargon van de epiek – een theomachie; anderzijds zet hij de vijand neer als dierlijk, onmenselijk. Maar het is natuurlijk propaganda. Door het conflict naar een bovennatuurlijk plan te tillen blijft het menselijk drama verborgen.

Militaire vergissingen

Als de goden zich er al mee bemoeiden, dan was het doordat ze Marcus Antonius een paar merkwaardige fouten lieten maken. Dat hij al zijn troepen samentrok bij Kaap Aktion was al een vreemde zet. Weliswaar kon hij hiervandaan snel oversteken naar de hak van Italië of naar Sicilië, maar Octavianus had in de voorafgaande jaren Illyrië veroverd en bezat dus een uitstekende uitvalsbasis in de regio.

Diens leger arriveerde dan ook al snel bij Aktion en sloeg een kamp op aan het begin van het schiereiland dat afloopt naar het huidige havenstadje Preveza. In de baai ten westen van het schiereiland, Komaros, richtten Octavianus en Agrippa hun vlootbasis in. Misschien wilde Antonius wel dat zijn tegenstanders hierheen kwamen, maar hij moest al snel toelaten dat Agrippa een voor een zijn aanvoerlijnen afsneed: eerst viel Leukas, vervolgens Patras, daarna Korinthe. Aangezien de aanvoerlijnen van Octavianus door Illyrië liepen en intact waren, zou, ongeacht de omvang van Antonius’ voedselvoorraad, vroeg of laat het moment komen waarop de balans zou doorslaan in diens nadeel.

Inmiddels was het zomer geworden en bleek dat Antonius’ kamp op een ongezonde plaats was gebouwd. (Het Saltinimeer was nog in de twintigste eeuw het domein van de malariamug.) Hij probeerde de situatie te redden door een schipbrug tussen de twee schiereilanden te slaan en een tweede kamp in te richten op het noordelijke schiereiland, even boven Preveza, en Octavianus uit te dagen tot een veldslag. Maar die was verstandiger, temeer daar Antonius’ manschappen hun leider in de steek begonnen te laten. Nog voor de zeeslag bij Aktion was begonnen, leek Octavianus deze te hebben gewonnen.

[Wordt vervolgd]

11 gedachtes over “De zeeslag bij Aktion (2)

      1. Jaap-Jan Flinterman

        Een theogonie is een verhaal over de wording van de godenwereld, het pantheon; een theomachie is een verhaal over een knokpartij tussen de goden. Theomachieën zijn, zoals Jona aangeeft, een kenmerkend onderdeel van heldenepiek. Ook bij Vergilius’ grote voorbeeld Homerus mengen de goden zich geregeld in het strijdgewoel.

  1. FrankB

    “Misschien wilde Antonius …..”
    Of misschien was hij één van die legeraanvoerders (een meer recent, even beroemd voorbeeld is Erwin Rommel) die het belang van logistiek niet beseften.

    1. Frans

      Was het bij Rommel niet zo dat hij zo snel oprukte dat de bevoorrading hem gewoon niet kon bijbenen? Dat overkwam de Duitsers ook in Rusland.

      1. FrankB

        Het één sluit het ander niet uit, integendeel. Rommel rukte inderdaad zo snel op en besefte vervolgens het belang van de logistieke problemen niet die dat met zich meebracht. Tijdens het oprukken hoefde hij het niet te beseffen.
        Met Operatie Barbarossa was het nog een tikkie erger – de plannenmakers besloten dat logistieke problemen er niet toe deden in de zomer van 1941. Ze verwachtten dat ze in september 1941 het Rode Leger beslissend verslagen zouden hebben, waarna ze op hun gemak zouden doorwandelen tot de Oeral. Het gevolg was dat ze in augustus 1941 al niet meer in staat waren om op drie fronten tegelijk (Noord, Midden, Zuid) een offensief te beginnen.

    2. Robbert

      FrankB: toch merkwaardig als een zeer ervaren bevelhebber als Marcus Antonius niet op z’n logistiek zou letten.
      Dan nog is het merkwaardig dat Antonius het toeliet dat Agrippa achter z’n rug zijn aanvoerlijnen afsneed (en zoals Jona opmerkt, daarmee de slag al bijna gewonnen had): is daar een verklaring voor?

      1. Frans

        Weet ik niet. Maar om er maar weer even een andere oorlog bij te halen: zelfs een zeer ervaren bevelhebber als Napoleon verwaarloosde de logistiek in Rusland. Het kan dus. Misschien was het overmoed?

Reacties zijn gesloten.