De zeeslag bij Aktion (3)

Reliëf van een zeeslag; de krokodil suggereert een Egyptische tegenstander (Vaticaanse Musea, Rome)

[Ik blogde eereergisteren en gisteren over de campagne van Octavianus (de latere keizer Augustus) en zijn admiraal Agrippa tegen Marcus Antonius en Kleopatra, die culmineerde in de zeeslag bij Aktion De laatsten hadden Aktion bezet in het noordwesten van Griekenland, maar Agrippa sneed hun aanvoerslijnen af. Vandaag 2050 jaar geleden volgde de onvermijdelijke zeeslag.]

In korte tijd was Marcus Antonius’ basis veranderd in een val en hij besloot terug te keren naar Egypte. De Grieks-Romeinse historicus Cassius Dio geeft een beschrijving van de zeeslag bij Aktion en somt alle verschrikkingen op. De vertaling van Romeinse Geschiedenis 50.32-35  is van Gé de Vries.

De zeeslag bij Aktion, 2 september 31 v.Chr.

De zeeslag bij Aktion: ochtend

En zo kwam het tot een zeeslag, waarbij beide partijen de eigen manschappen fanatiek aanmoedigden om zo hun zeemanskunst te stimuleren en fanatisme op te wekken. Ook de soldaten op de kust schreeuwden hun aanmoedigingen zodat ze op de schepen te horen waren.

Beide rivalen hadden hun eigen tactiek. Octavianus’ aanhangers deden met hun kleinere, snellere schepen snelle uitvallen om de vijandelijke schepen te rammen; zelf waren ze aan alle kanten bepantserd om beschadiging te voorkomen. Als ze er een tot zinken wisten te brengen was dat meegenomen, en als dat niet lukte waren ze alweer weg voordat het tot een handgemeen kon komen, om daarna hetzelfde schip onverwacht wéér te rammen, of verder met rust te laten om aandacht te besteden aan andere schepen. Als ze die ook schade hadden toegebracht, voorzover dat in zo’n korte tijd kon, voeren ze weer naar andere, en daarna naar wéér andere, om ervoor te zorgen dat hun aanval op een bepaald schip zo onverwacht mogelijk kwam. Ze volgden deze tactiek omdat ze beducht waren voor de langeafstandsprojectielen van hun tegenstanders en ook niets voelden voor een gevecht van man tegen man. Dus gingen aanval en eventueel gevecht snel in hun werk want ze kwamen plotseling aanvaren om de vijandelijke boogschutters geen tijd te geven hun werk te doen. Op die manier slaagden ze erin hun vijanden te verwonden of net genoeg verwarring te stichten om niet geënterd te kunnen worden en zich buiten het bereik van de vijandelijke projectielen terug te trekken.

Hun tegenstanders probeerden de aanvallende schepen te treffen met een regen van stenen en pijlen, en met enterhaken vast te maken. Als dat lukte wisten ze ook te winnen, maar als het enteren niet goed ging werden hun eigen schepen lek gestoten en tot zinken gebracht. Om zo’n ramp te voorkomen hadden ze veel kostbare tijd nodig en daardoor maakten ze zichzelf nog kwetsbaarder voor aanvallen door vijandelijke schepen. Twee of drie ervan gingen dan tegelijk in de aanval, waarbij één schip de tegenstander zoveel mogelijk schade toebracht en het andere de treffers van de vijand incasseerde. Op het eerste schip hadden de stuurlieden en roeiers het het zwaarst te verduren, op het andere de mariniers.

De uitbraak

De twee vloten hielden elkaar in evenwicht. In de loop van de middag wakkerde de noordenwind echter aan, zoals in dit gebied gebruikelijk is. Dat was het moment waarop Kleopatra had gewacht.

Haar vloot lag als reserve achter die van Antonius en had zich tot dan toe afzijdig gehouden. De Egyptische roeiers, nog onvermoeid, zetten aan en stootten dwars door de vijandelijke linie tot ze op volle zee waren. Daar richtten ze de masten op en hesen ze de zeilen. Dat ze die aan boord hadden bewijst dat Kleopatra en, zoals zal blijken, Antonius, steeds het plan hebben gehad Aktion te verlaten, want tijdens een zeeslag vormden zeilen en masten alleen maar ballast.

De zeeslag bij Aktion: middag

Antonius ging haar achterna. Het effect was dat de rest van zijn troepen de moed verloor en in verwarring raakte. Ook zij hesen de zeilen, of gooiden de gevechtstorens met al daarbij behorende materieel in zee om zo hun schepen lichter te maken en beter te kunnen ontsnappen. Maar terwijl ze hier nog druk mee bezig waren, werden ze al aangevallen door hun tegenstanders, die de vluchtenden niet achternagegaan waren omdat ze zelf niet over zeilen beschikten en alleen maar toegerust waren voor een gevecht op zee. Dus was er een overvloed aan schepen om het tegen elk schip van Antonius afzonderlijk op te nemen, van afstand en van dichtbij, met als gevolg dat het gevecht door beide partijen met alle beschikbare middelen en met de grootst mogelijke verbittering werd gevoerd.

Octavianus’ soldaten vernielden overal de lagere delen van de vijandelijke schepen, braken de roeiriemen, ramden de stuurriemen, klommen aan dek, kregen daar enkele vijanden te pakken, trokken ze naar beneden of duwden ze van het schip af, of gingen het gevecht aan nu ze in aantal gelijkstonden. Ze werden op hun beurt door de vijand teruggedrongen met bootshaken, met bijlen neergemaaid, bekogeld met stenen en beschoten met zware, speciaal voor dat doel gemaakte projectielen. Als ze naar boven probeerden te klimmen werden ze teruggedrongen en als ze wel bovenkwamen werden ze daar aangevallen. […]

De strijd bleef gelijk opgaan, en omdat Octavianus daardoor steeds onzekerder werd over wat hij verder moest doen, liet hij vuur uit het legerkamp halen. Hij had daar aanvankelijk liever geen gebruik van willen maken omdat hij uit was op het geld dat opgeslagen lag in Antonius’ schepen, maar nu hij zag dat hij onmogelijk op een andere manier de overwinning kon behalen, probeerde hij het maar zo, met het enige middel dat hem nog kon helpen.

Nu kreeg de strijd een heel ander karakter: Octavianus’ schepen kwamen van alle kanten aanvaren, schoten brandenden projectielen af, gooiden werpspiesen met fakkels eraan vastgemaakt (dat deden ze met hun blote handen!) en schoten van grotere afstand potten vol brandende houtskool en pek af en gebruikten daarvoor katapulten. Antonius’ mensen probeerden die projectielen een voor een af te weren, en als er eentje doorheen kwam en op het hout viel en daar direct een grote brand veroorzaakte, zoals je bij een schip mag verwachten, dan gebruikten ze het drinkwater dat ze aan boord hadden en konden daarmee een paar brandjes blussen. Toen het drinkwater op was haalden ze water uit de zee naar boven. Door dat in grote hoeveelheden te gebruiken was er genoeg om het vuur meester te worden, maar ze kregen dat niet overal tegelijk voor elkaar want ze hadden niet voldoende grote emmers. […] Zolang maar een deel van het schip in brand stond hielden een paar mariniers daar stand. Ze sprongen op de planken, en braken die weg of hakten ze in stukken. Die gooiden ze dan in zee of naar hun tegenstanders in de hoop dat die daardoor misschien geraakt zouden worden. De rest van de mariniers ging naar het deel van hun schip dat nog intact was, en probeerde vanuit die positie met hun enterhaken en lange speren een vijandelijk schip tegen het hunne aan te trekken en erop over te springen, of, als dat niet kon, het ook in brand te steken.

Maar toen geen een vijandelijk schip dicht genoeg in de buurt kwam (die wilden dat juist vermijden) en het vuur zich verspreidde naar het gangboord en vandaar verder naar beneden, betekende dat een regelrechte ramp. Een aantal bemanningsleden, met name de mariniers, kwam door de rook om het leven, nog voor het vuur hen kon bereiken, anderen werden geroosterd in de vlammen, als in een oven. Weer anderen werden als het ware gekookt in hun wapenrusting toen die verhit werd. Nog voor ze op die manier de dood vonden, of wanneer ze al half verbrand waren, gooiden sommigen hun wapenrusting weg en werden zodoende getroffen door schoten van afstand. Of ze sprongen in zee en verdronken, of werden door de vijand geraakt zodat ze zonken of door zeemonsters werden verslonden. Alleen als ze door hun kameraden werden gedood, of omgekeerd, of zelfmoord pleegden voordat zo’n ellendig lot hen zou treffen, kwamen ze op een enigszins dragelijke manier aan hun eind, als je de vreselijke situatie waarin ze zich bevonden in gedachten neemt. Verdere martelingen werden hun zo bespaard en hun schepen dienden als brandstapel voor hun lijk.

Tactische zege, operationele nederlaag

Zo eindigde de zeeslag als een gebeurtenis die door Antonius en Kleopatra kon worden uitgelegd als een tactische zege. Ze hadden willen ontsnappen uit de val en dat was gelukt. Ze hadden hun krijgsdoelen van die dag bereikt. Op operationeel niveau was het echter een totale nederlaag. De soldaten die hen van de kust hadden aangemoedigd waren opgeofferd en Antonius liet een groter deel van de vloot achter dan hij zal hebben gewild. De verliezen waren te groot geweest en in de winter lieten de oosterse vorsten die Antonius tot dan toe hadden gesteund hem in de steek. Armenië slaagde er zelfs in zijn onafhankelijkheid te herwinnen.

Toen Octavianus Egypte bereikte, pleegden Kleopatra en Antonius zelfmoord.  Of zoiets. Hun kinderen werden gespaard, maar Caesarion werd zonder veel plichtplegingen uit de weg geruimd.

In deze tijd bracht Octavianus ook een bezoek aan het graf van Alexander de Grote in het centrum van Alexandrië. Hij zal zich bewust zij geweest van de symboliek: de Macedoniër had het einde van het oosterse wereldrijk ingeluid, waarna de oude wereld was uiteengevallen in steeds kleinere rijken en rijkjes, maar nu, na de zeeslag bij Aktion, was het hele Middellandse Zeegebied verenigd onder één man.

5 gedachtes over “De zeeslag bij Aktion (3)

  1. Als je afgaat op het verhaal van Cassius Dio, krijg je de indruk dat Antonius de slag zeker had kunnen winnen als hij de vloot van Kleopatra tijdig had ingezet, in plaats van zijn mannen op te offeren aan zijn eigen veligheid.

  2. Frans

    Ik vond een oud nummer van Geschiedenis magazine in de straatbieb met daarin een artikel over Cleopatra. Over haar dood: “de Duitse gifexpert Dietrich Mebs gaat ervan uit dat Cleopatra een gifdrank heeft gedronken gebaseerd op dolle kervel met opium. Deze combinatie was in Egypte zeer gebruikelijk.”

  3. Robert

    Je maakt er een punt van dat Antonius al van te voren het plan had om Kleopatra te volgen:
    “Dat ze die aan boord hadden bewijst dat Kleopatra en, zoals zal blijken, Antonius, steeds het plan hebben gehad Aktion te verlaten, want tijdens een zeeslag vormden zeilen en masten alleen maar ballast.”

    Maar Dio geeft aan dat ook de rest van zijn schepen dat plan had:
    “Het effect was dat de rest van zijn troepen de moed verloor en in verwarring raakte. Ook zij hesen de zeilen”

    Dit wordt versterkt door Dio’s beschrijving van de vijandelijke vloot:
    “hun tegenstanders, die de vluchtenden niet achternagegaan waren omdat ze zelf niet over zeilen beschikten en alleen maar toegerust waren voor een gevecht op zee.”

    Dat hijsen van de zeilen was dus geen paniek maar een afgesproken moment om er vandoor te gaan? Als dit inderdaad het krijgsplan van Antonius was – met de hele vloot doorbreken – begrijp ik niet waarom men dat niet vanaf het begin van de slag geprobeerd heeft. Of had dat met het wachten op die noorderwind te maken?

Reacties zijn gesloten.