Caesar verovert Corfinium

Portret van Caesar uit Priene

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Corfinium

Om te beginnen bleef Caesar versterkingen ontvangen. Aan het Twaalfde en Dertiende Legioen voegde hij in januari het Achtste toe, nadat hij Pescara was gepasseerd. Op 18 januari sloeg hij het beleg op voor het iets landinwaarts gelegen stadje Corfinium, dat werd verdedigd door Lucius Domitius Ahenobarbus. Caesar schrijft:

Bij zijn aankomst waren vijf door Domitius uit de stad gestuurde cohorten bezig de brug over de rivier af te breken, die op ongeveer drie mijl van de stad lag. In het gevecht dat daar met Caesars voorhoede ontstond, werden Domitius’ soldaten snel van de brug teruggeslagen, waarop ze zich in de stad terugtrokken. Caesar voerde zijn legioenen over de brug, hield halt bij de stad en sloeg naast de muur een legerkamp op. (Burgeroorlog 1.17; vert. Hetty van Rooijen).

Sulmona

Voor het eerst leek het er werkelijk om te gaan spannen, maar gelukkig kon Caesar rekenen op Marcus Antonius, die garnizoenen zal hebben achtergelaten in Arezzo en andere soldaten zal hebben gerekruteerd en zich daarmee voegde bij Caesar. Nog meer versterkingen. Caesar stuurde ze meteen vooruit om op 19 januari de capitulatie te aanvaarden van Sulmona, het toenmalige Sulmo, waar vijf jaar later de dichter Ovidius geboren zou worden.

We zien hier de stedelijke rivaliteiten van de oude wereld. Als de ene stad tegen Caesar is, zullen de buren voor zijn. Ik blogde er al eens over. Vooruitlopend op de gebeurtenissen: het is de verdienste van het Romeinse keizerrijk dat ze deze conflicten wist te neutraliseren. Pax Romana, inderdaad.

Verraad

Terug naar Corfinium, terug naar Domitius Ahenobarbus. Die had gerekend op versterkingen, begreep dat die niet zouden komen, kreeg dat ook nog eens bevestigd door een brief van Pompeius en raakte in paniek. Afgaande op wat Caesar later schreef, zou Domitius de belegerde stad aan haar lot hebben willen overlaten en hebben willen vluchten. Toen zijn soldaten het ontdekten, arresteerden ze hun generaal.

Ze voerden eensgezind Domitius naar buiten, omsingelden en bewaakten hem, en stuurden uit hun midden afgezanten naar Caesar met de mededeling dat ze bereid waren de poorten te openen, zijn bevelen uit te voeren en Lucius Domitius levend aan hem uit te leveren.

Zonder veel moeite kon Caesar Corfinium innemen. Het garnizoen capituleerde en legde de eed van trouw aan hem af, zodat hij wéér meer troepen had.

Clementia Caesaris

De senatoren die in de stad waren, werden aan hem voorgeleid – hieronder was Sextus Quintilius Varus, de vader van de man die later in het Teutoburgerwoud zou sterven – en werden door Caesar begenadigd. Domitius werd vrijgelaten; zijn zoon zou enkele jaren later trouwen met een dochter van Marcus Antonius. Deze demonstratieve begenadiging van zijn tegenstanders was de eerste van een reeks uitingen van de clementia Caesaris.

Het is moeilijk het belang te overschatten. Nog geen maand daarvoor was Italië doodsbang geweest voor de burgeroorlog. Van het leger dat Gallië had veroverd en de bewoners genocidaal had uitgeroeid, verwachtte de bevolking vooral moord en plundering. In feite gedroeg het zich vrij gedisciplineerd en betoonde Caesar zich genadig. Hij was de slag om de Italische publieke opinie aan het winnen.

Zijn tegenstanders waren machteloos. Generaal Pompeius trok verder naar het zuidoosten en bereikte op 28 januari de havenstad Brindisi. Hiervandaan zou hij de Adriatische Zee oversteken in de hoop troepen te kunnen verwerven in de provincies Epirus, Macedonië en Achaea (Griekenland).

Hij was zeker niet kansloos. In de Eerste Burgeroorlog had Sulla de oostelijke legers gebruikt voor een succesvolle campagne in Italië, dus ook Pompeius zou succes kunnen hebben. Los daarvan: hij had ook in Spanje troepen. Maar toch: de oude generaal moet hebben geweten dat velen in Italië zich in de steek gelaten voelden. Het zal hem bovendien hebben bedrukt dat hij Italië in feite zonder slag of stoot had opgegeven.

[Wordt vervolgd & ook herblogd op #GrondslagenNet.]

4 gedachtes over “Caesar verovert Corfinium

  1. Otto Cox

    Wat ik hier mis is het verhaal dat Pompeius aan Ahenobarbus had opgedragen om Corfinium op te geven en met zijn legioenen naar Brindisi te komen, en dat Ahenobarbus dat weigerde. Als dat verhaal klopt, lijkt me dat toch een behoorlijke “fateful choice”.

  2. Rob Duijf

    ‘(…)het is de verdienste van het Romeinse keizerrijk dat ze deze conflicten wist te neutraliseren. Pax Romana, inderdaad.’

    An offer they could not refuse…?

Reacties zijn gesloten.