Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Winst

Zijn de betrekkelijke schaarste aan informatie en de eenzijdigheid daarvan al heel wat problematischer dan Renan dacht, er zijn ook dingen die nu beter zijn dan in de negentiende eeuw. Onze kennis van Mohammeds wereld bijvoorbeeld. Deels letterlijk: de archeologie van de wereld van de Wierookroute is een fascinerend verhaal, ooit mooi in beeld gebracht op de expositie Routes d’Arabie in het Louvre en – vorig jaar – op de expositie over Al Ula in het Institut du monde Arabe, waarover ik al eens blogde.

Een ander winstpunt: onze kennis van de talen op het Arabische Schiereiland. Langzaam maar zeker groeit ons inzicht in de enorme linguïstische rijkdom. En daardoor ook van de religies die er hebben bestaan. Men was al voor de opkomst van de islam verrassend monotheïstisch.

Wetenschapsjournalist Marcel Hulspas is er al een tijdje mee bezig. Eerst publiceerde hij zijn lijvige Mohammed en het ontstaan van de islam. Vervolgens was er Wie is er bang voor Mohammed, waarin hij documenteerde hoe het beeld van de profeet voor gelovigen een rol speelt. “Elke moslim is een beetje salafist”, zoals de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb de imitatio Mahometi verwoordde. Het derde boek was Uit de diepten der hel, waarin Hulspas toont dat de islam succes kon hebben doordat het Byzantijnse Rijk te maken had met de zelftoegebrachte verwondingen van een reeks religieuze conflicten.

Een laatantieke Mohammed

De relatie tussen Byzantijnse wereld en Arabisch Schiereiland is cruciaal. Hulspas stelt terechte centraal dat Mohammed leefde in de Late Oudheid. Zijn volgelingen en hun tegenstanders zouden vorm geven aan de Middeleeuwen, maar zijn eigen wereld was die van de nog steeds bestaande en oppermachtige Romeinse en Perzische rijken, van de veelkleurige monotheïsmes van die tijd en van een zich – dankzij de Routes d’Arabie – verenigend Arabisch Schiereiland.

Het is deze laatantieke wereld, met deze laatantieke Mohammed, die Marcel Hulspas in zijn vierde boek centraal stelt, Mohammed. Van profeet tot legerleider. Het is een samenvatting van het eerste en derde boek en had als werktitel “De kleine Mohammed”. Ik heb het meegelezen en heb er veel plezier aan beleefd. Hierboven is een gesprek dat ik erover had, twee weken geleden in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Zoals ik al eerder opmerkte verdienen we geen Oscar met dit filmpje, maar Hulspas’ boek verdient aandacht.

[Dit interview wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Een gedachte over “Interview met Marcel Hulspas

Reacties zijn gesloten.