Een vroege hunebedvorser

Picardt, Vergeten Antiquiten
Picardt, Vergeten Antiquiten

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Dat is een intellectuele sprong van betekenis. In aanzet is nog een tweede sprong aanwezig: Picardt probeerde uitspraken te doen over de oude samenleving. Archeologie heette destijds alleen in Latijnse teksten archeologie (hoewel het een Grieks woord is), maar het vak was bij Picardt al meer dan een “plaatje bij een praatje”.

Op de schouders van reuzen

Picardts reconstructies, tja. Hij zal niet hebben gedacht dat de Papeloze Kerk, een hunebed waar je langs komt op weg naar Coevorden, werkelijk een kerk zonder priesters was, maar reuzen maakten wel deel uit van wat Picardt beschouwde als het verleden. Zijn Bijbel noemde Enakskinderen en niet ver van de Papeloze Kerk hadden ooit Ellert en Brammert gewoond, waarover Picardt als eerste schrijft. Hunen behoorden bij zijn wereld.

Vanuit ons standpunt bezien staat er dus een hoop flauwekul in de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten. Toch is het boek interessant omdat Johan Picardt, die leefde in een tijd waarin stenen pijlpunten nog golden als elvenwapens, een van degenen is geweest die ons heeft geholpen die ideeënwereld te ontgroeien. Hij is een van de reuzen op wier schouders wij staan – en ik hoop dat men ooit, in het jaar 2382 of daaromtrent, ook ons zal willen nageven dat er tussen al onze dwaasheden aanzetten waren tot iets beters, iets verlichters, iets humaners.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

3 gedachtes over “Een vroege hunebedvorser

  1. Christo Thanos

    Het boek is uitgegeven door Sidestone Press te Leiden. Alle uitgebrachte boeken zijn gratis in te zien en na twee jaar te downloaden. Wie eens kijkt op de site van Oxbow Books zal zien dat een heel groot deel van het aanbod aan archeologische boeken van deze Leidse uitgeverij is.

    Het is niet mijn bedoeling om hier reclame te maken. Gezien de vele meldingen van Jona op de veelal slechte toegankelijkheid van artikelen achter betaalmuren (wat te denken van uitgaven a 100 euro per stuk), is dit wel een voorbeeld hoe het ook kan: alle publicaties zijn online te lezen na verschijning. Na 2 jaar een pdf. Voor mij het voorbeeld van open access.

  2. Dirk Zwysen

    Wat een prachtige laatste zin. Ik hou van (reproducties van) oude boeken. Niet omdat ze relevant zijn, wel omdat ze ons met de voetjes op de grond zetten (zie Jona’s laatste zin) en een rechtstreekse inkijk bieden in de ideeën van lang geleden. Ook omdat ze me het gevoel geven met mensen uit deze of gene tijd verbonden te zijn: wie heeft dit beduimelde, in leer gebonden boekje uit 1776 niet allemaal vastgehad? Diende het om een snobistische boekenkast te verfraaien of heeft iemand dit echt gelezen bij kaarslicht en haardvuur? Maar vooral omdat ze vaak zo mooi zijn omdat mensen moesten tekenen en beschrijven wat ze niet konden fotograferen.

Reacties zijn gesloten.