Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)
In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.
Assyrië, Babylonië en Medië
Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.
Het is voor ons, levend in de rijke westerse wereld, eigenlijk vrij simpel: een bewering is waar of niet. Voor ons interessant is de discussie over de waarheidstheorieën (is iets waar omdat het correspondeert met een waargenomen feit of omdat het voortvloeit uit andere waarheden?) en de discussie over robuustheid (hoe waarschijnlijk is het dat iets waar is?). Over zulke thema’s kunnen wij nadenken met enige kans dat we ook iets bereiken, want we hebben de filosofische concepten, de wiskunde, de tijd en het geld. We kunnen onderzoek doen.
Wat is waar?
Dat was anders in de tijd vóór de Wetenschappelijke Revolutie, dus zeg maar de tijd van Vesalius, Stevin en Newton. Afgezien van de wiskunde, waarin een ware bewering voortvloeit uit axioma’s, was waarheid eeuwenlang ontoetsbaar. Als iemand beweerde dat je niet voorbij de evenaar kon zeilen omdat het daar te heet was voor menselijk leven, kon je niet even een expeditie ondernemen om dat te onderzoeken.
In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.
Oroitos
De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.
De Perzische satraap van Cilicië (Pergamonmuseum, Berlijn)
[Tweede van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]
Een nieuw koninkrijk
In 612 v.Chr. veroverden de Babyloniërs en de Meden de Assyrische hoofdstad Nineveh. Hilakku, zoals Cilicië op dat moment nog heette, herwon meteen zijn onafhankelijkheid. Vanuit de hoofdstad Tarsos regeerde de Syennesis, zoals de vorst werd genoemd, over zowel het vlakke oosten als het bergachtige, rauwe westen en noorden. De titel van de heerser is de Griekse weergave van het Luwische suuannassaì, wat zoiets wil zeggen als “aan de hond gewijd”. Zoals u al vermoedde heeft het niet ontbroken aan speculaties over de betekenis.
De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt de eerste ons bekende Syennesis. Die zou, samen met ene “Labynetos” uit Babylon (waarschijnlijk de latere koning Nabonidus), in 585 v.Chr. als neutrale bemiddelaar de onderhandelingen hebben geleid over een vredesverdrag tussen enerzijds koning Alyattes van Lydië en anderzijds Kyaxares, de leider van de Meden. (Misschien herinnert u zich mijn blogje, twee maanden geleden, over de vreemde veldslag tussen deze twee volken.) De vermelding van deze Syennesis bevestigt dat Cilicië rond 585 onafhankelijk was en niet behoorde tot het Babylonische Rijk van koning Nebukadnezar.
Elite-soldaten uit Achaimenidisch Perzië in uitgaanstenue (Louvre, Parijs)
[Vierde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Tijdens de regering van Artaxerxes I bereikte de agressie van de Atheners een hoogtepunt. Zij behandelden hun bondgenoten inmiddels als onderdanen, maar konden de andere Grieken alleen geloofwaardig beheersen als ze af en toe oorlog voerden tegen de Perzen. Nu en dan vielen ze daarom havens in het imperium aan. Artaxerxes I ging een stap verder dan Xerxes. De Perzen moesten de Yauna verdeeld houden – welnu, verdeeldheid viel te zaaien. Uit de kluizen van Persepolis betaalde de grote koning goud en zilver aan Sparta, een Griekse stadstaat die op voet van oorlog verkeerde met Athene. Toen ook de Griekse stad Thebe zich aansloot bij de coalitie, begrepen de Atheners dat ze hun hand overspeelden en in 449 zegden ze Artaxerxes toe niet te zullen interveniëren in zijn invloedssfeer.
Verdeel en heers
Hoewel de Griekse bronnen anders suggereren, was Perzië heer en meester van de wereld. Toen Athene zich niet aan de gemaakte afspraak hield en in 414 steun verleende aan een opstandeling in het Perzische rijk, Amorges, begon koning Darius II opnieuw subsidies te betalen aan de Spartanen, die daarop de Atheners versloegen, hun stad in 404 innamen en een einde maakten aan de anti-Perzische politiek.
De Perzen ontdekten echter al snel dat de westelijke barbaren onverbeterlijk waren: Athene mocht dan zijn verslagen, nu begon Sparta het imperium te bestoken. Eerst leverde het staatje huurlingen – Xenofon was een van hen – aan de Perzische rebel Cyrus, daarna deden de Spartanen openlijk een inval in Achaimenidisch Perzië. De grote koning zegde daarop steun toe aan de Atheners, en toen die groep Yauna weer te machtig werd, hevelde hij de subsidie weer over naar Sparta.
Perzische soldaat in uitgaanstenue; van het gevechtstenue, zoals de Perzen droegen bij Kounaxa, zijn geen afbeeldingen (Louvre, Parijs).
[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het derde deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]
Weliswaar hadden de door Klearchos aangevoerde Griekse huurlingen op Cyrus’ rechtervleugel een eenvoudige overwinning geboekt, maar in het centrum en op de linkervleugel moest de rebel zich teweer stellen tegen het koninklijke leger, dat zich opmaakte Cyrus’ Lydiërs te omsingelen. Op dat moment, zo schrijft (de door Gerard Koolschijn vertaalde) Xenofon, kreeg Cyrus zijn broer in het oog.
Toen kon hij zich niet meer inhouden. Met de uitroep: “Daar zie ik ’m!” stormde hij op hem af. Hij trof hem in de borst en bracht hem dwars door zijn pantser een verwonding toe, zoals de arts Ktesias meedeelt, die de wond zelf zou hebben behandeld. Op het moment dat Cyrus toesloeg, trof iemand hem hard onder het oog met een speer.
Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)
[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het tweede deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]
Aan de overzijde van de Eufraat zagen Cyrus en zijn manschappen de sporen van enorme aantallen soldaten en dieren, die zich hadden teruggetrokken. De grote koning leek te vluchten naar de veiligheid van Babylon. Niemand in Cyrus’ legers hield nog rekening met een aanval, zodat men de volgende dag wat ongeordend verder trok. Dit was minder nonchalant dan het lijkt. Vanaf het moment dat de twee legers het kanaal waren overgestoken, marcheerden ze naar het zuidoosten, met de rivier rechts en het kanaal parallel daaraan links. Beide flanken waren gedekt. Pas na zo’n vijftien kilometer zou bij Sippar de vlakte zich verbreden.
Kounaxa
Dat men ook daar voorttrok alsof geen gevaar viel te duchten, was wellicht minder verstandig, maar zonder problemen naderden de legers het punt dat Cyrus die dag wilde bezetten. Vlak voordat Cyrus’ legers daar waren aangekomen, kwam het bericht dat de vijand in de buurt was. Men was nu op een plek die Kounaxa heette, vrijwel zeker het huidige Nusifiyat in Irak, niet ver ten zuiden van de luchthaven van Bagdad.
Darius en Parysatis hadden twee zoons. De oudste heette Artaxerxes, de jongste Cyrus. Toen Darius ziek was en zijn einde voelde naderen wilde hij zijn beide zoons bij zich hebben. De oudste was al aanwezig, maar Cyrus moest hij uit het machtsgebied laten komen waarover hij hem had aangesteld. […] Cyrus reisde dus naar zijn vader. Hij liet zich vergezellen door Tissafernes, die hij als een vriend beschouwde, en door een escorte van driehonderd Griekse hoplieten onder bevel van Xenias uit Parrasia.
Toen Darius gestorven en Artaxerxes koning geworden was, probeerde Tissafernes Cyrus bij zijn broer verdacht te maken: hij zou een coup voorbereiden. Artaxerxes geloofde het en nam Cyrus gevangen met de bedoeling hem ter dood te brengen. Maar hun moeder kwam tussenbeide. Op haar aandringen werd hij vrijgelaten en kon hij weer terugkeren naar zijn machtsgebied.
Dat was een gevaarlijke en smadelijke ervaring geweest en na zijn terugkeer zon Cyrus op middelen om voortaan onafhankelijk van zijn broer te zijn en zo mogelijk koning te worden in zijn plaats.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.