De slag bij Kounaxa (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het tweede deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

Aan de overzijde van de Eufraat zagen Cyrus en zijn manschappen de sporen van enorme aantallen soldaten en dieren, die zich hadden teruggetrokken. De grote koning leek te vluchten naar de veiligheid van Babylon. Niemand in Cyrus’ legers hield nog rekening met een aanval, zodat men de volgende dag wat ongeordend verder trok. Dit was minder nonchalant dan het lijkt. Vanaf het moment dat de twee legers het kanaal waren overgestoken, marcheerden ze naar het zuidoosten, met de rivier rechts en het kanaal parallel daaraan links. Beide flanken waren gedekt. Pas na zo’n vijftien kilometer zou bij Sippar de vlakte zich verbreden.

Voor de slag

Dat men ook daar voorttrok alsof geen gevaar viel te duchten, was wellicht minder verstandig, maar zonder problemen naderden de legers het punt dat Cyrus die dag wilde bezetten. Vlak voordat Cyrus’ legers daar waren aangekomen, kwam het bericht dat de vijand in de buurt was. Men was nu op een plek die Kounaxa heette, vrijwel zeker het huidige Nusifiyat in Irak, niet ver ten zuiden van de luchthaven van Bagdad.

In allerijl stelde Cyrus zijn troepen op: Grieken rechts, Lydiërs links. Uit Xenofons beschrijving, hier gepresenteerd in de vertaling van Gerard Koolschijn, blijkt hoe weinig een ooggetuige tijdens een slag weten kon.

Midden op de dag waren de vijanden nog steeds niet in zicht. Pas in de middag zagen ze een witte stofwolk en een hele tijd later iets zwarts, over een groot deel van de vlakte. Toen het dichterbij kwam, begon er algauw brons te schitteren en werden de lansen en gelederen zichtbaar. Op de rechtervleugel van de vijand stonden ruiters met witte pantsers, onder commando van Tissafernes naar men zei; ernaast lichte infanterie en daarnaast hoplieten met tot aan de voet reikende houten schilden, Egyptenaren, zei men; daarnaast weer ruiters en boogschutters.

De Grieken zagen niet wat men op Cyrus’ linkerflank wel zag: dat de linie van Artaxerxes lang genoeg was om zijn tegenstander te overvleugelen. De rebel besloot zijn opstelling te wijzigen en wilde de Griekse hoplieten op een andere plaats laten aanvallen:

Cyrus, die met zijn tolk Pigres en drie of vier anderen langs de troepen reed, riep Klearchos toe dat hij zijn aanval op het centrum van de vijand moest richten omdat daar de koning was. ‘En als we daar winnen,’ voegde hij toe, ‘is alles voor elkaar.’

Hoewel Klearchos de compacte massa in het centrum zag en van Cyrus hoorde dat de koning zich nog buiten de Griekse linkervleugel bevond, wilde hij de rechtervleugel toch niet van de rivier af trekken uit vrees voor een omsingeling. Het numerieke overwicht van de koning was namelijk zo groot dat het centrum van zijn leger, waar hij zich zelf bevond, buiten Cyrus’ linkervleugel viel. Klearchos antwoordde Cyrus dat hij er wel voor zorgen zou dat alles goed ging.

Het Perzische leger rukte intussen gelijkmatig op, terwijl de Grieken op dezelfde plaats bleven en zich formeerden uit de troepen die nog arriveerden.

De aanval

Toen de legers zo’n zeshonderd meter van elkaar verwijderd waren, gaf Klearchos zijn hoplieten opdracht tot de opmars. Het is aardig dat Xenofon de beschrijving van een gebeurtenis waarbij hij zelf aanwezig was, inleidt met ‘men zegt’. Hij was, zoals elke soldaat aan het front, hypergeconcentreerd en herinnerde zich later niet meer precies wat hij had meegemaakt.

Men zegt wel dat ze daarbij met hun schilden tegen hun speren sloegen om de paarden (van hun tegenstanders) schuw te maken. Voordat ze binnen schootsafstand waren, begonnen de Perzen te wijken en sloegen op de vlucht. De Grieken zetten een felle achtervolging in. Wel schreeuwden ze elkaar toe op te houden met rennen en in gelid te blijven. … Toen Cyrus zag dat de Grieken hun tegenstanders overwonnen hadden en achtervolgden, was hij bijzonder verheugd en zijn gevolg knielde voor hem alsof hij al koning was.

Dat was voorbarig, zoals we om 13:00 zullen zien.