Domitianus (27): Germanië en Dacië

Vondsten uit een Germaans graf (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden is meer kunsthistorisch dan historisch van aard. Die keuze kun je maken. (In datzelfde museum is de Griekse afdeling ook meer kunsthistorisch dan historisch van opzet.) Het Leidse museum heeft daarom weinig aandacht voor de vijanden waarmee Domitianus heeft gevochten: de Germanen en de Daciërs.

Misschien heeft bij de afwegingen een rol gespeeld dat aan beide volken recentelijk mooie exposities gewijd zijn geweest. Vorig jaar kwamen de Germanen aan bod in een erg goede overzichtstentoonstelling in Bonn. Die was heel, heel sterk, vooral doordat de organisatoren het Nachleben, waarmee oudheidkundigen aangeven dat ze zélf de Oudheid onvoldoende interessant vinden, vakkundig naar een zij-zaal hadden weggejonast. De expositie toonde de oude wereld gewoon zoals ze was, dat is immers voldoende de moeite waard. Momenteel is er overigens een soortgelijke expositie over Roms fließende Grenzen in Detmold, waarvan ik hoop dat de organisatoren dezelfde wijsheid hebben gehad.

Dacische phalera met een griffioen uit Zabala

Voor Dacië moest u twee jaar geleden naar Luik en Tongeren, waar exposities waren gewijd aan de Prehistorie van het zuidoostelijke Balkanschiereiland en aan de antieke geschiedenis. Beide tentoonstellingen toonden voorwerpen waarvoor je anders naar een stuk of twintig musea in Roemenië zou hebben gemoeten. (Voeg hier uw eigen lofzang in op het ruimhartige uitleenbeleid van de Europese musea.)

Kortom, lees hier en daar meer over Romes tegenstanders. In de volgende aflevering van deze reeks over Domitianus keer ik terug naar Leiden.

2 gedachtes over “Domitianus (27): Germanië en Dacië

  1. Karel van Nimwegen

    Dat je in Bonn in die aan Germanenreceptie gewijde zaal geen sterveling tegenkwam, toonde dat ook het publiek erop is uitgekeken.

  2. Raymond Haselager

    In de catalogus was wel de nodige ruimte ingeruimd voor het “Nacheben” van de Germanen. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de Duitse intellectuele traditie, waarbij alles ook bediscussieerd moet worden als deel van het groter geheel en vice versa. Het discussiëren gebeurt meestal heel omstandig en niet door dingen concreet te benoemen maar door te “duiden”. Kortom, ze zijn holistischer dan wij. Ik ben overigens blij dat Jona Lendering een Nederlander is, dat scheelt veel tijd.

Reacties zijn gesloten.