Het Woord van God (joods)

De synagoge van Sardes (met adelaar)

“In the beginning was the word, soon followed by the drum, and the some early version of the guitar”: toen Lou Reed het ontstaan van de rock beschreef, citeerde hij een van de beroemdste teksten uit het christendom, de proloog van het evangelie van Johannes.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. (Johannes 1.1-4)

Logos

Het Woord is een Grieks filosofisch begrip, logos, dat niet goed te vertalen valt. Dat komt onder meer doordat het een enorme theologische lading heeft gekregen. Als ik zou schrijven dat de logos het eerste onderdeel van de schepping is, krijg ik meteen als commentaar dat het Woord nou net niet geschapen is maar “voor alle tijden geboren”. Dat is namelijk de formulering in de meest gangbare christelijke geloofsbelijdenis. Feit één is in elk geval dat de logos in het antieke denken het ordenende principe is van het universum (“alles is erdoor ontstaan”, “in het Woord was leven”). Feit twee is dat de evangelist Johannes stelt dat de logos mens is geworden in de persoon van Jezus van Nazaret.

Omdat het Woord God was, is Jezus – althans voor Johannes – dus ook God. Dat is wel even anders dan de verhalen over de nogal menselijke geboorte in de evangeliën van Matteüs en Lukas. Johannes’ claim dat de Messias een goddelijke status had, kan heel wel teruggaan op Jezus zelf. Over de aard van die goddelijke status schreef Alexander Smarius drie jaar geleden al op deze blog.

Het joodse Woord

De christelijke discussie over de logos is gevoerd in het Grieks maar heeft goed-joodse papieren. In feite schuiven enkele concepten samen: Gods Woord, Gods Wijsheid en de Wet.

  • Om te beginnen is Johannes’ proloog natuurlijk een antwoord op Genesis 1.1: “In het begin schiep God de hemel en de aarde”.
  • Het is niet Johannes die het Woord er als het ware tussen God en de schepping schuift. In Genesis vindt de schepping plaats doordat God dingen zegt en in Psalm 33 is dat al samengevat tot “Door zijn woord zijn de hemelen gemaakt”.
  • Het Woord representeert de wijsheid van God zelf (Spreuken 8.7-30).
  • Het Woord, gelijkgesteld aan de wijsheid van God, is hetzelfde als de Wet van Mozes (Sirach 24.1 en 24.23) en God raadpleegde de Wet voordat hij begon aan zijn scheppende arbeid (Genesis Rabbah 1.10). De Wet dus als ordenend principe van de schepping – logos in de meest klassieke zin.

Het mensgeworden joodse Woord

  • Dat het Woord/Wijsheid is ontstaan vóór de Schepping, is al te vinden in Spreuken 8.22-23: “Jahwe schiep mij aan het begin van zijn wegen, nog voor zijn werken, van oudsher.” Zie ook Jezus Sirach 24.9: “Voor de wereld, al in het begin, heeft Hij mij geschapen”. Ik lees dat ook Philo van Alexandrië er zo over heeft geschreven maar ik heb de Allegorische uitleg van de Wet 3.175 er niet op kunnen naslaan.
  • Het is niet Johannes die als eerste het Woord van God uit de hemel laat neerdalen en een rol laat spelen in de schepping: dit is al te vinden in Wijsheid 18.15: Gods “alvermogend Woord kwam van zijn koningstroon in de hemel neer” om hier orde op zaken te stellen.

Het joodse licht

  • Het licht is een gangbaar beeld voor de goddelijke aanwezigheid; Psalm 27.1, Jesaja 2.5, Wijsheid 7.26
  • De tegenstelling tot de duisternis is ook geen nieuw idee: zie de Dode Zee-rol die bekendstaat als de Gemeenschapsregel 3.13-4.26.

Wat ik maar zeggen wil: de hele proloog van het Johannes-evangelie, dat vlechtwerk van joodse ideeën, had in de eerste eeuw van onze jaartelling zo in een synagoge kunnen zijn gereciteerd.

[Ik hoop de komende tijd, als de groepsblog er is, vaker het Nieuwe Testament in zijn joodse context terug te plaatsen. #reblog.]

48 gedachtes over “Het Woord van God (joods)

  1. Martin

    “In het begin was het Woord”. Dat klinkt als fundamentele natuurkunde. Destijds had men al het idee: het moet allemaal toch een keer begonnen zijn. Maar als er niets is, hoe kan dan iets beginnen? Nou, door een Woord, dus. Leuke logische oplossing van het vraagstuk, maar te gemakkelijk om serieus te nemen. En hoe kan er een woord zijn als er niets is? Staat ook in het persbericht over de noodzaak van een nieuw en groter Cern: de “the preponderance of normal matter”, dat moet onderzocht worden. Men bedoelt: er had net zoveel anti-matter moeten zijn als normal matter (wegens symmetrie), maar die anti-matter is er niet. Waar komt dan de gewone materie vandaan? Zo te zien is er daar nogal veel van.

  2. keesclaas

    Ouder dan de Hebreeuwse Bijbel, ouder dan de Griekse filosofie zijn de Veda’s, waarvan de oudste van de vier geschriften, de Rig-Veda, leert dat de Klank het begin is van de schepping. ‘Klank’ is later het ‘Woord’ geworden.

    1. Frans

      Klinkt aannemelijk. Ik vroeg me al af waarom het per se een woord moest zijn. Daarvoor heb je tenslotte eerst iemand nodig die kan praten.

    1. Als een filosoof eens een stuk over de wortels van het logos-begrip wil schrijven, is hij welkom, maar vooralsnog zie ik vooral een reeks voor me waarin ik het Nieuwe Testament beschrijf als joodse bron. Dat komt in dit stukje, over een Grieks concept dat goed past in het jodendom, wat minder tot zijn recht, maar ik denk dat het bijvoorbeeld heel leuk wordt Galaten niet te duiden vanuit de latere christelijke theologie maar vanuit dat wat er in het jodendom aan is voorafgegaan. (Dit voorbeeld noem ik natuurlijk omdat het NPP zo ontzettend belangrijk is.)

          1. Gerben Vos

            Ha, daar zat ik toevallig eerder vanavond vanuit een totaal andere invalshoek ook over te lezen. Vanuit mijn gereformeerde achtergrond klinkt het eerlijk gezegd heel logisch en plausibel.

  3. Dirk

    Ik beluisterde daarnet een podcast over donkere materie (blijkbaar heeft het Woord één en ander verzwegen). Daarin stelde de sprekende fysicus: Sinds Columbus wist men de aarde rond was.
    In de podcast daarvoor, over klimaatverandering, sprak de wetenschapper over “het jaar 0, toen Jezus van Nazareth” werd geboren. Met beide heren zou ik eens een Woordje willen wisselen.

  4. sara

    Het was toch Philo van Alexandrië die het begrip logos een andere betekenis gaf, nl de goddelijke rede zich uiteindelijk transformeert tot het universum. En zich hierbij baseerde op de joodse schriftelijk traditie van het ‘woord van god’.
    Hieruit valt ook uit te concluderen dat God = universum. Oftewel Deus sive natura, en dan zijn we weer terug bij de oorspronkelijke betekenis van logos (althans volgens Heraclitus, die overigens daar weer geen god in zag).
    Johannes schijnt zijn evangelie afgekeken te hebben van dat van ene Cerinthus. Ben benieuwd wat daar precies staat.

  5. Arnold den Teuling

    De beginregel van het Johannesevangelie is het enige bijbelfragment uit de oudheid dat buiten de Christelijke literatuur wordt geciteerd, nl in het anonieme literatuurtractaat (Pseudo-Dionysios) Peri Hupsous. Het wordt daarin als “Deinon”, groots, gekenschetst, met andere voorbeelden uit antieke schrijvers/redenaars zoals Demosthenes. Deze wordt geplaatst in de eerste of tweede eeuw, dus wat jonger dan Philo. Of er verband is weet ik niet.

    1. Robbert

      Het enige bijbelfragment dat in de oudheid buiten de christelijke literatuur wordt geciteerd:
      kijk, dat vind ik een interessant feitje.

    2. Maar de Peri Hupsous is toch van pseudo-Longinus? (Ik ken wel een pseudo-Dionysius, maar dat was een christelijk filosoof uit de vijfde eeuw na. Pseudo-Longinus leefde in de eerste eeuw, en dat is toch echt te vroeg om hem het Johannesevangelie te laten citeren). Kortom: hoe zit dat?

  6. Marien

    “de hele proloog van het Johannes-evangelie, dat vlechtwerk van joodse ideeën, had in de eerste eeuw van onze jaartelling zo in een synagoge kunnen zijn gereciteerd”

    Volkomen waar en zeer belangrijk. Want dan wordt het bijzonder aanvechtbaar dat de kerk van Jezus een god heeft gemaakt. Johannes bewaart zorgvuldig de onderscheiding tussen Woord/Spreken en God. Dus moeten tekstcritici dan in vers 18 de voorzichtige kant kiezen en gewoon ‘eniggeboren zoon’ blijven lezen in plaats van die te veranderen in een ‘eniggeboren god’. Dat laatste past in hellenistisch heidendom, maar niet in Joods denken.

      1. Marien

        “de basis van het geloof van christenen”

        Dat is een niet door theologisch inzicht ondersteunde gemakzuchtige claim die tegenwoordig klakkeloos wordt herhaald. De titel ‘zoon van God’ – door Jezus zelf nergens gebruikt – is aanzienlijk gelaagder. God en mens worden in de bijbel consequent en zorgvuldig onderscheiden, juist als de ENE een mens zo nabij komt als Jezus.

        1. Robbert

          “de basis van het geloof van christenen”
          Vroege vogels reageerden vandaag nog op de blog van gister. Ik stond wat later op maar moet nog even reageren op Marien.
          Alhoewel ik als geinteresseerde niet-christen best wat theologie las, ga ik geenszins prat op diepgaand theologisch inzicht. Dat laat ik graag over aan moderne theologen die vanzelfsprekend geen gemakzuchtige claims doen en zich niet te buiten gaan aan klakkeloos herhalen.
          Integendeel, tekstkritiek die de joodse wortels van het christendom nagaat lijkt me geschiedkundig zeer juist.
          Maar wat te doen met wat christenen geloven, of is voorgehouden door de eeuwen heen, laten we zeggen vanaf Nicea tot nu toe? Jezus geen God? OK, foutje, bedankt? Of toch maar rechtpraten?

          1. Marien

            “Maar wat te doen met wat christenen geloven, of is voorgehouden door de eeuwen heen, laten we zeggen vanaf Nicea tot nu toe? Jezus geen God? OK, foutje, bedankt? Of toch maar rechtpraten?”

            Dat is een goede vraag en ik weet niet zo gauw een antwoord. Theologie is voer voor specialisten, maar de dagelijkse praktijk van gelovigen loopt daarmee zelden synchroon. Daar heb je weer andere vakmensen als priesters en predikanten voor nodig en die zijn niet altijd theologisch bij. Bovendien moeten die altijd rekenen met taaie tradities, zeer verschillende opvattingen en hun eigen vragen en twijfels. Handwerk dus. En dat dan onder het voorbehoud van Fons Jansen: ‘Heidenen bekeren is een christelijk werk, maar christenen bekeren is een heidens werk.’

            Maar met ‘traditie’ knopen we graag aan bij het verre verleden (‘door de eeuwen heen’, Nicea), terwijl we feitelijk vaak niet veel verder teruggaan dan een halve of een hele eeuw. Geheugen heeft tenslotte grenzen. En ook wat wel degelijk uit verre eeuwen tot ons komt wordt altijd gekleurd door minder verre eeuwen, met name de 18e en 19e. In de jaren ’80 werd er in mijn collegebanken in elk geval een stuk minder stellig en voorzichtiger onderwezen over de twee naturen van Christus dan ik vandaag overal om mij heen hoor. Vandaar mijn – ook stellige – bewering, als tegenreactie.

            1. Robbert

              OK, dus veel discussie nog steeds. Dat op zich boeit mij.
              En ja, daarbij moeten zielzorgers roeien met de riemen die ze hebben

    1. “Johannes bewaart zorgvuldig de onderscheiding tussen Woord/Spreken en God.”

      Maar “Het Woord was bij God en het Woord was God”. Zo zorgvuldig is dat onderscheid niet.

      1. Marien

        “Zo zorgvuldig is dat onderscheid niet”

        Dat lijkt zo wanneer je simpele westerse logica toepast. Dan betekent ‘het Woord was God’ zoveel als ‘Woord=God’. Maar het onderscheid blijft zorgvuldig wanneer in vers 14 dat ‘Woord’ en niet God ‘vlees-en-bloed wordt’. De woorden staan naast elkaar en zijn niet simpelweg over elkaar heen te schuiven. Het hele vervolg van het Evangelie naar Johannes draait om dat steeds uiterst nabij zijn en tegelijk nooit samenvallen. Een mens die god wordt past in hellenistisch heidendom, niet in Joods denken. En Johannes denkt, zo Grieks als hij schrijft, Joods.

    2. Wat betreft ‘eniggeboren god’: die lezing heeft tot nog toe letterlijk de oudste papieren/papyri, en is bovendien de lectio difficilior: het is aanzienlijk gemakkelijker om te verklaren hoe de moeilijk te begrijpen lezing ‘eniggeboren god’ (hoezo past die lezing in het ‘hellenistisch heidendom’?) veranderd zou zijn in het gangbare ‘eniggeboren zoon’, dan andersom. Vandaar dat tekstcritici (natuurlijk niet de tekst ‘veranderen’, maar) doorgaans kiezen voor de lezing ‘eniggeboren god’.

      1. Marien

        “…is bovendien de lectio difficilior…”

        Incorrect. De interne en externe getuigen staan bij deze tekst redelijk gelijk tegenover elkaar. Zie de PThU bijbelblog: https://www.pthu.nl/bijbelblog/2016/11/tekstkritiek-doet-ertoe-johannes-118/ Ik citeer de onderzoeker: ‘Het is een dubbeltje op z’n kant en dat kan beide kanten opvallen.’ De keuze hangt in feite af van de theologische vooraannames.

        “hoezo past die lezing in het ‘hellenistisch heidendom’?”

        In de hellenistische wereld konden goden gemakkelijk de gedaante van een mens of dier aannemen, bestonden er de nodige halfgoden en werd de keizer geacht vergoddelijkt te zijn. Dus een mens die eigenlijk een god is past daarin. Maar niet in het Joodse denken dat het onderscheid tussen Schepper en schepping consequent volhield. Toen precies als nu.

        1. Huh? Ik citeer de onderzoeker naar wie je verwijst:
          “De lezing ‘eniggeboren God’ is moeilijker dan de lezing ‘eniggeboren Zoon’. Dat wil zeggen dat je eerder kunt verklaren dat een gebruiker van het Evangelie “God” in “Zoon” veranderde dan andersom.”
          Dat is nu precies wat we bedoelen met het begrip ‘lectio difficilior’. (De onderzoeker wijst er trouwens verder op dat uitgerekend alle oudste tekstgetuigen die lectio difficilior hebben.)
          Op mijn vraag: “hoezo past die lezing (sc. ‘eniggeboren god’) in het ‘hellenistisch heidendom’?” antwoord je: “In de hellenistische wereld konden goden gemakkelijk de gedaante van een mens of dier aannemen, bestonden er de nodige halfgoden en werd de keizer geacht vergoddelijkt te zijn. Dus een mens die eigenlijk een god is past daarin.”
          Vast, maar we hadden het over de uitdrukking (en het begrip) ‘eniggeboren god’. Beide komen helemaal nergens nooit voor in ‘het hellenistisch heidendom’: de eniggeboren god duikt pas op in het christendom.
          Ten slotte: Je beweert dat de onderzoeker concludeert: ‘Het is een dubbeltje op z’n kant en dat kan beide kanten opvallen.’
          Dat concludeert hij helemaal niet. Zijn conclusie luidt: ‘[de balans] lijkt (…) door te slaan naar de lezing “eniggeboren God,” maar dan voornamelijk op basis van de ouderdom van de handschriften waarin deze lezing voorkomt.’

          1. Marien

            Dat cocludeerde de onderzoeker in de emailwisseling die ik had. In de blog zie je dat terug in de formulering ‘lijkt door te slaan’. De blog was voorzichtiger dan de conversatie. Maar inderdaad, dat moet je weten.

            En de ‘eniggeboren god’ is precies zoals je zegt een christelijke toevoeging. Die staat in feite haaks op de Joodse context waarin Johannes schrijft (lees daarvoor bv. Friedrich-Wilhelm Marquardt). Precies dat gegeven doet bij mij dat dubbeltje omvallen in de traditionele richting van de ‘eniggeboren zoon’. Kwestie van vooraanname die ik hier verantwoord.

            1. De onderzoeker sluit zich openlijk aan bij de grote meerderheid van tekstcritici (onder wie Nestle-Aland, de gezaghebbende NT-uitgave) aangaande de lezing ‘eniggeboren god’, en levert daartoe de relevante argumenten. Als hij in (voor mij oncontroleerbare) privémails een tegengestelde opvatting verdedigt, is er iets heel geks aan de hand – maar dat is mijn zaak niet: ik heb te maken met zijn openlijke opvatting en de bijbehorende argumentatie.
              En verder: ik heb nergens gezegd dat ‘eniggeboren god’ een “christelijke toevoeging” is, integendeel. Ik schreef: “de uitdrukking ‘eniggeboren god’ past niet in het ‘hellenistisch heidendom’, maar is typisch christelijk.”
              In feite maak je een redeneerfout. Je redeneert vanuit het vooroordeel ‘de uitdrukking ‘eniggeboren god’ móet wel een latere toevoeging zijn, want ‘hij past niet in Joods denken’. Maar zowel 1) het lectio-difficilior-principe, als 2) de oudste tekstgetuigen wijzen wel degelijk naar de lezing “eniggeboren god” (N.B. je gaat, veelzeggend genoeg, op geen van beide argumenten in). Dat zo zijnde is er geen enkele reden om krampachtig vast te houden aan een lezing die duidelijk de mindere papieren heeft; het is dan de taak van de exegeet om de lezing te verklaren die zich als meest waarschijnlijke presenteert. Dat het ‘hellenistisch heidendom’ geen geschikt verklaringsmodel is heb ik al laten zien; ‘christelijk’ lijkt betere mogelijkheden te bieden. En als je om de een of andere reden in Joh. 1.18 toch op voorhand graag ‘joods denken’ wilt zien, dan is dat ‘joods denken’ blijkbaar veelkleuriger dan je dacht. Mag ik hierbij laten?

              1. Marien

                Mijn ‘redeneerfout’ en ‘vooroordeel’ benoem ik zelf als ‘vooraannames’ en dat negeer jij in je reactie. En inderdaad die Joodse context waarvan ik uitga is een vooraanname. Naar mijn weten een wetenschappelijk zeer stevig onderbouwde. Zie bv. de blog van Jona. Ik verantwoord dus waarom ik in dit geval, waarin de tekstkritische keuze naar beide kanten kan uitvallen, de oude lezing kies. De onderzoeker kiest niet massief voor de andere oplossing onder uitsluiting van het alternatief, maar zegt gewoon eerlijk dat hij meer voelt voor de nieuwe lezing.

                De methodische vraag is gewoon waarom je kiest voor de ene of de andere oplossing. IJzerenheinig vasthouden aan die moeilijkste lezing lijkt wellicht objectief, maar is wetenschappelijk te mager. Want daarmee laat je de context weg, zowel die van de ontstaanstijd als de huidige. Bijbellezen is geen oefening in kruisjes zetten, maar vereist hermeneutiek.

                Laat ik het daarbij dan maar laten.

    3. “Volkomen waar en zeer belangrijk.”
      Het eerste zal vast wel, maar het tweede gaat voor lang niet iedereen op. Wie de Vuelta gaat winnen is bv. voor mij veel belangrijker.

      1. Marien

        Uiteraard, Frank. Ooit won ik een racefiets door de uitkomst van de Tour correct te raden. Mijn ‘zeer belangrijk’ slaat enkel op het vervolg: het is zeer belangrijk voor de kerk. Maar het staat ieder volledig vrij zich daar al dan niet toe te rekenen. Jona’s blog gaat over zaken waarvoor in die kerk wel eens belangstelling bestaat.

  7. Josée

    Amos Oz beschrijft in zijn autobiografie ‘Een verhaal van liefde en duisternis’ , Amsterdam 2005 (Sipoer al ahava wechosjech, Jeruzalem 2004) zijn ontmoetingen in zijn jeugd met zijn oom Josef Klausner, wiens beroemde boek ‘Jesus van Nazaret’ in 1921 verscheen. De orthodoxen beschuldigden Klausner ervan, dat hij zou zijn omgekocht door zendelingen en de Anglicaanse zendeling, die het boek vertaald had werd door zijn geloofsgenoten uitgescholden om dat boek ‘vergiftigd door ketterij, dat onze Verlosser voorstelt als een soort liberale rabbijn, als een sterveling en als een volslagen jood die niets, maar dan ook helemaal niets met de Kerk te maken heeft’. Zijn wereldfaam had oom Jozef hoofdzakelijk te danken aan dit boek, en aan het vervolg dat hij er jaren later op schreef ‘Van Jezus tot Paulus’.
    Oom Jozef voegt het jongetje Amos ook toe: “…. Als je groot bent, beste jongen, lees dan alsjeblieft ondanks de toorn van je leraren het Nieuwe Testament, en je zult ervan overtuigd raken dat de man vlees van ons vlees en bloed van ons bloed was,….. etc (O.C. p.88)

  8. Willem Visser

    In Joh.1:18 gaat het niet over de mens Jezus als Zoon van God, maar over de Logos als Zoon van God. De Logos werd ‘geboren’ op het moment dat God ‘Sprak’. Bovenstaande teksten over het Woord, het Licht de Wijsheid, de Zoon, en de Thora, gaan allen terug tot de oorsprong van Logos.

    Ze leren dat de Logos voortkomt uit God, die zelf geen ‘oorsprong’ heeft, want God is er altijd geweest, en heeft geen ‘begin’ of ‘einde’. De woorden: Woord, Licht, Wijsheid Zoon en Thora, zijn synoniem aan elkaar en dus volledig onderling uitwisselbaar.

    Over het moment waarop de ‘hemelse’ Zoon (Spr.30:4) werd ‘geboren’ valt niets te zeggen. Het was in ieder geval voordat God ruimte, tijd en materie schiep: ‘vóór al het andere dat geschapen werd’, leert de tekst in Spreuken 8:22. Vanwege deze teksten kon de Logosgeest door de mond van Jezus dus zeggen: ‘Van voordat Abraham was, ben ik’ (Joh.8:58).

    De bovenstaande teksten uit Tenach verwijzen tevens naar het aandeel in de Schepping dat de ‘hemelse’ Zoon (de Logos) heeft. Ook de tekst: ‘laat Ons mensen maken’ uit Genesis herinnert daar aan.

    Een tekst uit Jesaja vormt de basis van Philo’s gedachtegang:
    Jes.55:11 ‘Het Woord dat voortkomt uit Mijn mond keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil, en te volbrengen wat Ik gebied.’

    Als je vers 11 van Jesaja 55 aandachtig leest, dan zie je dat het Woord wordt losgemaakt van de ‘Persoon’ (God) die de tekst uitspreekt.
    Het Woord dat uit het ‘Spreken’ van God voortkomt, wordt een ‘zelfstandige entiteit’ (een in zichzelf bestaande werkelijkheid), en vanaf dat moment leeft Gods Woord een zelfstandig bestaan (een eigen leven). In het Johannes Evangelie staat het als volgt:
    Joh.5:26 ‘Zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader hem gegeven.’

    Dat Jezus in Joh.1:18 niet de Zoon van van God is blijkt ook uit onderstaande tekst:
    Joh.1:45 ‘Filippus zei tegen Natanaël: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret!’

    De schrijver van het Johannes Evangelie sluit hiermee aan bij de zienswijze van de andere Evangelieschrijvers; geen van hen schrijft over een ‘bovennatuurlijke’ geboorte of over een ‘bovennatuurlijk’ wezen dat door Maria zou zijn gebaard (de geboorteverhalen in Matt. en Luc. zijn midrasjiem). Ook is er bij de vier Evangelisten overeenstemming over onderstaand punt:
    Joh.1:32 ‘En Johannes [de Doper] getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien nederdalen, en hij bleef op hem rusten’ (< Matt.3:16/ Marc.1:10/ Luc.3:22).

    Volgens de tekst daalde hier, op dit specifieke moment, de ‘Geest’ van God op Jezus neer waardoor hij de beschikking kreeg over bepaalde gaven die hij voordien niet had; toen de Geest nog niet op hem ‘rustte’. Dat is trouwens volledig in overeenstemming met een tekst uit Lucas over de kinderjaren van Jezus:
    Luc.2:52 'Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.'

    Ik denk dat iedereen het er wel over eens is dat als Jezus van zijn geboorte af aan goddelijk zou zijn geweest, zijn ‘wijsheid’ niet zou hoeven toe te nemen, en dat hij als ‘goddelijk’ persoon ook niet ‘nog meer in de gunst’ bij God behoefde te komen; deze zaken zou hij bij zijn geboorte gewoon hebben meegekregen, zoals Spreuk.8:22 en Spreuk.8:30 leren!
    En vraag je hierbij ook het volgende af: als Jezus al vanaf zijn geboorte goddelijk was, had hij de heilige Geest dan nog wel nodig? Zou dat niet een beetje dubbelop zijn?

    Laten we daarom nog eens goed naar de proloog in het Johannes Evangelie kijken. We zien dat de schrijver hier een Hebreeuwse stijlfiguur gebruikt: ‘getabernakeld’. Letterlijk staat er in de tekst van Johannes:
    Joh.1:14 'En het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons zijn tent opgeslagen' [eskenosen in het Grieks].

    Het Woord heeft in ‘een vlees’ onder ons gewoond, schrijft hij. Plastisch gezegd: het Woord heeft in een tent van vlees onder ons gebivakkeerd. Zoals in Ex.40:35 te lezen staat dat de ‘aanwezigheid van de HEER op de tabernakel rustte’ zo ‘rust’ de Geest des HEREN (Joh.1:32) vanaf zijn doop in de Jordaan, op de mens Jezus.

    En waar we lezen in Ex.40:35 dat ‘De majesteit [glorie] van de HEER de tabernakel geheel vulde’, zo lezen we in Joh.1:14b dat de leerlingen de ‘heerlijkheid’ [glorie] in dit vlees (dat lichaam) ‘hebben aanschouwd’.
    Wellicht is dit de reden dat Johannes spreekt over ‘een vlees’ (sarx in het Grieks), en niet over ‘een lichaam’ (anthropos in het Grieks).

    Lezen we in de drie synoptische Evangeliën nog dat ‘de Geest hem naar de woestijn leidde’ (Matt.4:1 / Marc.1:12 / Luc.4:1), zo gaat Johannes een stap verder, en leert hij dat het lichaam van Jezus (het vlees) volledig werd gevuld c.q. overgenomen door de ‘heerlijkheid’ van God.
    Het is misschien wel het best te vergelijken met bezetenheid; alleen was het geen boze geest die ‘bezit’ nam van het lichaam van Jezus, maar de heilige Geest!

    In (bijna) het hele Evangelie van Johannes is daarom niet de persoon Jezus aan het woord, maar de Logos: ‘het Woord, dat niet vruchteloos tot God terugkeert, maar volbrengt wat God gebied’ (Jes.55:11).

    Het is de Logos, die aan het kruis de woorden spreekt: ‘Het is volbracht’ (Joh.19:30), waarna het Woord de Geest [de Logosgeest] ‘overdraagt’ (par-edoken in het Grieks) aan de Vader.

    ‘Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf’, zegt het Woord in Joh.10:18, en:
    ‘Ik ben vrij om het te geven en weer terug te nemen’ (Joh.10:19).
    Hier is geen mens aan het woord, hier is de goddelijke Logos aan het woord; de Logos uit Jesaja 55:11, de ‘zelfstandige entiteit’ die voor zijn dood of leven niet afhankelijk is van God, maar buiten God om over zijn eigen leven en dood kan beschikken!

    1. Frans

      Zeer interessant, maar daardoor ga ik me juist alleen maar meer afvragen waar die obsessie met dat “woord” toch vandaan komt, want ik begrijp dat “logos” toch een veel ruimer begrip is: wijsheid, kennis, noem maar op. Terwijl “het Woord van God” eerder overkomt als: zo is het en niet anders!
      Heeft het iets met vertaling te maken?
      Of met priesters die het wel handig vonden om één boek te hebben met alle regels erin?

    2. Marien

      Een heel verhaal, Willem, maar dit snijdt hout. Persoonlijk zie ik de logos graag zo concreet mogelijk, anders hoeft die geen ‘vlees-en-bloed’ te worden. Maar dat is een nuance. Bedankt voor je uitleg.

  9. sara

    Nieuwe testament in joodse context:
    is er een link met het boek van Bruce Chlilton en Jacob Neusner ‘Judaism in the new testament’?

  10. Willem Visser

    Frans en Marien (en anderen),
    Wellicht dat het onderstaande een en ander verduidelijkt:

    Het begrip ‘logos’ – dat overigens in de Thora of Tenach niet voorkomt – is in de eerste helft van de eerste eeuw door de jood Philo van Alexandrië in de Hebreeuwse godsleer geïntroduceerd. Als filosofisch begrip was het onder de Griekse filosofen echter al eeuwen lang bekend, en elke filosoof heeft dit filosofisch ‘principe’ behandeld.

    De geloofsleer van Philo komt er in het kort op neer dat God zich aan de mensheid wil openbaren op een wijze die voor iedereen te begrijpen is. God creëerde daarom een ‘beeld’ van Zichzelf dat als ‘scheppende kracht’ zichtbaar in de wereld aanwezig is. Het betreft een ‘kracht’ die als entiteit rechtstreeks uit God voortkomt. Philo noemt deze entiteit ‘Logos’ (dat betekent Woord of Spreken). De Logos is daarmee het equivalent van het Hebreeuwse ‘davar’, dat eveneens ‘woord’ betekent. Davar kennen we van het woord ‘Devariem’, de Tien Geboden, oftewel: de Tien ‘Woorden’ van God.

    De Logos is volgens Philo ‘het Spreken’ van God, het ‘Woord’ dat uit God voort komt. De Logos is daarom niet identiek aan God maar komt op de tweede plaats, het zogenoemde ‘Zoonschap’ principe. De Logos van Philo is te vergelijken met een kapitein die in opdracht van de reder (God), het schip (de kosmos) op koers houdt en naar veilige havens leidt. Het op de ‘tweede plaats’ staan van de Logos komen we zowel bij Paulus als in het Johannes Evangelie tegen:
    Joh.14:28 ‘Want de Vader is meer dan ik.’
    1Kor.11:3 ‘God is het hoofd van Christus…’

    De tekst uit Jes. 55:11 (waar ik al eerder over sprak) gaat over de ‘geboorte’ van Gods hemelse Zoon, een Zoon die is voortgekomen uit de Vader: Zijn eniggeboren Zoon (Joh.3:16).
    En deze Zoon, zal zijn hemelse Vader niet teleurstellen, leert het vervolg van Jes.55:11. We lezen namelijk in deze tekst dat God de verwachting heeft dat:
    1) het Woord ‘vruchtbaar’ zal zijn,
    2) het Woord de ‘wil’ van Hem zal doen,
    3) het Woord zal ‘volbrengen’ wat God de Vader hem gebied.

    En het zijn deze drie zaken die er op duiden dat het ‘Spreken’ van God, (al vóór de Schepping van de aarde) een eigen, zelfstandig leven ging leiden:

    1) Vruchtbaar zijn:
    Joh.15:1 ‘Ik (Jezus) ben de ware wijnstok …’
    Joh.15:5 ‘als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.’
    (* Dit komt overeen het ‘bevruchten en gedijen’ uit Jes.55:10)

    2) Gods wil doen:
    Joh.4:34 ‘Mijn voedsel is: de wil van Hem doen die mij gezonden heeft.’
    Joh.5:30 ‘ik richt mij niet op wat ik zelf wil, maar op de wil van Hem, die mij gezonden heeft.’
    Joh.6:38 ‘want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat Hij wil die mij gezonden heeft.’

    3) Volbrengen:
    Joh.19:30 ‘Het is volbracht. Hij boog zijn hoofd en droeg de Geest over aan de Vader.’
    (* In het Grieks staat hier: par-edoken = overdragen.)
    (Merk op dat deze laatste kruiswoorden alleen bij Johannes voorkomen.)

    Hierboven sprak ik al over ‘davar’, de Woorden (Thora) van God. Dat zal ik nader toelichten.
    Uitgangspunt is deze tekst:
    Jes.51:4 ‘De Wet vindt zijn oorsprong in Mij, en Mijn recht zal een licht zijn voor alle volken.’

    ‘Woord van God’ kun je ook lezen als ‘Gods Woorden’; en daarbij is gelijk de link gelegd naar de Geboden uit de Thora. De TIEN GEBODEN die Mozes op de berg ontving, worden door joden de ‘Tien Woorden’ genoemd. Woord en Thora zijn dus synoniem aan elkaar en volledig uitwisselbaar:
    Ps.119:16 ‘Ik verheug mij in Uw Thora, Uw Woord zal ik niet vergeten.’
    Ps.147:19 ‘God maakt Zijn Woord aan Jakob bekend, Zijn Thora aan Israël.’

    Dit verklaart tevens de passage in Handelingen waar gezegd wordt:
    Hn.21:20 ‘vele duizenden joden hebben het geloof aanvaard, en allen leven vol overtuiging volgens de Thora.’

    Uit dit vers blijkt dat het ‘geloof aanvaardden’ volledig samenhangt met het leven volgens de Thora. In het Johannes Evangelie verwoord Jezus dit als volgt:
    Jh.15:14 ‘Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat ik u gebied.’

    Een ‘vriend’ worden van Jezus, en ‘eeuwig leven verkrijgen’ kan dus alleen maar als je bereidt bent volgens de Geboden te leven. En dat is precies wat Tenach ook leert:
    Neh.8:9 ‘Ieder die de Thora nakomt, zal leven.’
    Joh.11:25 ‘Wie in mij (het Woord) gelooft zal leven.’

    Naast deze teksten zijn er nog een paar opmerkelijke Schriftgetuigen met betrekking tot Jezus en de Thora. Zo lezen we in Matt.9:20 over een ‘bloedvloeiende vrouw’ die heimelijk de ‘kwastjes’ (tsitsit) aan de zoom van Jezus kleed aanraakt en genezen wordt. Deze ‘kwastjes’ dienen ter herinnering aan de naleving van de Geboden uit de Thora (Num.15:37).

    En in Matt.14:36 gaat het om een grote groep zieken die aan Jezus vraagt (smeekt) of ze alleen maar de ‘kwast’ van zijn kleed mogen aanraken, ‘En ieder die dat deed werd genezen en was volkomen gezond.’

    De schrijver van het Johannes Evangelie maakt dus gebruik van de leer van Philo om de Thora – het geschreven Woord – en Jezus – het levende Woord – aan elkaar te verbinden. Misschien is het ook wel de laatste en ultieme poging de ‘Jezus beweging’ binnen het jodendom te houden, want in de tijd dat hij dit schreef was het christendom al aardig op weg een zelfstandige religie te worden…

    1. “Wellicht dat het onderstaande een en ander verduidelijkt.”
      Wat mij betreft alleen de eerste alinea en dat wist ik al. Maar ja, wat ik nou interessant vind is hoe dit idee heden ten dage nog doorwerkt. Hoeveel mensen in de westerse samenlevingen – inclusief een flink aantal die door studie en werk beter zouden moeten weten – de kracht van argumenten overschatten vind ik opmerkelijk. Ik vermoed dat dat teruggaat, via Philo, tot op de oude Grieken, maar ik ben geen deskundige.
      Wel stel ik vast dat 2000 jaar onopgeloste theologische disputen (waar ik mij zo ver mogelijk van houd) niets aan die overschatting en het daarbij behorende zelfvertrouwen hebben afgedaan. Een paar politieke vergaderingen bijwonen zou een mens er ook van moeten genezen. Voorbeeld: de Amerikaanse presidentsverkiezingen die nu aan de gang zijn gaan ook alleen maar over argumenten en nauwelijks over empirische data.

    2. Voor een illustratie van mijn hypothese (dat nogal wat westerlingen veel te veel vertrouwen op de kracht van argumenten) verwijs ik naar

      https://logos.nl

      De naam van die website is geen toeval.
      Bedenk dat volgens een onderzoek dat ik een paar jaar geleden tegenkwam bijna een kwart van de Nederlanders de evolutietheorie verwerpt. Want redenen.

      1. Martin

        Argumenten bewijzen op zich niets. Je moet uitgaan van feiten (voor zover bekend) of axioma’s.

        Een jaar of 10 geleden was er op TV iets over de evolutietheorie. Een theologiestudent met wilde ogen zei in de camera: dat staat haaks op de bijbel! Alsof dat iets bewijst.

        Er is https://9292.nl/rotterdam/metrostation-melanchthonweg. Bible belt. Die helper van Luther heette Schwartzerd. In het Grieks vertaald wordt Schwartz Melan (melancholie etc) en Erd = Chtonos (auto-chtoon etc), dus Melan-Chton

    3. Marien

      Je laatste alinea is mij uit het hart gegrepen. Johannes voert een gesprek binnen de grote veelkleurigheid van het jodendom in de eerste eeuw – of twee eeuwen, afhankelijk van je datering van het boek. Hij kijkt naar twee kanten: een Joodse en een hellenistische. Ik vrees dat de kerk in haar uitleg van Johannes al snel die eerste kant heeft weggewerkt.

    4. Marien

      “De schrijver van het Johannes Evangelie maakt dus gebruik van de leer van Philo om de Thora – het geschreven Woord – en Jezus – het levende Woord – aan elkaar te verbinden.”

      Daar reageerde ik net dus op.

  11. Willem Visser

    Marien,
    Bij de Facebookgroep Tanachiem heb ik een artikel geplaatst “Paulus versus Petrus”. Dit artikel gaat uitgebreid in op de Hellenistische- en de Hebreeuwse visies die de twee verschillende groepen volgelingen van Jezus er op na hielden. (Het is te vinden onder de button ‘bestanden’.)

  12. Rik

    Willem,
    Wil je een link geven naar de Facebookgroep Tanachiem? Ik vind die groep niet onmiddellijk terug.
    Het naast elkaar stellen van de twee uiteenlopende karakters, Petrus en Paulus, boeit me wel.

    1. Willem Visser

      Rik,
      Het is een open groep, maar als het niet lukt zoek dan even naar: ‘Willem Visser Loosduinen’ op Facebook en post een ‘vriendschapsverzoek’.

  13. Marijke Verbree-Luttikhuis

    Het principe van ‘the rule of law’ wint door dit stukje aan betekenis. Ongeveer zoals ik dankzij ‘Zomergast-2020’ Inez Weski ook al besefte dat ‘rule’ behalve ‘regel’ ook ‘heerschapij’ betekent.

Reacties zijn gesloten.