Jezus en Mozes

Mozes (Callixtuscatacomben, Rome)

De Brief aan de Hebreeën is geen brief en het woord “Hebreeën” valt ook al niet. Van de auteur is wel beweerd dat het Paulus was, maar daartegen pleiten enkele taalkundige argumenten. Wie de auteur ook zij, hij lijkt te schrijven voor een publiek dat de joodse Bijbel kende in de Griekse vertaling, wat duidt op christenen van hellenistisch joodse afkomst. Dat is althans wat de man of vrouw dacht die aan het essay de titel Brief aan de Hebreeën heeft toegevoegd. Wellicht is de brief te lezen als een aansporing aan de lezers/toehoorders om in een periode van vervolging (10.32-34) te volharden en niet Jezus’ leer op te geven of terug te vallen tot jodendom.

Vervangingstheologie

Die laatste zin bevat inderdaad een impliciet waardeoordeel. Niet het mijne. Het is van de auteur van de Brief aan de Hebreeën. Die meent dat het geloof in Jezus superieur is aan andere joodse opvattingen, ja dat de Wet van Mozes maar “een schaduw” is van alle moois dat christelijke gelovigen te wachten staat (10.1).

De tekst leent zich daarmee als argument voor wat bekendstaat als de vervangingstheologie: God had het Joodse volk uitverkoren (het “oude verbond”) maar met Christus is er een “nieuw verbond” en niet de Joden maar de christenen zijn het verbondsvolk. Het moge duidelijk zijn dat dit standpunt neigt naar antisemitisme en ik ken geen moderne christenen die er nog waarde aan hechten.

Jezus versus Mozes

Dat geloof in Jezus superieur is aan oudere vormen van jodendom, zien we bijvoorbeeld beargumenteerd aan het begin van het derde hoofdstuk, hieronder geciteerd in de NBV21-vertaling. De eerste zin presenteert Jezus als apostel, dus een gezant namens God. Het is bij mijn weten de enige keer dat Jezus zo heet. Het woord wordt meestal gebruikt voor de zeventig of tweeënzeventig door Jezus uitgezonden apostelen.

Richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden, die trouw is aan wie hem heeft aangesteld, zoals Mozes in heel Gods huis zijn taak trouw vervulde. Jezus echter werd groter eer waardig geacht dan Mozes, zoals de bouwer van een huis meer eer krijgt dan het huis zelf. Elk huis heeft een bouwer, maar God is de bouwer van alles. Mozes vervulde trouw zijn taak als dienaar in heel Gods huis, om te getuigen van de woorden die God zou spreken, Christus echter is trouw als zoon die over dat huis is aangesteld. Wij vormen dat huis, als we tenminste trots en zonder schroom vasthouden aan datgene waarop wij hopen. (Hebreeën 3.1-6)

De vergelijking van Jezus en Mozes is niet uniek: de samensteller van de Bergrede presenteert Jezus immers ook als een Mozes. Daar zet Jezus echter de puntjes op de i van de Wet. Hij is een commentator, een aanvuller, en dus een volgeling. Voor de auteur van de Brief aan de Hebreeën is Jezus “groter eer waardig dan Mozes”. Mozes was slechts een dienaar in het door God gebouwde huis, terwijl Christus de zoon van die bouwer is.

Huis en huishouding

Er zit hier overigens nog een klein cultureel probleempje: de betekenis van het woord “huis”. In het Grieks staat er οἶκος (oikos), wat niet alleen verwijst naar een gebouw, zoals wij het lezen, maar tevens naar alle bewoners. Dus een complete familie met personeel. Zeg maar de autarke economische basiseenheid van een voorindustriële samenleving. Deze dubbele betekenis is pas met het ontstaan van het westerse, burgerlijke gezin verdwenen.

In de Oudheid was ze echter nog volkomen normaal. Geen lezer of toehoorder zal het vreemd hebben gevonden dat de auteur van de Brief aan de Hebreeën de mensheid aanduidde als het door God gebouwde huis.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

4 gedachtes over “Jezus en Mozes

  1. FrankB

    Mijn bijdrage aan een stichtelijke zondag:

    https://www.hebban.nl/boek/wis-en-natuurlyriek-drs-p

    Er komen lieden als Archimedes, Euclides en Anaxagoras in voorbij. Ik zou graag een volledig gedicht presenteren, maar ja, copyright. Citeren mag wel:

    Aldus vind ik 3,14159265
    Et cetera et cetera, ja het heeft heel wat om het lijf.
    Zodat ik elke morgen na het opstaan eventjes verstijf
    Bij de gedachte aan de eindeloosheid van dit tijdverdrijf

    Dankzij deze regels en al wat er aan voorafgaat en achteraan komt ben ik bekend geraakt met Ludolf van Ceulen, een onterecht onbekende importslimmerik uit Leiden. Ik overweeg kerkbezoek. Lees zijn stukje op Wikipedia en u begrijpt waarom.

    1. Ben Spaans

      https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Ludolph_van_Ceulen
      Wat ik een beetje vreemd vindt is dat Van Ceulen uit het Duitse Rijk (Hildesheim) al in zijn jonge jaren uit vrees voor de Inquisitie naar de nog niet onafhankelijke Nederlanden vluchtte waar hij veiliger was.
      Hoe jong was hij? Toen hij vijftien was werd de ‘Godsdienstvrede’ van Augusburg gesloten waardoor in ieder geval Lutheranen de nodige bescherming konden vinden. Naar de Nederlanden rond die tijd lijkt dan niet zo voor de hand te liggen dan toch?

      1. Ben Spaans

        De Engelse en Duitse wikipedia zeggen helemaal niets over religieuze redenen voor de verhuizing naar Delft.

  2. Willem Visser

    Jezus wordt inderdaad nergens anders dan in Hebr.3:1 apostolos (apostel) genoemd. We vinden in het Johannes Evangelie echter wel veelvuldig een verwante vorm, zoals in Joh.17:3 “… dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden (apo-stello) hebt”.
    Het aardige van deze tekst is dat hier – door Jezus zelf – de Drie-eenheid wordt weersproken.

Reacties zijn gesloten.