Versterkingen voor Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

Als ik zeg dat het 11 december was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de tweede keer) en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 27 oktober 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals u in de voorafgaande stukken hebt gezien, was hij beland in de Alexandrijnse Oorlog, een conflict tussen de Egyptische koningin Kleopatra VII en haar broer Ptolemaios XIII. In de voorafgaande weken waren hun adviseurs geëxecuteerd of vermoord, terwijl patriottische Egyptenaren het door Caesar bezette koninklijke paleis in Alexandrië naderden. Omdat een van de leden van de koninklijke familie, Arsinoë IV, zich bij hen had gevoegd, kon de Egyptische generaal Ganymedes voluit in de aanval gaan, want de continuïteit  van de dynastie was gegarandeerd.

Versterkingen

Caesar had om versterkingen gevraagd en de eerste die gehoor gaf was Gnaeus Domitius Calvinus, de man die tijdens Caesars verblijf bij Dyrrhachion een operatie in Thessalië had geleid. De dictator had hem benoemd tot gouverneur van het schatrijke Asia, waar hij vanuit Efesos Caesars aanvoerlijnen over de Egeïsche Zee overzag. Hij was ook bezig met het herorganiseren van de troepen die in Farsalos hadden gestreden, zowel die van Caesar als Pompeius.

De anonieme auteur van De Alexandrijnse Oorlog vertelt:

In diezelfde dagen werd het Zevenendertigste Legioen, dat behoorde tot de troepen van Pompeius die zich hadden overgegeven, door Domitius Calvinus ingescheept met graan, wapens en geschut. Het voer naar de kust van Afrika even voorbij Alexandrië. De schepen konden door de oostenwind, die vele dagen aanhield, geen haven binnenlopen, maar in dat hele gebied bevinden zich uitstekende ankerplaatsen. Toen ze te lang werden vastgehouden en te lijden kregen van gebrek aan water, stuurden ze een snel schip naar Caesar om hem in te lichten. (10; vert. Hetty van Rooijen)

Caesar, die nog altijd over enkele schepen beschikte, voer de vloot van het Zevenendertigste tegemoet, en constateerde dat er inmiddels ook Egyptische schepen waren aangekomen. Die vielen een van Caesars schepen aan, afkomstig uit Rhodos.

Het gevecht begon en de Rhodiërs wierpen zich uit alle macht in de strijd. Zij blonken toch al in elke slag uit door hun bekwaamheid en moed, en weigerden niet de hele stoot van de aanval op te vangen – ze wilden niet schuldig lijken aan een nederlaag. Zo werd een zeer succesvol gevecht geleverd. Eén vierriemer van de vijanden werd gekaapt, een tweede tot zinken gebracht, twee werden ontdaan van al hun mariniers; bovendien werd een grote menigte militairen op de andere schepen gedood. En als de nacht geen einde had gemaakt aan de strijd, zou Caesar de hele vloot van de vijanden hebben bemachtigd. Terwijl de vijanden geheel ontdaan waren door deze ramp, sleepte Caesar bij lichte tegenwind de vrachtschepen met zijn zegevierende schepen naar Alexandrië. (11; vert. Hetty van Rooijen)

Intussen in Rome

Terwijl Caesar zijn uitzichtloze positie dus iets had verbeterd, liepen de zaken elders niet heel gunstig. Zijn tegenstanders verzamelden zich in Tunesië, Andalusië en Dalmatië waren onrustig, er dreigde oorlog aan de Zwarte Zee en ook in Italië waren problemen. Caesars rechterhand daar was Marcus Antonius, die er niet in slaagde de verkiezingen te organiseren die op 11 december hadden moeten plaatsvinden (dus vandaag 2069 jaar geleden).

Het nieuwe jaar, dat wij 47 v.Chr. noemen, zou in het najaar wel consuls krijgen en stond bij de Romeinen bekend als “toen Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius consul waren”, maar “toen Julius Caesar en Marcus Antonius de macht hadden” zou accurater zijn geweest.

Fufius Calenus was een veteraan uit de Gallische Oorlog, de Spaanse campagne en de gevechten op de Balkan. Hij zal in de eerste maanden van 47 zeker een belangrijke rol hebben gespeeld. Publius Vatinius was ook een loyale aanhanger van Caesar. Hij had ooit de Lex Vatinia ingediend, waarmee Caesar zijn Gallische commando had gekregen. Later had Vatinius deelgenomen aan de Belgische campagne van 57 v.Chr., ambten in Rome bekleed en deelgenomen aan de laatste operaties van de Gallische Oorlog. In het voorjaar van het jaar dat later naar hem zou worden vernoemd, zou hij Dalmatië pacificeren. Een capabele man, over wie latere auteurs echter vernietigend hebben geoordeeld. Volgens Velleius Paterculus zou Vatinius

achter iedereen de onderste plaats hebben verdiend. Zijn afstotelijke aanblik wedijverde met zijn lage, beschamende karakter, ja, zijn ziel leek een volkomen passende behuizing te hebben (Romeinse Geschiedenis 2.69; vert. Vincent Hunink)

Caesar was overigens ontevreden over Marcus Antonius. Toen Caesar later voor de derde keer dictator werd, passeerde hij zijn voormalige rechterhand. Maar zover was het nog niet. Voorlopig zat Caesar, versterkt maar belegerd, opgesloten in Alexandrië. De Alexandrijnse Oorlog was nog lang niet voorbij.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

PS

Ik verzorg in Amsterdam een cursus over Julius Caesar. Die is op zaterdagmiddagen in november, op een boogscheut van station Zuid.

Deel dit: