
Wanneer ik schrijf dat het 17 februari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en wanneer ik dat omreken naar 29 november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u in een nieuw stukje uit de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” bent beland.
Versterkingen
Ik heb vorige keer verteld dat Caesar een poging had gedaan Uzitta te veroveren. Metellus Scipio had zijn leger opgesteld maar de slag niet aangedurfd. Sindsdien was er weinig gebeurd. Caesars manschappen waren bezig geweest hun posities uit te bouwen, Scipio’s soldaten zullen hetzelfde hebben gedaan en beide partijen wachtten op versterkingen. Scipio had hierbij het voordeel dat hij enkele havens in de omgeving controleerde. Een capabele vlootcommandant, Gaius Vergilius, wist daarvandaan verschillende van Caesars schepen te onderscheppen. Op 17 februari, onze 29e november, arriveerde bovendien Scipio’s bondgenoot Juba I, de koning van Numidië. Hij nam drie legioenen, 18.000 man lichte infanterie, 20.000 ruiters en dertig olifanten mee. Dat hij niet gerust was op de afloop, blijkt wel uit het feit dat hij in zijn hoofdstad Zama
midden op het forum een hoge brandstapel had opgericht. Als hij de oorlog zou verliezen, was hij van plan daar al zijn bezittingen op te stapelen, vervolgens alle burgers te doden en ook erop te gooien, een vuur eronder aan te steken en tenslotte zichzelf daarop te doden en samen met kinderen, vrouwen, burgers en de hele koninklijke schat te verbranden (Afrikaanse Oorlog 91; vert. Hetty van Rooijen)
Het was nog steeds Caesars opzet Uzitta in te nemen. Na een gewonnen ruitergevecht liet hij zijn manschappen schansen bouwen in de richting van het stadje. Zo kon hij het naderen zonder angst voor aanvallen van Metellus Scipio en Juba.

Bijkomend voordeel was dat er tussen beide schansen putten gegraven konden worden. Caesars tegenstanders probeerden de aanleg te verhinderen, maar hun aanval werd afgeslagen.
Intussen deserteerden ongelooflijke hoeveelheden soldaten uit Scipio’s Vierde en Zesde Legioen deels naar Caesars kamp, deels naar andere plaatsen die ze konden bereiken. En vrij veel ruiters die onder Curio hadden gediend en geen vertrouwen hadden in Scipio en zijn troepen deden hetzelfde. (Afrikaanse Oorlog 52)
Caesar kon de belegering van Uzitta dus voortzetten met steeds meer manschappen, al had het leger van zijn vijanden meer versterkingen gekregen.
Ondertussen in het westen
In de tussentijd had Cato de Jongere, de garnizoenscommandant van Utica, een expeditie uitgezonden naar het verre westen. Om het goed te begrijpen, moet u zich voorstellen dat er naast de Romeinse provincie Africa, zeg maar Tunesië, vier Numidische rijken lagen.
- Meteen naast Romeins Africa lag in het oosten van Algerije Massylië, waar Juba I regeerde, met als hoofdsteden Cirta (het huidige Constantine) en het al genoemde Zama.
- Verder naar het westen regeerde zijn neef Masinissa II over Masaesylië. De hoofdstad was Siga (bij Oran).
- Nog wat verder naar het westen, in het oosten van het huidige Marokko, regeerde Bochus.
- Aan de Atlantische kust was Bochus’ broer Bogud aan de macht.
De twee eerstgenoemde vorsten waren verbonden met Metellus Scipio; Bogud en Bochus waren vijanden van Masinissa en Juba. Om laatstgenoemde ter wille te zijn stuurde Cato Gnaeus Pompeius Junior met een vloot naar het westen.
Met een lichtbepakt leger van tweeduizend slaven en vrije mannen, slechts voor een deel bewapend, rukte hij op naar de stad Ascurum, waarin zich een garnizoen van de koning bevond. De stadsbewoners lieten Pompeius naderen totdat hij dicht bij de poorten en de muur was. Toen deden ze plotseling een uitval, verpletterden de Pompeianen en dreven ze in volslagen paniek verspreid naar de zee en hun schepen terug. Na deze tegenslag voer Gnaeus Pompeius daar weg met zijn schepen. Hij deed geen enkele kust meer aan en koerste met zijn vloot naar de Balearen. (Afrikaanse Oorlog 24; vert. Hetty van Rooijen)
Deze operatie zou vérstrekkende gevolgen hebben. Bogud en zijn broer Bochus verbonden zich nu namelijk met een Italiaanse avonturier die met een privélegertje actief was, Publius Sittius. Samen trokken ze vanuit het westen op en al gauw naderden ze Cirta, de voornaamste residentie van Juba. Die had, tijdens zijn campagne tegen Julius Caesar, dus voortdurend een tweede zorg en moest zijn aandacht en zijn troepen verdelen. Het leger waarmee hij vandaag 2069 jaar geleden aankwam, was daardoor minder groot dan waarop Metellus Scipio had gehoopt.
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
PS
Vanavond spreken Robert Nouwen en ik het in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman over het politiek misbruik van de Oudheid dat mogelijk wordt als het onderzoek niet goed wordt uitgelegd. U mag denken aan Ambiorix als nationale held, aan Bart De Wevers fantasieën, aan Mark Ruttes verzinsels over migratie als oorzaak van de ondergang van het Romeinse Rijk en aan (anti)zionistische claims. U kunt u hier aanmelden.
Zelfde tijdvak
Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogendecember 20, 2023
De slag bij Zela (1)mei 21, 2023
Hoe kennen we de Romeinen? (1)mei 3, 2015

Graag was ik vanavond aanwezig geweest in Antwerpen.
Jammer genoeg heb ik al ingeschreven voor een andere bijeenkomst.
Kunnen we hier of elders lezen over deze bijeenkomst?
Vragende groet,
“Hij nam drie legioenen, 18.000 man lichte infanterie, 20.000 ruiters en dertig olifanten mee.”
Nu ben ik in verwarring. Het aantal van 18.000 is ongeveer het zelfde aantal als drie legioenen, maar een legioen is zware infanterie en geen lichte. Kwam die lichte infanterie dus bovenop de drie legioenen? Juba kan trouwens geen legioenen hebben gehad want alleen de Romeinen hadden die – al heb ik wel eens vaker bij klassieke auteurs dit woord gebruikt zien worden als synoniem voor ‘legereenheid’.
Ik denk dat hij met pakweg 12.000 man zware infanterie kwam, bewapend op Romeinse wijze. Dat die bewapening bekend was in de eerste eeuw v.Chr., lijkt zeker; we hebben afbeeldingen uit Algerije en Tunesië. Bedenk dat Juba al de legioenen van Curio had overgenomen.
Daarnaast 18.000 lichte infanterie, 20.000 ruiters alsmede olifanten. Denkelijk moeten alle cijfers worden verlaagd omdat we rekening moeten houden met de overdrijving die onze bronnen eigen is.