
Alashiya was de naam waaronder Cyprus (of een stad op dat eiland) bekendstond in de Late Bronstijd. We komen de naam tegen in teksten uit Alalach, Egypte, Ebla, Mari en Babylonië. De koningen van Ugarit en van de Hittieten stuurden ballingen naar Alashiya. Omdat de tekst vaak de handel in koper ter sprake brengen, weten we echt heel zeker dat het gaat om het koperrijke Cyprus.
In de Amarna-brieven, een verzameling diplomatieke correspondentie uit de veertiende eeuw v.Chr. die is gevonden in Egypte, duidt de koning van Alashiya zich aan als de “broeder” van de farao. Het moet dus een machtig man zijn geweest, wat de oude theorie dat Alashiya alleen maar een stad als Enkomi is geweest, wat minder plausibel maakt. Een van die brieven, EA 34 om precies te zijn, toont hoe de verhoudingen waren.
Zo spreekt de koning van Alashiya tot de koning van Egypte, mijn broer:
Weet dat ik het goed maak en dat ook mijn land het goed maakt. Moge het welzijn, van u, van de uwen, van uw huis, van uw vrouwen, van uw paarden, van uw wagens en van uw land zo compleet mogelijk zijn!
Weet, mijn broer, dat toen u me schreef “Waarom hebt u uw gezanten niet naar mij gestuurd?”, ik nog niet had vernomen dat u een offerfeest zou organiseren. Laat daarom ergernis uw hart niet overmeesteren.
Omdat ik het nu wel weet, stuur ik u – kijk! – mijn gezanten naar u toe, en ik stuur u met die gezanten ook honderd talenten koper. Ik hoop dat uw gezant mij een verguld bed van ušu-hout, een wagen met een gouden … en twee paarden, verder tweeënveertig stuks kitu en veertien stuks ušu-hout en zeventien stenen … goede olie, alsmede uit de koninklijke kitu-opslag vier stuks kitu en vier stuks … en van de zaken die niet …
Een deel van de brief is nauwelijks leesbaar, maar het lijkt erop dat het verlanglijstje nog even door ging en dat er een verzoek was om op te schieten. De brief vervolgt met nieuws over wat een scheepsramp lijkt te zijn en eindigt met een aanmaning.
… een koopman uit Alashiya en twintig van uw kooplieden, en … is met hen overleden.
Moge rechtvaardigheid tussen ons bestaan en moge mijn gezant voor u verschijnen en moge uwe gezant voor mij verschijnen! Verder: waarom hebt u mij niet de olie en de kitu gezonden tot … ? Dat, waarom u hebt gevraagd, heb ik u gezonden en ik heb zelfs een rhyton vol goede olie gezonden om uw hoofd te zalven nu u plaats hebt genomen op de troon van uw koninkrijk.
De geadresseerde is vermoedelijk farao Amenhotep IV ofwel Echnaton, de enige Egyptische koning die aan de macht is gekomen in het tijdvak dat de Amarna-brieven documenteren. Hoewel de koning van Alashiya de economische transactie presenteert als de uitwisseling van geschenken, herinnert hij de farao er dus feitelijk aan dat er zoiets bestaat als vastgestelde leveringsvoorwaarden.
PS
Ik organiseer van 1 tot en met 9 september een reis naar Cyprus.

Zarathuštra
Anatolische talen
Fabeldieren
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.