De Notre-Dame: andere verhalen

Een spuwer van de Notre-Dame van Parijs

[Dit is het laatste van vier door Hans Overduin geschreven blogjes over de Notre-Dame van Parijs. Het eerste was hier.]

Zelfmoord

Een gebouw met twee bijna zeventig meter hoge torens is een voor de hand liggende plaats om zelfmoord te plegen. Zo gaat het verhaal dat in 1882 een jonge vrouw zich bij een beheerder van de kathedraal vervoegde met het verzoek een van de torens te mogen beklimmen. De man weigerde in eerste instantie omdat de vrouw geen begeleider had. Ze vond echter een oudere vrouw die bereid was met haar mee te gaan, en eenmaal boven wipte de jonge vrouw over het randje om een onontkoombare dood tegemoet te vallen. Haar geest wordt nog regelmatig gezien op het dak of op de torens.

Een historische zelfmoord is die van Antonieta Rivas Mercado, een Mexicaanse schrijfster, feministe en kunstkenner die zichzelf in 1931 door het hoofd schoot op het hoogaltaar. Ze was verliefd geworden op de politicus José Vasconcelos en was hem gevolgd naar Parijs. De affaire was nogal uitzichtloos aangezien hij getrouwd was en weinig bereidwilligheid toonde te scheiden van zijn echtgenote. Toen Antonieta die feiten onder ogen zag, beroofde ze zichzelf van het leven met het pistool van Vasconcelos. Opnieuw was de Notre Dame een geest rijker.

Lees verder “De Notre-Dame: andere verhalen”

De Notre-Dame: spookverhalen

De duivel in de Notre-Dame van Parijs

[Dit is het derde van vier door Hans Overduin geschreven blogjes over de Notre-Dame van Parijs. Het eerste was hier.]

Een blog over de Notre-Dame zou incompleet zijn zonder een paar opmerkingen over de spookverhalen in en rond de Parijse kathedraal. Ter zake dus, en dan beginnen we met het boek dat (mede) aanleiding was tot alle gespook.

Quasimodo

Rond 1830 verkeerde de kerk in een dermate deplorabele staat – vooral het interieur – dat de Parijzenaars overwogen de kerk maar af te breken. Met de publicatie van de roman Notre-Dame de Paris (1831) van Victor Hugo, in de Nederlandse vertaling bekend onder de titel De klokkenluider van de Notre Dame, kwam de kerk echter dermate in het middelpunt van de belangstelling te staan dat koning Louis Philippe besloot de kathedraal te laten restaureren.

Het overbekende boek biedt een accuraat portret van het middeleeuwse Parijs, zoals men zich dat voor de geest haalde in de vroege negentiende eeuw. Met verwijzingen naar de eigen tijd. Het is namelijk aannemelijk dat het fictieve personage van Quasimodo is geïnspireerd op een gebochelde steenhouwer die rond 1820 werkzaamheden aan de kathedraal zou hebben verricht en die Hugo persoonlijk gekend zou hebben. De man zou als kluizenaar hebben geleefd en bekend hebben gestaan als Monsieur Le Bossu, “de gebochelde”.

Lees verder “De Notre-Dame: spookverhalen”

De Notre-Dame: muziek

Sculptuur van de Notre-Dame van Parijs

[Dit is het tweede van vier door Hans Overduin geschreven blogjes over de Notre-Dame van Parijs. Het eerste was hier.]

Vijf jaar geleden, onmiddellijk na de brand van de Notre-Dame, vatte de Grieks-Nederlandse componiste Calliope Tsoupaki de betekenis van de Parijse kathedraal voor de kerkmuziek samen:

De brand was een grote ramp. Terecht is veel geschreven over de waarde van de kerk voor het christendom, de architectuur en de kunst. Maar ook voor de muziek is de kathedraal een symbool. In de Notre-Dame is de eerste meerstemmige muziek gecomponeerd. De overweldigende ruimte en de grootse akoestiek inspireerden de koormeesters rond 1200 om het eenstemmige gregoriaans te verrijken met extra stemmen en muzikale ornamenten. Dat was een ongekende revolutie. De Notre-Dame is de wieg van onze westerse muziek. Gelijk na de brand ben ik begonnen met het componeren van Pour Notre-Dame: voor Onze-Lieve-Vrouw, voor de kerk en voor de muziek die ons allemaal verbindt.

Lees verder “De Notre-Dame: muziek”

De Notre-Dame: onderwijs

De Notre-Dame van Parijs

Ik ben altijd geneigd de Notre-Dame van Parijs in kwantitatieve en niet in kwalitatieve termen te beschrijven. De kerk mag dan een uniek voorbeeld zijn van vroeg-gotische bouwkunst, verder is alles gewoon alleen maar groot. De kerk zelf is groot, het hoofdorgel is groot maar klinkt niet echt mooi, en er is in de loop der tijd het nodige aan gesleuteld, net als aan de kerk zelf. In 1845 heeft de thans omstreden architect Eugène Viollet-le-Duc de kathedraal volgens de mode van die tijd behoorlijk opgeleukt, bijvoorbeeld met de vieringtoren, de “Flèche”, die bij de brand, inmiddels vijf jaar geleden, zo dramatisch brandend neerstortte.

Daarnaast is de Notre-Dame naast een enorme toeristische trekpleister (gemiddeld tien miljoen bezoekers per jaar) symbool van Parijs – alsof de Eiffeltoren nooit gebouwd is – of zelfs van geheel Frankrijk, een stuk Frans chauvinisme waar wij Nederlanders, op de francofielen na, weinig mee hebben. Er zijn diverse kerken in Parijs en kathedralen in Frankrijk die als gebouw fraaier en interessanter zijn en belangwekkender kunstschatten en orgels bevatten. Voor mij schuilt de waarde van de Notre-Dame in heel andere dingen en daarvoor ga ik terug naar zijn tijd van ontstaan, de Middeleeuwen.

Lees verder “De Notre-Dame: onderwijs”

Het koninkrijk Cyprus

Het wapen van de Lusignans, de heersers van Cyprus (Keryneia)

Zoals ik in gisteren vertelde, had koning Richard Leeuwenhart in 1191 Cyprus veroverd maar kon hij het niet beheren. Ook de Tempeliers zagen er geen brood in. Uiteindelijk overhandigde Richard het eiland nu aan zijn bondgenoot Guy van Lusignan, die u zich misschien herinnert uit een eerder blogje. De koning van Jeruzalem had in 1187 de slag bij Hattin verloren en had zijn stad moeten afstaan aan Saladin. Cyprus was een mooie compensatie voor Guys verloren koninkrijk. Na zijn dood in 1194 – hij werd begraven in Nicosia – kwam het eiland in handen van zijn broer Amalrik van Lusignan.

Deze twee koningen heersten allebei officieel ook in Palestina, al waren hun bezittingen gereduceerd tot de kuststrook. Hun afstammelingen regeerden alleen op Cyprus, dat onder Hugo I (r.1205-1218) en Hendrik I de Dikke (r.1218-1253) tot rust kwam. Bijvoorbeeld door een verdrag met de Seljukische Turken, waardoor beide partijen handel konden drijven. Deze twee vorsten waren allebei jong aan de macht gekomen, maar de familie Ibelin, die uit Palestina was meegekomen naar Cyprus, leverde capabele regenten die bijvoorbeeld wisten te verhinderen dat keizer Frederik II de macht overnam op Cyprus.

Lees verder “Het koninkrijk Cyprus”

Notre-Dame

Notre-Dame van Parijs

Hoewel ik Parijs enkele keren heb bezocht, was ik nog nooit in het Institut du Monde Arabe geweest. Dat voelde als een omissie, want ik stel wel enig belang in de Arabische cultuur. Het IMA stond dus hoog op mijn verlanglijstje en zaterdag zijn we er inderdaad naartoe geweest. Ik kan u een bezoek zeker aanraden. We zijn er, afgezien van de lunch, ongeveer zes uur binnen geweest zonder ons ook maar een minuut te vervelen. Dat er een expositie was over het Saoedische Al-‘Ula, een belangrijke IJzertijdnederzetting en een Romeins fort, was mooi meegenomen. Maar daarover wil ik het nu even niet hebben.

Op het Île Saint-Louis wilde ik het parkje fotograferen waar het verhaal van Julio Cortázar zich afspeelt dat beroemd werd als “Blow-up”, maar ik vergat het toen ik in de verte de Notre-Dame zag staan. Ik wist dat ik de aanblik van de door steigers verborgen kathedraal onprettig zou vinden maar toen ik het feitelijk zag, was ik werkelijk ontdaan. Ik realiseerde me ineens dat de Notre-Dame me ronduit dierbaar was.

Lees verder “Notre-Dame”

Reims

Altaar voor de Gallische god Cernunnos, te midden van Apollo en Mercurius (Musée Saint-Remi, Reims)

Eigenlijk had ik u vandaag het eerste van drie stukjes willen aanbieden over museumvoorwerpen uit Grand, maar ik reisde dinsdag weer eens met de trein en ook al zit ik dan in de stiltecoupé en draag ik een koptelefoon, ik kan me domweg niet concentreren als er mensen zitten te praten. Dus schrijf ik maar een stukje dat wat minder concentratie vergt, namelijk over het reisje waarover ik ook gisteren schreef: hoe mijn zakenpartner en ik Bastenaken, de Titelberg, Trier, Hermeskeil, Straatsburg en Grand bezochten en tot slot Reims, het antieke Durocortorum.

Reims is voor mij een speciale plek. Toen ik in 1992 naar Griekenland fietste, was mijn aankomst hier een soort mijlpaal: de eerste grote bestemming die ik bereikte. Ik heb sindsdien elke maand wel een keer dezelfde droom over hoe ik er kom aanfietsen, met een moeiteloosheid die me in mijn droom doet herinneren dat ik over deze situatie weleens heb gedroomd maar dat het in de werkelijkheid dus ook al zo gemakkelijk gaat. Soms houd ik dat gevoel nog even vast maar het eindigt er altijd mee dat ik wakker word in een wereld waarin alles moeite kost. Van mijn fietstocht herinner ik me verder dat ik een bezoek heb gebracht aan de kathedraal en het Musée Saint-Remi, maar ik kan me geen concrete voorwerpen voor de geest halen.

Lees verder “Reims”

Straatsburg

Het slagveld bij Straatsburg

Vandaag een nieuwe aflevering in het winterfeuilleton “op reis in Gallia Belgica”. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, bezochten mijn zakenpartner en ik onlangs Bastogne, de Titelberg, Trier en Hermeskeil. Onze volgende bestemming was Straatsburg, waar we een beetje met een omweg naartoe reden omdat we eerst het slagveld wilden zien waar de Romeinse generaal Julianus in 357 na Chr. de Alamannen versloeg.

Die waren Gallië binnengevallen terwijl het Romeinse Rijk in een crisis verkeerde: in 350 was keizer Constans vermoord en opgevolgd door Magnentius, die meteen verstrikt zat in een burgeroorlog tegen Constans’ broer Constantius. Er waren allerlei troepenbewegingen, de Rijngrens lag onbewaakt en de Alamannen plunderden de Elzas. Ook nadat Constantius in 353 zijn rivaal had verslagen, duurde het even voordat de Romeinen hun gezag konden herstellen.

Lees verder “Straatsburg”