Bespiegelingen over Belgrado (3)

De splitsing van de Sava (van links naar rechts) en de Donau incl. ‘veliko ratno ostrovo’ (rechts) met aan de overkant Novi Beograd, kijkend richting Surčin en gezien vanaf het fort Kalemegdan.

[Laatste deel van een gastblog van Tim Frangias over Belgrado. Het eerste deel vond u hier en het tweede daar.]

De Donau als paradijselijke rivier: Belgrado en Konstantinopel

Volgens andere legendes is de Donau (zoals de Tigris, Eufraat en Indus) één van de vier rivieren die ontspringen in het paradijs, zodat Belgrado met zijn wallen op een oude plek ligt, omspoeld door een van de hemelse rivieren. Aleksandar Diglič schrijft in Belgrade, The Eternal City het volgende:

Een persoon die bezeten is van fantasie, en er zijn genoeg van zulke types in Belgrado, vertelde mij dat een walnoot die vanuit Belgrado in de Donau wordt gegooid, er negen dagen over zou doen om naar Konstantinopel te drijven. Of dit nu waar is of niet, de waarheid is dat deze twee steden een sentimentele, eeuwenoude relatie hebben die nooit zal worden beëindigd.

Lees verder “Bespiegelingen over Belgrado (3)”

Bespiegelingen over Belgrado (2)

De oude binnenstad van Belgrado (Stari Grad) vanaf het fort Kalemegdan gezien, staand bovenop de klif Kauliakos; de rivier de Sava bevindt zich rechts; ver weg is de Avala (met de toren, de Avala Toranj en zendmast daarop) zichtbaar.

[Tweede deel van een gastblog van Tim Frangias over Belgrado. Het eerste deel vond u hier.]

Belgrado bij Apollonios Rhodios

Belangrijke momenten in het Argonauten-verhaal spelen zich af in wat de periferie van de “klassieke wereld” genoemd zou kunnen worden, terwijl het verhaal notabene verteld wordt door een auteur uit het klassiek literaire canon. De tocht van de helden over de Donau brengt hen in wat tegenwoordig (onder andere) Servië beslaat, een uithoek van de “klassieke” wereld van de oudheid. De Istros, de Donau, is één van de vele plaatsen waar de Argonauten langs komen, maar tegelijkertijd cruciaal als het gaat om het beschrijven van de topografische plaats die vandaag Belgrado is.

Nadat de Argonauten zich meester hadden gemaakt van het Gulden Vlies zeilden zij, op de vlucht voor de Kolchiërs, op hun terugreis naar Hellas de rivier de Istros (of: Donau) op. In het vierde boek van de Argonautika lezen we de volgende verzen:

Lees verder “Bespiegelingen over Belgrado (2)”

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Lees verder “IIII Flavia Felix”

De Langobardische Cyclus (3): Alboin

Een strijdscène uit een Langobardisch graf (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]

De legende van Alboin, opgenomen in de Langobardische Cyclus, is het meest “waarheidsgetrouwe” deel. Ze gaat dan ook niet terug op het Dresdener Heldenbuch of andere sagen. De voornaamste en eerder geschiedkundige bron hier is de Langobardische geschiedschrijver Paulus de Diaken. Voor zijn Historia Langobardorum putte hij uit de Origo gentis Langobardorum, het Liber Pontificalis (Boek der pausen), de verloren gegane geschriften van Secundus van Trente en de Annalen van Benevento. Hij verwerkte tevens teksten van Beda de Eerbiedwaardige, Gregorius van Tours en Isidorus van Sevilla.

De historische Alboin

De historische Alboin, zoals we die kennen via Paulus de Diaken, was inderdaad koning van de Langobarden, tussen 560 en 572. De Langobarden en hun buren, de Gepiden, bewoonden toentertijd de Pannonische vlakte: zeg maar westelijk Hongarije. Audoin, vader van Alboin, was in oorlog met Thurisind, koning der Gepiden. In de slag bij Asfeld (552) doodde Alboin een zoon van Thurisind, Turismod.noot Er is geen archeologische bevestiging van die veldslag. Asfeld zou niets anders dan “slagveld” betekenen. Men vermoedt dat de slag plaatsvond tussen de Donau en de Sava.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (3): Alboin”

De Donau

De bovenloop van de Donau bij Kelheim

Ik heb al geblogd over de Aoos, Elbe, Eufraat, Rijn en Tigris, dus laten we het nu eens hebben over de Donau. De Romeinen noemden de hele stroom Danubius, de Grieken gebruikten die naam alleen voor het westelijke deel. De benedenloop kenden ze als Ister. De mooie blauwe rivier ontspringt in het Zwarte Woud en mondt uit in de Zwarte Zee. Met een lengte van ongeveer 2860 kilometer is de rivier ongeveer even lang las de Eufraat. In Europa is alleen de Wolga langer. De antieke auteurs meenden dat, afgezien van de halflegendarische rivieren van India, alleen de Nijl groter was dan de Donau.

Onder de vele zijrivieren van de Donau – Plinius de Oudere kende er niet minder dan zestig – zijn de Iller, de Lech, de Altmühl, de Naab, de Regen, de Isar, de Ilz, de Inn, de Traun, de Enns, de Morava, de Leitha, de Rába, de Váh, de Drava, de Tisza, de Sava, de Olt, de Siret en de Prut. Dat is nogal wat, maar de rivier is dus lang en stroomt door Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië, Bulgarije en schampt zelfs even aan Moldavië en Oekraïne.

Lees verder “De Donau”

De val van Sirmium

Tegel met inscriptie uit Sirmium (Museum van Sremska Mitrovica)

Vandaag de dag is Sremska Mitrovica een vriendelijk provinciestadje in het noorden van Servië. Een mooie kerk, een plein waar je lekker ijs kunt eten en goed bier wordt getapt, een museum met opvallend aardig personeel, her en der wat ruïnes. Weinig doet je vermoeden dat die ruïnes behoorden bij een van de meest roemruchte steden van het Romeinse Rijk: Sirmium. Gelegen aan de Sava, de belangrijke route van Istrië naar de Midden-Donau, was de stad voorbestemd tot grandeur, en inderdaad: niet minder dan tien Romeinse keizers zijn hier geboren. Mocht u het precies willen weten: het gaat om  Decius (r.249-251), zijn zonen Herennius Decius en Hostilianus (beide in 251), Claudius II (r.268-270) en zijn broer Quintillus (r.270), Aurelianus (r. 270-275), Probus (r.276-282), Maximianus (r. 285-310), Constantius II (r.337-361) en Gratianus (r.367-383). Overigens stierven Claudius II en Probus in hun geboorteplaats, gebruikte Licinius (r.308-324) Sirmium als residentie, organiseerden de christenen er vier synodes en zijn er diverse veldslagen gevochten in de omgeving.

In de vierde eeuw werd het de hoofdstad van de prefectuur van Illyricum, een van de vier administratieve delen van het rijk. Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen: IIII FlaviaV Iovia en VI Herculia. Ondanks deze en latere troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen en toen hun federatie uiteenviel, heersten achtereenvolgens de Ostrogoten en de Gepiden over Sirmium. In 567 herstelde de Byzantijnse heerser Justinus II het keizerlijk gezag. Een complex verhaal met een tragische afloop.

Lees verder “De val van Sirmium”

Belgrado

Koning Mihajlo Obrenovic in Belgrado

Ik ben momenteel in Belgrado. Achter mijn hotel ligt een straat die is genoemd naar Gavrilo Princip, de man die in 1914 de Oostenrijkse kroonprins neerschoot en daarmee bereikte dat Oostenrijk intervenieerde op de Balkan, waar het al sinds 1912 onrustig was. Dat conflict bleef nu niet langer gelokaliseerd en zo begon de Eerste Wereldoorlog. Ik zag vandaag een monument “Voor de gevallenen van de Grote Oorlog. 1912-1918”: voor de Serviërs begon de wereldbrand niet in 1914. De Turken zouden zelfs nog een jaar eerder kunnen beginnen.

Ik ben in het legermuseum geweest in het Kalemegdan-fort. De drie vitrines Romeinse archeologie waren de moeite niet waard, maar de zaal over de slag op het Merelveld was dat wel. (Ik weet wel dat iedereen het tegenwoordig heeft over “de slag bij Kosovo”, maar ik vind “Merelveld” zo mooi klinken.) In hetzelfde gebouw bekeek ik de uitputtende documentatie van de Servische opstand tegen de Turken. Er was aandacht voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, voor maarschalk Tito, en ook voor het uiteenvallen van Joegoslavië. In de laatste zaal hingen onder meer het uniform van een krijgsgevangen genomen Amerikaanse soldaat (“Carpenter”) en geweren van wat werd omschreven als “Albanese terroristen”.

Lees verder “Belgrado”