De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae

De Thesaurus Linguae Latinae, het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal, kent ook een Onomasticon: een lijst van in het Latijn overgeleverde eigennamen. Het is bijgehouden tot de letter D en dus is er ook een vermelding van de Baiovarii ofwel Baiuvaren ofwel “Beieren”. Dat is vooral leuk omdat we weinig weten over de oorsprong van dit volk.

Zoals het plaatje hierboven toont zijn de Baiovarii blijkbaar een gens Germanica, wat op zich waarschijnlijk correct is, maar verder weinig zegt. De eerste, en dus oudste, vermelding is in een tekst die de TLL aanduidt als de GENER. reg. Franc. Volgens de index van de TLL is dit de generatio regum Francorum, ook wel bekend als de “Frankische Volkentabel”. Jona noemde die al eens.

Lees verder “De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae”

De Langobardische Cyclus (3): Alboin

Een strijdscène uit een Langobardisch graf (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]

De legende van Alboin, opgenomen in de Langobardische Cyclus, is het meest “waarheidsgetrouwe” deel. Ze gaat dan ook niet terug op het Dresdener Heldenbuch of andere sagen. De voornaamste en eerder geschiedkundige bron hier is de Langobardische geschiedschrijver Paulus de Diaken. Voor zijn Historia Langobardorum putte hij uit de Origo gentis Langobardorum, het Liber Pontificalis (Boek der pausen), de verloren gegane geschriften van Secundus van Trente en de Annalen van Benevento. Hij verwerkte tevens teksten van Beda de Eerbiedwaardige, Gregorius van Tours en Isidorus van Sevilla.

De historische Alboin

De historische Alboin, zoals we die kennen via Paulus de Diaken, was inderdaad koning van de Langobarden, tussen 560 en 572. De Langobarden en hun buren, de Gepiden, bewoonden toentertijd de Pannonische vlakte: zeg maar westelijk Hongarije. Audoin, vader van Alboin, was in oorlog met Thurisind, koning der Gepiden. In de slag bij Asfeld (552) doodde Alboin een zoon van Thurisind, Turismod.noot Er is geen archeologische bevestiging van die veldslag. Asfeld zou niets anders dan “slagveld” betekenen. Men vermoedt dat de slag plaatsvond tussen de Donau en de Sava.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (3): Alboin”

Theodorik

Munt van Theodorik namens keizer Anastasius (Staatliche Münzsammlung, München)

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de laatste, over Theodorik, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier.

***

1. Op deze dag in 526 na Chr., stierf Theodorik. Niet alleen had hij verschillende niet-Romeinse gemeenschappen en krijgsbenden omgesmeed tot één volk, de Ostrogoten, hij had ook Laat-Romeins Italië omgevormd tot het meest formidabele westerse koninkrijk van de vroege zesde eeuw.

Jeugd

2. Theodorik is rond 454 ergens in Midden-Europa (in Pannonië?) geboren, op een moment waarop deze regio verkeerde in een machtsvacuüm. Attila was in 453 gestorven en zijn zonen waren niet in staat het Hunnenrijk bij elkaar te houden. Dat resulteerde in de opstand van verschillende gemeenschappen tegen de Hunse overheersers.

Lees verder “Theodorik”

De gesel Gods (5)

Catalaunische Velden, waar Aetius het opnam tegen Attila

[Vijfde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot Attila’s inval van Gallië in 451 na Chr. Hij had niet al zijn doelen kunnen bereiken en zocht een plaats om slag te leveren tegen een coalitie van de Romeinen en hun Germaanse bondgenoten, geleid door generaal Aetius.]

Attila meende dat hij een goed slagveld had gevonden op de eindeloze grasvlakte tussen het huidige Troyes en Châlons-en-Champagne: de Catalaunische Velden. Alles draaide om het bezetten van een heuvelrug. Als de soldaten van de Romeinse coalitie die als eersten bezetten, zouden hun bogen een draagwijdte krijgen waarmee ze gelijk kwamen aan de Hunnen; omgekeerd, als Attila’s krijgers de heuvelrug bezetten, dan restte de tegenstanders niets anders dan de aftocht. Jordanes, die in de zesde eeuw een Geschiedenis van de Goten schreef, doet verslag van de veldslag die hier op 20 juni 451 plaatsvond. De fragmenten zijn vertaald door Hein van Dolen.

Theodorik bezette met de Visigoten de rechtervleugel en Aetius met de Romeinen de linker. Ze lieten Sanguibanus in het midden plaatsnemen (hij was de aanvoerder van de Alanen). Dat gebeurde uit strategische voorzorg om de man in wiens moed zij weinig fiducie hadden door een massa getrouwen te omringen. Immers, wie nauwelijks kans krijgt te vluchten, strijdt noodgedwongen mee.

Lees verder “De gesel Gods (5)”

De gesel Gods (1)

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Omstreeks 500 zag de politieke landkaart van Europa er totaal, maar dan ook totaal anders uit dan een eeuw daarvoor. Het Griekssprekende deel van het Romeinse Rijk was intact gebleven, maar in het Latijnsprekende westen bestond het imperium niet langer. Rome was nog altijd een aanzienlijke stad, maar geen schaduw van de metropool die het ooit was geweest. Elders was het niet anders: de steden waren kleiner geworden. Italië werd bestuurd door de Ostrogoten; de Visigoten hadden zich gevestigd in Aquitanië en Spanje; in Gallië hadden de Franken hun macht vanaf de Rijn uitgebreid tot aan de Loire.

Over de oorzaak van het verdwijnen van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa wordt al sinds de Oudheid gediscussieerd, maar één ding is zeker: heersers van Germaanse afkomst namen de macht over. De eigenlijke vraag is wat er was veranderd waardoor het mogelijk werd dat kleine groepen krijgers en vluchtelingen een einde konden maken aan de machtigste staat die de wereld ooit had aanschouwd.

Lees verder “De gesel Gods (1)”

Een kroon van de Hunnen

Kroon (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Ik heb het er weleens eerder over gehad: in musea vind je veel aardewerk omdat dit materiaal niet makkelijk écht kapot te krijgen is – het breekt hooguit – en ook niet zó kostbaar is dat je er bijvoorbeeld voor terugloopt om het uit een brandend huis te halen. Goud is iets anders. Als een dorp is verwoest, door mensenhanden of door natuurgeweld, gaan mensen daar nog eens naartoe om het edelmetaal veilig te stellen. Sieraden zijn daardoor in museumcollecties ondervertegenwoordigd.

In vaktermen: er is een c-transformatie geweest, een culturele handeling die ervoor zorgt dat het bodemarchief geen gewone weergave is van wat er ooit is geweest. (Je hebt ook n-transformaties, een natuurlijk proces dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat organisch materiaal makkelijker verdwijnt dan bijvoorbeeld bakstenen of aardewerk.)

De kroon hierboven is dus zeldzaam, te zien in het Nationaal Museum in Hongarije.

Lees verder “Een kroon van de Hunnen”

De val van Sirmium

Tegel met inscriptie uit Sirmium (Museum van Sremska Mitrovica)

Vandaag de dag is Sremska Mitrovica een vriendelijk provinciestadje in het noorden van Servië. Een mooie kerk, een plein waar je lekker ijs kunt eten en goed bier wordt getapt, een museum met opvallend aardig personeel, her en der wat ruïnes. Weinig doet je vermoeden dat die ruïnes behoorden bij een van de meest roemruchte steden van het Romeinse Rijk: Sirmium. Gelegen aan de Sava, de belangrijke route van Istrië naar de Midden-Donau, was de stad voorbestemd tot grandeur, en inderdaad: niet minder dan tien Romeinse keizers zijn hier geboren. Mocht u het precies willen weten: het gaat om  Decius (r.249-251), zijn zonen Herennius Decius en Hostilianus (beide in 251), Claudius II (r.268-270) en zijn broer Quintillus (r.270), Aurelianus (r. 270-275), Probus (r.276-282), Maximianus (r. 285-310), Constantius II (r.337-361) en Gratianus (r.367-383). Overigens stierven Claudius II en Probus in hun geboorteplaats, gebruikte Licinius (r.308-324) Sirmium als residentie, organiseerden de christenen er vier synodes en zijn er diverse veldslagen gevochten in de omgeving.

In de vierde eeuw werd het de hoofdstad van de prefectuur van Illyricum, een van de vier administratieve delen van het rijk. Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen: IIII FlaviaV Iovia en VI Herculia. Ondanks deze en latere troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen en toen hun federatie uiteenviel, heersten achtereenvolgens de Ostrogoten en de Gepiden over Sirmium. In 567 herstelde de Byzantijnse heerser Justinus II het keizerlijk gezag. Een complex verhaal met een tragische afloop.

Lees verder “De val van Sirmium”

Avaren

Hoorn uit een Avaars graf (Nationaal Museum, Boedapest)
Hoorn uit een Avaars graf (Nationaal Museum, Boedapest)

De Romeinse wereld was altijd bedreigd, of voelde zich bedreigd, door de bewoners van de omringende gebieden. De auteurs van onze bronnen besteden veel aandacht aan de conflicten en beschrijven de tegenstanders als de wildste barbaren. Zo heeft het idee kunnen ontstaan dat het altijd oorlog was, dat het Imperium Romanum ten onder ging toen de druk op de grenzen te groot werd en dat de wildste woestelingen de macht overnamen. De standaarduitdrukking is “Grote Volksverhuizingen” en bij mijn weten denkt alleen Mark Rutte nog dat het echt zo is gegaan.

De bronnen geven voldoende informatie om te zien dat het niet klopt. Als een van die verhuizende volken in de vijfde eeuw Catalonië bereikt en wordt aangevallen door een lokaal Romeins leger, blijkt de volledige stam te passen binnen de stadsmuren van één stad, Barcelona. Zo talrijk waren de barbaren dus niet. Trouwens, hoe barbaars waren die barbaren eigenlijk als we ze archeologisch niet kunnen onderscheiden van de Romeinen uit die tijd? Sterker nog: we weten dat weggelopen slaven en opstandige boeren zich graag aansloten bij zo’n migrantengroep, wat erop duidt dat die groepen etnisch niet zo homogeen waren als hun stamnamen suggereren. Als je tot slot ziet dat de leiders van de migranten carrière maakten binnen het Romeinse staatsapparaat, komt de vraag op wat het verschil was tussen een Romein en een Frank, Visigoot of Vandaal.

Lees verder “Avaren”