Het verdronken klooster van Stavoren

Kaart uit 1853/56 van Stavoren, met links “De steenen” en rechts daarvan de begraafplaats.

Stavoren is een van de trotse elf steden van Friesland, of Fryslân zoals men ter plekke zegt, maar het hoge woord moet eruit: het is alleen een stad in de zin dat het middeleeuwse stadsrechten bezit. Tegenwoordig is Stavoren vooral een jachthaven, een aanlegplaats van de veerpont naar Enkhuizen en een tussenstop in de Elfstedentocht. Stavoren is een schaduw van wat het ooit is geweest.

Hanzestad Stavoren

In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo en de naam, Oud-Fries voor “bij de palen”, zal betrekking hebben gehad op het grote palenscherm bij de vroegere haven aan de Vlie (de verbinding tussen de Waddenzee en de Almere). Door de golven te breken zorgde dit scherm ervoor dat schepen veilig konden aanmeren.

Lees verder “Het verdronken klooster van Stavoren”

De Chauken (1)

Greep van een mes in de vorm van een wagenmenner (Eenum; Gronings Museum, Groningen)

Ik heb weleens vaker geblogd (één, twee) over de beschrijving die de Romeinse auteur Plinius de Oudere gaf van de mensen die woonden op de kunstmatige heuvels langs de Waddenzee. De terpen of wierden verbaasden hem. Hoorde het gebied, onderworpen aan eb en vloed, nu bij het land of bij de zee? Wat waren dat van mensen, die de vrijheid zo lief hadden dat ze zich hadden teruggetrokken in armzalige boerderijen op die heuvels? Waren ze nu niet feitelijk, zo impliceerde hij, de gevangenen van een onbewoonbaar gebied?

Dat viel wel mee. Archeologen hebben het beeld van een armzalig en meelijwekkend volk sterk genuanceerd. Er was zelfs ruimte voor een vorm van politiek leven, gegeven het feit dat er in het noordelijke kustlandschap minimaal vier stamverbanden zijn aan te wijzen. Meestal houden we het erop dat twee groepen Friezen woonden aan weerszijden van de Vlie, dus in het huidige Noord-Holland en Fryslân. Wat oostelijker zouden dan twee groepen Chauken hebben gewoond, gescheiden door de Dollard, in wat nu Groningen en Ostfriesland is. Deze reconstructie is, zoals alle reconstructies van de antieke topografie, minder zeker dan men wel aanneemt, maar we zullen het ermee doen. Ik ga het hebben over de Groningse Chauken.

Lees verder “De Chauken (1)”

Is Velsen Flevum?

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Het gaat over Flevum, dus het is interessant. Archeoloog Arjen Bosman heeft bij Velsen een enorm groot Romeins kamp ontdekt, een castra. U leest er in De Volkskrant meer over. Nu waren er al heel lang twee Romeinse kampen bekend, die archeologen meestal aanduiden als Velsen-1 en Velsen-2. (Wat niet is verspoeld door het IJ en het latere Noordzeekanaal, is verstoord door de aanleg van Duitse versterkingen en de IJtunnels, dus u hoeft niet te gaan kijken.) Het nieuwtje is nu dat Velsen-2 zich veel verder naar het westen uitstrekte dan men aannam.

Het ontstaan van Velsen-1 is met jaarringen te dateren rond 15 na Chr. en lijkt in verband te staan met een vlootexpeditie van prins Germanicus richting Eems. Het einde wordt geplaatst rond 28, omdat de Friezen toen in opstand kwamen. Ik blogde er al eens over. Velsen-2 werd lange tijd geplaatst in de jaren veertig, toen keizer Caligula in Katwijk was en generaal Corbulo probeerde de Friezen te onderwerpen. Een groot Velsen-2 past daar goed bij.

Lees verder “Is Velsen Flevum?”

De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

De Zuilen van Hercules, even bezuiden Groningen.

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan alleen een krachtpatser. Het was eigenlijk een karakter dat naar believen viel in te vullen: als tragische figuur, zoals in SofoklesHerakles, of als een soort Jerommeke, zoals in Euripides’ Alkestis. Ik moet altijd denken aan Batman, een personage dat in de stripverhalen worstelt op de grens van goed en kwaad, terwijl er ook een campy TV-serie is vol knap geacteerde en bizarre scènes.

Omdat ook andere volken mannetjesputtergoden vereerden, zagen de Grieken hun Herakles overal terug. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld een Egyptische god die hij gelijkstelt aan Herakles. Het is niet helemaal duidelijk of dat Shu, Chonsu of Herisjef is. De laatste kreeg zijn offers in een stad die later Herakleopolis heette en heeft misschien de beste papieren.

Lees verder “De Zuilen van Hercules (in Drenthe)”

Misverstand: De Drususgracht

Drusus (Altes Museum, Berlijn)

Misverstand: De Gelderse IJssel is de Drususgracht

Toen Rome het gebied benoorden de Alpen wilde veroveren, stichtte generaal Agrippa in 19 v.Chr. Nijmegen als uitvalsbasis voor operaties tegen de stammen van het hoge noorden. Vanaf 13 voeren de Romeinen met enorme vloten naar de Waddenzee om daar de Friezen en Chauken te imponeren, die daarna enige decennia behoorden tot Romes trouwste bondgenoten. Onze bronnen vermelden ook dat generaal Drusus een dam bouwde en kanalen liet graven, waarvan wordt aangenomen dat één daarvan de Rijn verbond met het Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee.

Lees verder “Misverstand: De Drususgracht”

Radbod (1)

Ik heb al eerder geblogd over de laat-zevende-, vroeg-achtste-eeuwse heerser die door Frankische monniken Radbodus wordt genoemd en door de Britse geleerde Beda de Eerbiedwaardige Rathbedus. Dat moeten weergaven zijn van een naam die leek op het Oud-Friese Rêdbêd of het Oudengelse Ræthbed. In latere sagen heet de man Radboud of Radbold, terwijl de vorm Redbad een nog latere vorming is in het Fries. U weet dat er een hopeloos slechte speelfilm is met die naam; ik blogde al eens over het gelijknamige boek van Sven Meeder en Erik Goosmann, dat even uitmuntend is als de film slecht.

Omdat ik, na het volledig (!) uitzitten van die film en na lectuur van het boek, vond dat ik wel even genoeg aan het onderwerp had gedaan, had ik het boek Radbod. Koning in twee werelden van Luit van der Tuuk laten liggen, maar ik ben blij dat ik het nu alsnog heb gelezen. Het is even goed als dat van Meeder en Goosmann, maar legt minder het accent op de Frankische situatie en meer op Radbods Noord-Nederlandse achtergrond. Radbod was een man van twee werelden en dat maakt twee perspectieven mogelijk.

Lees verder “Radbod (1)”

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw na Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum”

Friezen en Franken (en Noormannen)

Draak uit Dorestad (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb nu twee stukken geschreven over de geschiedenis van de Friezen, de kustbewoners van Nederland in het eerste millennium, en de Franken, de bewoners van het binnenland. Ik maakte gebruik van De Friezen (2013), Koningen en krijgsheren (2009) en Bonifatius in Dorestad (2016) van Luit van der Tuuk, de curator van het Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede en de beheerder van websites over Dorestad en de Noormannen in de Lage Landen.

De twee eerstgenoemde boeken eindigen niet bij Karel de Grote, waar ik u gisteren achterliet, maar behandelen ook de regeringen van zijn zoon Lodewijk de Vrome en die van diens zoons Lotharius, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser. Kende ik van de periode tot en met Karel de Grote de hoofdlijnen wel ongeveer, nu merkte ik dat ik die voor de tweede helft van de negende eeuw niet kende. Of althans niet zoals Van der Tuuk ze schetst. Wat ik wél wist was dat de mensen te lijden hadden van zowel de invallen van de Noormannen als een reeks complexe burgeroorlogen tussen eerst Lodewijk de Vrome en daarna tussen zijn zonen onderling. Nooit had ik die gewelddadige gebeurtenissen met elkaar in verband gebracht. Van der Tuuk wijst erop dat de Noormannen partij waren in de Karolingische burgeroorlogen.

Lees verder “Friezen en Franken (en Noormannen)”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”