
Hij staat er nog steeds, niet ver van het Italiaanse parlementsgebouw: de Egyptische obelisk die keizer Augustus gebruikte als naald voor een zonnewijzer met de oppervlakte van twee voetbalvelden. Die was onderdeel van een enorm gebied dat als geheel een gedenkteken was voor Romes eerste keizer. Feitelijk bestond het uit vijf monumenten: het mausoleum van Augustus, dat uitzag op het oorspronkelijke Pantheon, de plaats waar zijn brandstapel had gestaan, het altaar van de Vrede (Ara Pacis) en de zonnewijzer.
Die trok natuurlijk de meeste aandacht. De obelisk – niet toevallig een monument dat was gewijd aan de zon – wierp zijn schaduw op het travertijnen plaveisel. Zoals gezegd: die was twee voetbalvelden groot. Hierover liep een waaier van bronzen lijnen die de uren aangaven. Als de zon rond het middaguur viel over de noord-zuid lopende daglijn, was daar de datum af te lezen.

Daarnaast stond in het Grieks, de taal van de antieke wetenschap en veel inwoners van Rome, ook andere informatie vermeld, zoals het sterrenbeeld waarin de zon stond, de seizoenen en enkele karakteristieke weersverschijnselen. Plinius de Oudere beschrijft de daglijn:
Keizer Augustus gaf de obelisk op het Marsveld de wondermooie taak met zijn schaduw de lengte aan te geven van de dagen en nachten. Er is een plaveisel neergelegd dat in overeenstemming is met de lengte van de obelisk, en wel zo dat de schaduw er nog op past op de dag waarop de zon ’s middags het laagst staat. Met brons ingelegde lijnen geven aan hoe de schaduw met het lengen der dagen geleidelijk korter wordt en daarna weer toeneemt. Het monument is ontworpen door Facundus Novus en verdient zijn roem. Op de top van de obelisk plaatste hij een vergulde bol die een scherp silhouet oplevert, want anders zou de spits een te vage schaduw hebben geworpen. Als voorbeeld hiervoor, zo zegt men, diende de schaduw van een mensenhoofd.
De waarnemingen zijn sinds een jaar of dertig niet meer accuraat, misschien doordat de baan van de zon onregelmatig is en is veranderd door een of ander astronomisch verschijnsel, misschien doordat de gehele aarde iets is verschoven ten opzichte van haar plaats middenin de kosmos (een verschijnsel dat, naar ik begrijp, ook op andere plaatsen is waargenomen), misschien doordat aardschokken in de stad de naald uit balans hebben gebracht, misschien doordat de Tiberoverstromingen de bodem zacht hebben gemaakt (ook al zegt men dat de fundamenten even diep zijn als het erboven geplaatste gevaarte hoog is).noot
De vergulde bol maakt nu deel uit van de Vaticaanse collectie. De huidige plaats van de obelisk is niet de plaats waar het monument in de Oudheid heeft gestaan, maar die plek is wel bekend. Daardoor kon de Duitse archeoloog Edmund Buchner in de jaren zeventig van de vorige eeuw uitrekenen dat het plaveisel van de antieke zonnewijzer zich op zeven meter diepte in de huidige Via di Campo Marzio moest bevinden. Het café dat een deel van het plaveisel in zijn kelder heeft, had ooit het monument afgebeeld op zijn deur. Ik weet of het er nog is.

Het bleek geen zeven maar zes meter diep te zijn. De verklaring is dat keizer Domitianus, omdat de zonnewijzer niet meer gelijk liep, het monument weer had geijkt. Het was misschien goedkoper geweest de travertijnen platen iets op te schuiven, maar door ze te verhogen, was er ook voor gezorgd dat de zonnewijzer niet blank kwam te staan als de Tiber weer eens buiten zijn oevers trad. Dat het Romeinse maaiveld zeven meter onder het huidige ligt, zegt heel, heel erg veel over de toenmalige overstromingen.
Ik lees weleens dat de schaduw van de obelisk op de verjaardag van keizer Augustus, 23 september, zou wijzen naar het altaar voor de Vrede, maar ik begrijp dat niet goed. Het gebeurt immers elke dag een keer. Maar misschien begrijpt u het. De reageerpanelen staan voor u open.
Zelfde tijdvak
Vermist: een legioenbasisoktober 27, 2018
Vergilius & Oudheidkundedecember 17, 2023
Strijd in Alexandrië: Caesar te waternovember 21, 2022

Misschien bedoelt men dat de schaduw op een bepaald uur het altaar van de vrede aanwijst op 23 september? Misschien op het uur van Augustus’ geboorte? Of misschien valt de schaduw enkel op die dag exact tot aan het altaar en op andere te ver of niet ver genoeg?
Beste Jona, dat verhaal van Buchner over die zonnewijzer van twee voetbalvelden geloven Oudheidvorsers allang niet meer. De obelisk was de schaduwgever voor een meridiaanlijn, die o.a. nodig was om de Juliaanse kalender te controleren. Die was een beetje uit de pas geraakt door een verkeerde toepassing van de schrikkeljaren.
P.S. Zie ook mijn artikel “De zonnewijzer van keizer Augustus: opkomst en
neergang van een hypothese” in Roma Æterna 2.1 (mei 2014), p. 16-27. Dat behandelt deze kwestie vanuit het oogpunt van een zonnewijzerkundige.
Mocht je er belangstelling voor hebben, maar geen toegang tot dat tijdschrift hebben, stuur me een mailtje: redactie@zonnewijzerkring.nl.
“.. met de oppervlakte van twee voetbalvelden”
En hoe groot is dat? Kunnen we deze Amerikaanse methode van vergelijken achterwege laten?