Adamclisi

Trajanus’ monument in Adamclisi

Een paar weken geleden maakte ik een rondreis door Bulgarije, waarbij we ook een bezoek brachten aan Adamclisi in Roemenië. Daar staat een veertig meter hoog, trofeevormig monument ter ere van de overwinning die keizer Trajanus daar in 106 behaalde op de Dacische koning Decebalus en zijn bondgenoten. Ik heb al eens geblogd over diens zelfmoord, gedocumenteerd in het grafschrift van de Romeinse ruiter die het hoofd afhakte en naar Trajanus bracht. Er is ook een beroemde afbeelding op de Zuil van Trajanus.

Museum en stad

Ik bezocht in Adamclisi twaalf jaar geleden, maar toen was het museum gesloten. Dit keer had ik meer geluk. Het gebouw bleek een mooie façade te hebben waarop in mozaïek de Daciërs en Romeinen samen stonden afgebeeld, alsof ze als gelijkwaardige partijen de grondslag hebben gelegd voor een romaanse cultuur die werd voortgezet in het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. Propaganda, zeker, maar mooi gedaan.

Lees verder “Adamclisi”

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Romeins Thracië en Moesië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Lees verder “Romeins Thracië en Moesië”

XXX Ulpia Victrix

Ere-inschrift voor een bestuurder die ook diende in XXX Ulpia Victrix (Capitolijnse Musea, Rome)

Met het legioen dat bekendstaat als XXX Ulpia Victrix hebben we een regiment te pakken dat diende in onze eigen contreien. Het was eeuwenlang gestationeerd in Xanten. De bijnamen vertellen ons weinig: Victrix betekent “zegevierend” en het zou een raar legioen zijn geweest als het iets anders had geclaimd, Ulpia verwijst naar de oprichter van deze eenheid, keizer Marcus Ulpius Trajanus. Hij formeerde XXX Ulpia Victrix samen met II Traiana Fortis in 105, tijdens de oorlog die hij voerde tegen de Daciërs. Het rangnummer Dertig bewijst dat het Romeinse leger op dat moment dertig legioenen had.

XXX Ulpia Victrix was aanvankelijk gestationeerd in Brigetio (Szöny) in Pannonië, dat tot dan toe had gediend als basis van XI Claudia. Enkele onderafdelingen van het nieuwe legioen namen deel aan de oorlog tegen de Daciërs en vermoedelijk nam het regiment enkele jaren later ook deel aan Trajanus’ campagne tegen het Parthische Rijk (115-117).

Lees verder “XXX Ulpia Victrix”

Het Senaatsgebouw in Rome (2)

De vloer van het Senaatsgebouw

Ten tijde van de Republiek werden in het Senaatsgebouw zaken gedaan, maar in de Keizertijd was dat afgelopen. Toch waren de zittingen belangrijk. Als de Senaat niet met reces was (bijvoorbeeld tijdens de wijnoogst), kon de keizer hier aan de rijkste Romeinen meedelen wat hij had besloten. Door hen als eersten op de hoogte te brengen, liet hij zijn waardering blijken. Zo werd steeds opnieuw de loyaliteit bewerkstelligd van het college dat nog altijd legitimiteit verleende.

Verder fungeerde de Senaat als rechtbank voor gouverneurs die van wanbeheer waren beschuldigd. Hoewel de meeste gouverneurs zelf senator waren, kwamen veroordelingen wel degelijk voor, zodat een rechtszaak vaak spannend was. Al in de eerste fase, waarin de precieze aanklacht werd geformuleerd, kon het er heet aan toegaan. Senator Plinius de Jongere beschrijft hoe een advocaat optrad in een afpersingszaak:

Lees verder “Het Senaatsgebouw in Rome (2)”

Publius Annius Florus

Portret van een tijdgenoot van Hadrianus (Archeologisch museum, Zadar)

Al een paar keer heb ik op deze blog de Romeinse schrijver Publius Annius Florus genoemd, die zeker niet verbleef op de toppen der Parnassos, maar waaraan best een blogje te wijden valt. Florus weet namelijk wel hoe hij een verhaal moet vertellen en is bovendien een vertegenwoordig van wat weleens wordt aangeduid als het Zilveren Latijn. Die naam verraadt een oud waardeoordeel, namelijk dat het Latijn van de eerste eeuw v.Chr. het allerbeste was geweest. Toen stond er voor redenaars echt iets op het spel, en dat maakte het Latijn van auteurs als Cicero zo briljant. Daarna was de retorica in verval geraakt, en zouden geschiedschrijvers hielenlikkers zijn geweest. Nog steeds aardig Latijn, luidde het vooroordeel, maar geen Cicero.

Het vooroordeel is allang weerlegd. Ook een feestrede kan immers een literair hoogtepunt zijn. Los daarvan: geen taalkundige zal zeggen dat het taalgebruik van de ene eeuw beter is dan het andere. Desondanks blijven de zilveren schrijvers (zeker in het onderwijs) wat onderbelicht, hoewel het project van Plinius de Oudere, die feitelijk de wetenschap op de Grieken veroverde, een enorme ambitie verraadt, hoewel een Tacitus echt wel iets te melden heeft, en hoewel je nog altijd kunt lachen om dichters als Juvenalis en Martialis.

Lees verder “Publius Annius Florus”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)”

Antoninus Pius (3)

Antoninus Pius (Archeologisch museum, Constantine)

[Laatste van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Antoninus Pius stond hoog in aanzien bij zowel het Griekse als joodse establishment, en zelfs bij verre mogendheden zoals het Indische Kushanarijk. Zijn schitterende reputatie steunde niet alleen op zijn weldadige en rechtvaardige regime, maar ook op zijn knappe voorkomen.

Toen Antoninus de gezegende leeftijd van zeventig naderde, droeg hij de macht over aan niet één maar twee adoptiefzoons: Marcus Aurelius en Lucius Verus, zoals zijn voorganger Hadrianus het hem had opgedragen. Zijn laatste woord sprak hij volgens de overlevering tot een schildwacht, aan wie hij het wachtwoord voor de komende dag gaf: “gelijkmoedigheid”. Hij ging liggen als om te slapen en stierf. Zijn regering was de langste sinds Augustus en zou dat blijven tot Constantijn de Grote. Als we al het bovenstaande beschouwen en vooral geloven, moeten we hem zien als een van de beste keizers die Rome ooit heeft gekend.

Lees verder “Antoninus Pius (3)”

Antoninus Pius (1)

Antoninus Pius (Collectie Torlonia, Rome)

Omdat ik me met de mensheid om me heen schuldig maak aan citius, altius, fortius, durf ik me wel eens wagen aan een “favoriete Romeinse keizer”. Als kind, toen ik nog met Playmobilridders speelde en als tiener, toen ik in de ban raakte van Risk, vergaapte ik me aan keizers die oorlogen wonnen en het rijk uitbreidden. Augustus dus, maar vooral Trajanus, die toch maar mooi de Roemeense bult als Dacia toevoegde aan het al omvangrijke territorium.

Als volwassene, behept met moraal, begon ik anders te denken. Ik begreep dat “de Grote” een afkorting is voor “de grootheidswaanzinnige”: Alexander, Constantijn, Karel … al die groten der verbrande aarde waren psychopaten met een onlesbare dorst naar onderwerping. Ik keek dus met een nieuwe blik, door een welopgevoede bril, naar keizers: wie was een kundig bestuurder, wie verbeterde het leven van de burgers en wie zorgde vooral voor vrede, niet de zoveelste oorlog.

Lees verder “Antoninus Pius (1)”

Segovia

Het Romeinse aquaduct van Segovia

De vaste lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor het voor-Romeinse verleden van West-Europa. Ik heb vaak genoeg geschreven over de Gallische taal en over voorwerpen als de Krater van Vix. Iberië is echter altijd wat onderbelicht gebleven, hoewel ik in mijn scriptie de processen van romanisering en arabisering heb vergeleken, en hoewel ik een zwak heb voor Spanje.

“Keltisch” is altijd een beetje een lastig begrip. Eigenlijk komen in dat woord drie dingen samen: om te beginnen de volken die in de Oudheid Keltisch zijn genoemd (wél degenen die wij Germanen noemen, níet de Britten), verder degenen die een taal spraken die wij Keltisch noemen (wel de Britten, niet de Germanen), en tot slot de La Tène-cultuur, die weer andere grenzen heeft. De Iberische ijzertijdculturen zijn niet echt goed te typeren als La Tène, hoewel sommige groepen wel Keltische talen hebben gesproken.

Lees verder “Segovia”