Eutropius (9): Vorstenspiegel

Een vierde-eeuwse triomftocht (Boog van Galerius, Thessaloniki)

Terwijl u dit op leest, ben ik in het Nationaal Museum in Beiroet, het mooiste museum in het Midden-Oosten. Omdat ik met zoveel moois echt geen tijd ga vrij maken voor het dagelijkse blogstukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De regering van keizer Augustus vormt een breuk in Eutropius’ schets. Was het verhaal tot dan toe een betoog over de Romeinse expansie, weg vanuit Centraal-Italië, naar Sicilië en de Povlakte en uiteindelijk naar Spanje en Syrië en Egypte en Germanië, ineens beperkt het verhaal zich tot één plek: het keizerlijk hof. De Korte geschiedenis van Rome is vanaf dit punt een reeks keizerbiografietjes en reduceert een imperium met tientallen miljoenen inwoners tot één man. De onderwerpen die Eutropius in die biografietjes aansnijdt tonen wat een voorname hoveling in de vierde eeuw van zijn vorst verwachtte. De boodschap is dubbelzinnig: aan de ene kant somt Eutropius een hele reeks keizerlijke deugden op, aan de andere kant is er ook een zekere stekeligheid.

Lees verder “Eutropius (9): Vorstenspiegel”

Romeinse kamelen

Trajanus en een kameel (© VCoins)

In 161 vielen de Parthen, de bewoners van het antieke Irak en Iran, onverwacht het Romeinse Rijk binnen. Minimaal één legioen werd vernietigd maar de Romeinse keizer Lucius Verus en generaal Avidius Cassius stelden orde op zaken. Op de militaire successen volgde een literaire catastrofe. Iedereen die de schrijfkunst machtig was, schreef namelijk een geschiedenisboek. Het ene was nog slechter dan het andere, meent de geestige Grieks-Romeinse schrijver Lucianus, die een heel traktaat over geschiedschrijving wijdde aan de kwakhistorici van zijn tijd. In de vertaling van Gé de Vries:

Ik heb een historicus moeten aanhoren die nota bene de toekomst beschreef, namelijk de gevangenneming van [de Parthische koning] Vologesus … en dan als hoogtepunt de overwinningsparade waar we zo verlangend naar uitzien. Zo, helemaal bezeten van zijn zienerschap, haast hij zich naar het einde van zijn geschrift. … Hij heeft beloofd over de toekomstige gebeurtenissen in India te zullen schrijven en over de tocht om de aarde via de Buitenste Zee. De Inleiding van zijn ‘Veldtocht tegen India’ is al klaar: het Derde Legioen, met Kelten en een kleine afdeling Mauretaniërs, is onder bevel van Cassius al de Indus overgestoken. Hoe het daar allemaal afloopt en hoe ze de aanval van de olifanten zullen opvangen… onze briljante historicus zal het ons binnenkort vertellen in een brief uit Mouziris of het gebied van de Oxydraken.

Lees verder “Romeinse kamelen”

Velius Rufus

Inscriptie ter ere van Gaius Velius Rufus

Ik ontmoette Gaius Velius Rufus op 8 april 2012. Mijn zakenpartner en zijn echtgenote, met wie ik in Baalbek was, zagen hem als eerste en riepen me dat ik snel moest komen kijken. Hierboven ziet u de overdonderende inscriptie, die ergens rond het jaar 100 n.Chr. is opgericht door een zekere Marcus Alfius Olympiacus, de standaarddrager van het Vijftiende Legioen Apollinaris. De tekst is lang – u vindt hem hier – en boordevol informatie.

Eerst maar even zijn naam: zijn vader heette Salvius, een naam die in de eerste eeuw vooral voorkwam in de Abruzzen (hoewel de bekendste drager van deze naam, keizer Marcus Salvius Otho, afkomstig was uit een stadje in het wat noordelijkere Etrurië). Misschien kwam Gaius Velius Rufus dus uit het midden van Italië voordat hij centurio werd in het Twaalfde Legioen Fulminata, dat was gestationeerd in Syrië. Deze positie is meteen een interessant gegeven, want zoals ik al eens heb verteld had deze eenheid zich oneervol gedragen door in de winter van 62/63 in een oorlog met het Parthische Rijk te capituleren. Drie jaar later ging het opnieuw mis: toen in 66 de Joden in opstand kwamen, leed het Twaalfde een nieuwe nederlaag en verloor daarbij zelfs zijn adelaarsstandaard. Het is niet uit te sluiten dat Velius Rufus behoorde tot een nieuwe lichting officieren die het legioen weer op orde moest brengen.

Lees verder “Velius Rufus”

Romeinse bestuurlijke correspondentie

Een jaar of twintig geleden werd ik benaderd met de vraag of ik in Madurodam een lezing kon verzorgen over een historisch persoon die kon doorgaan voor interim-manager. Ik koos voor de Romeinse senator Plinius de Jongere, die ten tijde van keizer Trajanus orde op zaken stelde in de in problemen verkerende provincie Bithynië-Pontus, zeg maar het noorden van het huidige Turkije. Die lezing groeide later uit tot mijn eerste boekje.

Hoe groot de problemen in Bithynië-Pontus waren, valt moeilijk uit te maken, want je weet nooit hoe representatief de bronnen zijn, maar het staat vast dat in de voorafgaande jaren rechtszaken dienden in de Senaat en dat Plinius tijdens zijn verblijf de bizarre titel van legatus Augusti pro praetore consulari potestate ex senatusconsulto missus voerde, “krachtens Senaatsbesluit door de keizer gezonden gouverneur met consulaire bevoegdheden”. Zelfs in het Nederlands herken je dat daar iets raars aan de hand is: is Plinius nou uitgezonden door de Senaat of door de keizer? En ook: is het niet wat curieus een gouverneur, die toch een duidelijk mandaat had, te voorzien van consulaire bevoegdheden?

Lees verder “Romeinse bestuurlijke correspondentie”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”

Naar Roemenië

Adamclisi (Wiki)
Adamclisi (Wiki)

In 97/98 bezocht de pas keizer geworden Trajanus de Lage Landen. We weten dat hij bevel gaf de limes-weg te vernieuwen: dit is dendrochronologisch vastgesteld. Wellicht heeft hij de Rijn tot aan de monding afgereisd: geen enkele antieke heerser kon de verleiding weerstaan de Oceanus te bekijken, de zee die Europa, Afrika en Azië aan de buitenzijde omringde en die zo anders was dan de Middellandse Zee.

Drieënhalf jaar later stond dezelfde keizer helemaal aan het andere uiteinde van de Rijn-Donau-limes. In 101 was hij Dacië binnengevallen, het huidige Roemenië, waar allerlei metaalmijnen een aantrekkelijke buit leken te vormen. Na een reeks plundertochten, die de plaatselijke koning Decebalus niet konden verleiden tot een open veldslag, trok Trajanus zijn leger terug naar de Donau. Dat bood Decebalus een gelegenheid bondgenoten te zoeken. Met de ruiters van de Roxolani en Bastarnae staken de Daciërs onverwacht de Donau over.

Lees verder “Naar Roemenië”