Filon van Byblos over de berg Kasios

El op een stèle uit het museum in Aleppo

Een tijdje geleden blogde ik over de Grieks-Romeinse auteur Filon van Byblos, een tijdgenoot van keizer Hadrianus. Samenvattend: Filon schreef een achtdelige Geschiedenis van Fenicië, die we kennen uit citaten bij latere auteurs, zoals de Voorbereiding tot het Evangelie van bisschop Eusebios. Hierdoor weten we dat Filon gebruik maakte van een oud overzicht van de oosterse mythologie, dat zou zijn geschreven door ene Sanchuniathon.

Sanchuniathon

Wat Filon over die bron vertelt, geeft ons reden om te aarzelen. Sanchuniathon zou bijvoorbeeld hebben geleefd vóór de Trojaanse Oorlog en aan de oeroude verhalen een rationele uitleg hebben gegeven. Die rationalisering bestond uit euherisme, dat wil zeggen dat Sanchuniathon de goden presenteerde als koningen van vroeger. Dit is een in de vierde eeuw v.Chr. doorgebroken manier om te kijken naar inmiddels vreemd geworden oude mythen. Zo kon Alexander de Grote de Indische goden moeiteloos gelijkstellen aan Dionysos en Herakles. Dat waren in deze visie koningen als hij, die ook waren getrokken door de Indusvallei.

Het euherisme suggereert dat Sanchuniathon betrekkelijk laat leefde. Hij zal eerder hellenistisch dan oud-oosters gedachtengoed hebben verwoord. In mijn eerdere blogje wees ik daarom op de onvermijdelijke wetenschappelijke scepsis. Maar je kunt ook te sceptisch zijn. De naam Sanchuniathon is Fenicisch (Sknytn) en de door Filon van Byblos aan hem toegeschreven verhalen hebben parallellen in de kleitabletten uit Ugarit. Ik houd het erop dat Sknytn een Feniciër was die in de derde of tweede eeuw v.Chr. de oude verhalen heeft naverteld. Vergelijk hem met de Egyptenaar Manethon, de Babyloniër Berossos en de Jood Flavius Josephus.

Kanaänitische mythe

Hier is een brokje informatie dat van Sanchuniathon via Filon van Byblos via een citaat bij Eusebios via een wetenschappelijke uitgave via deze blog tot u komt. Het gaat over koning Kronos van Byblos. Ofwel de god El. Op Ugaritische kleitabletten  heet hij Ilu. Het fragment is vanmorgen vertaald door Gert Knepper.

Kronos omgaf zijn eigen woning met een muur en stichtte als eerste stad Byblos, in Fenicië. Vervolgens begon Kronos zijn eigen broer Atlas te wantrouwen, en wierp hij hem op aanraden van Hermes in de diepte van de aarde. In die tijd maakten de afstammelingen van de Tweelingen zeereizen op zelfgebouwde vlotten en schepen. Toen ze eens in de buurt van de berg Kasios terechtgekomen waren, wijdden ze daar een tempel. De bondgenoten van Elos oftewel Kronos, werden Eloëim genoemd.

Achter de Griekse namen gaan Kanaänitische mythen schuil. De val van Atlas is feitelijk die van Horran, waarover ik ook al eens blogde. De diepte der aarde kennen we uit het verhaal van Azi Dahaka. Hermes is de naam die de Grieken gaven aan allerlei oosterse wijsheidsgoden. De Tweelingen, door de Grieken geïdentificeerd met Kastor en Polydeukes, beschermden onder meer Beiroet. En de Eloëim kent u wellicht als de joodse Godsnaam Elohim.

Kasios

Maar het gaat om de berg Kasios. Daarvan waren er twee. De ene lag ten noorden van Ugarit: een prachtige geïsoleerde top, op de grens van Syrië en Turkije, vlakbij de zee. De andere lag niet ver van de oostelijke monding van de Nijl. Deze top was wat minder indrukwekkend – het schijnt een zandduin te zijn van een meter of honderd hoog – maar was evengoed een baken voor de scheepvaart. Op beide bergen vereerde men de god die de Feniciërs Ba’al noemden en die bij de Grieken Zeus Kasios heette.

Ik gaf zojuist ietwat gezocht aan dat deze mythe tot u kwam via Sanchuniathon, Filon van Byblos, Eusebios, een wetenschappelijke uitgave en deze blog. Elke auteur had een agenda. De eerste en tweede wilden de Kanaänitische verhalen zo presenteren dat mensen er nog iets mee konden in een tijdsgewricht met andere waarden. De christelijke auteur gebruikte dat materiaal weer voor zijn eigen polemiek. De oudheidkundigen Attridge en Oden waren geboeid door de oosterse antecedenten van de Griekse mythen.

Ikzelf wilde het bovenstaande vertellen omdat afgelopen dinsdag bekend is gemaakt dat het heiligdom van Zeus Kasios is opgegraven. Het ligt bij Tel al-Farma, het antieke Pelousion. Dat is iets ten westen van de berg Kasios.

Expositie

Waarom besteed ik nu aandacht aan deze trivialiteit? Het echte archeologienieuws zit toch niet in wat ze nu weer opgraven en welke inzichten archeologen nou weer opdoen? Echt nieuws is er toch pas als de aard van de inzichten begint te veranderen? En dat is nu toch niet het geval?

Ik zal er eerlijk over zijn: ik schrijf dit stukje vooral omdat het ook over Byblos gaat, de Libanese havenstad waaraan het Rijksmuseum van Oudheden vanaf 14 oktober een expositie wijdt.