
[Tweede deel van een gastblog van Tim Frangias over Belgrado. Het eerste deel vond u hier.]
Belgrado bij Apollonios Rhodios
Belangrijke momenten in het Argonauten-verhaal spelen zich af in wat de periferie van de “klassieke wereld” genoemd zou kunnen worden, terwijl het verhaal notabene verteld wordt door een auteur uit het klassiek literaire canon. De tocht van de helden over de Donau brengt hen in wat tegenwoordig (onder andere) Servië beslaat, een uithoek van de “klassieke” wereld van de oudheid. De Istros, de Donau, is één van de vele plaatsen waar de Argonauten langs komen, maar tegelijkertijd cruciaal als het gaat om het beschrijven van de topografische plaats die vandaag Belgrado is.
Nadat de Argonauten zich meester hadden gemaakt van het Gulden Vlies zeilden zij, op de vlucht voor de Kolchiërs, op hun terugreis naar Hellas de rivier de Istros (of: Donau) op. In het vierde boek van de Argonautika lezen we de volgende verzen:
αὐτὰρ ἐπεί τ᾽ Ἄγγουρον ὄρος, καὶ ἄπωθεν ἐόντα
Ἀγγούρου ὄρεος σκόπελον πάρα Καυλιακοῖο,
ᾧ πέρι δὴ σχίζων Ἴστρος ῥόον ἔνθα καὶ ἔνθα
βάλλει ἁλός, πεδίον τε τὸ Λαύριον ἠμείψαντο,
δή ῥα τότε Κρονίην Κόλχοι ἅλαδ᾽ ἐκπρομολόντες
πάντῃ, μή σφε λάθοιεν, ὑπετμήξαντο κελεύθους.
οἱ δ᾽ ὄπιθεν ποταμοῖο κατήλυθον, ἐκ δ᾽ ἐπέρησαν
δοιὰς Ἀρτέμιδος Βρυγηίδας ἀγχόθι νήσους.Toen ze nu de berg Anchouros en de rots Kauliakos gepasseerd waren, een klein stukje van die berg, waar de Istros zich in tweeën splitst en zijn volle vloed hier- en daarheen rolt, en voorbij de Laurische vlakte, gingen de Kolchiërs de Kronische zee op en sneden alle routes af, zodat ze niet aan hen konden ontsnappen. Maar de helden bereikten de rivier na hen en passeerden dicht langs de twee Brygeïsche eilanden van Artemis.noot
Een nieuwe fase in de tocht wordt ingeluid door het epische αὐτὰρ (323). Samen met de andere Argonauten varen Iason en Medea hier stroomopwaarts (getuige de volgorde waarin plekken genoemd worden) over de Istros (325) en komen ze in regel 323 eerst langs de berg de Anchouros (de Avala) terwijl ze over de Sava varen (die in het werk van Apollonios duidelijk geïdentificeerd wordt als de westelijke Donau) en vervolgens bereiken ze de plek waar de grote rivier de Donau zich splitst (in de Sava en de Donau) en varen ze verder naar het westen over de Donau.

Rechts van hen en net voor de splitsing hebben de Griekse helden in regel 324 de bewoonde klif Kauliakos gezien die – ogenschijnlijk ingegraven in de rivieren – trots boven hen oprijst. De Kauliakos-klif wordt door de dichter als een σκόπελον gekwalificeerd: dit woord betekent in het Grieks heuvel of uitkijkpost, een functie die het latere fort Kalemegdan de hele geschiedenis door nog zou hebben. Aan de voet van deze σκόπελον gingen de mythische zeelieden van boord om eindelijk even uit te rusten, hun voorraden aan te vullen en offers te brengen aan de goden, waarbij de lokale (Keltische) Singi-stam hen een gastvrij welkom zou geven. Een mooi topografisch gegeven is dan weer dat Belgrado in de Romeinse tijd een stad aan de limes zou zijn met de naam Singidunum.
In de bovengenoemde passage wordt de Adriatische Zee de Kronische Zee genoemd, omdat de god Kronos zelf aan de kusten van deze zee geleefd zou hebben. De Brygiërs waren een woeste Thracische stam die de godin Artemis aanbaden. Zouden de genoemde twee eilanden wellicht het “veliko ratno ostvro” (“het grote oorlogseiland”) en de regio van Zemun in een eerdere fase kunnen zijn? Die gedachte is aanlokkelijk maar niet te bewijzen op grond van de tekst en bovendien moet de geografie dan wel erg gewijzigd zijn wat niet aannemelijk is.
De geciteerde passage bevat nog een voor de ligging van Belgrado belangrijk topografisch gegeven in regel 326: de Laurische vlakte is het meest zuidelijk bekken van de Vojvodina-vlakte (tegenover de klif Kauliakos, thans Novi Beograd en noordelijk van Belgrado waar nog altijd weinig tot geen bebouwing is. Deze direct aanpalende delen van Belgrado behoren nu administratief tot de stad Belgrado (Novi Beograd met Surčin waar de luchthaven ligt, min of meer recht tegenover Kauliakos, de klif met het fort Kalemegdan en het lege Padinska Skela ten noorden van de klif, met in het oosten de stad Pančevo in de westelijke Vojvodina).
Argonautika 4.323-326 bevat in mijn ogen de oudste (en zeer nauwkeurige) geografische beschrijving van wat nu Belgrado is. Bij de behandeling van de mythe heb ik slechts een voor Belgrado relevante samenvatting willen geven van een veel langere mythe van de Argonauten, want het gaat mij om de oudste beschrijving van Kalemegdan: de klifachtige bergrug (waarlangs het huidige Belgrado ligt met de wijken Stari Grad en Dorčol direct eraan vast) dat bekend staat om zijn opmerkelijk lange geschiedenis met dus zelfs mythische wortels. Voordat Iasons helden op hun terugtocht naar de Jadransko More (de Adriatische Zee) vertrokken, ontdekten en verkenden zij volgens dezelfde legende de nabijgelegen berg Angouron (de Avala, herkenbaar door de toren (Avala Toraj) met zendmast uit de tijd van Joegoslavië met daarvoor de poorten van de oostkant van de stad in brutalistische stijl), evenals de noordelijke vlakte van Laurion, het grote Pannonische bekken, waarachter de brandende zon altijd verdwijnt bij schemering, wat een majestueus en dramatisch licht oplevert, zoals elke avond vanaf het fort te zien is.
De Griekse helden, bevrijd uit de wereld van de verbeelding in de wereld van de mythische geschiedenis van Belgrado, leven ten volle in die vervlogen, mythische tijden maar in diezelfde zon als wij. Als we onszelf toestaan om met onze innerlijke ogen de Argonauten aan de voet van Kalemegdan te zien, openen we een venster naar een sentimentele wereld en kijken we naar onverlichte hoeken van de geschiedenis van deze stad, vermengd met ongewone mensen en gebeurtenissen… en ontdekken we ongewone invalshoeken
schrijft Aleksandar Diglič in het eerste hoofdstuk van zijn boek Belgrade, The Eternal City (2015), maar zonder een relevante passage (en vertaling/analyse daarvan) uit de Griekse literatuur te noemen.

Belgrado als start van doortocht
Apollonios’ versie van het verhaal van de Argonauten gaat hoogstwaarschijnlijk terug op een (mondeling overgeleverde) versie van de mythe die hij kopieerde en/of parafraseerde en die veel ouder was dan hijzelf, en die bekend was uit een tijd van zelfs vóór de Trojaanse Oorlog (rondom 1200 voor Christus). De Grieken beschreven daarom, zelfs in het tijdperk vóór de ontrouw van de mooie Helena van Troje aan haar man Menelaos van Sparta, de plek waar nu Belgrado ligt al heel goed. Aan de andere kant is het ook heel goed mogelijk dat de dichter Apollonios de kaart van zijn tijdsgenoot Eratosthenes kende en simpelweg wilde dat de Argonauten in zijn versie van het verhaal de halve wereld hadden doorgereisd, inclusief de Voijvodina-vlakte die toen een woestijn geweest zou zijn. In dit geval betreft het een hellenistische innovatie. Het boeiende verhaal van een oud avontuur gaat in elk geval terug tot lang vervlogen, mythische tijden en vereeuwigt Iasons helden, de Argonauten, en met hen Belgrado zelf. Naast de ongeveer vijftig Argonauten die ergens langs de oever van Beneden-Kalemegdan (waar nu de roodblauwe tramlijnen 2 en 5 over hun authentiek roestige spoortjes klingelen) gelegerd waren – samen met Iason en de mooie maar gevaarlijke Medea – waren ook de muzikale Orfeus; de zoon van Zeus zelf en halfgod, Herakles; de held die de vreselijke Minotauros versloeg, Theseus; zelfs Iasons oom en vader van de beroemde Trojaanse held Achilles, Peleus. Deze grootste helden en hun afzonderlijke cycli van (voor velen bekende) verhalen prikkelen de verbeelding, maar vreemd genoeg wordt de Argonautika, net als zoveel andere obscure schatten, slechts zelden genoemd in historische boeken over Belgrado; ook zijn er geen verwijzingen.
In de prachtige mythe over de Argonauten vertelt Apollonios ons over de gastvrijheid van het Singi-volk dat leefde op een plek waar de wateren zich splitsen. Deze plaats was toen al goed bewoond en vormt vandaag de dag de hoofdstad van de Republiek Servië die bekend staat om zijn vriendelijke en gastvrije bewoners. De doortocht van deze groep onsterfelijke helden uit de Griekse oudheid langs deze oevers zal in het vervolg geen op zichzelf staand geval zijn, aangezien de geschiedenis van Belgrado verbonden is met talloze grote persoonlijkheden, waarover ik wellicht later zal schrijven. Ook passeerden vele legers de stad Belgrado.
[Een gastbijdrage van Tim Frangias, die ook de foto’s maakte. Zo meteen meer. Dank je wel Tim!
Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]
Zelfde tijdvak
Migratie in de Arabische wereldmaart 11, 2023
Kleding op z’n Gallischaugustus 26, 2022
Afrikaans aardewerkfebruari 24, 2019

“…{de mythe] die veel ouder was dan hijzelf, en die bekend was uit een tijd van zelfs vóór de Trojaanse Oorlog (rondom 1200 voor Christus).”
Dat is, met permissie, onzin. We hebben geen enkele reden om aan te nemen dat “de Trojaanse Oorlog” een historische gebeurtenis is geweest; dus dat de Aronautenmythe “bekend was uit [sic, GK] een tijd van zelfs vóór de Trojaanse Oorlog” is op zich sowieso al een betekenisloze uitspraak. En ook als u die mythische oorlog laat voor wat hij is, kunt u niet aantonen dat de betreffende mythe dateert van vóór 1200 vC. Ik vind uw verhaal over Belgrado werkelijk leuk, waarvoor dank. Dat over de Argonautenmythe is even onderhoudend als onwetenschappelijk.
Eens.
Een leuk reisverhaal, opgeleukt als onderhoudende mythe om bij een kampvuur te vertellen. Geldt ook voor de Trojaanse oorlog, waarover ik eens een interessante hypothese heb vernomen dat het een verhaling is van de rivaliteit tussen ‘Grieken’ en ‘Ioniërs’ aan weerszijden van de Egeïsche Zee. Het verhaal rond Helena van Sparta zou een oorsprong kunnen hebben in slavenraids, die steeds verder werden ‘opgeleukt’ met namen, plaatsen, gerelateerde verhalen. Zie Koning Arthur of Karel de Grote – zo ontstaan mythen en legenden.