Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne”

Wat is archeologie? (5) Toekomst

Marc van Oostendorp legt uit hoe de Nederlandse wetenschap er voor staat.

[Dit is het laatste van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Wat is archeologie? (5) Wat te doen?

Samenvattend: archeologie is een wetenschap waarin het evenveel draait om de vondsten als om de vragen. In de voorlichting ligt de nadruk meer op het eerste dan op het tweede, en omdat het wetenschappelijke proces dus onderbelicht blijft, is het voor politici en academische bobo’s prijsschieten. Oudheidkundigen worden onvoldoende begrepen, ook door journalisten, en kunnen weliswaar rekenen op sympathie maar niet op genoeg begrip. Bestuurders kunnen rustig een vakgroep opheffen of op een museum bezuinigen, aangezien niemand snapt wat verloren gaat. Bezuinigen is electoraal veilig.

Net als Dig It All, de houtkamer, Geheimen van het Pottenbakkerswiel, Judith en Le Phare probeert de expositie Boven Het Maaiveld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de doorgaans ontbrekende informatie wél te geven. Het is, zoals gezegd, niet slechts een stap maar een reuzensprong in de goede richting. We komen er echter niet mee aan de overkant. Het museum heeft ervoor gekozen de bottom-up-zijde van de archeologie te tonen, en haalt met vlag en wimpel de doelen die het zich stelt, maar ik denk dat we méér nodig hebben. Wie tevens de top-down-zijde uitlegt, toont hoe de oudheidkundige disciplines de samenleving verrijken. De Belgische voorbeelden bewijzen dat dit museaal mogelijk is.

Lees verder “Wat is archeologie? (5) Toekomst”

Van Oostroms Reynaert

Vorige maand in Tunesië las ik het nieuwe boek van Frits van Oostrom, De Reynaert. Leven met een middeleeuws meesterwerk. En wat was het een leuk boek! Dat komt vanzelfsprekend in de eerste plaats doordat de sluwe vos een tijdloos personage is. Geen leuk personage natuurlijk, net als Tom Ripley, Richard III of Patrick Bateman. Als vos is de titelheld immers een sadist. Je voelt desondanks meer sympathie voor Reynaert dan voor zijn tegenstanders. Die vertegenwoordigen weliswaar een nettere wereld, maar zijn tegelijk hypocriet. Dat maakt ze onaantrekkelijk.

De sadistische vos

Ondertussen is de vos dus een wreed dier. Hij eist een pelgrimstas, gesneden uit de vacht van Bruun de Beer, en eist schoenen, gemaakt van de poten van Isengrijn de Wolf en diens vrouw Hersint. Deze wreedheid was belangrijk voor de auteur van het werk, Willem, want vergelijking met de Franse vertellingen toont dat de Middelnederlandse vos veel gemener is dan Renart. Nadat het doortrapte beest zijn slachtoffers (zoals Bruun of Tybeert de Kater) indirect, via een ander, heeft getroffen, voegt hij zelf nog een extra vernedering toe. De wreedste is die van de vrouw van Isengrijn, Hersint, die te horen krijgt dat ze met Reynaert mee gaat op pelgrimage en kan delen het heil dat hem zal toevallen, aangezien diens schoenen zijn gemaakt van haar voormalige poten. Dit soort details maken het verhaal ronduit gruwelijk.

Lees verder “Van Oostroms Reynaert”

Nobel streven (3)

Ik ben geen mediëvist en ook geen neerlandicus. Verwacht van mij geen inhoudelijk oordeel over Nobel streven, het onlangs verschenen boek van Frits van Oostrom dat ik al voor u samenvatte en waarover ik al opmerkte dat de auteur zo mooi uitlegt wat hij aan het doen is. Dit keer nog wat andere gedachtes die bij me opkwamen en die minder te maken hebben met Nobel streven dan met het feit dat het een boek is. Boeken zijn problematisch als medium om aan een groot publiek wetenschappelijke inzichten over te dragen. We leven immers in een tijd waarin iedereen zijn informatie zoekt op het wereldwijde web.

Ik heb al eens eerder uitgelegd dat het boek alleen nog een meerwaarde heeft als het de ongedifferentieerde nevenschikking van het internet weet te overstijgen. Het heeft geen zin een biografie te schrijven van deze of gene Romeinse keizer, aangezien vrijwel alle informatie al online is te vinden. Wat we wél zoeken is een overzicht van de Griekse literatuur of een boek over de wijze waarop archeologen van vondsten komen tot conclusies. Of een overzichtswerk dat de geschiedenis van Egypte opnieuw onderhanden neemt, de eerste geschiedenis van het Aramees of een overzicht van de omgang met de Oudheid in de Renaissance: boeken die iets bieden wat je niet vindt op het internet.

Lees verder “Nobel streven (3)”

Nobel streven (2)

Wie over een wetenschappelijk onderwerp schrijft voor een groot publiek wordt vroeg of laat geconfronteerd met scepsis. De gebruikelijke adviezen in zulke situaties komen erop neer dat je het wetenschappelijk proces moet uitleggen. Ik verwijs maar weer eens naar Tussen onderzoek en samenleving .

Althans, dat was vroeger goed genoeg. Inmiddels is desinformatie zó vanzelfsprekend dat we van een goede voorlichting mogen verwachten dat ze belet dat verkeerde visies ontstaan.*)  “Wees proactief” is dus het tweede advies en in het verlengde daarvan ligt een derde: wie adequaat wil voorlichten, moet weten wat er speelt in de wetenschap. De brute rekenkracht van de computers geeft ons niet alleen het internet, maar sloopt ook de grenzen tussen de wetenschappelijke disciplines.

Van Oostrom heeft bij het schrijven van Nobel streven, dat ik gisteren voor u samenvatte, merkbaar over deze zaken nagedacht. Ik weet te weinig van de late veertiende en vroege vijftiende eeuw om te zien hoe proactief hij is, maar in een komend stukje zal ik zijn visie op de informatierevolutie behandelen, terwijl ik vandaag inga op de wijze waarop hij het wetenschappelijk proces uitlegt. (Ook Marc van Oostendorp heeft over dit aspect geschreven.) Uit de lange aanloop van dit stukje kunt u afleiden dat Nobel streven me stof tot nadenken heeft gegeven en ik schrijf dit minder als recensie dan als eigen positiebepaling. Oudheidkundige denkt over historisch letterkundige, zoiets.

Lees verder “Nobel streven (2)”

Nobel streven (1)

Het Huis Brederode (Gevelsteen, Noordermarkt 25, Amsterdam)

Ik geloof dat Marcel Hulspas op Sargasso de eerste was die wist te melden dat het nieuwe boek van Frits van Oostrom, Nobel streven, ronduit geweldig is. Het boek bevat, zoals de ondertitel ietwat hijgerig maar adequaat samenvat, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode, die u zo rond het jaar 1400 moet plaatsen. Ik heb het boek in één adem – nou vooruit: in twee treinritten Amsterdam-Leeuwarden – uitgelezen.

Hulspas had er overigens wel wat op aan te merken. Hij vond dat de wereld rondom Jan van Brederode in Nobel streven wat karig aan bod kwam en meende bovendien dat Van Oostrom het verhaal te lang had voortgezet na de dood van Van Brederode. Grappig genoeg zie ik het precies andersom. Ik vind dat er wel wat minder middeleeuwse context in had gemogen – het boek had dertig pagina’s korter gekund – en ik hecht juist de meeste waarde aan het eerste van de twee hoofdstukken die volgen op de dood van Van Brederode. Maar in elk geval ben ik het eens met Hulspas: Nobel streven is een geweldig boek en daarom zal ik er drie stukjes aan wijden. Ik begin met een typering.

Lees verder “Nobel streven (1)”

Dat internet, dat is best belangrijk

Sint-Isidorus van Sevilla, beschermheilige van het internet

Dat internet, dat is eigenlijk best belangrijk. Althans, dat zegt Frits van Oostrom, en dat is niet de eerste de beste. Sinds 1982 is hij hoogleraar Nederlandse letterkunde, eerst in Leiden en daarna in Utrecht. Van 2005 tot 2008 was hij president van de KNAW. Iemand dus wiens oordeel ertoe doet. Als hij, zoals we in Mare lezen, bij een lezing heeft gezegd dat dat internet belangrijk is en dat de universiteiten – hij heeft het vooral over neerlandici – daar meer mee moeten gaan doen, dan spits je je oren.

Hoewel… we wisten dit al in 2000, vijf jaar na “the thousand days that built the future”. En de universiteiten hebben de afgelopen jaren verzoeken uit de samenleving in deze richting vrij systematisch genegeerd (zie ook onder: betaalsites). En ze deden niets, geheel niets, om te verhinderen dat bad information drives out good. Dat geeft Van Oostroms woorden een nogal schrille klank.

Lees verder “Dat internet, dat is best belangrijk”