MoM | Digitale archeologie

Als een wetenschap zich niet presenteert als wetenschap, zal het publiek die wetenschap niet herkennen als wetenschap, en zoals de trouwe lezers van deze blog weten denk ik dat de diverse oudheidkundige bloedgroepen op dit punt nogal wat kunnen bijleren. Oudhistorici hebben het misbruik van de oude geschiedenis – afrocentrisme, Jezusmythicisme, koloniale frames – deels te wijten aan zichzelf; met hun goedbedoelde vertalingen tonen classici niet waarom het doorgronden van de antieke denkwereld geen “simsalabim, bron, spreek tot mij!” zou zijn; en archeologen hebben het vaker over vondsten dan over archeologie.

Ik ken maar één museum dat echt gewijd is aan archeologie als archeologie: het is in Brugge. Een tijdelijk alternatief is er nu in het Universiteitsmuseum in Groningen, waar tot eind dit jaar een expositie is met de naam “Dig it all. Archeologie van de toekomst”. Met de leutige naam heb ik al de helft van de minpunten genoemd; het is namelijk een erg geslaagde tentoonstelling over de invloed van digitale technieken op de archeologie, en als u in het noorden bent, moet u er zeker naartoe.

Voor de opgraving

Digitale methoden spelen op allerlei momenten in het wetenschappelijk proces een rol, wat al begint met de verkenning van het landschap. In veel landen bestaan al buitengewoon nauwkeurige, met drones vervaardigde kaarten van het microreliëf, zoals het Actueel Hoogtebestand Nederland en het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen. Door zulke kaarten zijn bijvoorbeeld Celtic Fields en oude doolhoven herkend. Op de Groningse expositie komen de scheepswrakken uit de IJsselmeerpolders aan bod. De foto hieronder toont een loopgraaf langs de Hunze uit de gevechten die in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden in Groningen (vergelijk).

Loopgraaf

Vondstregistratie en -vergelijking

Tijdens de eigenlijke opgraving worden vondsten digitaal geregistreerd en worden plattegronden digitaal vervaardigd. Zelfs de individuele coupes kunnen zo worden ingetekend – als “intekenen” nog het woord is. Vondsten worden ook digitaal gefotografeerd – hier is een zeer recent voorbeeld – met technieken die driedimensionele reconstructie mogelijk maken. Ook zijn er technieken om met gewone foto’s, gemaakt vanuit diverse hoeken, de driemensionele vorm van voorwerpen te reconstrueren. (Dit is belangrijk gebleken na de verwoestingen die de zogenaamd islamitische staat in noordelijk Irak heeft aangericht.)

Interessant zijn ook de digitale vergelijkingscollecties, waarmee opgegraven resten van planten en dieren kunnen worden vergeleken. Via uw telefoon of computer kunt u bijvoorbeeld botten uit alle hoeken bekijken.

Digitaal schaapsbot

Eén van de vele voordelen is dat een archeoloog al in het veld aan het werk kan, bijvoorbeeld door met een 3D-printer de botten uit te printen die hij wil vergelijken met wat hij uit de grond heeft gehaald. Een ander voordeel is dat je vanuit je studeerkamer de verzamelingen van allerlei instituten wereldwijd kunt bekijken. Het is analoog aan de spectaculair gegroeide bereikbaarheid van bibliotheken nu miljoenen boeken zijn ingescand.

Reconstructie

Een van de spectaculairste in Groningen getoonde toepassingen is de reconstructie van een oeroud kamergraf bij Ayios Vasileios, waar het Gronings Archeologisch Instituut een grafveld onderzoekt uit het midden van het tweede millennium v.Chr.. De wanden van de grafkamer vormden geen probleem maar het dak, waarvan alleen bekend was dat het was bedekt met ruim tweehonderd grote en kleine stenen, bleek minder goed te begrijpen. Alle stenen en de grafkamer werden dus ingescand en de onderzoekers konden in virtual reality reconstructies uittesten.

Uit een filmpje over de VR-reconstructie van het dak van een grafkamer

Het museum toont ook de ontwikkeling van het landschap aan de hand van de opgraving van Crustumerium, een IJzertijdnederzetting even ten noorden van Rome. Op een leuk filmpje is te zien hoe buiten de stadswal en -gracht een grafheuvel heeft gelegen die diverse ontwikkelingsfasen heeft gekend, die een voor een in beeld komen.

Modelleren van langetermijnontwikkelingen

Een toepassing die ik miste was de grootschalige analyse van de historische ontwikkeling van het type dat ik in deze wat lange blog heb beschreven: het modelleren van langetermijnontwikkelingen. Dit staat nog in de kinderschoenen en veel historici aarzelen of het wel mogelijk is grote historische processen te herleiden tot enkele digitaliseerbare sleutelfactoren, terwijl veel archeologen de langetermijnanalyse niet direct beschouwen als hun werkterrein. Juist het feit dat dit dus wat omstreden is, zou de bezoeker een beeld hebben kunnen geven van het feit dat wetenschap vaak tastend zoeken is en dat we vaak niet weten of een wild idee een sprong in de goede of de verkeerde richting is. (Dit was de andere helft van de minpunten aan deze prima expositie.)

Presentatie

Wetenschap bereikt haar doel pas als ze bij de burger is. Op dit punt biedt digitalisering boeiende mogelijkheden, die u ongetwijfeld de afgelopen tijd al eens hebt gezien in de musea. Het universiteitsmuseum legt het uit aan de hand van een interactieve plattegrond van de al genoemde gevechten in de Groningse binnenstad. Niet alleen loopgraven maar ook het verloop van het front en enkele opgegraven voorwerpen zijn getoond – voorwerpen die overigens eveneens worden getoond. De vergelijking tussen het ietwat knullige briefje bij een Duitse helm en alle moderne technieken toont hoe ontzettend veel verder de archeologie in de afgelopen decennia is gekomen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

10 gedachtes over “MoM | Digitale archeologie

  1. Rob Duijf

    ‘In veel landen bestaan al buitengewoon nauwkeurige, met drones vervaardigde kaarten van het microreliëf, zoals het Actueel Hoogtebestand Nederland en het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen.’

    Ik denk dat je dat wel wat mag nuanceren. De hoogtebestanden komen oorspronkelijk voort uit het oude landmeten: de hoogte bepalen t.o.v. NAP. Later kwam daar de luchtcartografie bij. Nog vrij recent kon het landmeten worden verfijnd m.b.v. satelietnavigatie (GSM) en satelietfotografie waarna men deze data kan ‘plotten’ in een hoogtekaart. Met behulp van drones kan nu ook het microrelief nauwkeurig in kaart worden gebracht. Landschapselementen als ‘Celtic-fields’, de uitgestrekte raatvormige akkercomplexen uit de ijzertijd, waren echter ook al door luchtfotografie zichtbaar gemaakt.

  2. FrankB

    “als u in het noorden bent, moet u er zeker naartoe.”
    Bedankt voor de tip! Het is een tikje schandelijk dat DvhN, die toch bezig is met corona-veilige uitstapjes, dit nog niet genoemd heeft.
    Deze link is beter (zoals bekend ben ik nooit vies van een beetje promotie van deze mooie provincie):

    https://www.rug.nl/university-museum/

  3. Bert Schijf

    In zijn vandaag heel informatieve blog vertelt JonaL veel over de digitalisering in de archeologie. Op zich niet revolutionair, drie dimensionale modellen tref je nu al aan in het Allard Pierson, maar de grote voordelen zijn boven iedere twijfel verheven. Inmiddels heeft De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek aanzienlijke subsidies verstrekt digitale projecten, Onder andere Naturalis en een groot cluster van Sociaalwetenschappelijke instellingen in Nederland. Het doel is om een digitale infrastructuur te ontwikkelen waar bestaande digitale bestanden in standaardvorm in kunnen worden opgenomen. Het vooruitzicht is dat dat vele mogelijkheden biedt voor nieuwe analyses, onder andere van lange termijn-ontwikkelingen. Archeologen zouden zich hierdoor kunnen laten inspireren door al het bestaand materiaal te digitaliseren en ook zo’n digitale infrastructuur te ontwikkelen waarmee vergelijkende analyses mogelijk worden, en nog veel meer.

  4. jacob krekel

    Om half twee liep ik nog door de Oude Ebbingestraat, 2 minuten lopen van dit museum vandaan. En nu, teruggekeerd in Amersfoort, lees ik dit. Snik snik.

    1. Ik zou vandaag naar Groningen, maar dat ging op het laatste moment niet door. Gelukkig maar want dan had ik deze tip gemist. Nu kan er ik bij het tot volgendeweek uitgestelde bezoek naar de tentoonstelling!

  5. ChristoT

    De digitale mogelijkheden binnen de archeologie zullen in de toekomst alleen maar toenemen, met spectaculaire toepassingen. Archeologen zullen het zelf ontwikkelen of ze het lenen van andere disciplines.

    Er is wel een probleem dat nu al bestaat en in de toekomst alleen maar groter wordt: de archivering, toegankelijkheid en (her)gebruik van al die data. Archeologen kunnen in de regel goed opgraven en excellent onderzoek doen, maar iets goed archiveren is iets wat (Nederlandse) archeologen niet altijd even goed doen. Terwijl ze (we) wel zeggen: als we iets niet in de grond kunnen bewaren, dan graven we het op en stellen we de data veilig.

    Enkele voorbeelden, al dan niet over digitale archivering:
    – de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) heeft in de periode 1946-1990 heel veel opgravingen en onderzoek verricht. Veel is goed gearchiveerd maar van tal van onderzoeken zijn de tekeningen of andere gegevens kwijt;

    – in de jaren 1970/begin jaren 1980 is van een opgraving in Zuid-Holland data van vondsten digitaal vastgelegd op een magneetband. Begin 1990 was er een student die dat nog eens probeerde te analyseren, weet niet meer of dat gelukt was. Waar kon je nog magneetbanden lezen?

    – ergens is in de jaren 2005 bij de ROB de digitale data van de opgravingen en onderzoeken van de Betuweroute aangeleverd: een grote archiefkast (!) vol met floppies en cd’s, en enkele A4-tjes met de beschrijving. van de data. Deze dragers van data hebben niet het eeuwige leven.

    – Nu moeten opgravingsbedrijven alle data aan de archeologische depots aanleveren. Heel veel gaat goed, maar geregeld zijn er nog steeds discussies tussen de depotbeheerder en de aanleverende bedrijven over de kwaliteit van de data.

    En: hoe zorgen we ervoor dat de data van nu over 10 of 20 jaar nog te lezen is? Gelukkig zijn het Nationaal Archief en de KB daar mee bezig, maar hoe zit het met de speciaal ontwikkelde software die alleen in de archeologie gebruikt worden?

    Last but not least: foto’s en tekeningen van bijvoorbeeld opgravingen zijn gewoon op te vragen en her te gebruiken (met de juiste bronvermelding). Hoe zit dat met de reconstructies in apps, 3d-afbeeldingen etc.? Is dat technisch mogelijk? Willen bedrijven/ontwikkelaars dat? Sluit software op elkaar aan? En is het duurzaam te (her)gebruiken?

    1. Rob Duijf

      Op 16 januari 1992 ratificeerde Nederland in Valletta, Malta, het ‘Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed’.

      Hierin zijn ondermeer de volgende artikelen opgenomen:

      Article 6. The financing of archaeological research and conservation

      Each Party undertakes:

      i) to arrange for public financial support for archaeological research from national, regional and local authorities in accordance with their respective competence;

      ii) to increase the material resources for rescue archaeology:

      a) by taking suitable measures to ensure that provision is made in major public or private development schemes for covering, from public sector or private sector resources, as appropriate, the total costs of any necessary related archaeological operations;

      b) by making provision in the budget relating to these schemes in the same way as for the impact studies necessitated by environmental and regional planning precautions, for preliminary archaeological study and prospection, for a scientific summary record as well as for the full publication and recording of the findings.

      ‘Article 7. Collection and dissemination of scientific information

      For the purpose of facilitating the study of, and dissemination of knowledge about, archaeological discoveries, each Party undertakes:

      i) to make or bring up to date surveys, inventories and maps of archaeological sites in the areas within its jurisdiction;

      ii) to take all practical measures to ensure the drafting, following archaeological operations, of a publishable scientific summary record before the necessary comprehensive publication of specialised studies.

      ‘Article 8

      Each Party undertakes:

      i) to facilitate the national and international exchange of elements of the archaeological heritage for professional scientific purposes, while taking appropriate steps to ensure that such circulation in no way prejudices the cultural and scientific value of those elements;

      ii) to promote the pooling of information on archaeological research and excavations in progress and to contribute to the organisation of international research programmes.’

      Het lijkt me dat dit voldoende aanknopingspunten biedt om nou eindelijk eens werk te maken van de punten die je hier terecht aanstipt!

      Als het gaat om het duurzaam conserveren en publiek toegankelijk maken van opgravingsdata is Nederland verdragspartner. We hoeven het wiel dus niet alleen en wellicht ook niet opnieuw uit te vinden.

Reacties zijn gesloten.