
Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:
Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)
De gastvrije host van deze blog ontving daarop het verzoek ook iets te vertellen over het klassiek Bijbels Hebreeuwse (dus zeg maar: Oudtestamentische) woord voor “lezen”. Om u niet te snel uitgelezen te laten zijn combineer ik die bespreking met een stukje over de herkomst van wat woorden in enkele andere talen. Het Nederlandse woord bewaar ik tot het laatst.
Het begin
Iets lezen kun je pas als er iets is geschreven. Dat betekent: een woord voor “lezen” kunnen we dus pas verwachten vanaf de uitvinding van het schrift, dat wil zeggen in Mesopotamië vanaf het midden van het vierde millennium v.C., en onafhankelijk daarvan waarschijnlijk niet veel later ook in Egypte. (De derde prijs is trouwens voor China, waar in de dertiende eeuw v.C. wederom het schrift werd uitgevonden.)
Omstreeks de tijd dat in Mesopotamië het schrift wordt uitgevonden – de eerste gebruikers ervan spreken en schrijven in het Sumerisch – wonen in het steppengebied benoorden de Zwarte en de Kaspische Zee mensen die Proto-Indo-Europees spreken. Dat ze dat deden weten we niet dankzij hun geschriften; het zou nog zo’n tweeduizend jaar duren voordat hun verre nakomelingen voor het eerst een woord noteerden. Niettemin is dat Proto-Indo-Europees enigszins te reconstrueren: die taal “leeft voort” in talloze dochtertalen, waaronder het Grieks, het Latijn en het (Proto-)Germaans. Uit die laatste taal ontwikkelde zich dan bijvoorbeeld weer het Engels en het Nederlands. Een woord voor lezen kon zich in zo’n dochtertaal uiteraard pas ontwikkelen wanneer de sprekers van die taal in aanraking kwamen met het schrift. Het ligt dus voor de hand dat we in de verschillende dochtertalen verschillende woorden zullen aantreffen voor het lezen. En precies dat is inderdaad het geval.
Het Grieks
De Griekse taal wordt vanaf de vijftiende eeuw v.C. opgeschreven. Dat eerste geschreven Grieks is natuurlijk van onschatbare waarde om de geschiedenis van die taal in kaart te brengen. Bovendien geeft het een belangrijk kijkje in de Griekse maatschappij van die tijd. Dat neemt niet weg dat die eerste Griekse teksten meestal weinig meer zijn dan boekhoudkundige overzichten: administratieve documenten, inventarislijsten etc. Meestal losse woorden, zo goed als geen zinnen. Een woord voor “lezen” is daarin niet te verwachten, en bij mijn weten evenmin aangetroffen. Niettemin: zo’n woord is er ongetwijfeld ook toen al geweest.
Illustratief voor de gebrekkige overlevering van de Griekse literatuur is het feit dat we pas in 476 v.C. voor het eerst op Europese bodem een woord voor “lezen” tegenkomen. Het is de dichter Píndarus, die een lofzang op een winnaar bij de Olympische Spelen op deze manier begint:
Lees nu voor de naam van Olympisch kampioen: de zoon van Archéstratus. Waar in onze herinnering staat die genoteerd? (Pind.O.10.1)
Voor “voorlezen” gebruikt Píndarus het werkwoord anagignôskein, “herkennen”, dat ook voor “stil lezen” gebruikt zal gaan worden (en waarschijnlijk al werd). Lezen is dus: het herkennen van woorden en zinnen (opgevat als akoestische fenomenen) in de symbolische weergave daarvan die we “schrift” noemen. Lectuur als ontcijfering.
Het Latijn
Het Latijnse woord luidt legĕre. Legĕre betekent in eerste instantie “verzamelen”. Hoe kon zich daaruit de betekenis “lezen” ontwikkelen?
Dat ging waarschijnlijk als volgt. We weten dat zich uit de betekenis “verzamelen” die van “aandacht geven aan iets” ontwikkeld heeft, want nec-legĕre, “niet-legĕre” betekent “verwaarlozen”, “geen aandacht geven”. Een volgend stapje werd de betekenis “zich concentreren”, en dan zijn we er eigenlijk al. Het Latijnse woord voor lezen betekende oorspronkelijk “zich concentreren”, “aandachtig met iets bezig zijn”. De notie dat “lezen” een geconcentreerde bezigheid blijft nog regelmatig in de Latijnse literatuur opduiken, met name om de voordelen van het stil lezen te benadrukken.
Germaanse talen: het Engels
Ik bespreek het Engels hier omdat het een woord voor “lezen” heeft dat afwijkt van het gebruikelijke West-Germaanse woord, zoals we dat bijvoorbeeld terugvinden in het Nederlandse “lezen” (zie hieronder) en het Duitse “lesen”. Het Engels ging z’n eigen weg en koos voor “to read”. Dat woord is verwant aan het Nederlandse werkwoord “raden”, dat we zowel in de betekenis “adviseren” als in die van “gissen” kunnen gebruiken. Het oorspronkelijke Germaanse woord daarachter zal zoiets als “beraadslagen”, “overwegen” hebben betekend.
Maar hoe komen we dan tot de betekenis “lezen”? Dat lukt door een (niet zo grote) betekenisovergang van “overwegen” naar “interpreteren” aan te nemen. Voor de Engelsen lag het wezen van “lezen” blijkbaar in het zin en betekenis geven aan letters en woorden. Net als bij de oude Grieken was lezen ook bij de oude Engelsen een soort ontcijferen.
Uitstapje: het Hebreeuws
Het Hebreeuws – dat niet tot de Indo-Europese, maar tot de Semitische taalfamilie behoort – benadert het fenomeen lezen van een andere kant. Lezen heet daar qārā’: (uit)roepen, proclameren. Deze term zal dus oorspronkelijk verwezen hebben naar hardop lezen. Maar wie op grond van het Hebreeuwse woord tot de conclusie komt dat er dus in Oudtestamentische tijden slechts hardop werd gelezen, maakt zich schuldig aan wat in de taalwetenschap de etymological fallacy heet, de etymologische drogredenering. Een voorbeeld van de etymological fallacy:
Het woord “vreselijk” betekende oorspronkelijk “angstaanjagend”. De oorspronkelijke betekenis van een woord is de echte, en dus ook de correcte, betekenis van dat woord. Wie het heeft over een “vreselijk mooie film” gebruikt het woord “vreselijk” dus verkeerd.
De fout die hier gemaakt wordt, is dat men in bovenstaande redenering de etymologie van een woord bepalend laat zijn voor de betekenis van dat woord. (Die fout gaat overigens terug op de oude Grieken, waar in filosofische kringen soms inderdaad betoogd werd dat de oorspronkelijke betekenis van een woord de “echte” betekenis ervan weergeeft. Vandaar ook de term etymologie, Grieks etumo-logía, letterlijk: de studie van “het echte”.)
De betekenis van een woord wordt echter niet bepaald door z’n etymologie, maar door de manier waarop dat woord wordt gebruikt in een bepaalde context, zoals plaats en tijd. Het woord “vreselijk” zoals dat in het hedendaagse Nederlands wordt gebruikt impliceert allang niet meer per se angst (al kan dat natuurlijk wel). Anders gezegd: de hedendaagse betekenis van “vreselijk” is lang niet altijd “angstaanjagend”.
En zo kunnen we uit het feit dat het oudtestamentische woord voor “lezen” oorspronkelijk “roepen” betekende, dus evenmin afleiden dat lezen daar “dus” altijd hardop gebeurde. Het gebruik van qārā’ geeft daarover gewoon geen uitsluitsel.
Germaanse talen: het Nederlands
Tot slot onze eigen taal, die samen met enkele andere West-Germaanse talen het werkwoord “lezen” gebruikt. Nu betekent “lezen” oorspronkelijk “verzamelen”, bijvoorbeeld in de uitdrukking “aren lezen”. En dat is interessant, want dat gold ook voor het Latijnse woord voor lezen, legĕre, dat we hierboven besproken hebben. Moeten we voor dat West-Germaanse woord dan een zelfde betekenisontwikkeling aannemen, dus: verzamelen → aandacht geven → zich concentreren → lezen ? Uitgesloten is dat niet. Maar anders dan in het Latijn hebben we in het West-Germaans voor zo’n betekenisontwikkeling geen aanwijzing, laat staan bewijs.
Een aannemelijker verklaring voor dat opmerkelijke feit dat zowel in het Latijn als in een paar West-Germaanse talen het woord voor “lezen” oorspronkelijk “verzamelen” betekende is de volgende. Het zou bij het woord “lezen” kunnen gaan om een calque, oftewel een leenvertaling. In dat geval moeten we aannemen dat de West-Germanen een woord voor “lezen” nodig hadden en bij die zoektocht beïnvloed werden door de Romeinen. Maar niet in die zin dat ze het Latijnse woord gewoon overnamen. De Romeinse invloed bestond dan daarin, dat die West-Germanen onder invloed van, en net als de Romeinen, voor “lezen” het woord kozen dat ook “verzamelen” betekende. De betekenisontwikkeling die het Latijnse woord had doorgemaakt had het West-Germaanse woord dan dus gewoon overgeslagen.
Overigens: iemand die geen goede boeken leest, heeft niets voor op iemand die niet kan lezen. Aldus Mark Twain, schrijver.
[Een gastbijdrage van Gert Knepper. Dank je wel Gert!]

Interessant! Bedankt.
Dit was weer een uitgelezen moment voor een mooi stukje! Dank, nu snap ik ook waar de uitdrukking uit de vorige zin vandaan komt!
Met zulke leuke stukjes raken we nooit uitgelezen
Beetje laat, maar dank je wel Gert!