Antieke woorden voor “lezen”

Een Romein zit te lezen (Landesmuseum, Trier)

Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:

Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)

Lees verder “Antieke woorden voor “lezen””

Prinses Marianne in Palestina

Prinses Marianne was een dochter van de Nederlandse koning Willem I en zijn echtgenote Wilhelmina. Rond haar twintigste trouwde ze met Albrecht van Pruisen, maar het huwelijk liep op de klippen en ze ontweek haar echtgenoot door vaak op reis te gaan. In juli 1849, kort na de dood van haar broer Willem II, vertrok ze weer eens, ditmaal naar Sicilië, Egypte en het Heilig Land. Reisgenoten hebben dagboeken bijgehouden en brieven geschreven, die door Kees van der Leer en Marieke Spliethoff zijn gebruikt om een mooi, pas uitgekomen boekje te maken, Op reis met prinses Marianne. Ik pik er wat krenten uit.

De negentiende-eeuwse en antieke Levant

Maar eerst wat context. Vanaf 1831 was de Levant bezet geweest door troepen van Muhamad Ali, de naar onafhankelijkheid strevende bestuurder van Ottomaans Egypte. De bezetter had het gebied in revolutionair tempo gemoderniseerd, wat had geleid tot grote onrust. In 1840 was weliswaar een einde gekomen aan het Egyptisch gezag, maar de onvrede was gebleven; ik citeerde Gérard de Nerval al eens. Traditionele leiders, die het vertrouwen van de bevolking hadden, waren verdwenen, en konden niet langer bemiddelen. Dit zou in 1860 leiden tot een geweldsuitbarsting zoals het Midden-Oosten al heel lang niet had gezien.

Lees verder “Prinses Marianne in Palestina”

Mark Twain in Baalbek

Baalbek

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910), de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn, reisde kort na de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Heilig Land. Zijn reisbrieven bundelde hij later in The Innocents Abroad (1867). Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook Baalbek, en kwam de grote schrijver zijns ondanks woorden tekort. Wat hij de Tempel van Jupiter noemt, noemen wij de Tempel van Bacchus; en de bouwers van de heiligdommen waren, vanzelfsprekend, de Romeinen.

***

Om elf uur zagen we de muren en zuilen van Baalbek, een nobele ruïne waarvan de geschiedenis is als een verzegeld boek. De tempel staat er al duizenden jaren, en roept bij alle reizigers verwondering op, maar wie hem heeft gebouwd, en wanneer hij is gebouwd – dat zijn vragen die misschien nooit zullen worden beantwoord. Maar één ding is zeker: de grandeur van ontwerp en de elegantie van uitvoering, zoals te zien in de tempels van Baalbek, zijn ongeëvenaard, en zelfs niet benaderd in ook maar enig menselijk werk dat de afgelopen twintig eeuwen is gebouwd.

Lees verder “Mark Twain in Baalbek”

Mark Twain bij het graf van Noach

De Bekaavallei

De Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910) behoeft natuurlijk geen introductie: hij is vooral bekend als de auteur van Tom Sawyer en Huckleberry Finn. Kort na de Amerikaanse Burgeroorlog stuurde een Amerikaanse krant hem als een hedendaagse pelgrim naar het Heilig Land. Hij bundelde later zijn reisbrieven in The Innocents Abroad (1867). Als een man van zijn tijd, die over het Midden-Oosten vooral was geïnformeerd door de Bijbel, contrasteerde hij voortdurend de Oudheid met het Ottomaanse heden.

Op weg van Beiroet naar Baalbek, en na een oponthoud in het huidige Chtaura, bereikten Twain en zijn reisgenoten in de Bekaavallei het graf van Noach. Het naamloze dorpje heet tegenwoordig Karak Nuh en – om de waarheid te zeggen – het graf van Noach is geen omweg waard. Twains ironie is verfrissend.

Lees verder “Mark Twain bij het graf van Noach”

Kuifje en de mijnen van koning Salomo

Een jeugd zonder Kuifje is net een tikje minder leuk dan een jeugd met de jonge reporter, en ik vermoed dat althans de oudere lezers van deze kleine blog het bovenstaande plaatje wel herkennen. Inderdaad, het komt uit Kuifje en de Zonnetempel.

De titelheld en zijn vrienden Haddock en Zonnebloem zijn gevangen genomen door Inka’s en zullen levend worden verbrand, maar Kuifje weet dat er een zonsverduistering zal zijn, en speldt de Inka’s op de mouw dat de Zon de executies verbiedt. Het morbide verhaal wordt nergens te zwaar op de hand doordat professor Zonnebloem in de veronderstelling verkeert dat hij figurant is in een filmopname. Zijn van alle realiteitszin gespeende commentaar houd het verhaal prettig verteerbaar.

Lees verder “Kuifje en de mijnen van koning Salomo”