
Wanneer ik zie dat er weer ’ns een weerrecord is gebroken, lees ik niet verder. Niet dat ik me geen zorgen maak over de klimaatverandering waarvoor warmte- en neerslagrecords aanwijzingen zijn, maar ik heb dit soort stukjes al te vaak gezien. Inmiddels vervelen ze me. Terwijl de planeet afstevent op een klimaatramp, maken de mensen die de zaken aan ons uitleggen, het thema saai.
Dezelfde ervaring heb ik elk najaar: pletter toch op met die Nobelprijzen. Het is een vervelend geworden vorm om over wetenschap te schrijven. En laat ook die verwijzingen naar Albert Einstein nou eens achterwege. Weerrecords, Nobelprijzen en Einstein zijn als clichégebruik: de journalist die een voorspelbare invalshoek gebruikt, toont vooral dat de stof hem onvoldoende boeit om er even voor te gaan zitten. Waarom zouden wij het dan lezen?
Als het gaat over de Oudheid, zijn er ook allerlei manieren om de zaken oninteressanter te laten lijken dan ze zijn. Ik schreef al zo vaak over oudheidkundige zelftrivialisering dat ik het niet ga herhalen. Eigenlijk is inmiddels het benoemen van contraproductieve vormen van Oudheid-uitleg óók een voorspelbare vorm.
Daarom zou ik een nieuwe vorm willen hebben om te schrijven over archeologie, oude geschiedenis, antieke literatuur en taal. Zo’n vorm moet de aandacht trekken, maar niet naar niks, zoals nu zo vaak gebeurt, maar naar de wetenschap die de oudheidkunde is. Ze moet tonen wat wetenschappelijk belangrijk is of tonen wat we hebben aan oudheidkundig inzicht. Ik zou een vorm willen hebben die de lezer zó informeert dat die anderen verder kan informeren, zodat kennis zich vermenigvuldigt – ongeveer zoals een goed museum zich concentreert op de sleuteldoelgroep.
Samenvattend: ik zou willen dat journalisten eens stopten met de stortvloed aan trivia en weer gaan schrijven over oudheidkunde als wetenschap. Anders gezegd: ik wil dat ze zich niet langer laten afleiden door manipulatieve persberichten, maar zelf bepalen waarover ze schrijven. Je kunt als journalist eens naar de bibliotheek gaan om bij te houden wat er echt speelt, je kunt eens bellen met een universiteit. Zelf heb ik al een idee voor een nieuwe reeks blogjes, maar wellicht heeft u een beter idee.
Voel u vrij de commentaarsectie hieronder te gebruiken voor suggesties.

Geen schrijfsel maar een youtube kanaal: @underthefigtree . Ik weet niet wat ik nu van de vorm vind maar de informatie is serieus.
Je kunt vanmiddag dit onderwerp mooi bespreken met een aantal van je volgers…:-)
Dat is inderdaad de reden om dit te plaatsen.
“wellicht heeft u een beter idee”
Dit vat ik op als een uitnodiging om een suggestie te herhalen die ik je al eens heb doen toekomen: videofilmpjes recenseren. Een flinke tijd geleden heb ik hier
eens naar gelinkt. Want deze vond ik erg leuk.
Er is ook rotzooi, dus je kunt mooi afwisselen en aldus (educatief!) duidelijk maken welke informatiebronnen betrouwbaar zijn en welke niet.
Daar zou je een dagtaak aan hebben.
Alleen als je volledigheid nastreeft.
En nog een p.s: dan bedoel ik ook niet-westerse en meer populaire interpretaties van het historisch geheugen. Dat is een van de dingen die ik waardeer in deze website en waarvoor op de universiteit weinig ruimte is, terwijl dat iets is wat voor veel mensen leeft.
Vanmiddag veel plezier gewenst!
Dank je wel.
Nodig de wetenschapsjournalisten uit voor een gratis cursus ‘hoe schrijf ik over de oudheid’, of bied ze aan artikelen eerst te lezen en te becommentariëren voor publicatie. Of word zelf die wetenschapsjournalist die artikelen in de krant zet.
Meer video’s is trouwens ook een goed idee.
Daar heb ik weleens aan gedacht. Het zou moeten in samenwerking met een museum of zoiets.
https://www.geenstijl.nl/5184335/ad-bobo-schrijft-open-slijmbrief-aan-baasje-van-thillo-media-mannetje-mark-koster-eerbetoon-aan-tweedehands-autoverkoper
Het is geen probleem van wetenschapsjournalistiek, maar van journalistiek (of hoernalistiek, zoals Tuur het graag noemt) in het algemeen. Wat wil je ook als bijna alle media dezelfde eigenaar hebben.
En dan maar klagen dat demense geen kranten meer lezen en hun nieuws van de “sociale” media halen.
Wat ik zelf fijn zou vinden zijn handboeken met puriforme benaderingen over de receptie van de oudheidkunde.
Wat weten we daadwerkelijk van de redevoeringen van Cicero versus wat is er over geschreven door verschillende historische scholen en populaire historici.
Er zijn een aantal iconische momenten in de oudheid die te pas en te onpas geinstrumentaliseerd worden. Daar kan veel nuttig werk verricht worden in het zichtbaar maken van die instrumentalisering.
Het is niet alleen gemakzucht van journalisten. Vergeet niet dat de gemiddelde journalist onder druk staat om zo snel mogelijk artikelen te produceren. Zelfs als zij iets uit wil zoeken krijgt hij daar de tijd niet voor.
Ja, die tijdsdruk is er. Toch zou je kunnen verwachten dat de algemene redactie begrijpt dat geschiedenis en archeologie thema’s zijn die niet zij moet behandelen, maar de wetenschapsredactie, en dat de wetenschapsredactie begrijpt dat je deze thema’s aan een oudheidkundige moet overlaten. Je ziet bijna elke week wat er verkeerd gaat als iemand met een achtergrond in de exacte wetenschappen of een contemporain-historicus erover gaat schrijven; ze overzien het veld sowieso niet, want daarvoor moet je echt naar de leeszaal, en zijn dus manipuleerbaar, en ze herkennen de aard van de problematiek (dataschaarste ipv data) niet.
Ik ben eigenlijk qua ideeën wel ’s benieuwd naar de Indiase, Chinese en Nieuwe Wereld oudheid. Die voelen voor mij nog totaal onderbelicht en onbekend
Er is hier al vrij veel mee gedaan.
Centraal-Eurazië heeft altijd mijn belangstelling gehad en er zijn ruim honderd stukjes in die categorie.
https://mainzerbeobachter.com/category/oudheid/centraal-eurazie/
Er zijn zo te zijn 57 blogjes over Subsaharaal Afrika
https://mainzerbeobachter.com/category/oudheid/afrika-oudheid/
Er zijn 49 blogjes over de Induscultuur, en daarover zal meer komen.
https://mainzerbeobachter.com/category/oudheid/indusbeschaving/
China volgt op de voet met 47, en ook daarover is meer op komst.
https://mainzerbeobachter.com/category/oudheid/china/
Precolumbiaans Amerika is vooralsnog een nieuw thema, maar het zullen ooit meer dan de huidige 21 blogjes zijn.
https://mainzerbeobachter.com/category/middeleeuwen/precolumbiaans/
Met enige gêne kom ik hier nog, nadat allerlei mensen al dingen bedacht en gevonden hebben, iets vragen. En dan heb ik ook nog eens de overtuiging dat mijn vragen vrij fundamenteel zijn voor een effectief antwoord op de vragen in je stukje:
– wij is de “sleuteldoelgroep” voor wie je die nieuwe vorm wilt vinden?
– en wie zijn degenen die het schrijven in die vorm gaan bedrijven? Jij en andere oud-fluencers, of die journalisten uit de voorlaatste alinea, of nog anderen?
In je stukje lees ik alleen over “de lezer”. In het lelijke hedendaagse marketingjargon is de vraag dan: wie is je ideale klant (lezer)?
1. De sleuteldoelgroep: dat zijn de mensen die het signaal kunnen versterken. Doorgaans mensen met een hoge informatiebehoefte. Als je die voor je wint, geven ze je boodschap aan anderen door (“die expositie over Bodi in Bonn, die is boeiend, dat is echt iets voor jou”); door daar niet op te focussen, verspeel je krediet.
Dat is bijvoorbeeld gebeurd met het Nijmeegse Romeinenfestival. Daar was ik destijds bestuurslid en ik heb onvoldoende weten te verhinderen dat de directie focuste op kinderen, en geen programma maakte dat mensen met een hoge informatiebehoefte een reden gaf om terug te komen. We hebben als bestuur geweten dat het verkeerd ging; de bezoekersaantallen namen af. We hadden onvoldoende vat op de organisatie en dat pleit niet voor ons.
2. Wie zijn degenen die schrijven? Eigenlijk iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt. Maar ik ben al blij als algemene journalisten leerden dat historische thema’s behoren bij de wetenschapsredactie, als wetenschapsredacties leerden dat een opleiding in de exacte wetenschappen je niet kwalificeert om te schrijven over geesteswetenschappen, en als algemeen historici (die beschikken over bronnen en archieven) eens leerden dat vóór het jaar 650 bronnenschaarste bestaat – en dat is een heel ander vak.
3. De ideale klant? Dat doet er minder toe. Als de boodschap maar gelaagd is: trek de aandacht van iedereen, desnoods met een lollig feitje, en leid daarna de mensen door naar verdieping. Stel de steuteldoelgroep nooit teleur. En als dat niet heel erg snel gebeurt, moeten we gewoon accepteren dat de oudheidkundige disciplines inzichten genereren die het publiek niet bereiken: een muziekstuk dat niemand hoort. Dan moet je gewoon stoppen.