Schrijven over de Oudheid

Wanneer ik zie dat er weer ’ns een weerrecord is gebroken, lees ik niet verder. Niet dat ik me geen zorgen maak over de klimaatverandering waarvoor warmte- en neerslagrecords aanwijzingen zijn, maar ik heb dit soort stukjes al te vaak gezien. Inmiddels vervelen ze me. Terwijl de planeet afstevent op een klimaatramp, maken de mensen die de zaken aan ons uitleggen, het thema saai.

Dezelfde ervaring heb ik elk najaar: pletter toch op met die Nobelprijzen. Het is een vervelend geworden vorm om over wetenschap te schrijven. En laat ook die verwijzingen naar Albert Einstein nou eens achterwege. Weerrecords, Nobelprijzen en Einstein zijn als clichégebruik: de journalist die een voorspelbare invalshoek gebruikt, toont vooral dat de stof hem onvoldoende boeit om er even voor te gaan zitten. Waarom zouden wij het dan lezen?

Lees verder “Schrijven over de Oudheid”

Artificiële intelligentie

Een door artificiële intelligentie (Stable Diffusion) gemaakte afbeelding van Europa

De berichtgeving over artificiële intelligentie verloopt precies zoals je verwacht. Eerst was er de hype om alles wat allemaal mogelijk was, met columnisten die blij waren dat ze via ChatGPT gebruiksaanwijzingen genereerden voor de reparatie van een keukenapparaat. Daarop volgde de tegen-hype van alle dingen die verkeerd gaan. Over een tijdje, als journalisten zin en onzin hebben leren scheiden, zullen ze evenwicht vinden. Zo gaat het immers altijd.

Ik heb eerder over digitale paleografie, digitale historische taalkunde en Ithaca geschreven, en volgens mij staan daar geen voorbarigheden in, maar er valt meer te vertellen. De crux is natuurlijk dat een computer meer data kan verwerken dan een mens en dat bovendien sneller en zonder vergissingen kan doen. Inmiddels herkennen computers, dankzij de almaar groeiende rekenkracht, patronen die voor mensen niet direct zichtbaar zijn. Daarbij gaat het om twee systemen:

Lees verder “Artificiële intelligentie”

Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Lees verder “Paleoproteomics”

Nobelprijs voor de Literatuur 2021: David Reich

O ja, de Nobelprijs, die zit er ook weer aan te komen. Ik hou er niet van. Wetenschap is geen topsport waarin er eentje de beste is. Het is een collectieve onderneming. Dat geldt ook voor literatuur. Een auteur legt ideeën neer en daarover ontstaat debat. Bij de verrijking van onze cultuur zijn de criticus en de lezer – op papier, online of welk medium ook – net zo belangrijk als de schrijver. De Nobelprijs voor de Literatuur zou eigenlijk eens moeten gaan naar de New York Review of Books.

Gelukkig hebben de meeste nieuwsredacties wel door dat de Nobelprijzen het collectieve aspect van de wetenschap tekort doen. Als vanmiddag de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde gaat naar een mRNA-vorser [edit: niet dus], zal men ook andere grootheden uit dit veld noemen [edit: vast wel]. Bij literatuur zie ik dat minder.

Lees verder “Nobelprijs voor de Literatuur 2021: David Reich”

Theodor Mommsen

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik noemde een tijdje geleden Theodor Mommsen en realiseerde me dat ik nog nooit over hem had geblogd. Tijd om iets recht te zetten. Mommsen was in zijn tijd namelijk echt een beroemdheid en is eigenlijk nog altijd een van die grote negentiende-eeuwse geleerden die een mens behoort te kennen. Een biografietje dus maar.

Mommsen is in 1817 geboren in een door de Deense koning bestuurd deel van Duitsland. Omdat zijn vader predikant en niet onbemiddeld was, kreeg de jonge Theodor een professionele oudheidkundige opleiding: een studie klassieke talen en rechten in Kiel. Na te zijn afgestudeerd ontving hij een Deense beurs om Frankrijk en Italië te bezoeken, waar hij in Napels inscripties bestudeerde.

Lees verder “Theodor Mommsen”

Negeer die rare Nobelprijs nou eens

De Nobelprijs van Hendrik Lorentz (Teylers Museum, Haarlem)Het is de tijd van het jaar waarin de Nobelprijswinnaars bekend worden gemaakt. Maandag de geneeskunde, dinsdag de natuurkunde, vandaag de chemie. Die prijzen zijn altijd nieuws en dat is eigenlijk best problematisch, want de Nobelprijs is even representatief voor de wetenschap als Willem-Alexander voor de Nederlanders, een Rolls Royce voor auto’s, Donald Trump voor de Amerikanen, Moby Dick voor de walvissen en de Mount Everest voor bergen. Inderdaad, ik verwijs naar de Everest Fallacy: wat opvallend is, is per definitie uitzonderlijk en dus per definitie niet representatief.

De meeste stukjes over de Nobelprijzen gaan bovendien over een uitvinding of een inzicht van alweer een paar jaar geleden. Actualiteit hebben Nobelprijssstukjes dus ook al niet. Zie ik het goed, dan vormen ze het wetenschapsjournalistieke equivalent van inspirational literature: ze tonen mensen dat wetenschap mooi is.

Lees verder “Negeer die rare Nobelprijs nou eens”

Een alternatieve Nobelprijs

Akkoord, de website van de Nieuwe Academie verdient geen originaliteitsprijs.

Ik ben de laatste tijd wat somber over de toekomst van de humaniora, maar gelukkig is het niet alleen depressie, duisternis en doem. Hier is een berichtje waar ik gewoon blij van werd: in Zweden is de Nieuwe Academie opgericht, die dit najaar een alternatieve Nobelprijs wil uitreiken voor de letteren.

Voor het geval u het hebt gemist: de eigenlijke Nobelprijs is dit jaar te omstreden. Een van de juryleden heeft belangenverstrengeling niet gemeld en lijkt de namen van diverse prijswinnaars te hebben laten weten aan haar echtgenoot, die zeven keer deze namen heeft laten uitlekken. Die echtgenoot is bovendien beschuldigd van (en ontkent) seksueel misbruik. Uit protest tegen de manier waarop de klachten zijn behandeld, zijn verschillende juryleden opgestapt, zodat er momenteel zelfs geen quorum is om nieuwe leden te coöpteren. Al met al een gênante vertoning en daarom zal er komend najaar geen Nobelprijs voor de Letteren worden toegekend.

Lees verder “Een alternatieve Nobelprijs”

Dylan

dylan

Waarom hebben zoveel mensen een afkeer van de letteren? Een slechte leraar literatuur op de middelbare school is natuurlijk een pré, maar laten we de zelfingenomenheid van de letterdames en -heren niet onderschatten. Er zitten er namelijk tussen met het empathische vermogen van een amoebe en het ego van een zonnekoning. De types die menen dat de samenleving schreeuwt om cultuur en zichzelf beschouwen als belichaming van die cultuur. Types zoals het hier geciteerde prominente lid van de Zweedse Academie.

Zoals bekend gaf die instelling onlangs de Nobelprijs voor de letteren aan Bob Dylan, van wie bekend is dat hij er niet van houdt om op deze wijze in het zonnetje te worden gezet. Daar heeft hij ook welbekende redenen voor: als zijn eigen beste criticus kan hij er niet goed tegen om te worden geprezen voor dingen die hij zelf niet voldoende goed vindt – en tot overmaat van ramp wordt hij achtervolgd door mensen die hem voor Judas verslijten als hij zelf eigenlijk vooral z’n werk naar behoren wil doen. Play it fucking loud.

Lees verder “Dylan”

Nobelprijs Geneeskunde

De Nobelprijs van Hendrik Lorentz (Teylers Museum, Haarlem)

Rond het midden van de negentiende eeuw was de gemiddelde levensduurverwachting van een baby ongeveer veertig jaar. De zuigelingensterfte was hoog en de kinderziektes waren nog levensbedreigend. Een kind dat de eerste jaren van zijn leven doorstond, had echter een goede kans ook nog zestig of zeventig te worden.

Rond 1895 lag de levensduurverwachting al aanzienlijk hoger, rond 1970 was ze opgelopen tot zeventig en rond 1995 tot zo’n vijfenzeventig à tachtig. Toen ik tien jaar geleden mijn boekje over futurologie schreef, bestond er consensus dat we er rekening mee moesten houden dat mensen nog ouder zouden gaan worden, en inderdaad: twee weken geleden werd gemeld dat de helft van de westers meisjes anno 2013 mag verwachten honderd jaar oud te worden. Chronisch bejaard. Lees verder “Nobelprijs Geneeskunde”