
Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.
Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.
Twee losse constateringen
Ik heb nog twee losse constateringen. Ten eerste: met mijn opmerking over het verweiden van kuddes verplaatste ik de aandacht van het kustgebied en Andalusië naar de Spaanse Hoogvlakte. Zoals ik in het eerste stukje al aangaf, zijn er de afgelopen halve eeuw veel data bij gekomen dankzij ruilverkaveling langs de Guadalquivir en vastgoedprojecten aan de kust. De balans is al met al nogal oneven, nogal selectief.
En dat is wel een beetje de makke van de archeologie: ze is wel heel erg gebaseerd op data – of dat nu vondsten zijn, surveys of de patronen die dankzij GIS-systemen zichtbaar worden. Archeologen zijn “hands on”, concreet. Maar de analyse van het verleden veronderstelt ook denken over data die je niet hebt. Daar zijn oudhistorici dan weer goed in. En hier speelt het beruchte probleem dat archeologen de voorkeur geven aan de correspondentietheorie van de waarheid en historici meer neigen naar de coherentietheorie. In Nederland bemoeilijkt dat samenwerking. Ik vrees dat dat in Spanje niet anders zal zijn.
Ten tweede: weinig clichés over het verleden zijn onzinniger dan de zelfs niet langer als oxymoron te presenteren claim dat het niet voorbij zou zijn. Het verleden is hartstikke voorbij en betekent helemaal niets, tot wij er betekenis aan geven. De ontstaansgeschiedenis die ik in het eerste blogje noemde is één mogelijkheid om dat te doen, het doorgronden van maatschappijtypen en wijzen van verandering, zoals beschreven in het tweede blogje, is een ander. Maar er zijn meer manieren om betekenis toe te kennen, zoals het reconstrueren van ideeën uit het verleden, die reconstructies contrasteren met je eigen opvattingen, en zo opsporen waarom zij dachten zoals zij dachten en waarom jij denkt zoals jij denkt. Dat contrast leidt tot zelfinzicht.
Tot slot
Tot zover enkele min of meer officiële rechtvaardigingen voor een liefde voor het verleden. Persoonlijk vind ik ontstaansgeschiedenis niet interessant, omdat ze continuïteiten veronderstelt die doorgaans onbewijsbaar zijn. Over contrasterende opvattingen heb ik het in deze drie blogjes niet gehad, dus die laat ik rusten. Het doorgronden van antieke maatschappijtypen is echter belangrijk: inzicht in (de ontwikkeling van) samenlevingen is een voorname reden om historici archeologen en classici oudheidkundig onderzoek te laten doen.
Maar voor u en mij, ongesubsidieerde liefhebbers, geldt dat minder. Voor ons kunnen Oudheid en Middeleeuwen gewoon leuk zijn. Iets om van te genieten. En dat is wat ik binnenkort zal gaan doen: ik ga twee weken op vakantie en ik hoef u na deze drie blogjes niet meer te vertellen naar welk land.
Zelfde tijdvak
Cultuurschokjanuari 14, 2014
1-2-3-4 Ramonesjuli 29, 2018
Er komt geen einde aan het Evangelie van de Vrouw van Jezusdecember 1, 2016

Wat een mooi overzicht, wat een leuke reeks.
Dit was een zware bevalling, om eerlijk te zijn. Ik heb er een hele dag aan zitten schrijven. Terwijl ik drie kwartier voor één blogje voldoende vind.
Maar gelukkig hebben ze in dat niet nader te noemen groot land op het Iberisch schiereiland ook wifi, zodat we niet verstoken zullen blijven van dagelijkse blogs. Zo hoop ik althans en meen te spreken namens de meerderheid van de volgers van deze blog.
Bah, wat een geslijm, vindt u niet? Voor je het weet gaat de man naast zijn schoenen lopen en dat moet niet. Of wel soms?
Daarom even een relativering: ik vind deze blog niet echt heel saai en soms zelfs best wel een beetje leuk, min of meer, als het ware dus eigenlijk, an (auf, hinter, neben, in, über, unter, vor und zwischen) sich dan.
Hoe dan ook, ondanks alles, wens ik je een aangename reis en een nog aangenamer verblijf met navenant weinig zeur-mails met vragen over van alles en nog wat!
Ik beken dat ik er wel over denk ’s avonds op de hotelkamer, als ik even op een rij zet wat ik allemaal meegemaakt heb, een blogje te schrijven. Maar het heeft volstrekt geen prioriteit. Mijn vriendin en ik gaan voor het eerst in ruim zes jaar echt op vakantie. Niet dat we nooit een lang weekend weg zijn, maar ik wil nu gewoon echt even de boel de boel laten.
Er zullen weinig mensen zijn die zich zo uitgebreid inlezen als ze op vakantie gaan. Geniet ervan!
Een mens vraagt zich af wat er eigenlijk zo leuk is aan het verleden bestuderen: het is vaak een trieste stoet van pandemieën en natuurrampen, slavernij en onverdraagzaamheid, samenzweringen en veldslagen. Gek dat ik voor mijn ontspanning lees hoe Amerikanen, Duitsers en burgers hebben afgezien in de Ardennen tachtig jaar geleden.
Maar misschien is de aantrekkingskracht van die historische ellende wel precies dat zij alvast onherroepelijk voorbij en ver weg is, in tegenstelling tot het nieuws. Veilig griezelen, sprookjes voor volwassenen.
En in het geval van de Ardennen -en de rest van de Tweede Wereldoorlog- is het ook een verhaal over goed en kwaad waar het goede uiteindelijk wint. Dat is waarschijnlijk één van de redenen dat die Tweede Wereldoorlog zo’n dankbaar onderwerp blijft voor boeken en films. Met de Eerste Wereldoorlog wordt dat een stuk lastiger.
Moet er wel een reden zijn om iets leuk of interessant te vinden? Omgekeerd: geologie boeit me nauwelijks, maar ik zou niet kunnen zeggen waarom.
Voor jou of mij hoeft het geen reden te hebben. Maar als mensen vanuit de gemeenschapsmiddelen worden gefinancierd, moet daar wel een reden voor zijn: oudheidkunde dus omdat we eerdere samenlevingen en onze eigen samenleving willen begrijpen.
Mij ook niet. Misschien komt dat door het gebrek aan menselijke aanwezigheid en dus, zoals ik hierboven al zei, de mogelijkheid om verhalen te vertellen.
Geologie dus.
Niets interessanter dan geologie: steile rotswanden, die vroeger lagunes waren:
Duizenden afdrukken van dino’s op Italiaanse rotswand – https://nos.nl/l/2594895
“denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen”
Toen al? Drovers’ roads zijn nu nog te vinden – het vee kwam tot in de negentiende eeuw van Cornwall, Wales en zelfs de Schotse eilanden naar de steden en helemaal naar London, met 3-400 tegelijk.
In Spanje heten ze de ‘Vías Pecuarias’.
Ja, toen al. Het is bewezen met een isotopenanalyse van runderbotten, afkomstig uit een Zuidwest-Engelse stad; de runderen waren afkomstig van een bodem ten noorden van de Muur van Hadrianus.