
Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.
Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.
Onderhandelingen
Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.
Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot
Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.
Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.
Brutus
De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?
Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot
Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.
Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot
Het einde van de impasse
De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.
[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Zelfde tijdvak
Ptolemaiën en Seleukidenjanuari 7, 2017
Een echte Romeinjuni 3, 2016
Caesar bevrijdt Uliajanuari 8, 2025

Marcus Antonius: “…dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered” en wellicht ook in Alesia.
” De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was”
Adrian Goldsworthy (Antonius en Cleopatra, 2012) is een andere mening toegedaan. Er was “geen sprake van uitzonderlijk talent”. Antonius was een moedig man en een bekwaam ondergeschikte die kleine successen behaalde, maar faalde als het erop aan kwam:
“In Philippi toonde hij zich de bekwaamste van de bevelhebbers, maar omdat geen van de anderen blijk gaf van enig vernuft, moeten we deze prestatie niet overdrijven.”
Antonius was volgens hem “geen erg goede generaal, in weerwil van het beeld dat hij van zichzelf schiep en zijn portrettering in onze antieke bronnen en hedendaagse mythen”. Hij was het resultaat van geluk en een goede afkomst, maar kon zijn (militaire) kansen niet benutten zoals Octavianus, die daarbij wel geholpen werd door Agrippa.
Goldsworthy vraagt zich af of Antonius na een rampzalige expeditie in Medië niet geestelijk gebroken was, “beurteling besluiteloos of overhaast”. Dat lijkt, geeft hij zelf toe, op het beeld van de Augusteïsche propaganda, maar die voerde Cleopatra ten tonele als oorzaak van Antonius’ zwakte, terwijl ze volgens de Engelse schrijver misschien wel de bron voor zijn laatste restje kracht was. Daarbij merkt hij op dat de feiten net zo goed andere psychologische interpretaties kunnen ondersteunen.
Ik denk dat je even zou kunnen kijken naar Jeffrey Tatum, “A Noble Ruin. Mark Antony, Civil War, and the Collapse of the Roman Republic” (2024). De auteur benadrukt hoezeer de propaganda van Cicero en Augustus de toon heeft gezet voor de latere geschiedschrijvers.
Een voorbeeld dat ikzelf opmerkelijk vind: Marcus Antonius’ Parthische veldtocht. Die eindigt met de onderwerping van Armenië, waar Octavianus zijn macht nooit heeft kunnen vestigen. Dus moest Antonius’ oostelijke campagne wel als volledige mislukking worden getypeerd. Dat is overdreven.
Ik denk dat ik me herinner dat ook Goldworthy deze gebeurtenis genuanceerd beschrijft. Ik zou eens moeten kijken wat de Franse en Duitse auteurs zeggen, maar dan moet ik eerst naar de bibliotheek.