Marcus Antonius in actie

Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

Lees verder “Marcus Antonius in actie”

Cassius Dio

Portret van een Romein, ongeveer 230 na Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

We moeten het eens hebben over Cassius Dio. Ik noem hem regelmatig – op het moment dat ik dit schrijf is hij ruim 120 keer vermeld geweest – maar ik heb nooit een eigen blogje aan hem gewijd. Welnu: hij leefde van 164 tot pakweg 235 na Chr. en was, zoals hij niet moe wordt te benadrukken, een vooraanstaand Romeinse senator van Griekse afkomst. Hij had de zeer zeldzame eer tweemaal consul te zijn, in 204 en in 229, de laatste keer samen met keizer Severus Alexander. Dio zou desondanks volledig vergeten zijn als hij niet tevens de auteur was van een (Griekstalige) Romeinse Geschiedenis.

Een Griek van geboorte maar een Romein door overtuiging en behorend bij een rijke familie, was het eigenlijk onvermijdelijk dat Dio bestuursfuncties zou bekleden. Hij trad toe tot de Senaat tijdens de regering van Commodus (r.180-192), was consul in 204 en diende vanaf 217 als gouverneur in Asia, Africa Proconsularis (223) en Pannonia Superior. Enkele jaren later had hij dus de zeldzame eer van een tweede consulaat, nog wel met de keizer zelf.

Lees verder “Cassius Dio”

Caesar en de senatoren

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Wanneer ik zou schrijven dat het 4 oktober was en zou toevoegen dat dit was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls hun naam zouden geven, en wanneer ik een en ander zou omrekenen naar “onze” twintigste juli 47 v.Chr., dan zou u deduceren dat u was aanbeland in een nieuwe aflevering van de serie “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Na het vorige stukje zal het u niet verbazen dat het vandaag 2069 jaar geleden is dat Caesar aankwam in Rome. Daar zorgde hij ervoor dat er weer consuls waren: Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius dus. De eerste had voor Caesar gevochten in Gallië, in Iberië en op de Balkan; de tweede had ooit de wet ingediend die Caesar had geholpen aan zijn Gallische commando en had recentelijk Dalmatië gepacificeerd. Ik introduceerde het tweetal al eerder. De schijn van constitutionaliteit was hersteld, ook omdat Caesar de dictatuur die hij al sinds Farsalos bekleedde, op dit moment lijkt te hebben afgelegd.

Lees verder “Caesar en de senatoren”

III Gallica (1)

De heuvelrug bij Munda; de rechtertop is bestormd door III Gallica

Wie het Romeinse Rijk wil begrijpen – en wie zou dat nou niet willen? – ontkomt niet aan de geschiedenis van de legioenen. Niet omdat de Romeinen krijgszuchtiger waren dan andere antieke volken, want dat waren ze niet, maar omdat de regimentsgeschiedenis toont waar de brandhaarden waren, hoe de Romeinen ermee omgingen en hoe mensen van hot naar haar bewogen. Over het Tiende Legioen Gemina heb ik het al eens gehad. Vandaag behandel ik het Derde Legioen Gallica.

Ontstaan

De nummers één tot en met vier waren traditioneel voorbehouden aan de Romeinse consuls. Het Derde dat wij kennen, gaat terug op het tweede consulaat van Julius Caesar, dat hij had willen bekleden in 49 v.Chr. Zoals ik bij een andere gelegenheid al vertelde, waren er machinaties waardoor hij zich geen kandidaat stellen mocht, zodat hij zich gedwongen zag tot een Tweede Burgeroorlog. De reguliere consuls zetten hun Derde Legioen over naar Albanië en Caesar formeerde het zijne vanaf het moment dat hij consul was, in 48 v.Chr.

Lees verder “III Gallica (1)”