
Het was de nacht van 15 op 16 maart 44 v.Chr., nu 2069 jaar geleden, en de situatie in Rome was nog steeds verward. De moordenaars van Julius Caesar hadden zich teruggetrokken op het Capitool, beschermd door een schare gladiatoren. Ze hadden op straat toejuichingen gehoord en verkeerden in de veronderstelling dat velen sympathie voor hen voelden. Dat ze met steekpenningen links en rechts extra steunbetuigingen hadden gekocht, zal hen zelf niet van de wijs hebben gebracht, maar sommige senatoren hadden dat niet door. Cassius Dio vertelt:
Diezelfde avond voegden zich nog meer prominenten bij hen. Zij hadden dan wel niet aan het complot deelgenomen maar wilden toch ook hun aandeel hebben in de te verwachten roem (én de verder te behalen voordelen), want ze hadden gezien hoe de samenzweerders werden toegejuicht. Het liep echter heel anders af dan ze verwacht hadden (en dat was hun verdiende loon): ze konden geen prestige ontlenen aan de aanslag omdat ze er op geen enkele manier aan hadden meegewerkt, maar ze liepen wél hetzelfde risico als de samenzweerders, alsof ze er persoonlijk aan hadden deelgenomen.noot
Een enkele magistraat deed afstand van zijn waardigheid, omdat een dictator die aan hem had verleend. Een zo iemand was Lucius Cornelius Cinna, die demonstratief zijn ambtsgewaad uittrok en een scheldredevoering hield op Julius Caesar, die toch zijn weldoener was geweest. Zijn broer zou enkele dagen later de rekening gepresenteerd krijgen.
De consuls in actie
Op dat moment verscheen ook Publius Cornelius Dolabella, een jongeman uit een roemrijke familie, die door Caesar zelf was uitgekozen om de rest van het jaar consul te zijn zodra Caesar zelf uit de stad zou zijn vertrokken. Hij had de consulaire ambtskleding aangetrokken en zich bekleed met de andere onderscheidingstekenen van het ambt en was nu de tweede die de man beschimpte die hem dat alles geschonken had. Hij deed alsof hij behoorde tot degenen die tegen Caesar gecomplotteerd hadden en helaas alleen niet aan de actie had kunnen deelnemen (volgens sommigen heeft hij zelfs voorgesteld die dag uit te roepen tot de geboortedag van de staat).noot
Marcus Antonius, de enige echte consul, had – zoals we zagen – die middag Gaius Cassius Longinus uitgenodigd voor een diner, terwijl Caesars adjudant Marcus Aemilius Lepidus het avondmaal zou nuttigen met Marcus Junius Brutus. Het wantrouwen was groot en de twee aanhangers van Julius Caesar hadden hun kinderen als gijzelaars naar het Capitool moeten sturen. De gesprekken verliepen in een ijzige sfeer.
En tijdens een gezamenlijk diner waarbij ze, zoals te verwachten valt bij zo’n gelegenheid, allerlei onderwerpen bespraken, vroeg Antonius aan Cassius: “Heb je zelfs op dit moment misschien een dolk onder je kleren?”
Cassius antwoordde: “Ja, en een hele grote ook, voor het geval jij je als tiran gaat gedragen!”noot
De verdeelde stad
Ook elders in de stad heerste een gespannen sfeer. De kolonisten waarvan in onderstaand fragment sprake is, zijn veteranen uit het leger van Julius Caesar, aan wie land was toegezegd en die, nu de grote man dood was, bang waren dat ze hun pensioen mis liepen. Appianus schetst de sfeer.
Marcus Antonius gaf de magistraten opdracht de stad ’s nachts te laten bewaken door met vaste tussenruimtes bewakers te stationeren, zoals overdag; en overal in de stad brandden vuren, waardoor de vrienden van de moordenaars de hele nacht door zich naar de huizen van de senatoren konden reppen om hen aan te sporen zich te bekommeren om zichzelf en om het staatsbestel van hun voorouders. Maar ook de leiders van de kolonisten aan wie land was toegezegd gingen rond om dreigementen uit te spreken als men hun het voor hen beschikbare land, dat al was toegezegd of beloofd, niet garandeerde. Nu kregen ook de eerzamere burgers weer moed, omdat ze merkten dat de moordenaars maar een kleine groep vormden.noot
Zo verstreek de nacht. Onrustig, maar het kwam in elk geval niet tot geweldsuitbarstingen. Dat was mede doordat Lepidus de manschappen waarmee hij op 15 maart was uitgemarcheerd, rechtsomkeert had laten maken. Midden in de nacht bereikten ze Rome en maakten bivak op het Forum Romanum. Feitelijk was Rome nu een bezette stad – niet alleen de facto, maar ook de iure. Lepidus had namelijk geen mandaat. Hij was de adjudant geweest van de dictator, maar op het moment waarop Julius Caesar was vermoord, was dat mandaat ten einde gekomen. Maar Lepidus’ mannen gehoorzaamden hem – en dat was op dit moment het enige dat telde.
Calpurnia
Nog een laatste detail.
In diezelfde nacht werd ook het geld van Julius Caesar en zijn ambtsarchief overgebracht naar Antonius, omdat de vrouw van Caesar die vanuit het op dat moment onveilige huis over liet brengen naar het veiligere huis van Antonius, mogelijk omdat Antonius dat had opgedragen.noot
Suetonius zegt dat het gebeurde op verzoek van Calpurnia’s vader, Lucius Calpurnius Piso.noot Wellicht wilde hij zijn dochter in de luwte houden. In elk geval nemen we op dit punt afscheid van Calpurnia.
[Morgenochtend meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Zelfde tijdvak
Titianos, Tatianos, Tattanayseptember 8, 2022
De slag bij Farsalos (3)juni 29, 2022
Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijnjanuari 19, 2020

“Feitelijk was Rome nu een bezette stad – niet alleen de facto, maar ook de iure. Lepidus had namelijk geen mandaat. ”
Zeker, maar dat is slechts een juridisch detail. De moordenaars hadden zelf de eerste stap gezet door gladiatoren in te huren (met het plan ze tegen de senaat in te zetten!) en dus daarmee als eersten de wet gebroken.
Ik vind deze real time serie fantastisch. Ik weet niet waarom, maar om de een of andere reden is het nog fijner over het verleden te leren als je het op deze manier kan volgen, ook al betent dat dat je soms langer moet wachten en soms – zoals vandaag – geen tijd genoeg hebt om alles life te volgen. Ik hoop dat we, wanneer de Caesarreeks afgerond is, mogen uitkijken naar een nieuwe Oudheid in real time. Dank je wel voor al je prachtige werk!
Geheel mee eens, en ook vanwege de vorm: het lopende verhaal toegelicht met bepalende citaten uit de bronnen, en tegelijkertijd ook met uitleg over die bronnen, zoals ook in Jona’s boeken.
Jona op zijn best, potverdrie nog aan toe! Heb het gisteren en vandaag met rode koontjes tot me genomen, ketting rokend tot er weer een aflevering verscheen (gelukkig verschenen ze steeds sneller achter elkaar). Liet me zelfs zodanig meesleuren dat ik onbewust op een andere afloop ging hopen… Kejje nagaan!.
In mijn ooghoek zie ik rechts boven iets over kokken die Ceasar- dan wel Caesarsalade schrijven. Heb me altijd afgevraagd wat de juiste spelling is. De S-klank van de stad Zaragoza suggereert Ceasarea Augusta net zoals de titel Tsaar naar Ceasar lijkt te verwijzen. En de stad Kayseri naar Caesarea (ad Argaeum) evenals de titel Kaiser/Keizer (heb het natuurlijk niet over Mona). Ik weet dat het transcriberen van Grieks > Latijn (en vice versa) problematisch was. Romeinen zouden mij Cees noemen (bah!).