Het Proto-taoïsme (2): School van de Landbouw

Shennong

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Geschiedenis in retrospectief

Chinese filosofen hebben er een handje van te beweren dat hun gedachten niet nieuw zijn, maar dat ze slechts eeuwenoude waarheden aan het licht brengen en in ere herstellen.

We hadden gezien dat de eerste Confucianisten voor de rechtvaardiging van hun eigen gedachten niet alleen verwijzen naar de Zhou-literatuur en de daar genoemde Shang en Xia, maar bovendien mythologische koningen aannemen die geleefd zouden hebben vóór de Xia-dynastie: Yao en Shun. Deze wijze vorsten waren niet heel toevallig toonbeelden van confucianistische waarden.

De Mohisten verwezen naar een net zo mythologische heerser, namelijk Yu de Grote. Hij zou de irrigatie van het land op orde hebben gebracht, en zo de fysieke en economische condities voor een gestructureerde, welvarende samenleving hebben gecreëerd. Bovendien was hij zo onzelfzuchtig dat hij zich bijna letterlijk kapot werkte voor zijn volk. Laat die onzelfzuchtigheid nu precies aansluiten bij de mohistische waarden. Logisch dat de Mohisten hem daarom als hun grote voorbeeld zagen.

We gaan nu kijken naar de volgende groep filosofen die, je raadt het al, weer een andere figuur in het verhaal brachten, die het natuurlijk nét weer wat beter zou hebben begrepen. Dit personage zou vóór al die anderen geleefd hebben en was al bijna een god, genaamd Shennong (oude spelling: Shen Nung). Hij was de uitvinder van de landbouw.

Filosofen van de Landbouw

De feitelijke stichter van de School van de Landbouw (Nongjia) is niet bekend. Shennong zelf wordt als stichter genoemd, en in die zin zou deze filosofie al meer dan tweeduizend jaar voor Confucius zijn ontstaan. Maar dat is natuurlijk onzin: er zijn geen aanwijzingen voor filosofische debatten vóór die tijd, en hoewel er vast mensen zijn geweest die filosofeerden, was er voor zover bekend geen filosofische cultuur waarin scholen zouden kunnen hebben bestaan.

Eén bekende naam hebben we wel: Xu Xing (oude schrijfwijze Hsü Hsing). Hij leefde midden in de Periode van de Strijdende Staten, in de vierde eeuw v.Chr.

Te ingewikkeld: houd het simpel

Net als Confucianisme en het Mohisme was de School van de Landbouw of de Nongjia een filosofie die zich richt op staatsinrichting. Maar waar de Confucianisten de staat wilden structureren met behulp van rituelen en familieverbanden, en de Mohisten met een strikt hiërarchisch geordende meritocratie, zagen de denkers van de Nongjia de ingewikkelde beschaving juist als probleem. Volgens hen was het beter al die ingewikkelde structuren die na Shennong waren ontstaan los te laten, en terug te keren naar een veel eenvoudiger model. Kort gezegd meenden ze dat de samenleving het best af zou zijn als iedereen weer boer zou worden.

Lezers van dit blog weten waarschijnlijk dat in de Oudheid en de Middeleeuwen in Europa zo’n negentig procent van de bevolking boer was. In het China van de Periode van de Strijdende Staten zal het niet anders geweest zijn. We hebben bij de behandeling van de Mohisten gezien dat juist in die periode het ijzer zijn intrede deed, en dat dit ook in de landbouw een revolutie veroorzaakte. Hierdoor kon een burgerlijke klasse ontstaan, maar samen met de adel vormde die waarschijnlijk niet veel meer dan tien procent van de bevolking. Dat deel van de bevolking hield zich bezig met een ambacht, handel, of andere nuttige zaken als plundering, verdediging en/of het ophalen van belasting.

Nuttige zaken? Niet echt volgens de Nongjia. Die ziet de adel en vooral militairen als parasieten. En mensen die puur van de handel leven deugen ook niet. Als iedereen nou maar gewoon op een boerderij leefde, en de ambachten door vrouwen of in de winter beoefend werden, dan hoefde het allemaal niet zo ingewikkeld te zijn om de monden te voeden en de lieve vrede te bewaren.

Niet voor niets wordt de Nongjia een utopische filosofie genoemd. In de tijd van Shennong zelf zouden de mensen hebben geleefd als en te midden van de dieren. Ze zouden zich niet kleden maar slechts warmen aan vuur. Ze zouden hun moeders kennen maar niet hun vaders. Er was dus niet zoiets als familie-clans.

Ideaal. Volgens de School van de Landbouw dan.

De vorst als boer

Ook de koning zou volgens de School van de Landbouw maar beter part-time koning moeten zijn, en voor de rest boer. En hij zou daarbij ook maar beter zijn eigen maaltijden bereiden. Zijn voornaamste taak als koning? Ervoor zorgen dat er genoeg voorraden waren voor magere tijden, en redistributie van voedsel naar waar een tekort was.

De zojuist genoemde Xu Xing kennen we via Mencius, een zeer invloedrijke confucianist die we nog zullen behandelen. Xu Xing kwam uit Chu, een van de vele kleine Chinese koninkrijkjes uit die tijd, naar het hof van Teng in een grof gewaad, en maakte daar zoveel indruk met zijn leer, dat verschillende confucianisten naar zijn school overliepen. Zijn nieuwe leerling Chen Xiang bepleitte vervolgens op luide toon tegenover Mencius dat de vorst van Teng, als hij zich nuttig wilde maken, maar beter kon gaan ploegen.

Mencius weersprak dit met het Adam-Smith-achtige argument dat het efficiënter is als mensen zich kunnen specialiseren, en arbeid verdeeld wordt tussen mensen met verschillende capaciteiten. De een is nu eenmaal beter in het werken met zijn spieren, de ander met zijn hersens. Mencius dwong Chen Xiang ook om te erkennen dat zijn meester Xu Xing aan zijn hoed en zijn potten was gekomen door ze te ruilen voor graan.

Mencius en Chen Xiang verschilden ook van mening over het beprijzen van goederen. Xu Xing had volgens Chen Xiang gepleit voor eenheidsprijzen: dezelfde hoeveelheid van hetzelfde goed zou overal en altijd dezelfde prijs moeten hebben, zodat niemand de ander kon bedonderen. Mencius weersprak hem door te zeggen dat er toch ook verschil in kwaliteit bestaat. Als mooie verfijnde schoenen evenveel waard waren als grove lelijke schoenen, waarom zou iemand dan nog de moeite doen om mooie verfijnde schoenen te maken?

De redistributie van graan

Ook al kennen we de denkers van de School van de Landbouw vooral via de repliek van Mencius, hun ideeën hebben wel invloed gehad. Zo wordt het latere beleid dat de overheid zorgt moet dragen voor voedselzekerheid wel met deze school in verband gebracht. Daarbij ging het erom voedsel op te kopen waar de prijs laag was, zodat boeren toch nog een goed inkomen hadden bij overschotten, en het weer te redistribueren bij voedselschaarste. Zo werd een prijsstabiliteit gecreëerd.

Wellicht miste Mencius dus gewoon het punt, en ging het meester Xu Xing niet om een eenheidsprijs ongeacht kwaliteit, maar om prijsstabiliteit door de tijd heen.

(Tussen haakjes: de geschiedschrijving van de Han-dynastie schrijft de invoering van de redistributie-economie in de staat Wei toe aan Li Kui, die als voorloper van de school van de Legalisten wordt gezien. Of hij daarbij geïnspireerd was door eerdere denkers van de Landbouwschool weten we niet, maar het is heel goed mogelijk. Hij leefde wel eerder dan Xu Xing, dus van hem zal hij het niet gehad hebben.)

Hoe dan ook zien we hier een van de eerst-bekende voorbeelden van gericht economisch beleid. Overheden elders kenden wel voorraadbeheer en graanuitdelingen: in Egypte en Mesopotamië werd het graan opgeslagen en herverdeeld, en in Rome kreeg een deel van de stedelingen graan van de staat. Maar dat was niet bedoeld om boeren te beschermen. In India vinden we iets vergelijkbaars in de Arthashastra, die traditioneel aan de adviseur van de stichter van het Mauryarijk wordt toegeschreven. In China werd de gerichte graandistributie onder de Han-dynastie officieel staatsbeleid.

Een andere invloed van de landbouwschool zou zijn geweest dat ze met haar verlangen terug te keren tot de primitieve eenvoud en haar afkeer van uitgebreide staatsstructuren een inspiratie vormden voor taoïstische denkers. Het is misschien geen toeval dat Xu Xing uit Chu kwam, het gebied waar later het taoïsme opbloeide.

[Dank je wel Kees! Deze reeks zal morgenochtend worden vervolgd.]


Venusval

juni 4, 2025

Iberische ruiter

december 27, 2020

Paideia

oktober 26, 2023
Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.