Poëzie: Sappho

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Sappho

Zij was al kruik voor ik haar kende fameus
van Dionysische toetjes oermoeder
om wie gelachen werd in Zeeuws klaslokaal
tussen worteltrekken en windrichtingen

gehoond om gekuiste scherven
Sommigen noemen een stoet van ruiters voetvolk of schepen
het mooiste wat bestaat op de donkere aarde

bleef zitten maar bestelde zinnen
die smaakten naar diepte
met slotgracht waar uilen voorleefden
hoe je uit schatlijsten nabij kon komen

ellebogen vouwden uit schachten
floten vertaalde zuchten

flarden van huid die ik herkende
toen zij al boven mijn bed logeerde
in haar klapperende zwart wit-tuniek

tokkelde op een wijnvat in München
dertig jaar tot ik haar opzocht
eveneens moedertaal had gevonden
und noch so einiges mehr

Lees verder “Poëzie: Sappho” →

Geesteswetenschappen in oorlogstijd

Waarom hebben we geesteswetenschappen? Op die vraag bestaan evenveel antwoorden als geesteswetenschappen. Het vak waarover ik zelf het meest schrijf, de oudheidkunde, probeert de wereld van de Romeinen, Grieken, Joden en Babyloniërs te doorgronden om de verschillen tussen toen en nu te duiden en zo onze eigen ideeën beter te begrijpen. Wie literatuur bestudeert, doet dat om perspectieven en situaties te begrijpen waar wij minder vertrouwd mee zijn. Een volgende onderzoeker bestudeert de mythen waarmee de leden van een gemeenschap zich onderling verbinden. Andere onderzoekers hebben weer andere doelen, maar samengevat gaat het doorgaans minder om het verklaren dan om het begrijpen, of, radicaal geformuleerd: het gaat niet om het object maar om het subject.

Bedreigde geesteswetenschappen

Zelfkennis is belangrijk, maar desondanks liggen de geesteswetenschappen onder vuur. Overwegend (maar niet uitsluitend) rechtse politici hebben al lang geleden ontdekt dat er publicitaire en electorale winst valt te behalen met schoppen tegen de humaniora. Een deel van de verklaring zal zijn dat sommige uitkomsten ongewenst zijn. Als geesteswetenschappers tonen dat zaken als nationalisme en het prijsmechanisme sociale constructen zijn, ontstaat zicht op alternatieven voor als vanzelfsprekend gepresenteerde nationale of economische noodzakelijkheden, en kunnen politici zulke noties niet langer gebruiken om het electoraat te mobiliseren. Het helpt bovendien niet dat geesteswetenschappers – websites als Neerlandistiek niet te na gesproken – zich zo onthutsend slecht uitleggen. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar.

Lees verder “Geesteswetenschappen in oorlogstijd” →

Poëzie: Het eerste woord

Het eerste woord

Ik heb ooit jarenlang gezocht
Op een tevergeefse tocht
Naar het allereerste woord

Het woord dat Adam heeft gehoord
Ik weet dat ik het vond
Maar ben vergeten wat er stond

Wees tevreden met het heden
Graaf niet te diep in het verleden
Het is geen ramp om te vergeten

Je moet niet altijd alles willen weten
Eenmaal aan de laatste poort
Stamel je vanzelf het eerste woord

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: In conflict met de Oude Wereld

Wierookbrander uit Tenochtitlan (Volkenkundig museum, Leiden)

In conflict met de Oude Wereld

Motecuhzoma Xocoyotzin
Hij die zichzelf heerser maakt door zijn woede
De eenzame die een pijl in de hemel schiet
De hueyi tlahtoani van de Azteken
Zoon van Axayacatl en Xochicueyetl
Opvolger van Ahuitzotl
Kwam in conflict met de oude wereld

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Le Tour du monde en 80 jours

In 1870 maakte de Amerikaanse zakenman George Francis Train een wereldreis: van New York met de in 1869 voltooide transcontinentale spoorlijn naar Californië, over de Stille Zuidzee naar Japan, en vervolgens via Singapore naar de Indische Oceaan. Door het in 1869 geopende Suezkanaal bereikte hij de Mediterrane wateren, waarna hij in Parijs verstrikt raakte in het politieke geweld na de Frans-Duitse Oorlog, gevangen werd gezet en na bemiddeling door Alexandre Dumas (père) weer op vrije voeten kwam. Uiteindelijk kon hij via Londen terugreizen naar Amerika. Afgezien van de dagen in de gevangenis legde hij zijn reis om de wereld af in precies tachtig dagen.

Hij was niet de enige wereldreiziger. Heinrich Schliemann, die later beroemd zou worden als archeoloog, had in 1864 al eens zo’n reis gemaakt. Reisbureau Cook bood vanaf 1872 reizen rond de wereld aan. Maar er waren in die jaren natuurlijk slechts twee echte wereldreizigers: Phileas Fogg en Passepartout reisden van 2 oktober en 21 december 1872, zoals iedereen weet, in tachtig dagen om de wereld, plus één dag in de gevangenis. En Jules Verne heeft van hun denkbeeldige avonturen een geweldige roman gemaakt, die ik onlangs heb herlezen. Verne is de ideale auteur om je Frans op peil te houden.

Lees verder “Le Tour du monde en 80 jours” →

Een detectiveroman die geen detectiveroman is

Ik stond op de luchthaven van Parijs, het was nog een paar uur tot mijn vliegtuig naar Tunis zou vertrekken, en ik had geen boek om te lezen, dus ik kocht maar een detective van de soort die je kunt kopen op een vliegveld: The Waiting van Michael Connelly. Op de achterflap stonden wat aanprijzingen, zoals er altijd staan, maar aangezien ook Stephen King iets aardigs over de auteur zei, meende ik dat het wel zou helpen om de tijd te doden. Inhoudelijk, zo verwachtte ik, zou het weinig om het lijf hebben, maar het zou zó zijn geschreven dat ik door bleef lezen. Kortom, een detectiveromannetje waarvan er dertien in een dozijn gaan.

Hoewel. Er waren toch wel wat verrassingen, wat vermoedelijk bewijst dat ik te weinig in het genre lees. Toen ik het uit had, wist ik namelijk van de drie onderzochte zaken hoe de vork in de steel stak, maar gaf de heldin, detective Renée Ballard, óók toe dat ze niet wist hoe een van de daders zijn laatste slachtoffer had gevonden. Van een detectiveroman verwacht je dat je op de laatste pagina’s tot in de puntjes de oplossing verneemt van het gepresenteerde raadsel, maar Connelly zorgt ervoor dat de lezers van The Waiting het zelf kunnen bedenken.

Lees verder “Een detectiveroman die geen detectiveroman is” →

Mussolini, Batman, Herakles

Herakles in actie (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Het jaar weet ik niet, maar als u er belang in stelt: het moet aan het einde van de vorige eeuw zijn geweest. Mijn beste vriend – inmiddels tevens zakenpartner – en ik waren in zijn auto op weg van Parma naar het zuiden. We waren gestopt bij een benzinepomp en terwijl hij benzine was wezen tanken, was ik langs een snuisterijenwinkeltje gewandeld.

“Je raad nooit wat ik gezien heb,” zei ik, toen we elkaar in de auto weer tegenkwamen.

“Nou?”, vroeg hij, terwijl hij verkwistend gas gaf.

“Een fles met Mussolini-shampoo,” vertelde ik. Hij proestte het uit.

Lees verder “Mussolini, Batman, Herakles” →

Is er leven na De Dood in Venetië?

Plotseling was hij er weer, voor heel even. Björn Andrésen, begin jaren zeventig door filmregisseur Luchino Visconti uitgeroepen tot “de mooiste jongen van de wereld”, overleed deze week op zeventigjarige leeftijd. Plotseling, heel even, waren tussen de dagelijkse berichten van bombardementen en verwoestingen in kranten, tv-journaals en op sociale media iconische beelden te zien uit Visconti’s Morte a Venezia (1971), waarin Andrésen de rol van Tadzio speelde. Een enkele krant plaatste een foto van het engelengezicht van meer dan een halve eeuw geleden naast een recente foto van de verbitterde oude man die Andrésen inmiddels geworden was: les outrages du temps, zoals de Fransen het zo raak uitdrukken, pijnlijk zichtbaar gemaakt.

Het zijn precies deze outrages du temps, waar schrijver Gustav von Aschenbach (de hoofdfiguur uit de novelle van Thomas Mann waarop Visconti’s film is gebaseerd) de jonge Tadzio zou willen behoeden. Op een reis naar Venetië waar hij nieuwe inspiratie hoopt op te doen, ontmoet Aschenbach de veertienjarige Tadzio, wiens gezicht hem treft als de bliksem. Het doet hem denken aan “Griekse beelden uit de edelste tijd”, “het hoofd van Eros. Met de gelige glans van Parisch marmer”. Aanvankelijk is Aschenbachs belangstelling voor de jongen puur esthetisch, althans dat houdt hij zichzelf voor, met afnemende geloofwaardigheid . Hij brengt uren door op het strand met het discreet observeren van de bewonderde gestalte. Hij volgt de jongen en zijn familie heimelijk op hun dagelijkse wandelingen door de stegen van Venetië.

Lees verder “Is er leven na De Dood in Venetië?” →

The Power and the Glory

Ik weet nooit goed wat te doen in een boekhandel. Voor al die boeken hebben mensen zich ingespannen: de schrijver, de meelezers, de redacteuren, de persklaarmaker, de vormgever, de drukker. Respect voor hun inzet en liefde zou je dwingen álles te lezen. Hier staat het puikje van onze beschaving. Mijn oplossing: neem in dubio iets mee van Graham Greene. Er zit weliswaar wat kwalitatief minder materiaal bij (laat Travels with my Aunt gerust staan), maar meestal is Greene aangename lectuur.

Zijn beste roman is The Power and the Glory (1940). Ik moest er onlangs aan denken omdat een recent album van Corto Maltese, De levenslijn (2024), speelt tegen dezelfde achtergrond: de Cristero-oorlog in Mexico. De overheid heeft in de jaren twintig een reeks anticlericale maatregelen genomen waardoor katholieke geestelijken hun leven niet zeker waren. Greene vertelt hoe een priester in het geheim rondzwerft door de zuidelijke deelstaat Tabasco, waar de maatregelen in volle heftigheid werden uitgevoerd, en langzaam maar zeker in een fuik geraakt. Zijn uitwegen worden een voor een afgesneden.

Lees verder “The Power and the Glory” →

Verwoest Dresden

Schlachthof 5, Dresden

Zoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.

Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.

Lees verder “Verwoest Dresden” →