Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne” →

Poëzie: Een dromedaris

Dromedaris (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Een dromedaris

Een bultig dier, ietwat onbepaald
Kroop in de bijbel door het oog van de naald
Oei, dat scheelde niet veel

Dankzij Jona Lendering
Is deze ellendeling
Gelukkig geen kameel

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings, die zich aansluit bij de actie “een eenbulter is geen kameel”. het is vandaag Internationale kamelen- en dromedarissendag. Dank je wel Hans!]

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval” →

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Slot van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Barra bint al-Hârith

Bij het verzamelen van dit materiaal trof één rouwklacht mij bijzonder. Het is een gedicht van een moeder op haar jong gestorven kind. Dit gedicht wijkt in een aantal opzichten af van de overige gedichten in dit genre: het verloren leven is dat van een kind, en daarom dus niet dat van een moedige held. Het is een relatief lang gedicht en het valt op door een heel bewuste compositie die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Bovendien is de levensloop van deze dichteres wel bijzonder.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)” →

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Tweede deel van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Al-Khansā’

De dichteressen aan wie dergelijke gedichten worden toegeschreven zijn meestal zussen van een (vaak) in de strijd gestorven held. De bekendste dichteres van dit soort rouwklachten was al-Khansā’, die haar broers Sakhr en Muâwiya in poëtische vorm herdacht. Aan al-Khansā’ worden tientallen gedichten toegeschreven. Wat haar positie uitzonderlijk maakt, is dat ze relatief laat leefde: ze zou nog in de tijd van Mohammed geleefd hebben en als dichteres zelfs door hem geprezen zijn.noot Ik ken maar één passage waarin naar deze ontmoeting verwezen wordt: de Khizanat al-Adab van al-Baghdadi (ed. Abd al-Salâm Muhammad Hârûn (1979), I, 434. Bijzonder is dat ze haar gedichten voordroeg op de jaarmarkt van Ukâz, niet ver van Mekka. Ze genoot ook door latere eeuwen heen veel aanzien bij verzamelaars van Arabische poëzie.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)” →

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)

Een Arabische dame (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de minder bekende genres in de Arabische poëzie is dat van de dichterlijke rouwklachten door vrouwen. Uit de latere periode kennen we vele rouwklachten van mannen, meestal naar aanleiding van de dood van een belangrijke heerser. Maar het aantal door vrouwen gecomponeerde rouwklachten heeft als genre maar korte tijd bestaan en is na het begin van de islam vrijwel verdwenen.

Het aantal publicaties erover was lange tijd beperkt en daarom besloot ik om juist die rouwklachten tot het onderwerp te maken van mijn dissertatie.noot G.J.A. Borg, Mit Poesie vertreibe ich den Kummer meines Herzens, Eine Studie zur altarabischen Trauerklage der Frau (1997). Sindsdien is de belangstelling voor dit genre weliswaar toegenomen, maar die belangstelling ligt vaak in het verlengde van een wat meer antropologische en – in bredere zin – sociaalwetenschappelijke hoek. Mijn eigen uitgangspunt is eerder dat van de filologie, wat betekent dat ik zo nauwkeurig mogelijk de tekst collationeer en interpreteer, om zo de tekst zelf en de bedoeling van de dichter(-es) toegankelijk te maken.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)” →

Poëzie: Een zwaan

Leda en de zwaan (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een zwaan

Kleine Leda staat met haar mutsje op de vlonder
Ze sluit de luiken voor het raam
Tegen de storm en de donder
Als ze wordt besprongen door een zwaan

Zijn onverschillige bek bijt zich vast in haar nek
Aan de hemel verschijnen twee manen
Woedend en wrang zingt hij zijn zwanengezang
Verzadigd huilt hij zijn zwanentranen

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

Do Androids Dream of Electric Sheep?

Blade Runner. Minority Report. The Adjustment Bureau. Total Recall. Blade Runner 2049. Dat zijn dus vijf films die ik allemaal met plezier heb bekeken en die allemaal zijn gebaseerd op verhalen van de Amerikaanse auteur Philip K. Dick. Alle reden om toch eens een van z’n boeken te lezen.

Blade Runner

Waarom had ik dat niet eerder gedaan? Do Androids Dream of Electric Sheep? (1968) bleek een heerlijke roman te zijn, veel rijker dan de daarop gebaseerde film Blade Runner, hoewel dat toch een erkend meesterwerk is. Voor wie het nog niet weet: de film speelt in een toekomst waarin de mensheid andere planeten heeft gekoloniseerd, daarbij geholpen door androids of replicants, d.w.z. robots die op mensen lijken en het vuile werk opknappen. Enkele daarvan zijn op aarde geland en moeten worden uitgeschakeld door Rick Deckard (Harrison Ford), een in zichzelf gekeerde man die is gespecialiseerd in het identificeren en gewelddadig uitschakelen van niet-echte mensen. De film roept de vraag op wat zo’n niet-echt mens eigenlijk is, zeker wanneer de kopie goed genoeg is gemaakt. De sterfscène van een van de replicants, gespeeld door Rutger Hauer, is klassiek geworden omdat de stervende android Deckard nog even een les geeft over wat het is een mens te zijn.

Lees verder “Do Androids Dream of Electric Sheep?” →

Geliefd boek: Die Erweiterung

“Deze roof raakt iedere Roemeen” schreef Mira Feticu in het NRC van 1 februari jongstleden. Het gaat hier natuurlijk om de kunstroof uit het Drents Museum in Assen, waarbij de gouden helm van Coțofenești en drie armbanden van hetzelfde metaal werden buitgemaakt. Feticu legde uit hoeveel meer die helm voor de Roemenen betekent dan louter nationaal erfgoed. Hij is het symbool, de personificatie van hun nationale identiteit. En die nationale identiteit betekent meer voor een Balkanland dan wij ons hier in Nederland, of in West-Europa überhaupt, kunnen voorstellen.

Robert Menasse, Die Erweiterung

In 2022 kwam Die Erweiterung van Robert Menasse uit. De Nederlandse uitgave van deze roman heet De uitbreiding. Het Duitse “Erweiterung” is echter een veel dubbelzinniger woord: het betekent niet alleen uitbreiding, maar ook verwijdering. Verwijding en verwijdering.

Lees verder “Geliefd boek: Die Erweiterung” →