De gelukkige klas

De gelukkige klas

Wij waren alfa’s, schopten lawaai
vulden schoolkrant en lokalen
schreeuwend van verlangen
naar de grote uitwedstrijd

K ging het verst, doelbewust
aanvallend om te scoren
als vroeger in elk tussenuur
viel hij door kogels in El Salvador

H zag de oorlog jong, het was
iets met Japanners, Indië, een kamp
op één nier leefde hij jarenlang
voor twee – en stierf in bed

Wij komen niet veel verder dan
de eerste letter van het alfabet
weerklank van een verwondering
te groot voor onze talen.

– Koos Hagen

Het is vandaag veertig jaar geleden dat journalist Koos Koster (de “K” in dit gedicht) werd vermoord. De foto hierboven toont de tekst van dit gedicht, zoals te lezen voor het Beyers Naudé-gymnasium in Leeuwarden, waar Koos Koster en dichter Koos Hagen naar school gingen.

Geliefde boek: Im Westen nichts Neues

Een Duitse soldaat uit de Eerste Wereldoorlog (©Bundesarchiv)

Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque stond al een tijdje op het lijstje van boeken die ik toch echt nog eens wilde lezen. Toen ik een vroege druk uit 1929 op Boekwinkeltjes zag kocht ik hem, voor een grijpstuiver. Een boek met een geschiedenis – en wat voor een. Het heeft de tweeënnegentig jaar echter prima doorstaan en is met zijn naturel linnen band nog in puike staat. De eerste eigenaar kocht het ooit bij Van Benthem & Jutting, Algemeene Boekhandel te Middelburg. Ik had me al aangegord voor een gotische letter, maar dat viel mee: alleen op het inlegvel met reclame van de uitgever – Im Prophyläen-Verlag Berlin – dat nog steeds ongeschonden tussen de pagina’s ligt, staat wat gotisch schrift. Deze luxe uitgave van Im Westen nichts Neues kostte destijds zes mark. Ik kreeg hem op woensdag. De dag daarna viel Rusland Oekraïne binnen. Oekraïne, het grote grensland. Twee zielen in één borst, een strijdtoneel van eeuwen.

Verwoeste generatie

Door toeval lees ik dus de een van de meest indringende oorlogsromans ooit terwijl in Oekraïne een oorlog in volle gang is. Remarque is nog steeds actueel. Zelf zei hij een beeld te willen schetsen van zijn generatie – de jongens die vanuit de schoolbanken naar het front werden gestuurd:

Lees verder “Geliefde boek: Im Westen nichts Neues”

Uitslag VWN-wedstrijd wetenschapspoëzie

Met ruim zeshonderd inzendingen is de VWN Gedichtenwedstrijd een klein succes te noemen, dat alle verwachtingen overtrof. De juryleden waren blij om te zien dat de wetenschap en de poëzie in ons land en daarbuiten springlevend zijn. Hoewel enkele onderwerpen (zoals Schrödingers kat, Gods dobbelstenen en Einsteins relativiteit) relatief vaak voorkwamen, waren de onderwerpen zeer heterogeen. Bijna alle vakgebieden kwamen aan bod.

Uiteindelijk selecteerde de voorjury ruim dertig gedichten, die voor de prijzen in aanmerking kwamen. Daarover besliste een vakkundige jury. Deze jury, bestaande uit Anna EnquistIonica SmeetsEdward van de Vendel en Marlies ter Voorde, was streng, maar rechtvaardig. In veel gedichten stond er volgens hen net een woordje te weinig of een strofe te veel voor een mooi lopend ritme of een sterke boodschap. Naast de drie prijswinnaars reikten zij tevens twee eervolle vermeldingen uit, aan Joop Dullaart, voor het Afrikaanse gedicht ‘Entropie’, en aan Paul Vincent, voor zijn gedicht ‘berging ijsselkogge – kampen’.

Lees verder “Uitslag VWN-wedstrijd wetenschapspoëzie”

Literaire quiz (12)

Dat is het nadeel van al die lockdowns, dat ik niet meer kom op plekken waar je even een fotootje kunt maken van een literair monument. Ik heb even overwogen om u lastig te vallen met het standbeeld van de grote Perzische dichter Firdausi in Tus, Iran, en te vragen of u wist waar ditzelfde beeld stond (Villa Borghese, Rome), maar dat was wat al te blasé.

Edoch! Bovenstaande foto leent zich voor een leuke vraag.

Een pittige vraag bovendien, denk ik. U moet er rekening mee houden dat deze straat een nieuwe naam heeft gekregen. Als u gaat googelen, bedenk dan dat we sinds deze oude naam meer dan één spellingshervorming hebben gehad. Dat gezegd zijnde: achterin deze straat (dus bij het huis met het rode dak) kwam een beroemd literair personage wonen, op dat moment ongeveer acht jaar oud. Ik weet zeker dat als u het raadt, een blijde herinnering bij u terugkomt. Maar wie was het?

Lees verder “Literaire quiz (12)”

Dag Wim

Afgelopen vrijdag las ik dat Wim Zaal op 11 oktober j.l. was overleden, zesentachtig jaar oud. Dat nieuws had ik gemist. Terwijl ik een paar weken geleden nog dacht dat ik, als dat gedoe met die corona voorbij was, weer eens contact moest opnemen. Het is er niet van gekomen.

Een toestand van vertrouwelijkheid

Wim schreef wat mijn “beslissende boek” is geweest: Rome. Gids om Rome lief te hebben. Ik vond het in de zomer van 1982 in de Apeldoorns openbare bibliotheek en las het ter voorbereiding van het gymnasiumreisje in oktober. De eerste zinnen zijn programmatisch.

Dit boek bevat alles wat een gewone reisgids ook heeft, maar het probeert nog iets méér te zijn. Het gaat hier niet alleen om weetjes, jaartallen en het leerzame schilderij in de derde zijkapel links. De bedoeling is tevens u in een persoonlijke verhouding tot Rome te brengen, in een toestand van vertrouwelijkheid.

Lees verder “Dag Wim”

Ausonius in Bordeaux

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

De woorden Succedens aevum prorogat ipse suum, “door vernieuwing zet zij haar bestaan voort”, is ontleend aan een gedicht over ontbottende rozen. Het is in het Nederlands vertaald door Willem Bilderdijk en Karel D’huyvetters. Lees verder “Ausonius in Bordeaux”

Ausonius in Trier

Cupido in actie: zijn slachtoffer is te identificeren met Psyche. Plafondschildering uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Het motto Cupido cruciatus, “Cupido aan het kruis”, is de titel van een van Ausonius’ gedichten. De strekking ervan is dat vrouwen de liefdesgod straffen voor de martelingen die hij hen heeft opgelegd. Het is in het Nederlands vertaald door Patrick Lateur.

Lees verder “Ausonius in Trier”

Ausonius aan de Moezel

De Moezel bij Mehring

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Het motto quis color ille, “wat is dat voor kleur?” is ontleend aan zijn bekendste gedicht Mosella ofwel Het lied van de Moezel. Dat is door Patrick Lateur vertaald in het Nederlands.

Lees verder “Ausonius aan de Moezel”

Spokenjagers & duivelbezweerders

Ik houd van boeken die niet op andere boeken lijken, zoals Het Chazaars woordenboek van Milorad Pavic. Daarom was ik blij met The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton, dat ik ooit typeerde als “Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park”. Ik was opnieuw blij toen ik onlangs ontdekte dat Turton inmiddels een tweede roman heeft gepubliceerd, The Devil and the Dark Water.

Dit keer is het allemaal wat minder exuberant. Het is een spookverhaal met een detective, of een detectiveverhaal met horrorelementen. In 1634 vertrekt het VOC-schip Saardam van Batavia richting Amsterdam, maar al voor vertrek zijn er vreemde dingen gebeurd. Zo heeft een tongloze leproos, tongloos of niet, de naderende ondergang van het schip aangekondigd en vervolgens levend verbrand. Dan bent u op pagina 7. In de volgende 541 pagina’s gebeuren steeds vreemdere dingen, zoals dat het konvooi van zeven in de nachten gezelschap krijgt van een achtste schip, dat nooit te identificeren is en bij zonsopgang steeds verdwenen is. Dieren komen om het leven. De leproos, ofschoon dood, spookt door het schip. Iemand wordt vermoord in een afgesloten kamer. Er is een duivel aan boord.

Lees verder “Spokenjagers & duivelbezweerders”