The Power and the Glory

Ik weet nooit goed wat te doen in een boekhandel. Voor al die boeken hebben mensen zich ingespannen: de schrijver, de meelezers, de redacteuren, de persklaarmaker, de vormgever, de drukker. Respect voor hun inzet en liefde zou je dwingen álles te lezen. Hier staat het puikje van onze beschaving. Mijn oplossing: neem in dubio iets mee van Graham Greene. Er zit weliswaar wat kwalitatief minder materiaal bij (laat Travels with my Aunt gerust staan), maar meestal is Greene aangename lectuur.

Zijn beste roman is The Power and the Glory (1940). Ik moest er onlangs aan denken omdat een recent album van Corto Maltese, De levenslijn (2024), speelt tegen dezelfde achtergrond: de Cristero-oorlog in Mexico. De overheid heeft in de jaren twintig een reeks anticlericale maatregelen genomen waardoor katholieke geestelijken hun leven niet zeker waren. Greene vertelt hoe een priester in het geheim rondzwerft door de zuidelijke deelstaat Tabasco, waar de maatregelen in volle heftigheid werden uitgevoerd, en langzaam maar zeker in een fuik geraakt. Zijn uitwegen worden een voor een afgesneden.

Lees verder “The Power and the Glory”

Verwoest Dresden

Schlachthof 5, Dresden

Zoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.

Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.

Lees verder “Verwoest Dresden”

Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne”

Poëzie: Een dromedaris

Dromedaris (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Een dromedaris

Een bultig dier, ietwat onbepaald
Kroop in de bijbel door het oog van de naald
Oei, dat scheelde niet veel

Dankzij Jona Lendering
Is deze ellendeling
Gelukkig geen kameel

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings, die zich aansluit bij de actie “een eenbulter is geen kameel”. het is vandaag Internationale kamelen- en dromedarissendag. Dank je wel Hans!]

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval”

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Slot van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Barra bint al-Hârith

Bij het verzamelen van dit materiaal trof één rouwklacht mij bijzonder. Het is een gedicht van een moeder op haar jong gestorven kind. Dit gedicht wijkt in een aantal opzichten af van de overige gedichten in dit genre: het verloren leven is dat van een kind, en daarom dus niet dat van een moedige held. Het is een relatief lang gedicht en het valt op door een heel bewuste compositie die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Bovendien is de levensloop van deze dichteres wel bijzonder.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)”

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Tweede deel van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Al-Khansā’

De dichteressen aan wie dergelijke gedichten worden toegeschreven zijn meestal zussen van een (vaak) in de strijd gestorven held. De bekendste dichteres van dit soort rouwklachten was al-Khansā’, die haar broers Sakhr en Muâwiya in poëtische vorm herdacht. Aan al-Khansā’ worden tientallen gedichten toegeschreven. Wat haar positie uitzonderlijk maakt, is dat ze relatief laat leefde: ze zou nog in de tijd van Mohammed geleefd hebben en als dichteres zelfs door hem geprezen zijn.noot Ik ken maar één passage waarin naar deze ontmoeting verwezen wordt: de Khizanat al-Adab van al-Baghdadi (ed. Abd al-Salâm Muhammad Hârûn (1979), I, 434. Bijzonder is dat ze haar gedichten voordroeg op de jaarmarkt van Ukâz, niet ver van Mekka. Ze genoot ook door latere eeuwen heen veel aanzien bij verzamelaars van Arabische poëzie.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)”

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)

Een Arabische dame (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de minder bekende genres in de Arabische poëzie is dat van de dichterlijke rouwklachten door vrouwen. Uit de latere periode kennen we vele rouwklachten van mannen, meestal naar aanleiding van de dood van een belangrijke heerser. Maar het aantal door vrouwen gecomponeerde rouwklachten heeft als genre maar korte tijd bestaan en is na het begin van de islam vrijwel verdwenen.

Het aantal publicaties erover was lange tijd beperkt en daarom besloot ik om juist die rouwklachten tot het onderwerp te maken van mijn dissertatie.noot G.J.A. Borg, Mit Poesie vertreibe ich den Kummer meines Herzens, Eine Studie zur altarabischen Trauerklage der Frau (1997). Sindsdien is de belangstelling voor dit genre weliswaar toegenomen, maar die belangstelling ligt vaak in het verlengde van een wat meer antropologische en – in bredere zin – sociaalwetenschappelijke hoek. Mijn eigen uitgangspunt is eerder dat van de filologie, wat betekent dat ik zo nauwkeurig mogelijk de tekst collationeer en interpreteer, om zo de tekst zelf en de bedoeling van de dichter(-es) toegankelijk te maken.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)”

Poëzie: Een zwaan

Leda en de zwaan (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een zwaan

Kleine Leda staat met haar mutsje op de vlonder
Ze sluit de luiken voor het raam
Tegen de storm en de donder
Als ze wordt besprongen door een zwaan

Zijn onverschillige bek bijt zich vast in haar nek
Aan de hemel verschijnen twee manen
Woedend en wrang zingt hij zijn zwanengezang
Verzadigd huilt hij zijn zwanentranen

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]