De Tochaarse talen

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Het westelijk deel van wat wij China noemen, bestaat uit het zogeheten Tarimbekken, waarin de Taklamakanwoestijn ligt. Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan. De Zijderoute loopt dus óf ten zuiden óf ten noorden van dit bassin. De noordelijke rand is verkend door Duitse expedities, die grotten vol boeddhistische schilderingen én teksten aantroffen. Wat ze vonden, is nu te zien in het Humboldtforum in Berlijn. Een andere ontdekkingsreiziger was Aurel Stein. Dit is de Aurel Stein die ook de route van Alexander de Grote in de Swatvallei heeft verkend.

Tochaars-A en Tochaars-B

En hij ontdekte manuscripten in twee vergeten talen, die zijn vernoemd naar een volk dat ooit in de omgeving gewoond zou kunnen hebben, de Tocharen. Of de Tocharen werkelijk de talen spraken die wij Tochaars noemen, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het aanbod aan teksten, dankzij de droge woestijn, vrij groot is. Van het Tochaars-A, dat ook weleens Turfaans is genoemd omdat sommige teksten uit de Turfan-oase komen, zijn ongeveer 2000 teksten over. Van het Tochaars-B zijn 9000 teksten over. Ze zijn geschreven in de Late Oudheid.

Lees verder “De Tochaarse talen”

De Indo-Europese migraties

Antropomorfe stèle uit Plachidol, geassocieerd met Indo-Europees-sprekenden die op zoek waren naar koperaders (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Pre-proto-Italo-Kelt

Stèles als deze uit Nevsha, gevonden langs de wegen naar de koperaders, documenteren de westelijke migratie van de Proto-Italo-Kelten Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die u ergens tussen 3600 en 2300 v.Chr. moet plaatsen in wat nu Oekraïne en zuidelijk Rusland heet, geldt momenteel als de “Urheimat” van de volken die een Indo-Europese taal spreken. Daar duidt niet alleen het taalkundige maar ook het archeologische bewijsmateriaal op. Sinds een jaar of wat is er ook genetisch bewijs, waarbij ik aanteken dat veel nog onduidelijk is, dat elke onderstaande zin in feite een hypothese is en dat de vele migraties die blijken te hebben plaatsgevonden, de onderzoekers hebben verbaasd.

De Yamnaya-mensen kenden de ploeg zodat ze aan akkerbouw konden doen, maar ze hadden ook het paard gedomesticeerd en wisten hoe ze een kar moesten bouwen, zodat ze ook heen en weer konden trekken. De Yamnaya-cultuur breidde zich dan ook gestaag uit.

Lees verder “Pre-proto-Italo-Kelt”