De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Er waren twee problemen: de reconstructie zélf was nogal vaag en de archeologische data waren nog schaars. De Noordduitse Laagvlakte kreeg als hypothetische Urheimat dus diverse concurrenten, zoals de Anatolische hypothese, die de Britse archeoloog Colin Renfrew in 1987 opperde. Hij keek naar de wijze waarop goed-gedocumenteerde taalkundige veranderingen terug te lezen waren in het bodemarchief en concludeerde dat zulke veranderingen zich niet hadden voorgedaan, zodat de Indo-Europese talen wel naar Europa moesten zijn gekomen met de eerste boeren. Het probleem was dat de taalkundigen inmiddels een methode hadden bedacht om vast te stellen met welke snelheid de woordenschat van een taal zich vernieuwde, en dat Renfrews hypothese daarmee niet viel te rijmen.

Zo waren er meer theorieën. Als je onvoldoende data hebt, is alles vroeg of laat wel een keer denkbaar en “onvoldoende data” is in de oudheidkunde zelden een bezwaar om toch verder te zoeken. Ondertussen groeide het corpus antieke teksten langzaam maar zeker (in de loop van de twintigste eeuw werden onder andere het Hittitisch, het Tochaars en het Sogdisch beter bekend), slaagden de taalkundigen er steeds beter in de relaties tussen de diverse talen in kaart te brengen en kwamen er ook steeds meer archeologische gegevens.

De kurgan-hypothese van de Litouws-Amerikaanse archeologe Marija Gimbutas, voor het eerst geopperd in 1956, was er eerst een onder vele. Het kwam erop neer dat de grafheuvels (kurgans) in Oekraine en zuidelijk Rusland behoorden bij de materiële cultuur van de gezochte Urheimat. Deze theorie kon steeds meer data verklaren en hoewel ze is aangepast, geldt ze inmiddels als de enige werkelijk serieuze verklaring. Samenvattend komt het ongeveer neer op het volgende.

De oudste sprekers van de Indo-Europese talen horen bij de Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die zo rond 3600 v.Chr. al bestond in de zojuist genoemde gebieden: Oekraïne en zuidelijk Rusland. Deze mensen deden aan akkerbouw en hadden de ploeg al ontdekt toen twee groepen zich losmaakten en wegtrokken: één groep trok helemaal naar het oosten en belandde in China (de Afanaseva-cultuur van het volk dat later bekend zou staan als de Tocharen), de tweede groep trok zuidwaarts en zou in Anatolië de macht overnemen. Dit waren de Hittieten. Deze volken hadden het woord voor ploeg nog gemeen met de andere Indo-Europeanen (hissa in het Hittitisch, aesa in het Perzisch, is in het Indisch), maar ze hadden in hun talen enkele oeroude trekjes bewaard die veel andere Indo-Europese talen zijn kwijtgeraakt, zoals een passieve vorm eindigend op –r.

Terug naar het thuisland. Archeologen hebben vastgesteld dat de Yamnaya-mensen rond 3500 v.Chr. wagens (met gespaakte wielen) en karren (met dichte raderen) leerden maken. Woorden als die voor wiel, rad, as en kar deden hun intree en kunnen worden gevonden in alle Indo-Europese talen. Met paard en wagen was het makkelijker migreren en de stammen trokken naar het westen, langs de westelijke kusten van de Zwarte Zee (de Usatovo-cultuur) en naar het gebied van de Beneden-Donau. Ik heb al eens geblogd over de mooie stele die hierboven is afgebeeld: gevonden in het noordoosten van Bulgarije, behoort ze tot een monumententype dat overal te vinden is langs de routes waarlangs men zocht naar koper. Ze is gemaakt tussen pakweg 3000 en 2800 v.Chr.

Inmiddels waren de Indo-Europeanen verdeeld over een groot gebied, waardoor veranderingen in de taal niet overal meer doordrongen. In de destijds vermoedelijk wat zuidelijk gesproken talen ontstond bijvoorbeeld het augment e– voor de verleden tijd. Het ontbreekt in de wat noordelijker talen. In de oostelijke talen werden k-klanken vervangen door s-klanken. In de noordelijker talen veranderde de dativus meervoud. De ene taal viel dus uiteen en toen de volkeren verder trokken, moeten de sprekers voor elkaar onverstaanbaar zijn geworden.

Sommigen trokken vanaf de Beneden-Donau verder naar het westen, Centraal-Europa in. Eén groep volgde de rivier en vormde in Centraal-Europa de Touwbekercultuur. Uit de taal van deze mensen zijn het Keltisch en de Italische talen voortgekomen, waaronder het Latijn. Een tweede groep, de voorouders van de Grieken en Thraciërs, trok over de Balkan en vestigde zich in Griekenland en Bulgarije. Een derde groep eindigde in de loop van het tweede millennium in Scandinavië en op de Noordduitse Laagvlakte, waar later Germaanse talen zouden ontstaan.

Het waren niet de enige migranten. Weer een andere groep bewoog zich vanuit het moederland naar het noorden. Uit deze Midden-Dnjepr-cultuur zijn de Baltische en Slavische talen ontstaan. Een heel belangrijke groep, die zichzelf aanduidde als “Ariërs”, trok oostwaarts en vestigde zich in het tweede millennium in de Punjab en na 1000 v.Chr. op de Iraanse hoogvlakte. Die groep staat bekend als de Andronovo cultuur en ik blogde er al eens over. Dit zijn de voorouders van de Indiërs en de Perzen.

Tot zover de reconstructie, die op hoofdlijnen moet kloppen. Tot voor kort zou ik niet met stelligheid hebben kunnen spreken van migratie, maar in 2015 toonden twee onderzoeksgroepen onafhankelijk van elkaar aan dat de nieuwkomers dezelfde twee Y-DNA-groepen hadden, R1a en R1b. De eerstgenoemde lijkt vanaf de Oekraïense steppe te zijn meegenomen naar alle windstreken, terwijl de laatste lijkt te zijn ontstaan in het westen.

De Indo-Europeanen hadden een streepje voor op hun tijdgenoten: ze waren lactose-tolerant, wat wil zeggen dat ze de melk verdroegen van andere diersoorten dan de eigen soort. Anders gezegd, deze mensen verdroegen de melk van koeien en geiten, wat betekent dat ze zuivel konden gebruiken en een extra voedingsbron hadden.

Tot slot: de migranten waren bepaald geen lieverdjes. De Y-DNA-groep die met de landbouw naar het westen was gekomen, de G2a waarover we het al hadden, komt na de aankomst van de Indo-Europeanen niet meer voor, of het moest zijn bij mannen in afgelegen gebieden als Sardinië, Corsica of de Alpen. De mitochondriale DNA-groepen, die door moeders worden doorgegeven, zijn wel doorgegeven. De conclusie is onontkoombaar dat de Indo-Europeanen, overal waar ze in Europa aankwamen, de mannen doodden en kinderen verwekten bij de vrouwen.

[Later deze week nog wat DNA-kleingrut]

23 gedachtes over “De Indo-Europese migraties

  1. Truus Pinkster

    “….dat de Indo-Europeanen overal waar ze kwamen…, de mannen doodden en kinderen verwekten bij de vrouwen”
    Dus: Indo-Europeanen zijn alleen mannen ? Zo staat het er wel. En hoe zit het dan met de Indo-Europese vrouwen ? Losten die op in het niets ?
    Dit gebeurt dus heel erg vaak: een zogenaamd algemene formulering maar als je de zin verder leest gaat het alleen over de mannelijke helft van de groep.
    Vergelijk Deijsselbloem in zijn veel aangehaalde uitspraak: ” … je kunt niet je geld aan drank en vrouwen uitgeven en dan…” Dus Europese leiders zijn alleen mannen ?
    Maar Jona van jou had ik iets anders verwacht. Want dit is heel onnauwkeurig, en vanuit een veel te beperkt perspectief, dus onwetenschappelijk.

    Truus Pinkster

    1. Rudmer Koopal

      “Hoe zit het dan met Indo-Europese vrouwen? ” Het onstaan van vrouwelijke haplogroepen kent een ander tijdspad. Deze haplogroepen zijn vaak ouder. De grootste haplogroepen die met R1b/ R1a mannen mee migreerden zijn V en U5. Deze Haplogroepen waren ook al in Midden-Europa toen R1 b en R1a hier binnenkwamen.

  2. Rudmer Koopal

    Een samenvatting geven van 7.500 jaar migraties is een kunst en ik vind deze goed geslaagd.
    Ik mis echter in je verhaal tussen eerste landbouwers en migratie haplogroep I, met in het bijzonder I1. Niet geheel onbelangrijk voor de diverse megalithculturen en later voor het onstaan van de Germaanse stammen en Noordse ijzertijd.

    En de lactose-tolerantie is toch vooral iets van R1b. En dat had vooral betrekking op melk drinken. Kaas maken en eten werd al langer gedaan door vele andere culturen.

    Het grotendeels verdwijnen van G2a- mannen door moord is iets te kort door de bocht. Moord zal ongetwijfeld een grote rol hebben gespeeld. Er zijn daarnaast ook wel een paar andere oorzaken te bedenken: polygamie, het overnemen door een nieuwe elite en vooral grote mannelijke bevolkingsgroep en het merkwaardige fenomeen dat oorlogzuchtige culturen meer mannelijke nakomelingen weten te verwekken.
    En vergeet niet dat I1 mannen niet verdwenen in de Noord-Duitse vlakte en Scandinavië. Wat hun aandeel met het verdwijnen van G2a mannen is, ben ik nog niet tegengekomen.
    Op één of andere manier konden die kennelijk beter overweg met R1 b- en R1a mannen.

  3. Truus Pinkster

    Y-DNA is per definitie mannelijk.
    Dat begrijp ik.
    Maar dat betekent toch niet dat je niets meer vermeld over vrouwen. En zeker niet als je ze vervolgens benoemd als : De Indo-Europeanen. Horen vrouwen daar per definitie niet meer toe ? Dan moet je het zorgvuldiger formuleren.
    Gender-biased heet dat.

    Truus Pinkster

  4. Truus Pinkster

    Nee, ik vind dat je zorgvuldig moet formuleren.
    “De Indo-Europeanen” kan nooit betekenen: alleen mannnen. Tenzij je dat nadrukkelijk vermeld.
    En dat is hier niet gebeurd.
    Het is voor mannen zo vanzelfsprekend om zo te formuleren, ook voor wetenschappers, dat ze helemaal niet door hebben dat er sprake is van gender-bias.
    Het is prima om het alleen over mannen te hebben maar dan moet je dat wel met nadruk melden.
    Dan nog is natuurlijk onmiddellijk de vraag, bij een beschrijving van zulke grote tijdsperiodes, en: hoe zat het dan met vrouwen. Het is natuurlijk gewoon onwetenschappelijk om de helft van de wereld er uit te laten. Als we er niets over weten: zeg dat dan. Dat is al veelzeggend genoeg.

    Truus Pinkster

    1. Ik heb jarenlang alles ge”hij-of-zij”d en ge-“hem-of-haar”d. En dat levert uiteindelijk niks op, behalve complexere zinnen. Toen ben ik ermee gestopt. Tot ik iets beters verzin, is bij mij de mannelijke vorm gender-inclusief.

      1. Nee, Jona, je maakt hier echt een foutje. Je schrijft dat “de Indo-Europeanen, overal waar ze in Europa aankwamen, de mannen doodden en kinderen verwekten bij de vrouwen.”

        Dat is niet gender-inclusief, want je kunt moeilijk beweren dat de Indo-Europese vrouwen kinderen verwekten bij de inheemse vrouwelijke bevolking. Er is overigens wel een andere mogelijkheid, en dat beeld roep je bewust of onbewust op: dat de Indo-Europese vrouwen thuisbleven terwijl de mannen op oorlogspad gingen. Maar ik ben het wel met Truus eens dat je dat dan explicieter zou kunnen benoemen.

        1. Gherardus Havingha

          Dan is er inderdaad ook nog de kwestie of de vrouwen van de ene groep de vrouwen van de andere groep doodden.
          Zou het ook echt gaan om bewust “doden”,of juist meer om “moordende concurrentie”?

          Verder is er ook nog de vergelijkbare, maar niet helemaal gerelateerde kwestie van de Neanderthalers;
          Het schijnt zo te zijn dat deze groep “uitstierf” doordat Homo Sapiens met Neanderthaler vrouwen alleen vruchtbare dochters voort kon brengen en geen vruchtbare zonen, wat ook zijn weerslag had in het mitochondriaal- en Y-DNA.

    1. Peter J.I.

      Voor zover althans ik weet niet, gezien en gehoord interviews met hem die via YouTube beschikbaar zijn; warm aanbevolen trouwens want Colin Renfrew is een gedreven en eloquent spreker. Op zijn theorie gaat J.P. Mallory betrekkelijk uitgebreid in in zijn in 1989 verschenen (en nog steeds verkrijgbare) ‘In Search of the Indo-Europeans. Language, Archeology and Myth’, London, 1989 (first paperback edition 1991). Dit instructief geïllustreerde boek is werkelijk ‘a must read’ voor wie belang stelt in deze materie.

  5. eduard

    Jona, hadden de Yamnaya al gespaakte wielen? Ik dacht dat die spaken pas in het volgende millennium werden uitgevonden, en dat men tot die tijd nog steeds zware schijfwielen gebruikte om karren en wagens te laten rijden. Ik zal Littauer en Crouwels Wheeled Vehicles and Ridden Animals in the Ancient Near East er nog eens op na slaan, of is dat inmiddels verouderd?

  6. eduard

    Ja, dat klopt, er waren naast vierwielige “huifkarren” (wat moet dat een ellende zijn geweest om die te laten draaien zonder de techniek van met het span meedraaiende voorwielen) ook tweewielige wagentjes, eigenlijk niet meer dan een as waarop de menner stond, maar beiden gebruikten nog reusachtige schijfwielen als ik me niet vergis. De gespaakte wielen en een span paarden verschenen in het Midden Oosten pas in het 2de millennium v. Chr. als ik me Littauer en Crouwel goed herinner. Maar ik zal het opzoeken.

  7. roepers

    Welke taal iemand spreekt is niet vastgelegd in het DNA, maar gevolg van opvoeding en opleiding. Taal heeft te maken met nurture en niet zozeer met nature. Voorbeeld is de USA dat grotendeels Engelssprekend is maar de kolonisten komen uit veel diverser taalgebieden. Het is maar de vraag of je via onderzoek van het DNA iets te weten zou komen over de herkomst van de taal van de USA. Ik ben daarom een beetje voorzichtig met het trekken van conclusies. DNA is trouwens ook nogal vergankelijk. Wat is het bronmateriaal van dit DNA en hoe voorkomt men vervuiling van de onderzochte samples?

    1. (1)
      Ja, taal is niet vastgelegd in DNA, maar je kunt in DNA wel migraties traceren van grote groepen, die de verplaatsing van een taal documenteren.

      (2)
      De vervuiling van monsters is een bekend probleem. Het is ook opgelost.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s