3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

De Dame van Byblos

De Dame van Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hunter S. Thompson was ooit te ver heen – drugs of alcohol, daar wil ik vanaf zijn – om de reportage die hij moest inleveren, fatsoenlijk af te ronden. Daarom leverde  hij toen bij wijze van ooggetuigenverslag zijn aantekeningenbriefjes maar in. Zo ontstond de gonzo-journalistiek. Eigenlijk zou ik de grotendeels onbewerkte, notitieachtige filmpjes die mijn geliefde en ik maakten in Irak en in Byblos, gonzo-filmpjes moeten noemen. De draad van de microfoon komt regelmatig in beeld, de horizon ligt scheef, op de achtergrond gebeurt van alles, er duiken Kruisvaarderskastelen op zonder dat iemand daarom heeft gevraagd. Wij waren niet dronken of stoned. De reden van onze gonzo-filmpjes is dat we een telefoon als camera gebruikten en in het felle licht niet goed konden zien wat we precies filmden.

Dame van Byblos

Nou ja, het gaat om de inhoud. Vandaag de Dame van Byblos ofwel Baälat Gubla. De Egyptenaren identificeerden haar lange tijd met hun godin Hathor. Na de IJzertijd lijkt ze gelijkgesteld te zijn aan Astarte. In de hellenistische tijd kwamen identificaties met Afrodite en met de gehelleniseerde Egyptische godin Isis. De Romeinen dachten dan weer aan Venus. De vraag is wel gesteld hoe de bewoners van Byblos hun godin noemden, maar dat is misschien de verkeerde vraag. In de Levant heette de oppergod gewoon Ilu of El of Allah (“god”), Balu of Baäl (“heer”), of Adon (“meester”). Een godin heette Allat (“godin”) of Baälat (“heerseres”). De Dame van Byblos heette dus gewoon Dame.

Lees verder “De Dame van Byblos”